Uitleenwoordenbank van het Nederlands

Zoekresultaten: 599 Nederlandse woorden gevonden (beginnend met W)

Gebruikte filters:

Sorteer: Alfabetisch op vreemd woord - Alfabetisch op taal - Per continent - Per taalfamilie - Chronologisch -

A| B| C| D| E| F| G| H| I| J| K| L| M| N| O| P| Q| R| S| T| U| V| W| X| Y| Z| Alles| Toon/Verberg alle informatie in de uitklapmenu's
Visualiseer de resultaten
Toon op de kaart
één cirkeltje per uitleenwoord
Toon op de kaart
één cirkeltje per taal
Toon op een tijdslijn

  • ▾ waadbaar [doorwaadbaar, waar overgetrokken kan worden]
  • ▾ waag [weegtoestel; (verouderd) hefboom]
  • ▾ waag [(verouderd) golf]
  • ▾ waaggeld [betaling voor het wegen]
  • ▾ waagschaal [weegschaal]
  • ▾ waaien [blazen (van wind)]
  • ▾ waaier [voorwerp waarmee men lucht verplaatst]
  • ▾ waaieren [lucht verplaatsen, koelte toewuiven]
  • ▾ waakzaam [oplettend]
  • ▾ waakzaamheid [het waakzaam zijn]
  • ▾ waal [poel, kolk]
  • ▾ waalpot [(verouderd) inhoudsmaat]
  • ▾ waar [echt]
  • ▾ waar [koopwaar, goed van bepaalde waarde]
  • ▾ waar [bijwoord van plaats]
  • ▾ waarachtig [als sterke verzekering, bevestiging, bekrachtiging: waarlijk]
  • ▾ waard [de genoemde prijs hebbend, waardig]
  • ▾ waard [kastelein]
  • ▾ waard [laag liggend land]
  • ▾ waarde [betekenis als bezit, prijs]
  • ▾ waarder [(verouderd) bewaker, wachter]
  • ▾ waarderen [schatten, op hoge waarde stellen]
  • ▾ waardig [achting, eerbied verdiendend of wekkend]
  • ▾ waardigen [zich verwaardigen, waardig achten]
  • ▾ waardigheid [hoedanigheid van waardig te zijn]
  • ▾ waardijn [(verouderd) muntenkeurder, essayeur]
  • ▾ waardin [herbergierster, gastvrouw]
  • ▾ waarheid [het ware: overeenstemming tussen denkbeeld, verhaal of bericht en de zaak zoals zij is]
  • ▾ waarlijk [echt, echt waar]
  • ▾ waarloos [(scheepsterm) als reservemateriaal meegenomen]
  • ▾ waarlozen [(verouderd) verzuimen, verwaarlozen]
  • ▾ waarmaken [bewijzen, staven]
  • ▾ waarmee [met wat, met welke]
  • ▾ waarnaartoe [waarheen, naar welke bestemming]
  • ▾ waarnemend [vervangend]
  • ▾ waarom [om welke reden, met welk doel]
  • ▾ waarschap [(verouderd) heemraad; gebied waarbinnen de stadsvrede geldt]
  • ▾ waarschijnlijk [denkelijk]
  • ▾ waarschuwen [op gevaar opmerkzaam maken]
  • ▾ waarschuwer [iemand die waarschuwt]
  • ▾ waarschuwing [vermaning, aanmaning]
  • ▾ waarteken [(verouderd) waarmerk, herkenningsteken]
  • ▾ waarvan [van, door wat]
  • ▾ waarvoor [vragend voornaamwoord]
  • ▾ waarzegger [iemand die de toekomst kan voorspellen]
  • ▾ waarzo [waar, waar dan, op welke plaats]
  • ▾ waas [nevelsluier; (verouderd) slijk, bij eb droogvallend land]
  • ▾ wablief [vragende uitroep]
  • ▾ wacharm, wacharmen [(verouderd) uitroep van droefheid]
  • ▾ wacht [het waken; groep personen die iets bewaakt]
  • ▾ wacht-een-beetje [plantennaam]
  • ▾ wachtel [kwartel]
  • ▾ wachten [blijven; (verouderd) de wacht houden]
  • ▾ wachter, wachtman [bewaker]
  • ▾ wachtgeld [uitkering]
  • ▾ wachthuis [huis waar de wachters zich bevinden; tijdelijk verblijf voor arrestanten]
  • ▾ wachtkamer [kamer waar men kan wachten]
  • ▾ wachtmeester [onderofficier]
  • ▾ wachtwoord [herkenningswoord]
  • ▾ wad [doorwaadbare plaats]
  • ▾ wade [kleed om iets te bedekken]
  • ▾ wade [(verouderd) sleepnet]
  • ▾ wade [(verouderd) knieholte; kuit]
  • ▾ wadraak [bepaalde hark]
  • ▾ wafel [gebak]
  • ▾ wafelijzer [bakvorm om wafels te bakken]
  • ▾ waffel [mond; draai om de oren]
  • ▾ wagen [voertuig; beweegbare rol van schrijfmachine]
  • ▾ wagen [riskeren]
  • ▾ wagen [bewegen, in beweging zijn]
  • ▾ wagenaar [(verouderd) voerman, wagenmenner; bepaald sterrenbeeld]
  • ▾ wagenboom [boom tussen voor- en achterstel van een wagen; Zuid-Afrikaanse boom]
  • ▾ wagenburg [(verouderd) verschansing gevormd door wagens]
  • ▾ wagenkist [kist op een ossenwagen]
  • ▾ wagenman [(verouderd) voerman]
  • ▾ wagenmeester [opzichter over voertuigen]
  • ▾ wagenschot [wandbeschot]
  • ▾ wagenschot [(verouderd) wegenbelasting]
  • ▾ waggelen [wankelen]
  • ▾ Waghenaer [naam van Lucas Janssen Waghenaer, die in 1584 een zeeatlas vervaardigde]
  • ▾ wagon [spoorwagen]
  • ▾ wak [(gewestelijk) vochtig]
  • ▾ waken [niet (gaan) slapen]
  • ▾ waker [iemand die of iets dat als wachter functioneert]
  • ▾ wakker [niet slapend; levendig, kloek, flink]
  • ▾ wakkeren [wakker houden; wakker maken; toenemen in graad;]
  • ▾ wal [verhoging]
  • ▾ Walcherse koorts [milde vorm van malaria die op Walcheren voorkwam en die in 1809 vele duizenden Engelse soldaten trof die streden tegen Napoleon]
  • ▾ walen [keren, kenteren]
  • ▾ walgen [afkeer voelen]
  • ▾ walgvogel [dodo]
  • ▾ walken [vollen]
  • ▾ walm [damp; (Vlaams) opborrelende stroom vloeistof]
  • ▾ walm [(gewestelijk) (bundel) dekstro]
  • ▾ walnoot [okkernoot]
  • ▾ walrus [zeeroofdier]
  • ▾ wals [dans en muziek in driedelige maatsoort]
  • ▾ wals [machine om te pletten]
  • ▾ walvis [walvisachtige]
  • ▾ wambuis [kledingstuk]
  • ▾ wamen [modder doen opwellen]
  • ▾ wan [mand voor korenzuivering; (Vlaams) gat, lek]
  • ▾ wand [afscheiding]
  • ▾ wandel [levenswijze, gedrag, manier van doen]
  • ▾ wandelaar [iemand die wandelt]
  • ▾ wandelen [lopen]
  • ▾ wanderen [(verouderd) zich (te voet) voortbewegen, gaan, lopen, te voet reizen]
  • ▾ wandersman [(verouderd) reiziger]
  • ▾ wandluis [bedwants]
  • ▾ wang [zijkant van het gezicht; voowerp in de vorm van een wang]
  • ▾ wangeloof [bijgeloof, ongeloof, wantrouwen]
  • ▾ wanhoop [wanhopige toestand]
  • ▾ wank [(verouderd) weifeling, afwijking, twijfel, onzekerheid, verandering]
  • ▾ wankant [ruwe, niet gerechte kant]
  • ▾ wankelbaar [wankel, onvast staand of gaand]
  • ▾ wankelmoed [onvastheid, onbestendigheid, gebrek aan moed of durf]
  • ▾ wanken [(verouderd) heen en weer gaan, wankelen, buigen, voorvallen, te wachten staan]
  • ▾ wanneer [op welk moment; als, toen]
  • ▾ wanprestatie [het niet behoorlijk nakomen van een aanvaarde verplichting]
  • ▾ wanschapen [kwalijk, gebrekkig geschapen]
  • ▾ want [handschoen zonder vingers]
  • ▾ want [touwwerk]
  • ▾ want [nevenschikkend voegwoord]
  • ▾ wanthoek [vishaak]
  • ▾ wantkloot [blokjes aan het want voor geleiding van touwwerk]
  • ▾ wantknoop [knoop ter verbinding van twee einden touw]
  • ▾ wantputtingbout [bepaalde bout]
  • ▾ wantputtings [bepaalde ijzeren schakels]
  • ▾ wantrouwen [het mistrouwen, de achterdocht]
  • ▾ wantrouwen [geen vertrouwen hebben in]
  • ▾ wanttrap [trapje van touw aan het want]
  • ▾ wanttros [scheepswanttouw]
  • ▾ wapen [onderscheidingsteken, blazoen]
  • ▾ wapen [strijdwerktuig]
  • ▾ wapenaar [(verouderd) gewapende]
  • ▾ wapenschouw [inspectie van wapens, inspectie van de troepen]
  • ▾ wappen [(over kinderen) zuigen]
  • ▾ wapper [(verouderd) riem met loden bal als wapen]
  • ▾ warandemeester [(verouderd) hoofdopzichter van de bossen]
  • ▾ wardijn [iemand die op het juiste gewicht van de munten uit het munthuis toeziet]
  • ▾ waren [(verouderd) beschermen, bewaren, zorgen voor iets]
  • ▾ warenhuis [grootwinkelbedrijf]
  • ▾ warenkennis [kennis van handelswaren m.b.t. soort, gebruik, e.d.]
  • ▾ warenlot [(verouderd) belasting op waren]
  • ▾ warm [met hoge temperatuur]
  • ▾ warme bol [warm rond brood]
  • ▾ warmen [opwarmen, warm maken]
  • ▾ warmoes [groente; rommeltje]
  • ▾ warmtegraad [temperatuur]
  • ▾ warrel [warboel; draaikolk]
  • ▾ was [bijenwas]
  • ▾ was [dingen die gewassen moeten worden]
  • ▾ wasbak [waskom]
  • ▾ wasbord [wasplankje]
  • ▾ wasdoek [handdoek]
  • ▾ wasem [damp]
  • ▾ waskom [wasbekken]
  • ▾ waslap [washandje]
  • ▾ wasmachine [toestel dat kleding of andere zaken mechanisch schoonmaakt]
  • ▾ wasschegge [(verouderd) wasvrouw]
  • ▾ wassen [met water reinigen]
  • ▾ wasserette [plaats waar men tegen betaling kan wassen]
  • ▾ wasserij [wasinrichting voor kleren]
  • ▾ wassing [het wassen, gewassen worden]
  • ▾ wastafel [meubel waaraan men zich wast]
  • ▾ wasvrouw [vrouw die voor anderen de was doet]
  • ▾ wat [vragend voornaamwoord]
  • ▾ wat goedjaar! [(verouderd) uitroep: wat drommel, wat duivel]
  • ▾ wat is dat [wat zegt u?]
  • ▾ water [vloeistof]
  • ▾ waterbak [bak, vat met water]
  • ▾ waterbakstag [touwen die de boegspriet zijdelings steunen]
  • ▾ waterbloem [waterplantennaam]
  • ▾ waterbok [antilopesoort]
  • ▾ waterboom [boom die in het water groeit]
  • ▾ waterboom [horizontale dekbalk aan het einde van de waterloop, slagbalk]
  • ▾ waterbord [planken aan de buitenkant van het scheepsdek]
  • ▾ waterdrager [wielrenner die knechtenwerk doet]
  • ▾ waterdrieblad [moerasplant uit de gentiaanfamilie met half witte, half rozerode bloemen]
  • ▾ wateren [water geven; urineren; (verouderd) van golfvormige figuren voorzien]
  • ▾ watergang [afwateringssloot]
  • ▾ watergoot [geul, smal kanaal waardoor water of een stroom zich een weg baant]
  • ▾ watergraaf [(verouderd) Vlaamse grafelijke ambtenaar, belast met het bestuur van de wateren]
  • ▾ waterhaas [knaagdier]
  • ▾ waterhoofd [vergroot hoofd; scheldwoord]
  • ▾ waterhoos [wervelwind als een slurf]
  • ▾ watering [afwatering]
  • ▾ waterkan [waterkruik]
  • ▾ waterkant [oever, kade]
  • ▾ waterlaat [afwateringssloot]
  • ▾ waterland [waterachtig land]
  • ▾ waterleiding [buisleiding voor water]
  • ▾ waterlijn [niveaulijn van het water]
  • ▾ waterlijst [lijst die water tegenhoudt]
  • ▾ waterlimoen [pompoenachtige vrucht]
  • ▾ Waterloo [Belgische plaats waar Napoleon werd verslagen]
  • ▾ waterlozing [afwatering, waterafvoer]