Uitleenwoordenbank van het Nederlands

Zoekresultaten: 734 Nederlandse woorden gevonden (beginnend met T)

Gebruikte filters:

Sorteer: Alfabetisch op vreemd woord - Alfabetisch op taal - Per continent - Per taalfamilie - Chronologisch -

A| B| C| D| E| F| G| H| I| J| K| L| M| N| O| P| Q| R| S| T| U| V| W| X| Y| Z| Alles| Toon/Verberg alle informatie in de uitklapmenu's
Visualiseer de resultaten
Toon op de kaart
één cirkeltje per uitleenwoord
Toon op de kaart
één cirkeltje per taal
Toon op een tijdslijn

  • ▾ t.v. [tweede vrouw]
  • ▾ taai [sterk samenhangend, hardnekkig]
  • ▾ taaibos [boomsoort]
  • ▾ taak [opdracht]
  • ▾ taal [systeem van spraakklanken]
  • ▾ taart, taartjes [gebak]
  • ▾ taat [(Noord-Hollands) vader]
  • ▾ taatoom [broer van de vader]
  • ▾ taats [metalen punt, ook: soort spit]
  • ▾ tabak [gedroogde planten die gerookt worden]
  • ▾ tabel [geordende lijst]
  • ▾ tabellarisch [in tabelvorm]
  • ▾ tabernakel [kastje op altaar met hosties; tent van de ark des verbonds]
  • ▾ tableau [tafereel]
  • ▾ tablet [plak, pastille]
  • ▾ taboe [verboden; verbod]
  • ▾ tabula rasa [een nog onbeschreven blad]
  • ▾ tabulator [mechanisme aan schrijfmachine dat kolommen doet verspringen]
  • ▾ tache de beauté [schoonheidsvlekje]
  • ▾ tachtig [telwoord]
  • ▾ tachtigste [rangtelwoord]
  • ▾ tactiek [strategie, gericht beleid]
  • ▾ tactisch [m.b.t. tactiek]
  • ▾ taf, taft [lichte stof]
  • ▾ tafel [meubelstuk]
  • ▾ tafelberg [berg waarvan de top plat is]
  • ▾ tafelboom [(Surinaams-Nederlands) boomsoort van de familie van de ruwbladigen]
  • ▾ tafelbord [bord voor op tafel]
  • ▾ tafeldoek [tafelkleed]
  • ▾ tafelen [uitvoerig eten]
  • ▾ tafelgoed [tafellinnen]
  • ▾ tafelhouder [geldschieter tegen onderpand]
  • ▾ tafelkleed [tafeldoek]
  • ▾ tafellaken [doek over eettafel]
  • ▾ tafereel [schildering]
  • ▾ taggen [(verouderd) plagen]
  • ▾ tajerblad [bladgroente van een tropisch gewas met stengelknollen]
  • ▾ tak [spruit]
  • ▾ tak-van-vele-jaren [(Surinaams-Nederlands) bepaalde sierboom]
  • ▾ takel [hijswerktuig]
  • ▾ takelage [staand en lopend want]
  • ▾ takelagemeester [persoon die toezicht houdt bij de takelloods van de admiraliteit]
  • ▾ takelblok [blok aan een takel]
  • ▾ takelen [een zeilschip optuigen; met een takel ophijsen]
  • ▾ takelgaren [garen dat dient om uiteinde van touw te omwinden, zodat het niet uiteen rafelt]
  • ▾ takhaar [haar dat alle kanten uitsteekt]
  • ▾ takkeling [jonge vogel die nog op de takken blijft]
  • ▾ takken [(verouderd) grijpen]
  • ▾ talent [geldswaarde]
  • ▾ talent [natuurlijke gave, aanleg]
  • ▾ talg [huidsmeer]
  • ▾ talhout [geschild hout]
  • ▾ talie [takel]
  • ▾ taliehaak [haak aan een blok van een talie]
  • ▾ talieloper [kort touw met blokken]
  • ▾ taliën [met een talie verplaatsen]
  • ▾ talk [(gemalen) speksteen]
  • ▾ talk [vet van dieren (o.a. voor kaarsen gebruikt)]
  • ▾ talkpoeder [zeer fijn gemalen talk, als toiletmiddel gebruikt]
  • ▾ talmen [dralen]
  • ▾ talon [bewijs voor nieuw couponblad]
  • ▾ talreep [touw dat dient om een touw, stag of hoofdtouw te spannen]
  • ▾ talud [helling van aardwerken]
  • ▾ tam [niet wild]
  • ▾ tamarinde [boomsoort; (Surinaams-Nederlands) boomsoort die familie is van de Europese tamarinde]
  • ▾ tamboer [trommelaar; trommel]
  • ▾ tamboerijn [slaginstrument]
  • ▾ tamelijk [redelijk]
  • ▾ tamp [uitstekend eind van een touw]
  • ▾ tampon [wattenprop]
  • ▾ tamtam [slaginstrument; geluid van dit instrument]
  • ▾ tand [uitsteeksel in kaak om mee te bijten]
  • ▾ tandem [tweepersoonsfiets]
  • ▾ tandenstoker [puntig voorwerp om resten tussen de tanden te verwijderen]
  • ▾ tandhaai [vissoort]
  • ▾ tandpasta [reinigingsmiddel voor de tanden]
  • ▾ tandpijn [kiespijn]
  • ▾ tandvlees [vlees waarin de tanden en kiezen vastzitten]
  • ▾ tanen [in taan koken ter verduurzaming; vaalgeel kleuren]
  • ▾ tang [gereedschap]
  • ▾ tangens [verhouding tussen de projecterende loodlijn en de projectie van het ene been van een hoek op het andere]
  • ▾ tanger [(verouderd) scherp; kloek, flink]
  • ▾ tank [vloeistofreservoir]
  • ▾ tank [legervoertuig]
  • ▾ tanker [tankboot]
  • ▾ tannaat [looizuurderivaat]
  • ▾ tannine [looizuur]
  • ▾ tante [(schoon)zuster van vader of moeder]
  • ▾ tantième [aandeel in winst]
  • ▾ tap [afsluiter]
  • ▾ tape [strook]
  • ▾ taphuis [kroeg]
  • ▾ tapijt [kleed]
  • ▾ tapioca [meel uit cassaveknol]
  • ▾ tapir [hoefdier]
  • ▾ tappen [uit een tap laten vloeien]
  • ▾ taptoe [signaal om naar kwartieren te gaan; internationale militaire muziekuitvoering en parade]
  • ▾ tarbot [beenvis]
  • ▾ tarief [prijslijst]
  • ▾ Tartaar, Tataar [bepaald volk uit Mongolië; (gewestelijk) zigeuner]
  • ▾ tarten [prikkelen]
  • ▾ tarwe [graangewas]
  • ▾ tarwemeel [meel van tarwe]
  • ▾ tas [buidel]
  • ▾ tas [hoop, stapel; (gewestelijk) benaming voor de afgeschutte ruimten in een schuur waar de veldproducten geborgen worden]
  • ▾ Tasmanië [eiland van het Gemenebest van Australië, genoemd naar de Nederlandse ontdekkingsreiziger Abel Tasman]
  • ▾ tassen [opstapelen]
  • ▾ tasten [bevoelen]
  • ▾ taster [benaming voor de gelede voelsprieten van vele insecten]
  • ▾ tatelen [brabbelen; kletsen]
  • ▾ taugé [jonge katjangplantjes]
  • ▾ taverne [herberg]
  • ▾ taxateur [schatter]
  • ▾ taxatie [schatting]
  • ▾ taxeren [schatten]
  • ▾ taxi [huurauto met chauffeur]
  • ▾ taxonomie [classificatie van planten en dieren]
  • ▾ te [voorzetsel: naar]
  • ▾ te [bijwoord van graad]
  • ▾ te kennen geven [doen blijken, te verstaan geven]
  • ▾ te kort [niet lang genoeg]
  • ▾ te laat [over tijd]
  • ▾ te loef [naar de windzijde]
  • ▾ te pas [passend, geschikt]
  • ▾ te veel [overtollig]
  • ▾ technicus [deskundige in de techniek]
  • ▾ techniek [bewerkingen die behoren tot de industrie, vaardigheid]
  • ▾ technisch [op het gebied van techniek]
  • ▾ technocraat [aanhanger van de technocratie]
  • ▾ technocratie [maatschappij-inrichting onder leiding van technici]
  • ▾ technologie [leer van de fabricagemethoden]
  • ▾ teddybeer [kinderspeelgoed]
  • ▾ teef [wijfjeshond]
  • ▾ teek [insect]
  • ▾ teems [zeef]
  • ▾ teen [vinger van de voet]
  • ▾ teer [distillaat van kool]
  • ▾ teer [zacht]
  • ▾ teer(t)s [zwaar, rond stuk hout waarvan de punt met ijzer beslagen is om de strengen van zware kabels los te maken als men ze wil splitsen]
  • ▾ teerlijk [(verouderd) op zachte wijze, innig]
  • ▾ teerling [dobbelsteen]
  • ▾ tegel [vloersteen]
  • ▾ tegelijk [op hetzelfde ogenblik; samen; tevens]
  • ▾ tegemoet [bijwoord: in de richting dat men iets of iemand ontmoet]
  • ▾ tegen [voorzetsel]
  • ▾ tegenover [voorzetsel]
  • ▾ tegenpartij [persoon of groep van personen, die tegenover een andere persoon of groep staat wegens tegenstrijdige belangen of als vijand]
  • ▾ tegenprestatie [prestatie in ruil voor die van een ander]
  • ▾ tegenstaan [onaangenaam zijn, weerstand oproepen]
  • ▾ tegenstand [verzet]
  • ▾ tegenstribbelen [zich machteloos verzetten]
  • ▾ tegenstrijdig [onderling met elkaar in strijd]
  • ▾ tegenwoordig [aanwezig, nu bestaande]
  • ▾ tegenwoordigheid [aanwezigheid]
  • ▾ tegenzetten [tegenstribbelen, verzetten]
  • ▾ tehuis [plaats waar men thuis is; groepsonderkomen]
  • ▾ teil [bak]
  • ▾ teken [blijk, merk]
  • ▾ tekenen [een handtekening zetten]
  • ▾ tekenen [schilderen]
  • ▾ tekening [door tekenen ontstane afbeelding]
  • ▾ tekort [hoeveelheid geld die ontbreekt]
  • ▾ tekst [bewoordingen]
  • ▾ tektonisch [verband houdend met een verstoring in de ligging van de aardlagen]
  • ▾ tel [getal]
  • ▾ tel [telgang van een paard]
  • ▾ telecommunicatie [elektronische communicatie over grote afstand]
  • ▾ telefonist(e) [persoon die de telefooncentrale bedient]
  • ▾ telefoon [toestel voor geluidsoverdracht op afstand]
  • ▾ telefoongids [boek met telefoonnummers]
  • ▾ telefoonnummer [aansluitingsnummer van telefoon]
  • ▾ telegraaf [sein- en ontvangtoestel om tekens over grote afstand over te brengen]