Uitleenwoordenbank van het Nederlands

Zoekresultaten: 620 Nederlandse woorden gevonden (beginnend met L)

Gebruikte filters:

Sorteer: Alfabetisch op vreemd woord - Alfabetisch op taal - Per continent - Per taalfamilie - Chronologisch -

A| B| C| D| E| F| G| H| I| J| K| L| M| N| O| P| Q| R| S| T| U| V| W| X| Y| Z| Alles| Toon/Verberg alle informatie in de uitklapmenu's
Visualiseer de resultaten
Toon op de kaart
één cirkeltje per uitleenwoord
Toon op de kaart
één cirkeltje per taal
Toon op een tijdslijn

  • ▾ laadbrief [cognossement, vrachtbrief]
  • ▾ laadstok [stok om geweer mee aan te stampen]
  • ▾ laag [niet hoog; gemeen, laaghartig]
  • ▾ laag [hoeveelheid die ergens tussen of boven ligt]
  • ▾ laag [gezamenlijke stukken geschut die op hetzelfde dek van een schip geplaatst zijn]
  • ▾ laag [hinderlaag]
  • ▾ laagte [laaggelegen vlakte]
  • ▾ laagveld [laag gelegen veld]
  • ▾ laagwater [toestand van volkomen eb]
  • ▾ laak [wetering, poel, plas]
  • ▾ laar [(verouderd) onbeduidend vrouwspersoon]
  • ▾ laars [schoeisel]
  • ▾ laarzenknecht [gereedschap dat men gebruikt om zijn laarzen uit te trekken]
  • ▾ laat [niet vroeg]
  • ▾ laat maar! [uitroep]
  • ▾ laat staan dat [om maar niet te spreken van]
  • ▾ laatste [de achterste in tijd of plaats]
  • ▾ laatstelijk [de laatste keer, het laatst]
  • ▾ labadist [lid van een sekte van radicale piëtisten]
  • ▾ Laban [bijbelse naam van de inhalige en bedrieglijke schoonvader van Jakob]
  • ▾ labbei [(Vlaams) kletskous, praatziek wijf]
  • ▾ labber [zich slap bewegend, flauw (van wind)]
  • ▾ labberdaan [gezouten kabeljauw]
  • ▾ labberdoedas [oorveeg]
  • ▾ labberen [zich slap heen en weer bewegen]
  • ▾ labberkoeltje [koele wind, zwakke luchtstroming]
  • ▾ labberlot [stumper, kruiperd, wat slecht is in zijn soort]
  • ▾ label [etiket]
  • ▾ labiaal [lip-]
  • ▾ labiel [wankelbaar]
  • ▾ laborant [assistent in een laboratorium]
  • ▾ laboratorium [werkvertrek voor technisch onderzoek]
  • ▾ labyrint [doolhof]
  • ▾ lachen [met het gezicht vrolijkheid uitdrukken]
  • ▾ laconiek [zonder zich druk te maken]
  • ▾ lade, laatje [schuifbak]
  • ▾ laden [bevrachten, inladen; kogels indoen; een elektrische lading geven]
  • ▾ lading [last, vracht]
  • ▾ ladingklerk [administrateur van de lading]
  • ▾ laf [vreesachtig; flauw]
  • ▾ lager [minder hoog]
  • ▾ lager [deel van een werktuig waarop de as steunt]
  • ▾ lager [legerkamp]
  • ▾ lagerwal [oever waar de wind op staat]
  • ▾ lagune [strandmeer]
  • ▾ lak [harsachtig product, verf]
  • ▾ lakei [huisbediende in livrei]
  • ▾ laken [textiel]
  • ▾ lakken [schilderen met lak]
  • ▾ lakmoes [soort kleurstof, chemische indicator]
  • ▾ lakris [zoethout]
  • ▾ lam [jong van een schaap]
  • ▾ lam [verlamd]
  • ▾ lambiek [Vlaamse biersoort]
  • ▾ lamel [dunne strook]
  • ▾ lamen [(verouderd) verminderen, verzwakken]
  • ▾ lamenteren [jammeren]
  • ▾ lamfer, lamper(s) [fijn gaas]
  • ▾ lammervanger [vogelsoort]
  • ▾ lamp [tot verlichting dienend voorwerp]
  • ▾ lampenkousje [pit van een olielamp]
  • ▾ lampet [waterkan]
  • ▾ lampion [feestverlichting]
  • ▾ lamprei [kaakloze vis]
  • ▾ lamziekte [veeziekte]
  • ▾ lanceren [afvuren]
  • ▾ lancet [plat mesje]
  • ▾ land [grond, bouwland; staat]
  • ▾ landbouw [agricultuur]
  • ▾ landcommandeur [hoogste rang bij sommige ridderlijke orden]
  • ▾ landdrost [rechterlijk ambtenaar]
  • ▾ landen [aan land zetten of komen]
  • ▾ landgerecht [plaatselijk gerechtshof]
  • ▾ landgoed [grondbezit; groot buitenverblijf]
  • ▾ landgraaf [titel van onmiddellijk aan de koning ondergeschikte graven]
  • ▾ landheer [grondeigenaar]
  • ▾ landhervorming [nieuwe indeling van grondstukken]
  • ▾ landhouder [middeleeuwse stadsambtenaar, burgemeester]
  • ▾ landhuis [monumentaal huis of buitenverblijf op het land]
  • ▾ landing [het landen (van vliegtuig)]
  • ▾ landkaart [aardrijkskundige kaart]
  • ▾ landkrab [scheldnaam van zeelieden voor niet-zeelieden]
  • ▾ landloper [zwerver]
  • ▾ landmacht [krijgsmachtonderdeel dat strijdt te land]
  • ▾ landmeter [iemand wiens beroep het is land op te meten]
  • ▾ landouw [veld]
  • ▾ landraad [gewone rechtbank in burgerlijke zaken voor inlanders]
  • ▾ landreform [landhervorming]
  • ▾ landrente [belasting geheven op de opbrengst van landerijen]
  • ▾ landridder [middeleeuwse bereden politiebeambte]
  • ▾ Lands Kas, 's [geldmiddelen van de staat]
  • ▾ landschap [landstreek, landelijke omgeving; schilderstuk, geschilderd landschap]
  • ▾ landsman [iemand die behoort tot of thuishoort in een zeker land]
  • ▾ landstol [(verouderd) belasting op land]
  • ▾ landstorm [de nog overblijvende weerbare mannen die in tijd van nood onder de wapens konden worden geroepen]
  • ▾ landvoogd [iemand die in naam van de afwezige soeverein het land bestuurt]
  • ▾ landvrede [in de middeleeuwen algemeen vredegebod dat een geheel gebied omvatte]
  • ▾ landwaarts [dieper het land in]
  • ▾ landweer [wal opgeworpen ter bescherming tegen water of vijand]
  • ▾ landzegge, landsage [(verouderd) verklaring, uitspraak in geschillen over grondeigendom]
  • ▾ landziekig, landziek [niet wel (vanwege heimwee); ontevreden, gemelijk, knorrig]
  • ▾ landzij(de) [de naar het land gekeerde zijde]
  • ▾ lang [met een grote lengte; (van vloeistof) slap, dun]
  • ▾ lang takelblok [lang hijsblok]
  • ▾ langdurig [gedurende lange tijd]
  • ▾ lange lijs [bepaald type porselein]
  • ▾ lange splitsing [verbinding van touwwerk die de tros niet of weinig verdikt]
  • ▾ lange tanden [tegenzin]
  • ▾ lange vingers hebben [stelen]
  • ▾ lange zaling [dwarshouten die net onder de toppen van de mast kruisgewijs in elkaar zijn gevoegd]
  • ▾ langen [(verouderd) aangeven]
  • ▾ langlevendheid [heel oud worden]
  • ▾ langs [bijwoord van richting]
  • ▾ langwerpig [meer lang dan breed]
  • ▾ langzaam [niet snel]
  • ▾ lank [(verouderd) zijde]
  • ▾ lankmoedig [toegevend]
  • ▾ lanoline [wolvet]
  • ▾ lans [stoot- en werpwapen]
  • ▾ lansier [met een lans gewapende ruiter]
  • ▾ lantaarn [verlichtingstoestel]
  • ▾ lantaarnpaal [paal waarop een straatverlichting staat]
  • ▾ lap [klap, mep]
  • ▾ lap, lapje [stuk doek; klein of dun stuk van bijv. vlees]
  • ▾ lappen [een klap geven]
  • ▾ lappen [verstellen, goedmaken, repareren; schoonmaken met een lap]
  • ▾ lapperij [(verouderd) knoeierij, knoeiwerk, lapwerk]
  • ▾ lapskous [scheepsgerecht, bestaande uit stamppot van vlees, groente, scheepsbeschuit of andere ingrediënten]
  • ▾ lapzalven [kwakzalven]
  • ▾ lapzalver [kwakzalver]
  • ▾ larie [onbeduidend gepraat, onzin]
  • ▾ larynx [strottenhoofd]
  • ▾ las [verbinding]
  • ▾ lassen [een verbinding maken]
  • ▾ lasser [iemand die beroepsmatig last]
  • ▾ lasso [werpkoord met strik]
  • ▾ last [vracht]
  • ▾ last [hinder]
  • ▾ lastage [(verouderd) laad- of losplaats]
  • ▾ lastbarend [(verouderd) lastdragend]
  • ▾ laster [kwaadsprekerij]
  • ▾ lasteraar [iemand die leugenachtig kwaad vertelt over een persoon met de bedoeling hem in zijn eer of goede naam te kwetsen]
  • ▾ lastering [het vertellen van laster]
  • ▾ lastgeld [(verouderd) heffing die in Holland werd betaald om een haven binnen te komen of te verlaten]
  • ▾ lastigvallen [iemand met oneerbare bedoelingen benaderen]
  • ▾ lat [lang stuk hout]
  • ▾ lat-relatie [leefsituatie waarin partners hun zelfstandigheid niet opgeven, living apart together (titel van film van Pim de la Parra)]
  • ▾ latafel [ouderwetse ladekast]
  • ▾ lateihout [houten latei]
  • ▾ laten [niet verhinderen; nalaten; afstaan]
  • ▾ laten staan [achterlaten, nalaten]
  • ▾ latent [verborgen]
  • ▾ lateraal [ter zijde]
  • ▾ lateriet [ijzer- en aluminiumrijke grond die ontstaat door chemische verwering van bepaalde gesteenten in de tropen]
  • ▾ latex [melksap van rubberbomen]
  • ▾ latierboom [afscheidingsboom in paardenstal]
  • ▾ Latijn [taal der Romeinen]
  • ▾ laurier [in Zuid-Europa inheemse sierboom]
  • ▾ lauw [tussen heet en koud]
  • ▾ lauwer [krans van laurieren]
  • ▾ lava [door vulkanische uitbarsting uitgeworpen stoffen]
  • ▾ laven [verkwikken]
  • ▾ lavendel [geslacht van lipbloemige halve heesters, de bloemen daarvan]
  • ▾ laveren [telkens aan de wind overstag gaan; zich naar de omstandigheden schikken]
  • ▾ lawaai [herrie]
  • ▾ lawaaien [rumoer maken]
  • ▾ laweit [(gewestelijk) lawaai]
  • ▾ Lazarus [eigennaam]
  • ▾ lazarusziekte [melaatsheid]
  • ▾ lector [titel aan universiteit]
  • ▾ lectuur [leesstof]
  • ▾ lede, lee [waterloop]
  • ▾ ledematen [armen en benen]
  • ▾ ledenvergadering [vergadering van de leden van een vereniging]
  • ▾ ledikant [bed]
  • ▾ leed [(verouderd) een onaangename indruk makend, hatelijk]
  • ▾ leedwezen [verdriet, spijt]
  • ▾ leefbaarheid [het leefbaar zijn]