Voornaam
populariteitslijsten
Valentinus
Verklaring
Verkleinvorm van Latijns valens 'sterk, gezond, invloedrijk' (vergelijk wald- en Constantinus/Constans). Heiligennaam: 1) Valentinus, apostel van Retie (Beieren ten zuiden van de Donau), omstreeks 450; kerkelijke feestdag: 7 januari; 2) St.-Valentijn, martelaar uit de vroege christentijd, vooral vereerd in Terni in Italië en daarom wel bisschop van Terni genoemd (hetgeen waarschijnlijk niet juist is). Kerkelijke feestdag: 14 februari. Als voortzetting van voor-christelijke opvattingen werd Valentijnsdag als de voorloper van de lente beschouwd, de dag waarop vogels en geliefden elkaar vonden. In Duitstalige landen was het de dag van het noodlot of het ongeluk; in sommige Engelse streken was het de dag waarop jonge mensen meenden te kunnen raden wie hun aanstaande zou zijn. Tegenwoordig is van dit alles alleen de gewoonte overgebleven elkaar op Valentijnsdag kaarten, kleine geschenken en verrassingen te sturen. De laatste tijd is dit gebruik enigszins in ere hersteld. In het zuiden kwam de naam vooral in de 16e eeuw op, hoewel er al een vrouwelijke vorm Valentynne rond 1400 in Kortrijk voorkomt (Debrabandere). In de 17e eeuw hier ook de vorm Velten, vermoedelijk ontleend aan het Duits (vergelijk voor de vorm van de naam: Valentijn Velte, Rotterdam 1739 (Gens. N. XX, 184)). Op de klank af werd de naam in verband gebracht met de vallende ziekte (morbus S. Valentini). De naam Valentinus is bijvoorbeeld karakteristiek in Westerhoven (Noord-Brabant). Er staat daar een kapelletje, het Valentinus-putje genaamd. Daarin is een waterputje, waarvan het niveau hoger is dan dat van het water in de langsstromende beek. Aan het water in de put wordt een heilzame kracht toegeschreven.