Voornaam
populariteitslijsten
Pancratius
Verklaring
Van Gri. pankratès 'albeheersend, almachtig' (een pancration was een wedstrijd bij de Griekse in worstelen en vuistvechten). Heiligennaam: Pancratius, een Romeinse martelaar, waarschijnlijk tijdens Diocletianus in 304; kerkelijke feestdag: 12 mei. St.-Pancras is een van de zogenaamd ijsheiligen: Mamertus (of Bonifatius), Pancratius en Servatius, de drie zogenaamd 'strenge heren', wier feestdagen begin mei vallen en die de late voorjaarsvorst brengen. Reeds vroeg was de verering van St.-Pancratius in deze streken verbreid, vooral als heilige van de ridders, grootgrondbezitters en adel (zie: A.Z. Huisman, 'Die Verehrung des hl. Pancratius in West- und Mitteleuropa', Haarlem 1939, en H. J. Kok, 'Enige patrocinia in het Middeleeuwse bisdom Utrecht', Assen, 1958). Vanuit het bisdom Utrecht verbreidde de verering zich, vooral naar Noord-Holland en het oosten: Putten, Brummen, 's-Heerenberg, Haaksbergen, Tubbergen, Diever, Oldehove. De eerste mededeling waaruit blijkt dat de verering van St.-Pancratius in de abdij van Egmond bekend was, dateert uit 1136. In 1314 werd een St.-Pancraskerk in Leiden gesticht. De vroegere Noord-Holland plaatsnaam Vronen werd omstreeks 1403 veranderd in Sinte Pancraes. Bij Nieuwer-Amstel was een meer dat Bankereas heette (Schönfeld, 'Nederl. Waternamen', Brussel 1955, blz. 253). Als patroon wordt St.-Pancratius genoemd bij de stichting van de kapel van 's-Heerenberg (gemeente Bergh, Gelderland), omstreeks 1259 door Adam van den Bergh als patroon gekozen, omdat St.-Pancratius ook uit een adellijk geslacht was. De heren, later graven Van den Bergh, hadden het recht munten te slaan. Enkele mooi uitgevoerde munten noemden ze Pancrasdaalders, zoals ze ook Oswalddaalders (zie Oswald) lieten slaan. Vroeger was de voornaam Pancras ter plaatse in gebruik. Het oudste voorbeeld als doopnaam in Holland dateert van 1556 (zonder toenaam) in Rotterdam (SR 239). In Noord-Holland komt de naam nog wel voor.