Voornaam
populariteitslijsten
-grim-
populariteit
verspreiding
Naamstam -grim-
Germaanse naamstam met de betekenis `masker, helm'. Dit komt overeen met Middelnederlands grîme, Oudsaksisch, Angelsaksisch, Oudnoors grîma. Aangezien dit woord voor `masker' verdween, werd grim volksetymologisch in verband gebracht met grim `wreed, boosaardig, woedend, verschrikkelijk', Oudhoogduits, Middelnederlands, Oudsaksisch en Oudfries grim; Angelsaksisch grim(m) `wreed, verschrikkelijk', Oudnoors grimmr. Hiermee in verband staat Ndl. grimas uit Fra. grimace, dat mogelijk via het Spa. uit Got. grimms `verschrikkelijk' komt. Vgl. ook Ndl. gram, Got. gramjan `vertoornen' en Oudind. ghramita- `vertoornd'.
Naar het overzicht van de naamstammen