Waarom maken Nederlanders en Belgen grappen over elkaar?


Het antwoord wordt gegeven door Theo Meder, senior onderzoeker Orale Cultuur, in het bijzonder van het volksverhaal

Dat Nederlanders grappen maken over Belgen is niet iets dat al eeuwenlang gaande is. Nederlanders zijn er pas na de Tweede Wereldoorlog mee begonnen. De algemene grapregel is eigenlijk: Buur X maakt graag grappen over buur Y. Vooral omdat buur X vindt dat buur Y een beetje achterloopt, niet helemaal fris ruikt, of een te grote mond heeft. Dat is allemaal een kwestie van beleving: er hoeft niets van te kloppen. Sterker nog: in de praktijk klopt er ook werkelijk weinig van, maar dat mag de pret niet drukken. De regel geldt niet alleen voor Nederland, maar wereldwijd. De Zweden maken grappen over de Noren, de Engelsen maken grappen over de Schotten, de Duitsers maken grappen over de Polen, de Zwitsers over de Oostenrijkers, de Turken over de Grieken, de Amerikanen over de Canadezen...



Superioriteitsgevoel

De grappen zijn een manier om je eigen groep een superioriteitsgevoel te verlenen, ten koste van een andere, nabije groep. Wie een andere groep op de hak neemt, prijst tegelijk zijn eigen groep als slim, modern, vooruitstrevend en ruimdenkend. De grappen moeten overigens niet verward worden met racistische grappen, want die zijn stukken agressiever. De grappen over buren zijn goedmoediger, omdat buren in de praktijk meestal best met elkaar overweg kunnen. De Nederlanders hebben eigenlijk helemaal geen hekel aan de Belgen. Integendeel: ze vinden ze zelfs hun meest sympathieke buren. Vandaar dat Belgenmoppen er vooral over gaan dat onze zuiderburen een beetje dom zijn. Iets anders is het gesteld met grote broer Duitsland: in de moppen over de Duitsers wordt aan de oorlog gerefereerd, en wordt er gesuggereerd dat ze barbaars, luidruchtig, egocentrisch, brutaal, militaristisch en agressief zijn. Dat is nog altijd niets vergeleken met racistische moppen, die de boodschap uitdragen dat de ander immoreel en crimineel is, en dat die ander maar beter weg of dood kan.

Een grotere wereld

Vóór de 19e eeuw was de wereld veel kleiner, en waren het de Nederlandse steden en dorpen die onderling grappen over elkaar maakten. Toen werden inwoners van Kampen, Bakel, Dokkum, Eys of Weert bijvoorbeeld voor stommelingen uitgemaakt. Eigenlijk had je die rivaliteit overal. De Vlaardingers werden weggezet als haringkoppen, de Schiedammers als jeneverneuzen en de Groningers als stoepschijters. In de loop van de 19e eeuw kwamen er steeds meer (arme) Duitse gastarbeiders in de zomer bij de boeren werken, en toen begonnen de Nederlanders de spot te drijven met de domheid van deze Buben, alhier Poepen genoemd. Tot in het begin van de 20e eeuw moesten deze Duitsers uit Ostfriesland en Westfalen het regelmatig ontgelden, alsmede de armoedige seizoensarbeiders uit Oost-Nederland. In de twintigste eeuw werd de wereld steeds groter in de beleving van mensen. Na de Duitsers kwamen de Belgen in zicht als mikpunt van redelijk goedmoedige burenspot. Het idee dat de Belgen een beetje achterlopen is waarschijnlijk vooral gebaseerd op hun taalgebruik en manier van spreken. Als Vlamingen praten (want over Walen hebben we het eigenlijk niet) dan klinkt dat een beetje leutig boers in Nederlandse oren ("awel zunne"). En daarom denken de Nederlanders dat de Belgen een beetje achterlopen. Overigens vinden de Nederlanders hetzelfde van hun eigen Limburgers: zij worden dan ook wel aangeduid als reserve-Belgen.



Gierig en onhygiënisch

Van de weeromstuit zijn Belgen ook grappen gaan maken over Nederlanders (al is de intensiteit wel wat minder). Als je voortdurend bespot wordt, probeer je de spotters op zeker moment terug te pakken. Nederlanders en Belgen gebruiken verschillende scripts voor elkaar. In de ogen van de Nederlanders is de Belg voornamelijk dom. In de ogen van de Belgen zijn de Nederlanders extreem gierig en - enigszins verrassend - onhygiënisch. Die gierigheid heeft ongetwijfeld te maken met de Hollandse zuinigheid en geslepen koopmansgeest. Als je een volk als akelig wilt wegzetten, dan is viesheid voorts een zeer bruikbaar script: wie zich niet regelmatig wast, is onbeschaafd. Wat dat betreft heb ik dit altijd de leukste grap gevonden die Belgen over Nederlanders maken:
 

Een Ollander verloor zijn aars in een accident. Inderhaast werd hem een donor-aars overgeplant. Helaas, het mocht niet baten. De aars heeft den Ollander afgestoten.

_________________________________________________________________________

Ook een vraag voor het Meertens Instituut? Mail de redactie

Dit artikel is verschenen in de digitale nieuwsbrief van het Meertens Instituut (september 2012). Ook abonnee worden? Klik hier

Afbeeldingen:
Cartoon loper van René Leisink (
http://www.argus-online.nl)
Aquarel van Jan Woldring,  "Stoepschijters" te Groningen, te vinden in
de collectie van het Meertens Instituut