Bestaat er een eenduidige versie van het verhaal dat kinderen uit de kool komen? Hoe typisch Nederlands is dit verhaal eigenlijk, en hoe lang bestaat het al?

Vraag gesteld door Kay Kloosterboer.

Het antwoord wordt gegeven door Olga Leonhard, stagiaire DOC Volksverhaal
 

 

Rode kool, witte kool, boerenkool…

‘Het’ verhaal over kinderen die uit de kool komen bestaat niet. Omdat het om een volksverhaal gaat, hebben we per definitie met verschillende versies te maken. Volksverhalen worden immers mondeling doorverteld, waardoor gemakkelijk details worden weggelaten of toegevoegd. Hierdoor ontstaan verschillende versies die maar een paar kernelementen met elkaar hoeven te delen. In Nederland zijn er bijvoorbeeld kinderen die uit de boerenkool komen, maar ook uit de witte, rode en savooiekool. Tot na de Tweede Wereldoorlog vertelde men in Nederland nog dat de kleur van de kool het uiterlijk of geslacht van het kind zou bepalen: meisjes en bleke jongens kwamen uit de witte kool, roodharigen en jongens met een gezonde huidskleur kwamen uit de rode kool. Het bakerpraatje van de kolenherkomst komt blijkens de Nederlandse Volksverhalenbank ook voor in andere, uitgebreidere verhalen, bijvoorbeeld in die over Klein Duimpje: Klein Duimpje wordt dan in de kool gevonden. Dat deze versie al langer bestaat bewijst een prent uit 1800 waarop ‘Klein Duimken’s leven’ staat afgebeeld, met op het eerste plaatje Klein Duimpje die uit de kool komt en de tekst: "Klyn Duymken, uyt een Kool gekoômen / Word van de Moeder aengenoômen." Nog ouder is de uitspraak van een jongen in een blijspel uit 1696: “Mijn Elsje is zóó onnoozel, dat zij denkt, dat de kinderen in de bloemkool groeijen.”

alt

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bakerpraatje

Het verhaal van kinderen die uit de kool komen is een voorbeeld van een bakerpraatje; een verhaal met een ontwijkende verklaring en daardoor onjuiste bewering omtrent de zwangerschap. De kool is niet de enige plek waar kinderen door de geschiedenis heen zijn aangetroffen. Kinderen kwamen in Nederland bijvoorbeeld ook uit stenen (in Urk bijvoorbeeld uit de Ommelebommelesteen; in Friesland uit de poppesteen), uit bronnen en putten, ze zijn geplukt uit bomen (bijvoorbeeld uit de Munnekenboom in Utrecht; de holle iep bij Kraantje Lek in Haarlem), aangevoerd door boten, gekocht bij de boer, gebracht door de baker en, wellicht het bekendste voorbeeld, in een buideltje aangevlogen door de ooievaar.

Deze gekuiste verhalen zijn natuurlijk erg handig om uit de hoge hoed te toveren wanneer een nieuwsgierig kind voor het eerst op de proppen komt met de gevreesde vraag ‘waar komen baby’s eigenlijk vandaan?’ Dat gold vroeger destemeer: in de middeleeuwen en nog lange tijd daarna heerste een taboe op seksualiteit, mede onder invloed van de kerk.

Typisch Nederlands?

Het verhaal blijkt niet typisch Nederlands: ook in bijvoorbeeld België, Duitsland, Spanje, Italië, Ierland, de Verenigde Staten en met name Frankrijk komt het voor. In welk land het nu het eerst is ontstaan is moeilijk te achterhalen, maar het verhaal geniet wel duidelijk een grote populariteit in Frankrijk. Bovendien is het waarschijnlijk dat het verhaal vanuit Frankrijk naar Nederland is overgewaaid. Haverkamp (1948) schrijft namelijk, in een boekje over verhalen omtrent de herkomst van kinderen: “[…] op onze tocht langs de levensoorsprongen, herinner ik er in de eerste plaats aan, dat in Frankrijk – men weet het uit de lesboekjes van het eerste uur Frans! – de kinderen van oudsher uit de kool komen”. In Spanje is er een recept vernoemd naar het verhaal dat kinderen uit de kool komen: kool gevuld met gehakt en groente heet daar Niños envueltos en repollo, oftewel ‘kinderen gewikkeld in kool’. In de Verenigde Staten kwamen in 1978 de Cabbage Patch Dolls ten tonele, poppen die uit een kool komen. Dit speelgoed ontpopte zich tot een grote rage in de VS in de jaren tachtig.

Ontstaan van de kool als ‘kinderdrager’

De eerste koolsoorten ontstonden al meer dan 4000 jaar geleden, waarschijnlijk rond het Middellandse Zeegebied. Het is dus een hele oude groente, en was al populair bij de oude Grieken en Romeinen: de bekende Romeinse staatsman Cato bijvoorbeeld noemde kool “de groente die alle andere groentes overstijgt” (De Agri Cultura, 160 v.Chr.). Qua datering lijkt de oudste Nederlandse bron voor het verhaal van kinderen uit de kool, volgens het Woordenboek der Nederlandsche Taal, te stammen uit 1644. Een figuur uit het boek Klucht-Hoofdige Snorrepijpen I, geschreven door Isaac Burghoorn, uitte toen de woorden: “Ick heb daer een Kint helpen halen uytte kool, hier tot onse An”. Burghoorn schreef echter op wat hij gehoord had: het begrip van het kind uit de kool moet dus al eerder dan 1644 in Nederland hebben bestaan.

Waarom de kool in de volksmond zo’n populaire herkomstplek van kinderen is geworden, kan niet met zekerheid worden vastgesteld – het blijft speculatie. Maar een aantal zaken maken de kool wel een aannemelijke kandidaat voor de rol van ‘kinderdrager’. Het is bijvoorbeeld een gelaagde groente die blaadje voor blaadje gepeld kan worden, waardoor er makkelijk iets in ‘verstopt’ kan zitten. Daarnaast was de kool alomtegenwoordig: de voedzame groente was goedkoop en werd door iedereen, arm en rijk, gegeten.

alt

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Komen kinderen in de toekomst nog wel uit de kool?

Het verhaal van de ooievaar was samen met die van de kool een tijdlang het populairst in Nederland; tegenwoordig is dat vooral de ooievaar. Die wordt bijvoorbeeld nog steeds afgedrukt op geboortekaartjes, in tegenstelling tot de kool. Dit heeft mogelijk te maken met veranderende ideeën over de geboorte: vroeger moest het kind dankbaar zijn dat het als één uit duizenden door zijn ouders uit een kolenveld werd geplukt, tegenwoordig is een baby een kostbaar geschenk dat door de ooievaar wordt gebracht en dankbaar door de ouders in ontvangst wordt genomen (de Jager, 1981). Hoe lang het verhaal van kinderen die uit de kool komen nog als bakerpraatje verteld zal blijven worden, is dus maar de vraag…

 


Ook een vraag voor het Meertens Instituut? Mail Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken." mce_' + path + '\'' + prefix + ':' + addy81884 + '\'>'+addy_text81884+'<\/a>'; //--> .

Dit artikel is verschenen in de digitale nieuwsbrief van het Meertens Instituut (mei 2012). Ook abonnee worden? Klik hier

 

Belangrijkste bronnen:

-Haverkamp, O. (1948). Als Het Kindje Binnenkomt… Een folkloristische wandeling langs de oorsprong van ons Nederlandse volk. Naarden: N.V. Uitgevers-Mij A. Rutgers.

-Jager, J. L. de. (1981). Volksgebruiken in Nederland. Utrecht: Het Spectrum.

Zie ook de website van dhr de Jager: www.feestenenrituelen.nl