Een lezeres van de nieuwsbrief hoorde onlangs in de trein iemand vertellen dat zijn tante ‘Hooghaarlemmerdijks’ spreekt. Zij vroeg ons wat dat voor dialect is. Het antwoord op deze vraag wordt gegeven door Nicoline van der Sijs.

Met Hooghaarlemmerdijks wordt een deftig, onnatuurlijk, ‘bekakt’ Nederlands bedoeld. Hooghaarlemmerdijks wordt vooral gebruikt in Friesland en Groningen, maar niet in Amsterdam, hoewel het daar vandaan komt. Het woord verwijst namelijk naar de Amsterdamse Haarlemmerdijk en de taal die daar werd gesproken.

In het verleden werden er volgens taalkundigen verschillende dialecten of ‘tongvallen’ gesproken in de Amsterdamse wijken. Een daarvan was het zogenaamde Haarlemmerdijks, dat te horen was in de omgeving van de Haarlemmerdijk en de Haarlemmerpoort (officieel de Willemspoort). Omstreeks 1775 gold de uitspraak/ee/ voor de lange a als kenmerkend voor het Haarlemmerdijks: de Haarlemmerdijkers zeiden street in plaats van straat, wat leidde tot spotzinnetjes voor het Haarlemmerdijks als: ien neelde met ien bleeuwen dreed, en slee de heek in de peel en heel nee je.In het Kattenburgs - een ander Amsterdams dialect – zou dit zijn uitgesproken als: een naald met een blauwe draad en sla een haak in de paal en haal naaje [naar je]. Een andere typerende uitspraak voor het Haarlemmerdijks was Men moet de Maiden meiden ‘men moet de meiden mijden’.

Typisch Amsterdams

De taalkundige Johan Winkler onderscheidde in 1874 maar liefst negentien verschillende Amsterdamse dialecten. Onder die dialecten noemde hij ook het Haarlemmerdijks. Als kenmerkend voor dit dialect vermeldde hij de uitspraak van de lange a, die lang werd aangehouden en neigde naar oa: zo klonk maan volgens Winkler als moa-an.“Deze uitspraak wint, zonderling genoeg, hoe langer hoe meer veld in dit gedeelte van Amsterdam”, aldus Winkler. Daarin heeft hij gelijk gekregen, want de uitspraak oa geldt momenteel als typisch voor het Amsterdams. Opvallend is dat deze klank kennelijk jong was, want in de 18e eeuw kwam hij in het Haarlemmerdijks nog niet voor.

Een ander kenmerk van het Haarlemmerdijks was volgens Winkler “de sterk rochelende (haarlemsche) uitspraak der g”. Andere taalkundigen wezen nog op de uitspraak oi in plaats van ui: loizig, doizend, sloier, oit voor luizig, duizend, sluier, uit. Kattenburgers zeiden daarentegen leuizig of deuizend. Echte Kattenburgers lieten er zich in die tijd op voorstaan dat ze nooit aan het Aêr-end, het ‘andere eind’ ofwel de Haarlemmerpoort, waren geweest...

Het Haarlemmerdijks was dus, zo blijkt uit de voorbeelden, volkstaal of plat-Amsterdams. Mensen die sociaal hogerop wilden, zwoeren de Haarlemmerdijkse tongval af, en stapten over op wat door mensen buiten Amsterdam spottend Hooghaarlemmerdijks werd genoemd. Zo schreef Het volk: dagblad voor de arbeiderspart─│ over het eerste optreden in de Kamer van minister van Marine J. Wentholt (geboren in Overijssel) op 11-12-1907:

“Tot elks verbazing heeft bovendien deze Excellentie een accent in zijn stem, dat Nolting met sympathie deed vragen: Waar, voor den drommel, heeft die vent zijn Hoog-Haarlemmerdijksch vandaan?”

Met Nolting wordt Piet Nolting bedoeld, een Amsterdamse biljartmakersgezel die in 1897 als een van de eerste arbeiders voor de Radicale Bond toetrad tot de Tweede Kamer en die zijn redevoeringen met een onvervalst Amsterdams accent uitsprak - en dus niet in Hooghaarlemmerdijks.

Bierkaais

Een ander berucht Amsterdams dialect was het zogenaamde Bierkaais, gesproken rond de Bierkaai, een deel van de Oudezijds Voorburgwal, gelegen bij de Oude Kerk in Amsterdam. Johan Winkler schreef hierover: “De Bierkaai heeft nog een zeer oorspronkelijke bevolking; nog kan men er op de Bierkaai vinden, die roemen dat ze van ouder tot ouder Bierkaaiers zijn, en dat hun voorouders nooit ergens anders gewoond hebben. [...] Hun tongval is zeer klankrijk, maar ik zie geen kans hem met letters af te beelden; men moet hem uit den mond der Bierkaaiers hooren.” Een andere taalkundige durft het wel aan enkele speciale klanken te vermelden: hij noemt als typisch Bierkaais boiten voor ‘buiten’, ik bin voor ‘ik ben’, en een o-achtige a in haor ‘haar’.

Het Bierkaais behoort inmiddels tot het verleden, maar de Bierkaai is bewaard gebleven in het spreekwoord tegen de bierkaai vechten. Aan de Bierkaai werden vaten met bier aangevoerd en door sjouwers geladen en gelost. Die sjouwers waren sterk en hadden een kort lontje; ze golden dan ook als beruchte vechtersbazen. Vandaar dat de uitdrukking tegen de bierkaai vechten voor ‘een bij voorbaat verloren strijd strijden’ begin 19e eeuw zijn intrede deed.

Hoe goed is jouw Amsterdams?

Tussen de Amsterdamse wijken bestaan tegenwoordig geen uitspraakverschillen meer. Wel wordt het Amsterdamse dialect gekenmerkt door typisch Amsterdamse woorden. Althans: dat wordt beweerd. Klopt dat wel, of zijn Amsterdamse woorden tegenwoordig ook ver buiten Amsterdam bekend? Om dat na te gaan hebben we in samenwerking met het tijdschrift Quest de test ‘Hoe goed is jouw Amsterdams?’ ontwikkeld. In een van de vragen komt ook de Haarlemmerdijk aan de orde: weet u wat de uitdrukking Haarlemmerdijkies maken betekent? Als u het antwoord wilt weten, doe dan even mee aan de test. Die is hier te vinden: https://www.quest.nl/test/hoeveel-amsterdams-ken-jij

Meer informatie

Quiz: hoe goed is jouw Amsterdams?

Dit artikel is verschenen in de nieuwsbrief (november 2018) van het Meertens Instituut. Heeft u een vraag voor het instituut, stuur dan een Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.. Ook interesse in de nieuwsbrief? Klik hier voor meer informatie.