Hoe moet de bijnaam Neukwaterwaard begrepen worden?

Erik Werps schrijft het Meertens Instituut een brief over een schikking uit 1614 tussen Cornelis Gerrits Schoemaecker en Cornelis Corstiaenstz. De eerste Cornelis heeft een stevige schuld uitstaan bij de tweede Cornelis, en de schout van Wijk aan Zee en Duin, Maerten Eevertsz, komt met een soort schuldsanering waarbij de eerste Cornelis jaarlijks een bedrag moet terugbetalen (Oud-Rechterlijk Archief van Wijk aan Zee en Duin, inventarisnummer 1323, p. 51). Van de schuldeiser wordt ook zijn bijnaam genoemd: “Cornelis Corstiaenstz alias Nueck water waert”. Hoe moet die bijnaam nu begrepen worden?

door Theo Meder

Volgens de akte was Cornelis Corstiaenstz eigenaar van een herberg in Beverwijk. Stond die herberg in de buurt van het water? Sloeg daar die bijnaam op? Nee, de oplossing van de bijnaam is veel platter en vulgairder: Cornelis wordt wel de “neukwaterwaard” genoemd. Als herbergier stond Cornelis bekend als de kastelein of de waard van het neukwater - de schenker van alcohol met andere woorden. Alhoewel de woordenboeken erover zwijgen in alle toonaarden, zijn er enkele 17e-eeuwse teksten te vinden die duidelijk maken dat neukwater hoogstwaarschijnlijk een uiterst platte, volkse benaming is voor jenever. Zo vinden we in de klucht De bedroge girigheyd of Boertige comoedie van Hopman Ulrich van J. van Paffenrode uit 1661 het “neukwater” terug in een opsomming van alcoholica die genuttigd wordt tijdens een slemppartij.

Tot de andere alcoholica behoorde onder andere het “hembdeken raap op” – waar de kleertjes kennelijk van uitgaan. Het zijn deels incrowd-woorden zoals wij die nu nog kennen van bijvoorbeeld de “kopstoot” (bier met jenever). Het “neukwater” komt ook voor in De Hoogduytsche quacksalver van G.A. Bredero uit 1619. De oude heer Drooge Lammert (nomen est omen) trouwt met een jonge bruid en zou haar graag seksueel van dienst zijn, maar het lukt niet meer. De Duitse kwakzalver geeft hem een briefje met een recept hiervoor en één van de ingrediënten is “neuck-wasser”.

Het mag inmiddels duidelijk zijn waarom sterke drank wel neukwater werd genoemd: de drank maakt de zeden losser en jaagt de lust aan. Er werd in een recenter verleden ook wel gedacht dat eieren libidoverhogend zouden werken en ze heetten daarom in de volksmond (onder soldaten) wel “neukpatronen”. Onder de Britten is het woord “beergoggles” gangbaar: hoe meer bier er gedronken wordt, hoe rooskleuriger men de wereld door de bierbril ziet, en hoe aantrekkelijker de vrouwen worden. In internet-memen wordt bier nog altijd aangeprezen als manier om de schroom te overwinnen en de liefde te bedrijven.