Weet u waar de woorden pa- en ma-lappen vandaan komen? Het schijnen een soort sukadelapjes te zijn volgens het Amsterdamse slagersjargon. Maar waar komen die woorden vandaan? 

Met vriendelijke groet, Thera van der Ven

Deze vraag wordt beantwoord door Mathilde Jansen

Geen van onze (Amsterdamse) onderzoekers was bekend met deze woorden, maar op internet zijn er inderdaad bronnen te vinden die verwijzen naar het Amsterdamse slagersjargon. Zoals in een artikel op de website van Acht Uitzendbureau:

“In het slagersjargon kennen we veel streekbenamingen. Zo zijn er in Amsterdam Ma-lappen en Pa-lappen, spreken we in Rotterdam van Harstkarbonaden en verder wordt er gesproken over Dominostukken, Boomerangs en Ezeltjes. Twee Nederlandse slagers begrijpen elkaar soms niet ondanks dezelfde taal.”

Ook op een internetforum over koken wordt gezegd dat ‘palappen’ Amsterdams is voor draadjesvlees. Bovendien komen we het woord in deze betekenis tegen op de website Geheugen van Oost, een platform waarop mensen verhalen delen over Amsterdam-Oost. Het verhaal van Cor Lütter speelt in de periode 1935-1939:

"Ook op de Zeeburgerdijk, tegenover het abattoir, was de veemarkt met in het midden een café-koffiehuis waar de veehandelaren zaken deden, wat beklonken werd met een borrel. Daar zochten de slagers zelf hun vee uit, wat dan via het abattoir en de vleesrijders weer in de slagerij terechtkwam. Dat ging niet zoals nu via de grossiers in kleine stukken, maar halve koeien en varkens tegelijk die daarna in de winkel werden uitgebeend. Alles van het beest werd zoveel als mogelijk verkocht, een kilo pa-lappen met een halfpond niervet."

Pannenkoek en pannenlap

Hoewel we dus verschillende vermeldingen van het woord ‘pa-lap’ of 'palap' vinden in de betekenis ‘draadjesvlees’, heb ik geen verklaring voor dit woord kunnen vinden. Een collega wees me op een andere betekenis van ‘palap’: het is namelijk ook een dialectwoord voor ‘pannenkoek’. Wellicht kan de etymologie van dit woord ons verder helpen.

In het dialect van Okegem (Oost-Vlaanderen) komt het woord ‘palak’ voor, wat volgens kenners van dat dialect voortkomt uit ‘pallap’, wat op zijn beurt een assimilatie is van ‘panlap’. Net zoals we vaak 'zaddoek' zeggen voor 'zakdoek'. Een ‘panlap’ is een pannen- of ovenkoek. In de Verhalenbank komen we ‘palap’ ook tegen in de betekenis van pannenkoek. Het gaat om een verhaal opgetekend in het Vlaamse Ninove.

Wellicht dat de herkomst van dit Vlaamse dialectwoord, namelijk uit ‘panlap’ (pannenlap), ook opgaat voor het Amsterdamse palap. Een stooflapje of sukadelapje is immers een lap vlees die je lang laat sudderen in een (stoof)pan. Het woord ‘palap’ kan door volksetymologie de betekenis ‘stukje vlees voor vader’ hebben gekregen; en de daaruit voortgekomen betekenis van ‘malap’ laat zich dan makkelijk raden.Toch is dit nog erg speculatief, en zijn er misschien lezers die een betere suggestie hebben? Wij horen het graag!

foto: Flickr,com, Andrzej MadPole Szymanski via CC BY-NC-ND 2.0

Bronnen:

http://www.acht-uitzendburo.nl/index.php/98-is-het-een-nekkie-of-een-schoffie

https://geheugenvanoost.amsterdam/page/10296/spelen-tussen-de-bedrijven

http://www.rausa.be/userfiles/rausa%204%202014%20.pdf