Hoe oud is carnaval in Nederland?

Het antwoord wordt gegeven door Leonie Cornips. Zij is onderzoeker variatielinguïstiek aan het Meertens Instituut en bijzonder hoogleraar Taalcultuur in Limburg aan de Universiteit Maastricht.

Het vieren van Carnaval in georganiseerd verband in Nederland zoals we het nu kennen, is nog niet oud. Limburg bijvoorbeeld, de provincie die zich bij uitstek met carnaval associeert of door anderen (samen met Brabant en Zeeland) als de unieke carnavalsprovincie gezien wordt, vierde georganiseerd carnaval nauwelijks voor de Tweede Wereldoorlog. Wel richtte de gegoede burgerij in de negentiende eeuw al de Sociëteit Momus in Maastricht (1839) op en een paar jaar later de Sociëteit Jocus in Venlo. Dat zijn momenteel de oudste carnavalsverenigingen in het huidige Limburg. Het ongeorganiseerde carnaval werd wel al in de middeleeuwen gevierd maar onderdrukt tijdens de reformatie en kent een langzame opleving in de 19e eeuw. Maar pas in de jaren vijftig van de vorige eeuw ging het georganiseerde carnaval écht leven, getuige de in rap tempo opgerichte 115 nieuwe carnavalsverenigingen door heel Limburg. In Tilburg was het vieren van carnaval zelfs verboden tot 1965.
 
Gemeenschapsfeest
 
Carnaval is overigens een nieuwe benaming uit de zeventiende eeuw; de naam Vastenavond (Fastnacht) is veel ouder. In Limburg wordt carnaval vastelaovend genoemd en het wordt beleefd als een gemeenschapsfeest. De Venloose schrijver Jan van Mersbergen omschrijft carnaval als ‘samen feestvieren, de nacht aanvallen, drinken, zingen, dansen’. Een feest van ‘gevoelde saamhorigheid, relativering, verbroedering en loutering’. Maar het is vooral ook een feest waarin het verschil met anderen zich toont, verdiept en verscherpt.

Zelfs veel Limburgers weten niet dat Maastricht twee universiteiten kent waarvan er een een heuse carnavalsuniversiteit is. De Universiteit van Maastricht (UM) heeft net haar 41e verjaardag gevierd maar er is nog een oudere universiteit, de NUL genaamd! De NUL is een acroniem voor de Narren Universiteit Limburg die al 52 jaar oud is. De NUL kent een heuse Magnifieke en Vieze Rector en een stoet aan professoren en studenten als publiek. Aan deze universiteit leer je overigens niet hoe je moet sjunkele (gearmd op en neer bewegen op walsmuziek) en buutrednen (praten vanuit een ton), en ook niet hoe je je moet verkleden of haring moet happen.
 
Examen in dialect
 
Deze universiteit opent en sluit het academisch jaar tijdens haar dies natalis-viering gedurende één avond. Op die avond behalen kandidaten in dialect hun examens zoals het doctoraal examen. Het bijbehorend diploma heet doctorandus humoris causa. Behalve het diploma ontvangt de kersverse drs. een (appel)bol op een stokje: de ból. Daarna kan een kandidaat promoveren tot doctor humoris causa en ontvangt hij twee bollen op een stokje (de böl) en een gekalligrafeerd diploma en een kappa (manteltje) met het wapen van de provincie Limburg en het beeldmerk van de NUL.
 
Een aanstaande professor aanvaardt zijn ambt bij de NUL met een lezing in dialect, waarna hij wordt ingehuldigd met de toga en de baret van de Narrenuniversiteit. Er is geen gender- of leeftijdsbalans aan deze universiteit: de weegschaal slaat beduidend door voor oudere, mannelijke en witte doctorandi, doctoren en professoren. Het woord nul is tijdens de diesviering erg geliefd en kolderieke humor oftewel sjele ze(i)ver in het dialect voert de boventoon.
 
Gebruikte literatuur: Carla Wijers. 1995. Prinsen & clowns in het Limburgse narrenrijk. Amsterdam: P.J. Meertens-Instituut.
Website Narren Universiteit Limburg

Foto: Kerkrade, ca. 1957, twee meisjes in een zogenoemde buut - eigendom Simone Wolff