Waarom is identificatie met de buurt zo belangrijk voor hiphop?

Het antwoord wordt gegeven door Aafje de Roest. Zij doet als stagiair bij het Meertens Instituut onderzoek naar de verbeelding van plaatsen en ruimtes in Nederlandse hiphop.

In Amsterdam zie je momenteel overal jonge mensen in Smib-shirts paraderen. Smib is een creatief collectief dat bestaat uit jongens die kunst maken, in samenwerking of alleen. Smib is omgedraaid de Bims: de Bijlmer. De referentie van Smib aan de buurt waar zij vandaan komen is niet vreemd binnen hiphop. Sinds het ontstaan van dit genre identificeren hiphopartiesten zich met hun buurt, wijk of stad. Het kan daarbij zowel gaan om een geografische plaats, een punt op de kaart (in dit geval de Bijlmer in Amsterdam) als om een ruimte (in het geval van Smib: de buurt, de hood). Door zich te identificeren met een bepaalde omgeving, geven hiphopartiesten veel prijs over de manier waarop zij zichzelf, anderen, Nederland en de rest van de wereld bezien. Dit komt terecht bij hun luisteraar, en zo kan ook diens manier van kijken naar een bepaalde omgeving veranderen.

Osdorp Posse

De identificatie van hiphopartiesten met specifieke plaatsen en ruimtes komt in de Verenigde Staten al langer voor. Maar sinds de jaren 90 is deze trend ook in Nederland doorgedrongen, met als beginpunt de alom bekende Osdorp Posse: Osdorp is een wijk in de Westelijke Tuinsteden in Amsterdam. Daarna volgden diverse lokaal- en regionaalgeoriënteerde hiphopformaties als Opgezwolle, THC (Tuindorp Hustler Click) en DAC (De Amersfoortse Coöperatie). Diverse formaties rappen over de stad waar zij vandaan komen, bijvoorbeeld Opgezwolle in ‘Verre Oosten’ en ‘Zwolsche boys’ (2003, 2004), U-niq en Winne in ‘Rotterdam’ (2006), en Yung Internet in ‘De binnenstad’ (2015).Van een rapper als Lil Kleine weten veel mensen dat hij uit Amsterdam komt, en van Ronnie Flex is bekend dat hij in Capelle aan de IJssel opgroeide.

Eerder onderzocht ik hoe rappers als Akwasi, Bokoesam of Kraantje Pappie via hun muziek over hun hybride identiteit vertellen en via hun artiestenrol jongeren willen motiveren om meer over hun afkomst te weten te komen. In een ander onderzoek betoogde ik dat in raps over Nederland via ogenschijnlijke trots en bij uitstek nationalistische retoriek diverse maatschappelijke problemen worden aangekaart: racisme, sociale en economische ongelijkheid, onwetendheid en hypocrisie van de Nederlander en de onbetrouwbaarheid van de overheid en politici.

Keepin’ it real

We gaan nog even terug naar de kunstenaars van Smib. Zij benoemen continu de Bijlmer (Bims), met als belangrijkste voorbeeld hun naam. Ze refereren in lyrics, beelden en interviews aan postcodes uit de Bijlmer, brengen metrostations en de Bijlmerflats in beeld, en zijn te zien als ze door de buurt ‘cruisen’ op een zeer lokaal vervoersmiddel: de fiets. In interviews en lyrics geeft Smib shout-outs (uitroepen, red.) naar de leden van de posse, de sociale kring om hen heen die haast als een familie aanvoelt, en die actief bijdraagt aan het succes van de formatie. De kunstenaars van Smib focussen ook op hun eigen taal (lingo), Smibanese, waarbij woorden worden omgedraaid, zoals Smib voor Bims.

Hierin lijkt Smib heel origineel, maar eigenlijk kenmerken hiphopartiesten zich altijd door een bepaalde vocale flow of specifieke (straat-)taal, en ook door verwijzingen naar plekken in de wijk, buurt of stad die enkel leden van de posse kunnen begrijpen. Deze referenties zijn direct verbonden aan de praktijk van keepin’ it real, waarbij je je niet distantieert van de plek waar hiphop ontstaan is en waar jij zelf ontstaan bent. Het betekent dat je weet waar je het als artiest over hebt, omdat je het zelf hebt meegemaakt (lived experience). Het draagt bij aan je realness: geloofwaardigheid en eigenheid. Al dit soort verwijzingen functioneren als insluitingsmechanisme, want wie ze snapt, hoort erbij. Tegelijkertijd functioneren ze als uitsluitingsmechanisme; wie niet weet dat 1103/1104 postcodes in de Bijlmer zijn, hoort duidelijk niet bij de posse.

Smib presenteert zichzelf dus nadrukkelijk als een lokale, gesloten en authentieke formatie, maar wil tegelijkertijd ook meer. Hun ondertitel is veelzeggend: Smib Worldwide. Het liefst zou Smib ook nationaal of globaal bekendheid genereren. In dit proces van going global is er echter het risico om de realness van de hood te verliezen. De toekomst moet uitwijzen of Smib in staat is dit met elkaar te combineren. Smib beweegt binnen een steeds verschuivende dynamiek: door zich lokaal te profileren wil Smib globaal bekend worden, om de vergaarde globale roem vervolgens in te zetten om lokaal kansen te kunnen creëren.
          

Verder lezen:

Forman, M. 2002.The 'hood comes first; race, space, and place in rap and hip-hop. (Music/Culture). Middletown: University Press.

Forman, M. and Mark Anthony Neal. 2004 (2011). That’s the Joint! The Hip Hop Studies Reader. London: Routledge.

Stapele, S. Van. 2002. Van Brooklyn naar Breukelen. Nationaal Pop Instituut.

Luisteren:

Ray Fuego & GRGY - Bummy Boys (prod. GRGY) (2015).

Ray Fuego - Dimmelicht (prod. GRGY) (2016).

Ray Fuego & GRGY - Yung Bum (prod. GRGY) (2014).


Foto: SMIB webshop 

_______________________________________

Dit artikel is verschenen in de nieuwsbrief (februari 2017) van het Meertens Instituut. Heeft u een vraag voor het instituut, stuur dan een Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.. Ook interesse in de nieuwsbrief? Klik hier voor meer informatie.