Mijn vraag aan jullie is: waarom past mijn tongval zich aan, naar mate ik een tijdje (soms zelfs bijna direct) spreek met iemand met een andere tongval? Dit gebeurt mij zowel in het Nederlands, als het Engels en Spaans. Met vriendelijke groet, Rianne van der Bom

Het antwoord wordt gegeven door Mathilde Jansen

Het klopt dat mensen zich in hun taalgedrag aan elkaar aanpassen. Overigens geldt dit niet alleen voor de taal die ze gebruiken, maar ook in de non-verbale communicatie. Want hoe vaak gebeurt het niet dat jij en je gesprekspartner allebei met de handen over elkaar staan? Dit spiegelen gebeurt vaak heel onbewust.

Regiolect

Als het om taal gaat, heb je verschillende manieren van aanpassing. Een Fries en een Limburger bijvoorbeeld kunnen elkaar moeilijk verstaan, en zullen in hun communicatie het Standaardnederlands gebruiken.

Maar een Fries en een Groninger hoeven maar een aantal dialectkenmerken weg te laten om met elkaar te kunnen spreken. Ze spreken dan Nederlands met een aantal noordelijke kenmerken. Denk aan de uitspraak of bepaalde zinsconstructies. Een dergelijke variant van het Nederlands noem je een regiolect.

Identiteit

Als taalgebruikers zich aan elkaar aanpassen, spreek je van convergentie. Maar het tegenovergestelde, divergentie, komt ook voor. Dat komt doordat taal gebruikt wordt met verschillende doelen: om te communiceren en om onze identiteit te benadrukken. Aanpassing vindt plaats in ons streven naar optimale communicatie.

Als we taal gebruiken om onze identiteit uit te drukken, treedt er divergentie op ten opzichte van een andere groep taalgebruikers. Met ons taalgebruik geven we aan bij welke groep we willen horen, en dat betekent vaak dat we verschillen met andere groepen benadrukken. Dat zie je vaak gebeuren bij naburige dorpen, die met spotzinnetjes aangeven in welk opzicht de dialecten van elkaar verschillen.

Oud hout

Tijdens mijn promotieonderzoek naar het Amelander dialect werd ik door mijn informanten veelvuldig gewezen op het zinnetje Oud hout op de zolder, dat het verschil in uitspraak aangaf tussen de oost- en westkant van het eiland. Amelanders spreken de ou meestal uit als een oa-klank, maar aan de oostkant is hun mond net iets opener dan aan de westkant, waardoor een subtiel klankverschil optreedt.

Aan de hand van dit enkele zinnetje kunnen Amelanders dus horen of iemand van oost of west komt. Bij verschillende sprekers werd het contrast nog wat uitvergroot.

Zachte g

Maar over het algemeen passen taalgebruikers zich onbewust aan elkaar aan. Bijvoorbeeld in de uitspraak. Toen ik als geboren en getogen Texelaar in Nijmegen ging studeren, nam ik onbewust de daar gangbare zachte G over. Ik werd erop gewezen door een Texelse buschauffeur, toen ik een weekendje terugkwam naar mijn ouders.

Zo kan het ook gebeuren dat je onbewust in een gesprek (aspecten van) een Amerikaans accent van iemand overneemt. Door te spiegelen stel je je gesprekspartner onbewust op zijn gemak. Eigenlijk zeg je ermee: wij zijn hetzelfde!

Meer informatie over mijn promotieonderzoek op Kennislink.

Foto via Flickr.com, Asim Bharwani, Catching up