Vorig jaar kon iedereen die dat wilde vragen stellen aan de Nationale Wetenschapsagenda. Onder de ruim elfduizend vragen die toen gesteld waren, gingen er enkele tientallen over taalvariatie – een van de aandachtspunten van het Meertens Instituut. Die vragen zijn door een commissie van wetenschappers samengebracht in een zogenoemde 'clustervraag': Wat zijn de oorzaken van taalvariatie en hoe komt het dat we elkaar ondanks die verschillen toch kunnen verstaan?

De vraag wordt beantwoord door onderzoeker Marc van Oostendorp

Complex systeem

Eigenlijk bestaat die vraag natuurlijk uit twee, eigenlijk heel verschillende, deelvragen. De eerste benoemt iets dat mensen zich al heel lang afvragen: hoe komt het dat er zoveel verschillende talen en dialecten zijn en dat er eigenlijk geen twee mensen precies hetzelfde spreken? Het antwoord op die vraag moet deels misschien gezocht worden in de ingewikkeldheid van taal: het is een enorm complex systeem dat kinderen min of meer spelenderwijs in de eerste jaren van hun leven oppikken uit hun omgeving. Door naar hun ouders en andere volwassenen te luisteren leren ze binnen korte tijd tienduizenden woorden en een heel ingewikkelde grammatica. Geen wonder dat het ene kind soms net wat andere woorden leert of net wat andere conclusies trekt over de grammatica als de andere.

Eigen groep

Een andere belangrijke factor is ongetwijfeld dat mensen al die variatie ook gebruiken, namelijk om aan een ander binnen een fractie van een seconde te kunnen horen hoe oud hij is, tot welke maatschappelijke klasse hij behoort en vooral waar hij vandaan komt. Taal is hét middel bij uitstek waaraan we horen of iemand tot onze eigen groep hoort of niet.

Elkaar verstaan

Het tweede deel van de 'clustervraag' is zo mogelijk nog ingewikkelder om te beantwoorden. Het is om te beginnen niet zo duidelijk wat het betekent dat 'we elkaar toch kunnen verstaan'. De meerderheid van de mensheid kunnen we immers helemaal niet verstaan omdat ze talen spreken die veel te verschillend zijn van de onze. Het is tegelijkertijd waar dat er anderzijds een belangrijke groep mensen is die we wél kunnen verstaan: de meeste Nederlanders zullen de meeste andere Nederlanders eventueel met enige moeite best kunnen begrijpen.

Maar ook dat is niet zo wonderlijk: de reden waarom kinderen een specifieke taal leren is immers dat ze anderen in hun omgeving kunnen begrijpen. Ze willen niet alléén maar laten horen dat ze anders zijn.

Vraag naar de mens

Er valt natuurlijk veel meer te zeggen over deze vraag – al het taalkundig onderzoek op het Meertens Instituut gaat er in zekere zin over –, maar alleen al uit deze overwegingen blijkt dat de vraag naar taalvariatie uiteindelijk een vraag is naar de mens: een wezen dat andere mensen wil begrijpen en zich tegelijkertijd van hen wil onderscheiden en die daar al op zeer jonge leeftijd mee begint. Wie het antwoord op de clustervraag precies kan geven, begrijpt de mens.

_______________________________________________________________________

Dit artikel is verschenen in de nieuwsbrief (april 2016) van het Meertens Instituut. Heeft u een vraag voor het instituut, stuur dan een Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.. Ook interesse in de nieuwsbrief? Klik hier voor meer informatie.