Zojuist las ik een artikel over de voordelen van tweetaligheid. Nu vermoed ik dat dat ook werkt, zij het waarschijnlijk in mindere mate, bij een 'tweetalige' dialect/ABN-opvoeding. Is daar wel eens onderzoek naar gedaan? Hoogachtend, dhr. van Reenen.

Het antwoord wordt gegeven door taalkundige Leonie Cornips.

Tweetalige kinderen

Kinderen die thuis met een dialect en het Nederlands opgroeien, zijn van huis uit tweetalige kinderen, net als immigrantenkinderen. Dialecten in Nederland en Vlaanderen kunnen taalkundig gezien enorm van de standaardtaal verschillen en zouden daarom geen dialecten maar talen genoemd kunnen worden. Een goed voorbeeld van zo’n taalkundig verschil is het bepaald lidwoord. Het Nederlands kent twee vormen voor het bepaald lidwoord – ‘de man’ en ‘het huis’ – wat laat zien dat Nederlands twee grammaticale geslachten heeft: het lidwoord het gaat vooraf aan onzijdige en het lidwoord de gaat vooraf aan niet-onzijdige zelfstandige naamwoorden. Het Nederlands verschilt hierin van het Duits dat drie grammaticale geslachten heeft, te weten mannelijk ‘der Bus’ ‘de bus’, vrouwelijk ‘die Frau’ ‘de vrouw’ en onzijdig ‘das Auto’ ‘de auto’. Maar het verschilt hierin ook van het Frans dat wel twee grammaticale geslachten heeft, maar een onderscheid maakt in mannelijk ‘le table’ ‘de tafel’ versus vrouwelijk ‘la bouche’ ‘de mond’ (in plaats van onzijdig en niet-onzijdig). In tegenstelling tot het Nederlands hebben dialecten in Limburg, Oost-Brabant, Oost-Gelderland en Oost-Overijssel net als het Duits ook drie grammaticale geslachten. Het Heerlens dialect kent ‘de boot’ (vrouwelijk), ‘d’r maan’ ‘man’ (mannelijk) en ‘’t mets’ ‘mes’ (onzijdig). In dit kenmerk gedraagt het Heerlens zich net als het Duits en dus als een andere taal dan het Nederlands, maar toch is het in onze beleving een dialect.

Taalkundige criteria

Alle taalkundigen zijn het erover eens dat het onderscheid tussen een taal en dialect niet gemaakt kan worden op basis van taalkundige criteria. Een taal en dialect kunnen taalkundig sterk van elkaar afwijken terwijl talen net zo goed taalkundig met elkaar kunnen overeenkomen. Taalkundige criteria zijn dus niet in staat om talen of om een taal en een dialect eenduidig van elkaar af te bakenen. Toch ervaren we het onderscheid tussen een taal en dialect als een reëel onderscheid. Het weerspiegelt de sociale gelaagdheid binnen een samenleving, waarin sprekers van een taal als veel belangrijker en prestigieuzer ervaren worden dan sprekers van een dialect. Deze hiërarchie weet zich moeiteloos te handhaven doordat een taal gecodificeerd is, oftewel vastgelegd is in bijvoorbeeld woordenboeken. Maar ook doordat deze gebruikt wordt in instituties zoals school, universiteit, openbaar bestuur, administratie en rechtspraak, evenals in literatuur, wetenschap en landelijke media.

Voordelen van dialectsprekende kinderen

Er is mondjesmaat onderzoek verricht naar de taalkundige en cognitieve voordelen van dialectsprekende kinderen. Cornips & Hulk (2006) en Cornips (2014) laten zien dat Limburgse dialectsprekende kinderen in het Nederlands het bepaald lidwoord HET sneller en op jongere leeftijd verwerven dan eentalige kinderen.

In februari dit jaar is een onderzoek gestart naar cognitieve voordelen van tweetalige dialectsprekende kinderen (projectleider Cornips, uitvoerder drs. Kirsten van den Heuij Universiteit Maastricht/Meertens Instituut). Op dit moment nemen 80 dialectsprekende kinderen in Limburg aan dit onderzoek deel. Dit onderzoek sluit aan bij het VIDI-onderzoek van dr. Elma Blom aan de Universiteit Utrecht. In dit onderzoek zijn naast Turks-Nederlands en Marokkaans-Nederlands ook Fries-Nederlands tweetalige kinderen betrokken. De resultaten van de Limburgse kinderen hopen we eind volgend jaar bekend te kunnen maken. Die van de Friese kinderen over vier jaar omdat dit een langlopend onderzoek betreft.

Afbeelding World Bank Photo Collection, Children in primary school on the first day of classes in the new school year, Flickr.com.