Bij of naar aanleiding van de geboorte van onze jongste kregen we van een relatie een zilveren geboortelepel, rond 1850 in Friesland vervaardigd. Graag zou ik informatie ontvangen over de gebruiken rond de geboortelepel. Meer specifiek zou ik willen weten of de geboortelepel traditioneel aan het kind dan wel aan de ouders werd geschonken. Dhr. F. van Putte

Het antwoord wordt gegeven door Marianne van Zuijlen

Geschenk aan het kind

Uit de literatuur die ik heb doorgenomen krijg ik de indruk dat de geboortelepel een geschenk aan het kind was.

Het hoofdstuk over geboortelepels in de publicatie Oude zilveren lepels voor bijzondere gelegenheden vervaardigd (1967) van E.M.Ch.F. Klijn, medewerker van het Nederlands Openluchtmuseum in Arnhem, stipt de cultuurhistorische context van het schenken van een geboortelepel aan, maar is geen grondig onderzoek. In zijn werk Eet- en sierlepels in Nederland tot ca. 1850 (1987) gaat Klijn alleen in op de vormontwikkeling.

Geboortegeschenken in bronnen

Bij gebrek aan bronnen is niet na te gaan hoe het geven van geboortegeschenken is ontstaan, en ook welke geschenken, en in het bijzonder de geboortelepel, precies werden gegeven.

Schotel gaat in het hoofdstuk De Pillegift (Het Oud-Hollandsch huisgezin der zeventiende eeuw, 1867, p. 54-61) wel in op het geven van geschenken bij geboorte, maar dat betreft alleen de hogere (en rijkere) stand. Schotel maakt geen melding van de geboortelepel, net als Le Francq van Berkhey die in de Natuurlyke historie van Holland (derde deels, tweede stuk, 1773, p. 1268, 1272-1273) op bijna antropologische wijze het leven in het huidige Noord- en Zuid-Holland plus Zeeland in de achttiende eeuw beschrijft, met o.m. aandacht voor gebruiken bij geboorte.

Dat het schenken van een geboortelepel niet bij Le Francq van Berkhey voorkomt, kan een indicatie zijn dat dit geen algemeen gebruik was in Holland. De Tegenwoordige staat of historische beschryvinge van Friesland (1763) van J. H. Knoop bevat geen beschrijvingen van gebruiken, en daarmee ook niet van geschenken bij geboorte. Opmerkelijk is dat Klijn (Oude zilveren lepels, 1967, p. 11), op grond van het voorkomen van geboortelepels in verzamelingen en bij antiquairs, constateert dat de geboortelepels in de zeventiende, achttiende en negentiende eeuw bij duizenden zijn gemaakt, en gezien die aantallen niet alleen voor geboortes in welgestelde families. Hoe hij tot deze aantallen komt maakt hij niet duidelijk.

Geboortelepel

De verklaring van Joast Hiddes Halbertsma in De Geboarte-leppel (Eeltsje H. Halbertsma, Tjalling Hiddes Halbertsma en Joost Hiddes Halbertsma, Rimen en teltsjes, 1994 (eerste druk 1871), p. 82-84) is een voorbeeld van de manier waarop in de negentiende eeuw over het ontstaan van gebruiken wordt gedacht. Volgens Halbertsma is het gebruik dat een peter of meter een geboortelepel schenkt, terug te voeren op de gewoonte bij de Germanen om een pasgeboren kind dat niet door de ouders gevoed kan worden, te vondeling te leggen met een zakje zout. De vinder die wat zout op het lipje van het kind legt, is daarmee verplicht het kind te verzorgen.

Bij de kerstening is de verplichting om voor een ouderloos kind te zorgen één van de overgenomen heidense gebruiken, gesymboliseerd door het schenken van een zilveren lepel met de naam van het kind. De figuur aan het uiteinde van de steel is de apostel of heilige aan wie de pleegouder heeft beloofd om voor het kind te zorgen, en die op de dag des oordeels tegen de pleegouder getuigt als de verplichting niet is nagekomen. Hij geeft aan dat in zijn tijd het schenken van een geboortelepel alleen maar een bewijs van vriendschap aan de ouders van het kind is. Halbertsma beweert dat Mennisten (doopsgezinden) hun geboortelepel als geboortebewijs gebruiken; zij houden geen geboorteregisters bij door het ontbreken van de kinderdoop.

Bij geboorte of verjaardag

Klijn stelt dat geboortelepels heel vaak niet onmiddellijk na de geboorte zijn gemaakt. Op veel geboortelepels ligt de jaarletter van de zilversmid later dan het geboortejaar dat op de lepel is gegraveerd. Ook Waling Dykstra vermeldt in Volksgebruiken (tweede deel van Uit Friesland's volksleven, Volksoverleveringen, volksgebruiken, volksvertellingen, volksbegrippen. Tweede deel. Volksgebruiken 1976, eerste druk 1892, p. 224-225) dat in gegoede families ieder kind, hetzij kort na de geboorte of later op een verjaardag, een geboortelepel kreeg. Deze zilveren eetlepel, met ingegraveerd de naam en de geboortedatum, was een geschenk van een oom of tante, grootouders of soms van de ouders zelf.

De reden waarom het geven van een geboortelepel beperkt is gebleven tot (vooral) Friesland, Groningen en (Noord-)Holland is onbekend. Klijn (Oude zilveren lepels, 1967, p. 37) constateert het slechts, hij heeft geen verklaring kunnen vinden.

Term al in 1827 in gebruik

Naar de mening van Klijn (Oude zilveren lepels, 1967, p. 40) heeft Waling Dykstra in Uit Friesland's volksleven (1892) als eerste de zilveren lepel die ter gelegenheid van een geboorte wordt geschonken, geboortelepel genoemd. Dat is onjuist, want Joast Hiddes Halbertsma gebruikt de term al in 1827 en later in zijn bijdrage De Geboarte-leppel aan Rimen en teltsjes waarvan de eerste druk in 1871 verschijnt

______________________

Dit artikel is verschenen in de nieuwsbrief (oktober 2014) van het Meertens Instituut. Ook interesse in de nieuwsbrief? Klik hier voor meer informatie.

Foto boven: Nederlands Openluchtmuseum, Arnhem, Foto onder: De geboortelepel van Mevr. F. van Putte