Hoe staat het met de populariteit van de voornamen van leden van ons koningshuis?

Gerrit Bloothooft geeft antwoord.

Rond de troonswisseling lijkt het koninklijk huis geliefder lijkt dan ooit. Toch blijkt er van identificatie met het koningshuis via naamgeving al decennialang geen sprake te zijn. Toen prinses Beatrix geboren werd leidde dat nog tot een heuse hype, vergelijkbaar met die rond mediasterren tegenwoordig. Voor haar geboorte kregen zo’n 15 kinderen per jaar de naam Beatrix, maar in 1938 waren dat er opeens 207. Daarna zette onmiddellijk een daling in, zoals de afbeelding hieronder laat zien.


Protestfunctie


Met het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog kregen de namen van het koninklijk huis echter een bijzondere betekenis: ze werden gebruikt als protest tegen de Duitse bezetter. Door de vrij bijzondere namen van de prinsesjes is vernoeming makkelijk te traceren. In 1941 werden 299 kinderen Beatrix genoemd en zelfs 527 kinderen Irene (Gri. ‘vrede’). Nog duidelijker was de referentie in naamcombinaties zoals Beatrix Irene Margriet (21 maal), Wilhelmina Juliana Beatrix Irene (44 maal), of door de volledige naam van prins Bernhard (11 maal). De bezetter kon het niet waarderen, en deze combinaties komen in 1943 en 1944 bijna niet meer voor.

De bevrijding leverde in 1945 nog wel weer een opleving van de koninklijke voornamen op. Daarna gedroegen de namen zich als gewone modenamen, waarbij de belangstelling voor Beatrix al snel wegebde. Tegenwoordig krijgt gemiddeld maar een enkel kind per jaar de naam nog. En dat geldt ook voor Trix. Dat is veel minder dan het aantal als traditionele naam voor 1938. De roepnaam Marijke (voor Maria Christina) ging al gewoon mee met de mode van de tijd die rond haar geboorte in 1947 net een eerste piek toont. De namen Margriet en Irene (en Bea) bereikten in het midden van de jaren zestig hun hoogtepunt. Een zeldzame negatieve gevoeligheid van een voornaam is zichtbaar in de naam Irene: die beleeft een flinke tijdelijke dip na het huwelijk van prinses Irene met Hugo de Bourbon Parma in 1964.

De geboorte van de kinderen van prinses Beatrix gaf hooguit enkele tientallen ouders inspiratie, en dat geldt ook voor al haar kleinkinderen. En hoe populair koningin Máxima ook mag zijn, er lopen bijna geen kinderen met die naam in Nederland rond. Ouders willen hun kinderen blijkbaar niet duidelijk associëren met het koninklijk huis.

 

Koppelteken


Naamkundig was het koppelteken in Willem-Alexander in 1967 nog een uiting van veranderende tijden en een voorbode van de tolerante naamwet in 1970. Tot die tijd werd het koppelteken in een voornaam vrijwel niet geaccepteerd, maar na de koninklijke keuze in 1967 overduidelijk wel. Ook bijzonder is dat ambtenaren van de Burgerlijke Stand geen raad weten met de namen van het koninklijk huis. Kijk er de voornamenbank en de familienamenbank maar eens op na, waarvan de gegevens afkomstig zijn uit de Gemeentelijke Basisadministratie. De voornaam van kroonprinses Catharina-Amalia moet gezocht worden in de familienamenbank, en staat er als Hare Koninklijke Hoogheid Catharina-Amalia Beatrix Carmen Victoria Prinses der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau. Compleet met aanspreektitel Hare Koninklijke Hoogheid (welke geen deel uitmaakt van de naam) terwijl in Prinses der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau de familienaam van Oranje-Nassau is en de titels daar niet horen.

 

Bronnen


De Nederlandse Familienamenbank (NFB) is een vraagbaak voor iedereen die geïnteresseerd is in de oorsprong, betekenis en verspreiding van familienamen.

De Nederlandse Voornamenbank bevat 500.000 voornamen, waarvan de populariteit vanaf 1880 en de verspreiding over Nederland wordt getoond.

_________________________________________________________

Ook een vraag voor de nieuwsbrief van het Meertens Instituut? Mail de redactie.

Dit artikel is verschenen in de digitale nieuwsbrief van het Meertens Instituut (mei 2013). Ook abonnee worden? Klik hier