Hoe komt het dat de ng in het woord koningin vaak wordt uitgesproken als een g?

door Marc van Oostendorp


Jarenlang hadden taalkundigen op de derde woensdag van september geen leven. De dag ervoor hadden tientallen mensen na afloop van de Troonrede 'Leve de konigin' horen roepen en zich daaraan gestoord. Het mannelijke woord is koning, met een ng in plaats van een g (in het Duits zegt men daar wel een g), en bovendien schrijf je ook een ng in koningin. Hoe bestond die man het dan om toch konigin te zeggen?

Toch wordt de vorm al heel lang in heel veel delen van ons taalgebied gebruikt, en niet alleen door mensen met een aardappel in de keel. Volgens de meeste naslagwerken is hij ook een acceptabele uitspraak in de standaardtaal, volgens sommige zelfs de enige.

Hoe komt die vorm zo vreemd? Normaal gesproken maak je een vrouwelijke vorm toch door een achtervoegsel als es achter een onveranderd mannelijke vorm te plaatsen (boer-in, duivel-in, meester-es)?

Het heeft alles met de ng-klank te maken. Die kan in het Nederlands wel aan het eind van een woord (breng) of voor een medeklinker (wan-kel) staan, maar niet voor een klinker: er zijn geen woorden die met ng beginnen (ngaar) en tango en tanga vereisen een duidelijk uitgesproken aparte g-klank. De enige uitzondering is de 'stomme e'-klank in hengel of jongen, die wel een simpele ng-klank toestaat. Waarom dit alles zo is, weten we niet precies. Wel weten we dat talen over de hele wereld moeite hebben met een ng-klank voor een klinker; en dat de stomme e dan vaak de uitzondering is.

In de uitspraak van sommige Nederlanders is 'koningin' de enige andere uitzondering. Andere Nederlanders zijn wijzer en vereenvoudigen die onmogelijke combinatie als ze hun vorstin een lang leven toewensen.

Deze vraag werd gesteld door Dhr. C.F. Knoet, Maren-Kessel.

foto Irene Stengs: Koninginnedag 2004, Amsterdam