Hoeveel dialecten zijn er in Nederland?
Onze buitenlandse vrienden waren verbaasd toen we vertelden dat ze in ons dorp – we wonen in Barchem, in de Achterhoek  – een heel ander dialect spreken dan in Ruurlo, dat slechts een paar kilometer verderop ligt. Hoeveel dialecten zijn er eigenlijk in Nederland? Mw. J.D. te B.

De vraag hoeveel dialecten er in Nederland zijn is ongeveer even moeilijk te beantwoorden als de vraag hoeveel vlekken er in het tafelkleed zitten na een diner met vrienden. Is dit nu één grote vlek, of bestaat hij eigenlijk uit een heleboel kleintjes? Is die ene molecule, die net aan de rand is gespat maar met het oog niet zichtbaar is, niet eigenlijk ook een vlekje? Zo is het ook met dialecten. Iedere Nederlander praat net een beetje anders dan iedere andere Nederlander. Soms herkennen we voldoende overeenkomst tussen twee groepen om te spreken van een dialect. Alleen over de vraag wanneer die overeenkomsten ‘voldoende’ zijn kun je eindeloos van elkaar van mening verschillen. De meeste taalwetenschappers wagen zich niet aan die discussie.
 
Feitelijk heeft ieder dorp dus zijn eigen dialect, al verschillen sommige dialecten meer van elkaar dan andere. Dat wil niet zeggen dat we geen groepen kunnen maken. De afgelopen jaren heeft het Meertens Instituut twee dialectatlassen uitgegeven. De Morfologische Atlas van Nederlandse Dialecten is gebaseerd op onderzoek in 611 plaatsen, de Syntactische Atlas van Nederlandse Dialecten bevat materiaal uit 267 plaatsen. In beide gevallen zijn die plaatsen overigens ook te vinden in Friesland, in Vlaanderen en in het kleine stukje in noordwest-Frankrijk waar van oudsher Nederlandse dialecten gesproken werden. In beide gevallen hebben de onderzoekers hun best gedaan om de plaatsen zo te kiezen dat in ieder geval alle belangrijke dialectverschillen gedekt zouden worden.
Een beroemde indeling van grotere dialectgroepen komt van dr. Jo Daan (1910-2006) die tot haar pensioen in 1975 de afdeling Dialectologie van het toenmalige P.J. Meertens-Instituut leidde. Zij baseerde zich op het taalgevoel van de dialectsprekers zelf: dialectplaatsen die volgens de sprekers hetzelfde dialect hadden, werden met pijltjes met elkaar verbonden. Wanneer er geen pijltjes stonden tussen twee dialectgebieden, was dat een dialectgrens. Op deze manier kwam Daan tot een indeling in 28 grotere dialectgroepen. Een latere kaart, van de Vlaamse taalgeleerde Georges De Schutter, vat een groot aantal eerdere pogingen samen en komt uiteindelijk uit op een indeling in 6 grote groepen (zie afbeeldingen onderaan).

Welke indeling we ook aanhouden, het blijft een feit dat het aantal verschillende dialecten in Nederland voor buitenstaanders vaak vreemd is: hoe kan een klein land zo’n rijkdom aan variatie vertonen? Misschien heeft het te maken met de relatieve rust en vrede die hier eeuwenlang, op enkele onderbrekingen na, hebben geheerst. Grote volksverhuizingen hebben zich niet voorgedaan en in vergelijking met andere regio’s konden Nederlanders vaak in vrede op dezelfde plek voortleven. Zet een groep mensen voor een paar generaties bij elkaar en ze ontwikkelen hun eigen dialect. 
Omgekeerd betekent dit dat de komst van moderne middelen van communicatie en transport er mogelijk voor hebben gezorgd dat de grenzen tussen plaatselijke dialecten gaandeweg vervagen. Volgens sommige onderzoekers komen hiervoor in de plaats regiolecten, die gesproken worden in grotere gebieden, zoals bijvoorbeeld Twente of West-Brabant. Of dit waar is, en hoe dat precies dan precies verloopt wordt op het Meertens Instituut momenteel onderzocht door Wilbert Heeringa.
 















 

Kaart van Georges De Schutter                  Kaart van Jo Daan


Dit artikel is verschenen in de digitale nieuwsbrief van het Meertens Instituut. Ook abonnee worden? Klik hier