Nederlandse creooltaal toegankelijk voor Maagdeneilanders

Datum
31 mei 2021

Het Virgin Islands Dutch Creole is een van de weinige Nederlandse creooltalen, die tot in de jaren 1980 gesproken werd op de Maagdeneilanden. Taalkundige Cefas van Rossem, gastonderzoeker aan het Meertens Instituut, doet er al jarenlang onderzoek naar. Met een pas verkregen beurs gaat hij de taal toegankelijk maken voor de eilandbewoners zelf.

door Mathilde Jansen

Taalwetenschapper Cefas van Rossem, die zijn baan als leraar Nederlands combineert met onderzoek aan het Meertens Instituut, bracht een deel van zijn jeugd door in Suriname. Zijn vader was er hoofd van een school en in die tijd groeide zijn liefde voor de Surinaamse taal en cultuur. Het Sranan, een veelgebruikte creooltaal in Suriname, durfde hij niet te spreken omdat hij geen ‘native’ was. Tijdens zijn studie Nederlands in Nijmegen ging hij zich verdiepen in een andere creooltaal: het Negerhollands, dat inmiddels bekend is onder de naam Virgin Islands Dutch Creole.

Creooltalen ontstonden in de koloniale tijd als contacttalen tussen tot slaaf gemaakten, die afkomstig waren uit verschillende delen van Afrika, en de Europese kolonisten. Hoewel ook Nederland veel koloniën had, zijn er maar weinig op het Nederlands gebaseerde creooltalen. Voor zover bekend zijn er drie: het Virgin Islands Dutch Creole, het Berbice Dutch Creole en het Skepi Dutch Creole (de laatste twee kwamen voor op Guyana). Het zijn alle drie talen die niet meer gesproken worden. Wat het Virgin Islands Dutch Creole uniek maakt, is dat er heel vroege handschriften van zijn overgeleverd. De vroegste bron is uit 1739, vertelt Cefas van Rossem. Hij doet al sinds de jaren 1990 onderzoek naar de schriftelijke bronnen die inmiddels in het beheer zijn van het Meertens Instituut.

Laatste sprekers

Het geschreven materiaal in het Virgin Islands Dutch Creole bestaat voor een groot deel uit Bijbelteksten. Ze zijn geschreven door Duitse zendelingen, die in de achttiende eeuw het woord van God verspreidden op de Maagdeneilanden. Ze werden samen met een aantal slavenbrieven in de jaren 1980 ontdekt in een Duits archief door onderzoeker Pieter Stein. Cefas van Rossem was een van de Nederlandse onderzoekers die het corpus uitvoerig onderzocht, en concludeerde dat deze bronnen dan wel vertalingen door zendelingen zijn, maar dat ze toch de oorspronkelijke taal laten zien. In de jaren 1960 ontdekte Maagdeneilander Gilbert Sprauve dat er nog sprekers rondliepen van de creooltaal. Hij legde de taal van deze laatste sprekers vast in artikelen en liet zijn studenten hiermee kennismaken.

Nu het Virgin Islands Dutch Creole helemaal verdrongen is door het Engels en het Virgin Islands English Creole, bundelen de onderzoekers hun krachten. Ze willen de grote hoeveelheid geschreven teksten en de kleinere hoeveelheid opnames beschikbaar maken voor een breed publiek. Daarvoor hebben ze onlangs een beurs ontvangen van de Community Foundation of the Virgin Islands. “Inwoners van de Maagdeneilanden doen er nu helemaal niets mee”, zegt Van Rossem. “Sommigen weten niet eens dat het bestaan heeft. Het Virgin Islands English Creole kennen ze wel, maar wat niet veel mensen weten is dat die taal veel woorden en zinsconstructies bevat uit het Virgin Islands Dutch Creole.”

Zeeuwse en Vlaamse achternamen

De Nederlandse creooltaal ontstond aan het einde van de zeventiende eeuw. Op dat moment woonden op de noordelijke Maagdeneilanden St Thomas en St John alleen nog indianen. Toen in 1672 de Tweede Engelse oorlog uitbrak, vluchtten veel Nederlanders die woonachtig waren in het Caribisch gebied naar St Thomas, dat in die tijd in handen was van Deense kolonisten, maar ook neutraal gebied.

De kolonisten die zich in die tijd vestigden op St Thomas lijken op het eerste gezicht voor het merendeel Deens. Maar aan de hand van genealogisch onderzoek aan de eerste volkstellingen, kon Van Rossem aantonen dat dat niet zo was. "Veel van deze mensen zijn weliswaar geboren in het Caribisch gebied, maar hun achternamen verraden hun afkomst uit Zeeland en West-Vlaanderen. En ook als je kijkt naar de vroegst geschreven teksten is het opvallend hoeveel Vlaamse en Zeeuwse woorden je tegenkomt. Dat heb ik onderzocht toen ik tussen 1993 en 1995 aan het Meertens Instituut werkte. Roenkertje bijvoorbeeld, dat ‘kolibrie’ betekent, komt zowel voor in het Zeeuws als het West-Vlaams.”

“Als je kijkt naar de volkstellingen van zo’n tien jaar na de kolonisatie, is de verhouding kolonisten en tot slaaf gemaakten ongeveer fiftyfifty. Daaruit kun je concluderen dat de onderdrukten hun taal hebben gericht op de dominante taal, het Nederlands afkomstig uit Zeeland en West-Vlaanderen. Op die manier ontstond waarschijnlijk een gesimplificeerd Nederlands, waarvan we geen bronnen hebben. De creooltaal is voor Nederlandstaligen nog goed leesbaar. Hij werd zowel gebruikt door tot slaaf gemaakten als kolonisten en zendelingen. Na de onafhankelijkheid van de VS in 1776 werd het Engels ook op de bovenwindse Nederlandse Antillen veel belangrijker en werd het Virgin Islands Dutch Creole aan de kant gedrukt.”

Vroege handschriften

Het boeiende aan het Virgin Islands Dutch Creole is niet alleen dat er zoveel Nederlands in zit, maar ook dat er zulke vroege handschriften van zijn overgeleverd, vindt Van Rossem. “Voor het oudste Nederlands kijken we vaak naar Hebban olla vogala, en een paar teksten die nog ouder zijn. Voor het Virgin Islands Dutch Creole geldt dat het ontstaan moet zijn tussen 1672 en 1732, en de eerste tekst die ik heb gevonden is van 1739. Uit die periode hebben we meteen ook nog eens heel veel, zoals psalmboekjes en andere teksten van zendelingen. Zij vertaalden vooral Bijbelteksten naar het Virgin Islands Dutch Creole, zodat de plaatselijke bewoners ze konden begrijpen. Er is geen enkele andere creooltaal die zo’n groot corpus aan geschreven oude bronnen heeft.”

Uit zijn onderzoek concludeert Van Rossem dat tot in de tweede helft van de achttiende eeuw het Nederlands de normale omgangstaal was op de Maagdeneilanden. Het Deens werd alleen voor heel officiële gelegenheden gebruikt. “Ook van de mensen van het Koninklijk Archief in Kopenhagen, waar veel materiaal uit de koloniale tijd ligt opgeslagen, hoor ik dat ze veel Nederlands tegenkomen”, aldus de onderzoeker. De Denen waren wel de baas, maar dat maakte de Nederlanders niets uit. “De Nederlanders was het vooral te doen om de handel. Ze dreven handel in het hele Caribische gebied.”

Authentieke conversaties

In dit project zoeken de onderzoekers naar de meest authentieke conversaties en verhalen die zijn opgetekend in het Virgin Islands Dutch Creole. “Ik heb bijvoorbeeld een gesprek uit de 18e eeuw tussen twee tot slaaf gemaakten. De een vraagt: wat doe jij eigenlijk hier? De ander antwoordt: Het paard van mijn meester heeft nieuwe hoefijzers nodig, want mijn meester wil naar de plantage. Een andere conversatie uit het begin van de twintigste eeuw gaat over de chaos na een orkaan die heeft huisgehouden op de Maagdeneilanden.” 

"Voor het onderwijs en de kennismaking met deze taal, gaan we soms zo ver dat we zelf conversaties verzinnen. Zo kunnen geïnteresseerden al snel kennismaken met dagelijkse taal die je in veel van de oude teksten niet tegenkomt. Gylchris Sprauve heeft inmiddels achttiende-eeuwse liederen opgenomen en in het openbaar gezongen. Ik gebruik liever de authentieke schriftelijke bronnen, die we natuurlijk wel toelichten en waarvan we de spelling aanpassen om de oorspronkelijke uitspraak te laten zien. Uiteindelijk worden ze namelijk als filmpjes aan de Maagdeneilanders gepresenteerd.”

Meer lezen?

Cefas van Rossem maakt ook een podcast over het Virgin Islands Dutch Creole, met de titel Di Hou Creol (‘de oude creooltaal’): https://www.buzzsprout.com/1764983.

Via de website https://diecreoltaal.com/ zijn vele bronnen terug te vinden.

Afbeeldingen: Cefas van Rossem