Hoe staat het Nederlands er nu voor?

Datum
17 oktober 2019

Hoe is het gesteld met het gebruik van het Nederlands in verschillende maatschappelijke situaties? Die vraag onderzocht het Meertens Instituut samen met de Universiteit Gent en het Instituut voor de Opleiding van Leraren in Paramaribo in opdracht van de Taalunie.

door Kathy Rys

De Staat van het Nederlands is een grootschalig onderzoek naar het gebruik van het Nederlands dat tweejaarlijks plaatsvindt. In 2016 werden de eerste online enquêtes verstuurd in Nederland en België. In 2018 werd ook Suriname meegenomen in het onderzoek. Bovendien was er dit keer extra aandacht voor kennis en gebruik van dialect en andere regionale talen.

Aan het online onderzoek deden 3.559 Nederlanders, 2.593 Belgen en 621 Surinamers mee. Daarnaast werden gegevens verzameld via openbare bronnen, zoals kijkcijfers van de televisie. De metingen van 2018 laten zien dat het Nederlands de dominante taal is in de verschillende maatschappelijke domeinen in Nederland, België en Suriname. Maar hoger onderwijs en wetenschap zijn wel in sterke mate ‘verengelst’.

Sociaal verkeer

In Nederland is de mate waarin deelnemers uitsluitend voor het Nederlands kiezen in communicatie met de naaste omgeving afgenomen (van 88,8% naar 85,2%). Dat is vooral toe te schrijven aan een forse toename van de keuze voor Fries (voor heel Nederland van 1,3% naar 3,8% en in Friesland zelfs van 22,2% naar 37,3%). Een vergelijking tussen verschillende leeftijdsgroepen wijst uit dat de keuze voor (uitsluitend) Fries toeneemt onder de jongere generatie, wat suggereert dat er daadwerkelijk een toename is van het Fries. Bij deze leeftijdsgroep neemt ook het gebruik van het Engels toe.

In Vlaanderen is de situatie stabiel gebleven ten opzichte van 2016: 90,6% van de Vlaamse deelnemers geeft aan altijd Nederlands te spreken in de naaste omgeving. Er was wel een duidelijk verschil waarneembaar tussen jongere en oudere generaties Vlamingen. Terwijl ouderen meer Frans spreken met de eigen partner en met vrienden, spreken jongeren in die situaties meer Engels.

Familie, vrienden en bekenden bieden de ideale omgeving om dialect en andere regionale talen te spreken. Uit de online enquête bleek dat een op de drie Nederlanders en twee op de drie Vlamingen een andere variëteit spreekt dan de standaardtaal. In Nederland is het Limburgs de regionale taal die het meest gerapporteerd wordt, in Vlaanderen is dat het West-Vlaams. Het Nederlandse panel kiest meer voor regionale talen (nl. Limburgs en Nedersaksisch) in de omgang met de eigen ouders dan met de partner. En met de partner spreken de panelleden nog regionaler dan met de eigen kinderen. Vooral het Limburgs scoort hoog: 61,4% met ouders, 41,2% met partner, 29,3% met kinderen.

Sociale media

In 2016 gaven veel Nederlanders en Vlamingen aan op sociale media Nederlands met Engels te combineren(respectievelijk 27,0% en 24,6%). Tegen de verwachting in, vond er in 2018 een afname plaats naar respectievelijk 23,6% en 22,7%. In Nederland valt die afname hoofdzakelijk op Facebook waar te nemen, terwijl het zich in Vlaanderen op alle sociale media gelijkmatig voordoet. Dit hangt mogelijk samen met de gemiddelde leeftijd van Facebookgebruikers, die in Nederland is toegenomen doordat er in 2018 veel jongeren zijn afgehaakt. En met name die jongeren gebruiken Engels.

Nederlanders gebruiken ook dialect en regionale talen op sociale media: het meest op WhatsApp (7%), iets minder op Facebook en sms (6%) en aanzienlijk minder op Twitter (2%).

Suriname

Voor het eerst werd de positie van het Nederlands in Suriname in kaart gebracht. Vanwege het verleden van kolonisatie en slavernij zijn er in Suriname meerdere moedertalen aanwezig, zoals Sarnami, Aucaans, Saramacaans en Sranantongo. Die talen worden naast het Nederlands gesproken in de thuissituatie van de deelnemers: 29,4% spreekt in de naaste omgeving altijd Nederlands, 11,2% doet dat nooit en een meerderheid van 59,4% combineert Nederlands met een andere taal. Opvallend is dat er in het sociale verkeer buitenshuis, vooral in de supermarkt en op de markt, veel Sranantongo wordt gesproken. Bovendien gebruiken mannen in de omgang met hun vrienden meer Sranantongo dan vrouwen. Het is bekend dat mannen Sranantongo als een stoere taal ervaren.

Ook op het werk is het Nederlands de dominante taal. Enkel in de mondelinge communicatie tussen collega’s wordt ook wel Sranantongo gebruikt. Engels wordt dan weer gebruikt in de externe, schriftelijke communicatie van bedrijven (bijvoorbeeld in slogans, vacatureberichten en jaarverslagen). In de Surinaamse cultuurbeleving is het Nederlands minder dominant. Boeken leest men wel vaak in het Nederlands, maar bij films en muziek gaat de voorkeur uit naar Engels. Op sociale media wordt overwegend Nederlands gebruikt, maar ook veel Engels (meer dan Sranantongo of Sarnami). In het lager en voortgezet onderwijs in Suriname is de voertaal overwegend Nederlands. Als omgangstaal buiten de les spreken leerlingen (vooral in het voortgezet onderwijs) ook wel Sranantongo.

Hoger onderwijs

Al in 2016 bleek er een sterke ‘verengelsing’ aan de gang te zijn aan de universiteiten, vooral in Nederland en met name bij technische en masteropleidingen. Daarom werd het hoger onderwijs dit keer niet alleen bevraagd in de online enquête, maar verzamelden we ook aanvullende gegevens aan de Universiteit Utrecht, de Universiteit Antwerpen en de Anton de Kom Universiteit van Paramaribo.

De keuze voor het Engels is de afgelopen twee jaar toegenomen in alle subdomeinen: instructietaal, taal van studiemateriaal, communicatiemiddel met docenten en studiegenoten en publicaties. Tegelijkertijd is de attitude van de Nederlandse panelleden over het gebruik van andere talen dan het Nederlands in het hoger onderwijs negatiever geworden sinds 2016 (van 60,9% naar 54,5%). In Vlaanderen is het draagvlak voor andere talen in het hoger onderwijs juist toegenomen (van 71,1% naar 75,3%), terwijl het gebruik van uitsluitend Engels als instructietaal stabiel gebleven is. Voor Suriname wordt het gebruik van alleen Engels als instructietaal niet gerapporteerd en het draagvlak voor andere talen in het hoger onderwijs is gematigd (55,2%).

Aanvullende gegevens laten zien dat vooral Nederlandse universiteiten meer Engels gebruiken in interne en externe communicatie, dat in alle drie de landen Engels vooral de voertaal is bij masteropleidingen en dat voor onderzoekszaken het Engels de boventoon voert. In het vakgebied wiskunde is de toename van het Engels als voertaal sterker dan bij geschiedenis.

Al met al heeft het Nederlands een sterke positie in Nederland, Vlaanderen en Suriname. Het is de voertaal in het sociale verkeer. In Friesland zien we een opkomst van het Fries bij de jongere generaties. In Vlaanderen hebben meer mensen kennis van dialecten dan in Nederland en in Nederland staat vooral het Limburgs sterk als regionale taal. Op sociale media wordt er een gezonde dosis Engels gebruikt, maar dat neemt niet toe. In het hoger onderwijs en de wetenschap zet de toename van het Engels als voertaal door. Die trend verdient de nodige aandacht van de overheid.

Meer informatie kunt u vinden op de website van de Staat van het Nederlands.

Foto: Caroline de Roy