Wannes Van de Velde: bruggenbouwer tussen oude en nieuwe liedcultuur

Datum
8 mei 2017

Op 10 mei 2017 geeft hoogleraar Geert Buelens de tweede Louis Peter Grijp-lezing in Utrecht. Deze lezing is begin vorig jaar in het leven geroepen na het overlijden van liedonderzoeker Louis Grijp. De lezing van Buelens gaat over de Vlaamse zanger Wannes Van de Velde (1937-2008). In de veranderende wereld van de jaren 60 wist hij de orale liedcultuur nieuw leven in te blazen.

door Mathilde Jansen

In Nederland hebben misschien maar weinigen van hem gehoord, maar in Vlaanderen is hij een fenomeen.  “De muziek van Wannes Van de Velde blijft resoneren”, zegt hoogleraar Moderne Letterkunde Geert Buelens. Hij is zelf afkomstig uit Vlaanderen, maar werkt al twaalf jaar aan de Universiteit Utrecht. “‘Ik wil deze nacht in de straten verdwalen’ hoort nog altijd tot de canon van de Vlaamse muziek. Voor bands die een 21ste eeuwse vorm van folk maken, is hij een rolmodel. En het boek met al zijn liedjes en partituren dat in 2013 verscheen, was binnen een paar weken uitverkocht.”

In een snel veranderende wereld, was Van de Velde in staat een gevoel van continuïteit over te brengen. Dat deed hij door eeuwenoude liederen uit de orale liedcultuur in een nieuw jasje te steken. “Daarmee gaf hij aan: we komen uit een cultuur die al eeuwen teruggaat. Hij werkte op een breukvlak van verschillende tradities”, aldus Buelens. “Daarin zie ik ook een parallel met de wetenschapper en muzikant Louis Grijp.”

Orale traditie

Wannes Van de Velde was enerzijds een kind van zijn tijd: in de jaren 60 brak hij door als singer-songwriter in de traditie van Bob Dylan. Buelens: “Zijn eerste liedjes gingen over het afbreken van de oude binnenstad in Antwerpen. Dat gebeurde toen op heel veel plaatsen in de wereld: sloophamers die oude gebouwen neerhaalden.”

Hij schreef eigen liedjes maar zong ook liederen die honderden jaren teruggingen. “Juist op het moment dat het leek alsof er in ons taalgebied helemaal geen orale liedtraditie meer was, alleen nog maar een commerciële liedtraditie. Oude volksliedjes maakten ook geen deel uit van de populaire liedcultuur. Het was niet iets wat je in primetime op de radio of televisie hoorde.”

Sommige van die liedjes kende Van de Velde van zijn ouders. Hij was afkomstig uit de arbeidersklasse in Antwerpen: zijn vader werkte in een autofabriek en zijn moeder was naaister. Maar ook ging hij in bibliotheken en antiquariaten op zoek naar oude liedbundels. Soms ontbrak de melodie, en componeerde hij die zelf.

Antwerps dialect

Die eeuwenoude liedcultuur die Van de Velde opnam in zijn oeuvre sprak veel mensen aan. Buelens: “Binnen een cultuur die steeds internationaler en kosmopolitischer wordt, gaan mensen op zoek naar het eigene. Bij Van de Velde vind je dit terug in de combinatie van volksmuziek en het eigen dialect.”

Van de Velde zong namelijk in Antwerps dialect. En dat was een controversiële beslissing volgens Buelens. “Als goeie Vlaming werd je geacht om beschaafd Nederlands te spreken. De publieke omroep was toch eigenlijk bedoeld om de Vlaming te verheffen en correct Nederlands te leren spreken. En op diezelfde radio ging Van de Velde in het dialect zingen. Dus dat was echt een statement en hij kreeg veel boze reacties. In Vlaanderen is taal een gevoelig ding.”

Toch zette Van de Velde hiermee een trend: als snel doken in andere provincies soortgelijke zangers op die in het Gents of in het West-Vlaams gingen zingen. En ook in Nederland zien we in de jaren 70 de opkomst van Normaal en andere bands die in de streektaal zingen. “De boodschap was: we kunnen ons aanpassen aan de nieuwe tijd, zonder dat we meteen Engels gaan praten of ABN.”

Flower Power

Tegelijkertijd had Van de Velde zelf juist heel internationale roots. Aan het begin van zijn muziekcarrière maakte hij flamencomuziek, die hij van een oude Spanjaard had geleerd. En ook vertolkte hij Italiaanse liedjes die hij leerde toen hij in een Italiaans restaurant werkte. “Het was iemand die het eigene op een niet-reactionaire manier cultiveerde en die zeker niet terug wilde naar de middeleeuwen.”

Daardoor sprak hij ook een jong publiek aan, vertelt Buelens: “In 1967, het jaar van de Summer of Love en de hippies, was er een festival in het Limburgse Bilzen waar hij duizenden jonge bezoekers met zijn doedelzak van het station haalde. Om ze als een vanger van Hamelen naar het festivalterrein te brengen. Dus in dat opzicht maakt hij ook een beetje deel uit van de Flower Power. Hoewel hij niks had met de drugscultuur. Hij straalde een authenticiteit uit waar mensen gevoelig voor waren.”

Beatles

Van de Velde bracht al met al verschillende culturen bijeen en wist op die manier een groot publiek aan te spreken. Maar zijn grootste verdienste was het verbinden van de orale liedcultuur met de moderne radiocultuur. Twee culturen die nu overigens totaal met elkaar zijn versmolten, aldus Buelens: “Bijna iedereen kent wel drie of vier liedjes van de Beatles: op een bepaalde manier is dat ook een orale traditie, want we hebben ze nooit uit een liedboek geleerd. Ze zijn gewoon aanwezig in de wereld om ons heen.”

Foto's: 1. Geert Buelens; 2. Wannes Van de Velde, 1967 - De Nieuwe Gazet

De Louis Peter Grijp-lezing 2017 door Geert Buelens vindt plaats op 10 mei 2017 om 13:00 uur in de Aula van het Academiegebouw, Domplein 29 te Utrecht. U kunt zich aanmelden voor deze lezing door een Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. te sturen naar de afdeling communicatie van het Meertens Instituut.
 
Dit artikel is verschenen in de digitale nieuwsbrief van het Meertens Instituut. Ook abonnee worden? Klik hier.