“Fonologische structuur is niet altijd gelijk aan wat je hoort”

Datum
5 september 2014

Ben Hermans is sinds 2005 werkzaam als dialectoloog en historisch fonoloog aan het Meertens Instituut. Per 1 juli is hij tevens benoemd tot bijzonder hoogleraar Taaltypologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam. In die functie zal hij zijn onderzoek naar klemtoonsystemen in Nederland uitbreiden naar de talen van Zuid-Amerika.

door Mathilde Jansen

Tot voor kort hield Ben Hermans zich vooral bezig met de klanksystematiek (de fonologie) van het Limburgs, maar daar komt nu verandering in. Als hoogleraar Taaltypologie zal hij niet alleen onderwijs geven, maar ook nauw samenwerken met het onderzoeksteam van VU-hoogleraar Romaanse talen en talen van de Amazone, Leo Wetzels.

Op basis van het materiaal dat door Wetzels en zijn promovendi is verzameld, gaat Hermans zich verdiepen in de fonologie van de Amazonetalen. Overigens heeft hij zich in het verleden ook al regelmatig in het onderwerp verdiept, dus geheel nieuw zijn deze talen niet voor de eerste hoogleraar Taaltypologie aan de Vrije Universiteit.

Toontalen

Het lijkt misschien iets heel anders dan het onderzoek dat hij nu doet voor het Meertens Instituut, naar de fonologie van het Limburgs. Maar dat is het niet, vertelt de onderzoeker. Hermans probeert nadrukkelijk een link te leggen tussen het onderzoek dat hij doet voor het Meertens Instituut en dat voor de VU: “Het klinkt raar, maar er zijn wel degelijk interessante parallellen tussen de Amazonetalen en het Limburgs.”

Als je dat uit wilt leggen, komt de notie taaltypologie om de hoek kijken, aldus de onderzoeker, wiens moedertaal het Limburgs is: “Er bestaan namelijk allerlei overeenkomsten tussen talen, die niet aan elkaar verwant zijn. Zoals het gebruik van toon, dat behalve in het Limburgs ook voorkomt in het Japans, maar ook in allerlei Amazonetalen.”

Fonetiek en fonologie

Wat het onderzoek van Hermans ingewikkeld maakt, is dat het veel meer gaat om de onderliggende taalstructuren dan de klanken die aan de oppervlakte liggen. Die structuren zijn dus niet hoorbaar met het blote oor. En dat is precies wat volgens de onderzoeker het verschil maakt tussen de fonetiek en de fonologie.

Hermans: “Neem het woord 'pater'. Dat bestaat op het eerste gehoor uit twee lettergrepen. Pa en ter. Fonetisch is dat waar. Maar is het fonologisch ook waar? Als je die vraag stelt, schakel je over op de cognitieve kant van het verhaal. Hoe worden die klanken in je hoofd waargenomen?”

Theoretisch model

“Ik beweer dat in het Limburgs een woord als 'pater' niet twee, maar drie lettergrepen heeft. Dat hoor je indirect doordat in het Limburgs woorden met een lange klinker uitgesproken worden met een valtoon. Het Limburgs heeft een heel ingewikkeld toonsysteem. Om daar systematiek in te ontdekken, moet je abstractie aanbrengen. En dat doe ik als fonoloog. Dat is de enige manier om te begrijpen hoe een kind met het Limburgs als moedertaal dat ingewikkelde toonsysteem zo snel kan aanleren.”

“Het interessante van mijn aanpak is dat het een dramatisch verschil is met de realiteit. Want je hoort maar één lettergreep. En ik beweer dat het woord 'pater' in het Limburgs drie lettergrepen heeft, omdat een lange klinker zich gedraagt als twee lettergrepen. Om te bewijzen dat dat klopt, moet ik in andere talen naar evidentie zoeken. Dat is precies het belang van taaltypologie. Ik zoek in andere talen naar dezelfde systematiek, om te bewijzen dat mijn model klopt.”

Klemtoon in het Japans

Vooralsnog heeft Hermans al dergelijk bewijs gevonden in het Japans, dat een vergelijkbaar klemtoonpatroon heeft. Maar zijn visie wordt nog niet door andere fonologen gedragen: “Sterker nog, er woedt onder Japanse fonologen een verhitte discussie over de vraag of er wel lettergrepen zijn in hun taal. Maar die fonologen die beweren dat het Japans geen lettergrepen heeft, zitten naar mijn idee helemaal fout. Wat er in je hoofd gebeurt, is anders dan wat we waarnemen. Elke boom is verschillend, en toch hebben we een prototype van een boom in ons hoofd. Onze hersenen moeten abstraheren om de werkelijkheid om ons heen te begrijpen. Hetzelfde geldt voor taalstructuur.”

“Het Japans heeft een heel ingewikkelde klemtoonregel. De basisregel is: beklemtoon de voorvoorlaatste lettergreep. Maar daarop zijn talloze uitzonderingen, afhankelijk van de context. Voor een buitenlander is deze regel heel moeilijk te leren, omdat hij al die verschillende uitzonderingen moet kennen.”

“Maar als je de regel toepast dat een lange klinker ook kan bestaan uit twee lettergrepen, passen alle puzzelstukjes in elkaar. Dan is de systematiek van het klemtoonsysteem opeens duidelijk. En dat maakt het ook verklaarbaar dat een kind in Japan deze klemtoonregel zo snel kan leren.”

Cognitieve structuur

“Ik ben nu ontzettend benieuwd of dat systeem – lange klinker bestaat uit twee lettergrepen – ook toe te passen is op talen uit het Amazonegebied. Er zijn wel aanwijzingen dat zo’n systeem bestaat in het Pirahã, zoals vastgelegd door taalkundige Dan Everett. Daarbij is ook de structuur van stemloze en stemhebbende medeklinkers van belang. En uiteindelijk gaat het er natuurlijk om deze systemen in talen wereldwijd te verklaren. Want toontalen heb je overal.”

“Maar eerst moeten de fonologen wereldwijd nog een belangrijke stap zetten. Door te erkennen dat de cognitieve structuur abstraheert van de werkelijkheid. En dat de fonologische structuur dus niet altijd gelijk is aan dat wat je hoort.”

Afbeeldingen: 1. Ben Hermans; 2. Copyright Toblas MIkkelsen (Flickr); 3. Copryright Brigitte Delsenhammer (Flickr).

Dit artikel is verschenen in de nieuwsbrief (september 2014) van het Meertens Instituut. Ook interesse in de nieuwsbrief? Klik hier voor meer informatie.