Boerendeuntjes op achttiende-eeuwse speelklokken

Datum
1 juni 2012

Op 15 mei 2012 werd voor de vierde keer de Dag van het Nederlandse Lied gehouden, die dit jaar in het teken stond van populaire achttiende-eeuwse muziek. Ook het onlangs verschenen nieuwe nummer van het Tijdschrift van de Koninklijke Vereniging voor Nederlandse Muziekgeschiedenis had dit onderwerp als thema. Verschillende medewerkers van het Meertens Instituut leverden een bijdrage aan het nummer. Marieke Lefeber, musicoloog en onderzoeker in opleiding, schreef een artikel over haar onderzoek naar achttiende-eeuwse muzikale bellenspeelklokken: ‘Speelklokken waren een luxeproduct voor de elite, maar het repertoire bestond voor een groot deel uit eenvoudige melodieën afkomstig uit lagere milieus’. Vandaag de dag zouden we de muziek wellicht ‘volks’ noemen.

Door: Annemieke Arendsen

Bellenspeelklokken zijn huisklokken die mensen in de achttiende eeuw bijvoorbeeld op de schoorsteenmantel of als staande klok in huis hadden staan. Naast dat ze de tijd aangaven, speelden ze een melodie, bijvoorbeeld om het kwartier. Lefeber: ‘Het fascinerende aan de bellenspeelklokken uit die tijd is dat ze tweehonderd jaar geleden hetzelfde klonken als nu. Als je zo’n  klok hoort spelen, ben je in wezen dichter bij het verleden dan wanneer je een hedendaagse live-uitvoering van oude muziek hoort.’


 Identificatie van melodieën

’Ik ben in mijn onderzoek vooral geïnteresseerd in wat voor melodieën op de klokken stonden, wie de klokken in bezit hadden en waarom. Zo hoop ik met mijn onderzoek meer te weten te komen over de cultuur- en muziekhistorische achtergrond van de klokken en hun repertoire.’  Voor haar onderzoek gebruikt Lefeber een corpus van opnames van melodieën van speelklokken. Deze opnames zijn gemaakt door een in bellenspeelklokken gespecialiseerde  klokkenmaker, aangevuld met klokken van Museum Speelklok. Tijdens haar zoektocht naar de identificatie van de melodieën maakt zij veel gebruik van de Nederlandse Liederenbank. Bij een aantal klokken stonden de namen van de melodieën erop gegraveerd. ‘Die namen zocht ik op in de liederenbank en soms vond ik dan een match.  Op die manier kon ik een aantal melodieën identificeren. Dit lukte niet altijd, omdat de namen van de melodieën op de klokken soms erg algemeen waren, zoals ‘menuet’ of ‘mars.’ Wat hierbij van grote waarde was, was het project van collega en postdoc Peter van Kranenburg. Hij maakte de zoekmachine ‘Witchcraft’ waarin melodieën terug te zoeken zijn, niet alleen op hun naam, maar ook op hun notenschrift. Hierdoor   heb ik veel melodieën alsnog weten te identificeren.’

alt

De gelukkigste mensen ter wereld

Een verrassende ontdekking die Lefeber tijdens haar onderzoek deed is dat,   hoewel de klokken vooral als luxe-object dienden bij een rijke elite, de melodieën die erop stonden vaak refereerden aan heel andere milieus. Het waren eenstemmige, eenvoudige deuntjes met Hollandse titels als ‘de dronken boer’ die ook terug te vinden zijn in handschriften en drukwerken uit die tijd. Dit ondersteunt de opvatting die sommige musicologen al wat langer hebben: dat dit eenvoudige repertoire niet per se alleen voor ‘het volk’ werd gespeeld, maar dat ook de elite graag naar de ‘boerendeuntjes’ luisterde. Deze muziek werd dan bijvoorbeeld gebruikt in de muzieklessen.   De namen die aan de melodieën werden gegeven hadden vaak iets met ‘boer’ erin: ‘boerenballet’, ‘de dronken boer’. Het luisteren naar dit soort ‘boerendeuntjes’ past in een culturele trend. In de achttiende eeuw had de elite een hang naar het ‘ongerepte’ boerenleven. Het eenvoudige leven, dat nog niet onder Franse invloed stond, werd geïdealiseerd. Zo noemt de achttiende-eeuwse geschiedschrijver Le Francq ban Berkhey boeren ‘de gelukkigste mensen terwereld.’ In de beslotenheid van hun eigen huis kon de elite naar dit soort melodieën luisteren.

Klinkende verhalen

Naast haar werk bij het Meertens Instituut is Lefeber ook werkzaam als conservator bij Museum Speelklok in Utrecht. Hier zijn naast klokken ook andere automatische muziekinstrumenten te zien, zoals draaiorgels. Op deze plek werd Lefebers belangstelling voor de achttiende-eeuwse klokken en hun repertoire gewekt. ‘In het museum werd altijd veel aandacht geschonken aan de technische kant van de instrumenten. In de toekomst willen we onder het motto ‘klinkende verhalen’ in de presentatie   meer aandacht gaan besteden aan de muzikale en culturele achtergrond van de instrumenten. Zo hopen we straks met behulp van mijn onderzoek meer te kunnen zeggen over de culturele context van de bellenspeelklokken en de melodieën,   om zo het verhaal achter de instrumenten te kunnen vertellen.’

Illustraties: 1. Marieke Lefeber 2. Voorbeeld van melodieën op een achttiende eeuwse speelklok

Dit artikel is verschenen in de digitale nieuwsbrief van het Meertens Instituut. Ook abonnee worden? Klik hier.