Nationaal onderzoek naar talen en dialecten in Nederland

Datum
23 juli 2021

Ongeveer een kwart van de 15-plussers gebruikt thuis het meest een andere voertaal dan het Nederlands. Daarbij kan het gaan om een dialect, om een regionale taal als Fries, Limburgs en Nedersaksisch, of om een andere taal, zoals Engels, Pools of Turks. Het gebruik van regionale talen en dialecten verschilt per regio, maar ook opleiding en leeftijd zijn van invloed. Dit blijkt uit cijfers van het CBS-onderzoek Sociale samenhang en welzijn, dat in 2019 onder ruim 7,5 duizend personen is uitgevoerd. (Bron:CBS)

Het is de eerste keer sinds 1998 dat over dit onderwerp een nationaal onderzoek is gehouden dat is gebaseerd op een representatieve steekproef. De deelnemers gaven antwoord op de vraag: ‘Welke taal of welk dialect wordt bij u thuis het meest gesproken?’. Daarbij konden ze kiezen uit een lijst met 111 talen en dialecten. Bovendien konden ze een taal of dialect toevoegen als die niet op de lijst voorkwamen. In totaal werden 149 talen en dialecten vermeld. Het onderzoek is uitgevoerd door Leonie Cornips (Meertens Instituut, NL-Lab en Universiteit Maastricht) en Hans Schmeets (CBS, Universiteit Maastricht). De uitgebreide resultaten zijn gepubliceerd als artikel in de reeks Statistische Trends: Talen en dialecten in Nederland – Wat spreken we thuis en wat schrijven we op sociale media?