Nieuwe enquêtes Staat van het Nederlands online

Datum
13 oktober 2020

Laat weten welke talen je in welke omstandigheden gebruikt en help het gebruik van Nederlands en tal van andere talen in kaart brengen in het onderzoek naar de Staat van het Nederlands.

Ook na de Week van het Nederlands kan iedereen die Nederlands spreekt zijn stem blijven laten horen. De nieuwe enquêtes voor het tweejaarlijkse onderzoek naar de Staat van het Nederlands staan online. Hiermee willen de Taalunie, het Meertens Instituut in Nederland, de Universiteit Gent in België, het Instituut voor de Opleiding van Leraren en de Anton de Kom Universiteit van Suriname te weten komen welke talen mensen wanneer gebruiken of waarnemen, en wat ze hiervan vinden.


Naast mensen die de enquête de vorige keren al eens hebben ingevuld, blijven de Taalunie en de onderzoekers op zoek naar nieuwe deelnemers. Zeker ook naar mensen die naast of in de plaats van Nederlands één of meerdere andere moedertalen hebben en Nederlands eventueel pas op latere leeftijd hebben geleerd. Zo kunnen resultaten nog representatiever worden gemaakt voor Nederland, Vlaanderen, Brussel en Suriname en kan het talenbeleid hierop nog beter worden afgestemd.

Nieuw is dat mensen die zelf één of meerdere andere moedertalen hebben en Nederlands eventueel pas op latere leeftijd hebben geleerd, zich bij de Taalunie kunnen aanmelden als ambassadeurs voor het onderzoek. Als zij familieleden, vrienden en kennissen willen helpen de enquête eveneens in te vullen, dan kunnen zij hiervoor een bescheiden vrijwilligersvergoeding krijgen. Geïnteresseerden kunnen contact opnemen met Kevin De Coninck van de Taalunie, Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

De nieuwe enquêtes kunnen drie maanden lang worden ingevuld en worden begin januari 2021 weer afgesloten. Na afsluiting worden onder alle deelnemers twintig mooie taalboeken verloot.

De enquête voor Nederland

De enquête voor België

De enquête voor Suriname

 

Meer informatie over het onderzoek:
Website Staat van het Nederlands
Website Taalunie