Standaardnederlands, Amsterdams dialect en het Wilhelmus: nieuwe onderzoeken van het Meertens Instituut

Datum
9 februari 2018

Wat hebben Standaardnederlands, Amsterdams dialect en het Wilhelmus met elkaar gemeen? Het zijn thema’s van onderzoeksprojecten die het Meertens Instituut zelf of met samenwerkingspartners opstart. Er zijn vijf KIEM-onderzoekssubsidies van NWO aan onderzoekers van het Meertens Instituut toegekend. Lees hieronder meer over de onderzoeken.

  • Gewoon en bijzonder. De ontsluiting van het Standaardnederlands.
Een eeuw geleden spraken maar weinig Nederlanders Standaardnederlands; de meesten spraken dialect. Het Standaardnederlands was de taal van de elite en verder vooral een schrijftaal. De traditionele dialecten raken tegenwoordig in veel regio’s in onbruik, maar ze laten sporen na in het Standaardnederlands. Het toekomstige Standaardnederlands zal ongetwijfeld verschillen van dat van tegenwoordig. De oordelen over wat ‘goed Nederlands’ is veranderen mee. Zo was 'u' als onderwerp (‘Vindt u dat juist?’) tot halverwege de negentiende eeuw even omstreden als tegenwoordig het gebruik van 'hun' in deze functie (‘Hun vinden dat prima’). 

Het onderzoek van deze veranderingsprocessen vergt grote hoeveelheden vergelijkbaar, goed gedocumenteerd taalgebruik van spreek(st)ers uit verschillende regio’s, met uiteenlopende onderwijs- en culturele achtergronden. Voor Nederland is dat recentelijk verzameld in een grootschalig crowd sourcing-project over spraak en oordelen over spraak, opgezet door wetenschapsjournalisten (NTR) en academici. 10.000 Nederlanders namen deel, 3.000 van hen verstrekten ook allerlei data over hun achtergrond. Deze data zullen worden onderzocht door taalwetenschapper Frans Hinskens van het Meertens Instituut in samenwerking met collega’s aan de universiteiten van Utrecht, Nijmegen en Groningen, en met medewerkers van Beeld en Geluid (Hilversum).
 
  • Van wie is het Wilhelmus? Een mini-documentaire voor middelbare scholieren over het Wilhelmus als nationaal symbool.

Het Wilhelmus speelt al eeuwenlang een rol in de vorming van de Nederlandse identiteit. Tijdens de afgelopen kabinetsformatie werd besloten dat scholen verplicht kennis over dit lied moeten aanbieden. Een ‘patriottische prikkel’, noemde dagblad Trouw dat besluit. CDA-leider Buma zag het meer als kans te bouwen aan een Nederlandse natie.

Els Stronks (Universiteit Utrecht), Folgert Karsdorp, Martine de Bruin (Liederenbank, Meertens Instituut), Gerdineke van Silfhout (Stichting Leerplan Ontwikkeling), Mike Kestemont (Universiteit Antwerpen) en Dyzlofilm gaan een mini-documentaire maken voor middelbare scholieren. Daarin willen ze laten zien hoe complex ‘nationale identiteit’ is vanuit het perspectief wat wetenschappers over het Wilhelmus weten. Lees meer.

  • Een reconstructie van negentiende-eeuwse Amsterdamse dialecten en sociolecten
De onderzoeksvraag van dit project luidt: hoe zag het Amsterdams er in de 19e eeuw uit en welke variatie kende het toen? Er is allerlei verspreid materiaal beschikbaar over het Amsterdams in de 19de eeuw, bestaande uit primaire en secundaire bronnen, en geluidsopnamen uit de 20ste eeuw van sprekers die in de 19de eeuw waren geboren. De oudste publicatie is Proeve van het Plat-Amsterdamsch van J. van Lennep uit 1845. In 1874 onderscheidde de bekende historicus Jan ter Gouw maar liefst negentien verschillende Amsterdamse ‘tongvallen’, telkens gesproken in een bepaalde buurt. Het gaat daarbij om sociolecten, zoals het ‘Kalverstraatsch’ - ‘het beste en welluidendste amsterdamsch’ - en het ‘Duvelshoeksch, in zijn platste platheid, doormengd met tal van woorden uit de dieve- en bedelaarstaal’. In de 20ste eeuw bestudeerde Jo Daan, dialectologe aan het Meertens Instituut variaties van het Amsterdams.

De gegevens uit de verschillende bronnen, die voornamelijk woorden en klankbeschrijvingen betreffen, zijn tot nu toe nooit aan elkaar gekoppeld, waardoor onze kennis tot nu toe fragmentarisch bleef. Wanneer we echter de gegevens aan elkaar koppelen, kunnen we het negentiende-eeuwse Amsterdams en de variatie daarbinnen reconstrueren en wellicht zelfs koppelen aan Amsterdamse buurten of sociolecten. Zo krijgen we inzicht in de woordenschat van de Amsterdamse dieventaal en leren we welke handelingen, voorwerpen, personen en straatnamen door hen in de 19de eeuw werden benoemd. Er is zelfs geluidsmateriaal beschikbaar van Amsterdammers die in de 19e eeuw zijn geboren. Namens het Meertens Instituut is Nicoline van der Sijs betrokken bij dit project.
  • Inzicht in het mentale lexicon
Er wordt momenteel vanuit diverse disciplines onderzoek gedaan naar de manier waarop woorden in het hoofd worden opgeslagen. Hiervoor worden verschillende onderzoeksmethodes gebruikt, zoals ratings, reactietijden, woordassociaties, corpusonderzoek, semantische vectoren, distributionele modellen. Veel van dat onderzoek levert nieuwe datasets op die ons meer informatie geven over woorden, zoals informatie over frequentie, associatie, gebruik en mate van bekendheid onder de bevolking.
 
Die datasets staan momenteel allemaal los van elkaar en ook los van de traditionele woordenboeken. Het aan elkaar koppelen van de verschillende datasets heeft grote waarde voor zowel onderzoek als praktische toepassingen. Nicoline van der Sijs (Meertens Instituut/Radboud Universiteit) gaat met een groep Nederlandse en Vlaamse taalkundigen, letterkundigen, historici, psycholinguïsten en taaltechnologen deze datasets aan elkaar koppelen.
  • Voortdurend Erfgoed - Hoe gaan we om met digitaal erfgoed in veranderende omstandigheden?

Er bestaan verschillende vormen van erfgoed: digitaal en analoog, materieel en immaterieel, roerend en onroerend. De vraag wat ons erfgoed is duikt regelmatig op in de samenleving, maar belangrijk zijn ook het behoud, gebruik en kennis van erfgoed als object of overlevering uit het verleden. Erfgoed past zich bovendien steeds aan veranderende omstandigheden aan en representeert een voortdurend veranderende betekenis. Binnen dit onderzoeksproject wordt de vraag onderzocht of erfgoed 'robuust' kan worden gemaakt door digitalisering. Met behulp van nieuwe digitale cross-domain-onderzoekszoektechnieken kunnen we systematisch antwoorden zoeken op vragen over culturen en hun materiële nalatenschap. Namens het Meertens Instituut maakt Patricia Alkhoven deel uit van dit project.

Over KIEM

Het NWO-programma Creatieve industrie - Kennis Innovatie Mapping (KIEM) financiert en stimuleert samenwerkingsverbanden tussen kennisinstellingen en bedrijven op het terrein van de Creatieve industrie.