De positie van het Nederlands voor het eerst in kaart gebracht

Datum
4 mei 2017

Wat is de staat van het Nederlands? Welke taal gebruiken inwoners van Nederland en Vlaanderen in welke situatie? Wanneer kiezen mensen voor Nederlands, en wanneer voor Frans, Fries, Chinees, Tamazight, Turks, of een andere taal? In onze internationale en multiculturele samenlevingen zijn antwoorden op deze vragen niet meer vanzelfsprekend. Daarom heeft de Taalunie in 2016 het project 'Staat van het Nederlands' (‘StaatNed’) in het leven geroepen, het eerste omvangrijke wetenschappelijke onderzoek naar de positie van het Nederlands.

Het onderzoek is recent afgerond. De resultaten maken het voor het eerst mogelijk om op basis van feiten en gegevens uitspraken te doen of een debat te voeren over het gebruik van Nederlands en andere talen in het maatschappelijk verkeer. U kunt het onderzoeksrapport "Staat van het Nederlands. Over de taalkeuzes van Nederlanders en Vlamingen" hier lezen.


StaatNed-panel
Het grootschalige onderzoek is uitgevoerd door het Meertens Instituut in Nederland en de Universiteit Gent in Vlaanderen binnen de domeinen: sociaal verkeer, werk, media, cultuur, onderwijs en wetenschap. Er zijn op verschillende manieren data verzameld om te zien hoe het gesteld is met de taalkeuzes in Vlaanderen en Nederland. Vanuit het Meertens Instituut en de Universiteit Gent is met dit doel het ‘StaatNed’-panel opgericht. Meer dan 6.500 mensen hebben deelgenomen aan het panel en een vragenlijst ingevuld om zo de staat van het Nederlands in kaart te brengen. 

Meer informatie kunt u vinden op de website van de Staat van het Nederlands.

 


 

 

 

 

 

 

 

Afbeelding 1: Caroline de Roy, 2012
Afbeelding 2: een van de grafieken uit het onderzoeksrapport: "Staat van het Nederlands. Over de taalkeuzes van Nederlanders en Vlamingen."