Promotiebeurs voor Roger Weijenberg

Datum
16 juni 2016

Is het klanksysteem van het Maastrichts uniek ten opzichte van andere dialecten? Veranderen of verdwijnen de typische klanken van het Maastrichts? Wat voor invloed hebben de moderne media en de mobiliteit van personen op de snelheid waarmee het stadsdialect aan het veranderen is? Een greep uit het arsenaal van vragen waar Roger Weijenberg in de komende vier jaar onderzoek naar zal doen.

bron: http://www.mestreechtertaol.nl


Weijenberg initieerde in 2011 het project Mestreechter Taol en werkte hier drie jaar aan, met de website mestreechtertaol.nl als eindresultaat. De website geldt als officieel woordenboek van het Maastrichts. Binnen dit project heeft Roger zich verdiept in de fonologie - het klanksysteem - van het Maastrichts. Door alle 67.000 woorden in de database om te zetten naar het Internationaal Fonetisch Alfabet (IPA) was het o.a. mogelijk om van de online 'dictionair' een groot rijmwoordenboek te maken.

Na een jaar van voorbereiding, en het schrijven van een uitgebreid onderzoeksvoorstel, is afgelopen zaterdag bekend geworden dat Roger Weijenberg een promotiebeurs van NWO t.w.v. €150.000,- toegekend heeft gekregen, waarmee hij in staat wordt gesteld om de komende vier tot vijf jaar onderzoek te doen naar fonologische veranderingsprocessen binnen het Maastrichts. Hij zal als promovendus twee dagen per week onderzoek doen aan het Meertens Instituut in Amsterdam onder begeleiding van zijn drie promotoren: prof. dr. Marc van Oostendorp, prof. dr. Leonie Cornips en prof. dr. Nicoline van der Sijs. Roger blijft daarnaast werkzaam als docent aardrijkskunde aan het Stella Maris College in Meerssen.

In het verleden zijn de nodige wetenschappelijke artikelen geschreven over het Maastrichts, maar als we op zoek gaan naar taalkundige promotieonderzoeken met de 'Mestreechter taol' als onderwerp, dan komen we niet verder dan twee proefschriften. In 1905 promoveerde J. Houben in Amsterdam op 'Het dialect der stad Maastricht'. Zijn proefschrift bevat een schat aan informatie over de fonologie van het dialect van Maastricht van meer dan 110 jaar geleden. In 1938 promoveerde Jean Tans in Nijmegen op de 'Isoglossen rond Maastricht in de dialecten van Belgisch en Nederlandsch Zuid-Limburg', waarin hij fonologische eigenschappen van de dialecten rondom Maastricht met elkaar vergelijkt. Als alles volgens planning verloopt, dan wordt daar in 2020 een derde proefschrift aan toegevoegd.

Het voorgenomen onderzoek is overigens niet alleen interessant voor het Maastrichts, maar kan uiteindelijk inzicht geven in hoe klanksystemen van andere dialecten zich ontwikkelen in de toekomst. Het Maastrichtse stadsdialect leent zich goed voor een dergelijk onderzoek, omdat het altijd veel aandacht heeft gehad van onderzoekers en schrijvers, waardoor we over de Maastrichter taal - op taalkundig niveau - relatief gezien meer weten dan over andere dialecten.

Weijenberg zal in totaal vijf wetenschappelijke artikelen publiceren, die over vier jaar moeten leiden tot een afgerond proefschrift. Een belangrijk onderdeel van het onderzoek, is het maken van geluidsopnamen van ca. 120 Maastrichtenaren, die woorden en zinnen inspreken. Via de website mestreechtertaol.nl (en de facebookpagina) zal te zijner tijd een oproep worden gedaan om vrijwilligers hiervoor te verzamelen. Ook informatie over de algemene voortgang van het onderzoek, zal worden gepubliceerd op mestreechtertaol.nl.