Sterven achternamen uit?

De eerste aflevering van de Grote Vragen Podcast van de Volkskrant gaat over achternamen. Aanleiding was de lezersvraag: Sterven achternamen uit? Hoe erg is dat? Onze naamkundige Leendert Brouwer werkte eraan mee. Voor de nieuwsbrieflezers gaat hij nog eens uitvoerig in op deze vragen.

door Leendert Brouwer

Dat men zich zorgen maakt om de extinctie van diersoorten is begrijpelijk. Maar waarom men zich zorgen maakt om het uitsterven van achternamen begrijp ik niet zo goed. Het zal toch niet zo zijn dat men het uitsterven van families met specifieke namen vreest, want ook families of familietakken met veelvoorkomende namen kunnen door gebrek aan nazaten ‘uitsterven’.

verspreidingskaart van de naam Jansen (bron: CBG)

Versteende bijnamen

Wat voor een naamkundige vooral moeilijk is in deze kwestie, is dat hij moet uitleggen wat achternamen eigenlijk zijn. In wezen zijn achternamen immers versteende bijnamen. Vóór de invoering van de burgerlijke stand in 1811 waren achternamen nog los vast: men heette zoals men genoemd werd. En dat kon gedurende een levensloop veranderen. Men kon bijvoorbeeld naar zijn of haar vader of moeder genoemd worden. Maar daarnaast kon men ook een andere naam aangemeten krijgen, of een alias die de goegemeente spontaan voor je bedacht had. Jan Bakker, die zo heette omdat zijn grootvader een broodbakker was, kan ook Jan de Rooie genoemd zijn omdat hij opvallend rood haar had. Zíjn zoon werd wellicht Cornelis Janszoon de Roode of De Rooij of Rood genoemd. Bij de invoering van de burgerlijke stand kreeg je zo van één grootvader mogelijk nakomelingen met de namen Bakker, Rood en De Rooij.

Het kon vóór 1800 alle kanten opgaan met de naamgeving en omdat er nog geen uniforme spellingsregels waren, was er ook een grote variatie in schrijfwijze. Hoeveel spellingsvarianten zijn er wel niet van een naam als Van den Boogaard (Bongers, Boomgaards, Boogert, Uittenbogaard plus tientallen andere naamvormen), terwijl die mensen heden ten dage allemaal Van de Boomgaard zouden hebben geheten. Ware het niet dat men de namen bij de invoering van de burgerlijke stand in bevroren toestand heeft vereeuwigd.

Eigenlijk is het naamgevingsproces daardoor verstard. In de eeuwen daarvoor werden namen genoteerd die kwamen en gingen en sommige namen van veelvoorkomende beroepen bijvoorbeeld zag men overal terugkeren. De voornaam Jan was een van de populairste roepnaamvormen van de doopnaam Johannes. Vandaar dat de ervan afgeleide achternamen Janse, Jansen en Janssen wijdverbreid zijn.

Curieuze achternamen

Ja, een curieuze achternaam had dus de kans om van korte duur te zijn. Zulke individuele namen kunnen heel fraai zijn, maar zonder nakomelingen waren ze geen lang leven beschoren. Neem bijvoorbeeld namen als Dwaaslicht, Fierenblaas, Guldentong, Hardevuist, Hutspot, Jongemooimeisje, Van de Korenmarkt, Kriekenboom, Lootsman, Macropedius, Negenvinger, Onweer, Plantijn, Plukkeroos, Smijtegeld, Spaarpot en Sterveling. Misschien zijn er enkele generaties van geweest, maar inmiddels bestaan ze niet meer. Dat is misschien spijtig voor een aantal namen, maar al die namen maakten in feite gewoon deel uit van de taalschat, en die was en is veranderlijk.

Verspreidingskaart van de naam Poepjes (bron: CBG)

Ook ongunstige namen zoals de toenamen ‘t Hoertje en De Lul zijn in het verleden genoteerd. Nog steeds zijn er namen die een ongunstige associatie hebben. De naam Poepjes is misschien wel de meest beruchte, al was men zich bij de naamgeving van geen kwaad bewust; Poepjes heeft niets met faecaliën te maken. Bron: CBG Familienamenbank.

Zoals sommige woorden niet of nauwelijks meer in gebruik zijn, zo verdwenen ook sommige achternamen. Na de invoering van de burgerlijke stand is het echter louter een demografische kwestie geworden. Gedurende twee eeuwen nam de verspreiding van namen in grote gezinnen met veel jongens toe en hadden de bijzondere namen van kleine families kans uit te sterven. Kijken we naar de namenvoorraad van nu dan tellen we ongeveer 300.000 familienamen. Na de oorlog waren het er 125.000. Gemiddeld heeft een naam in de tussenperiode anderhalf keer zoveel naamdragers gekregen en er zijn veel nieuwe namen bijgekomen.

Immigratieland

Je zou het alarmerend kunnen vinden dat van de 300.000 familienamen de helft door minder dan vijf personen wordt gedragen en derhalve met uitsterven wordt bedreigd. Maar dan moet je wel bedenken dat er veel namen van buitenlandse origine bij zijn die waarschijnlijk nog veelvuldig in andere landen voorkomen. Ook zijn er veel Spaanse en Iraanse dubbele namen bij die weliswaar uit meer voorkomende enkelvoudige namen zijn samengesteld, maar als dubbele naamvorm vrij uniek zijn. En dan zijn er nog duizenden zeldzame spellingsvarianten van meer voorkomende namen waarvan het merendeel naoorlogse immigranten toebehoort.

Na de oorlog was het bovendien niet anders. De helft van de toenmalige 125.000 namen werd evengoed door minder dan vijf personen gedragen. Ook toen betrof het grotendeels namen van buitenlanders. Nederland is van oudsher een immigratieland.

Maar het is hoe dan ook spijtig dat sommige unieke namen nog slechts tragisch in het archief vergelen bij het overlijden van de laatste naamdrager. Gelukkig is er inmiddels een naamrechtelijke mogelijkheid om een zeldzame naam te behouden. Ouders kunnen immers sinds 1998 hun kinderen de naam van de moeder meegeven. Deze keuzemogelijkheid biedt tevens een goede oplossing om het aantal van de veelvoorkomende namen enigszins te beknotten. Zo zijn er nu ietsje minder Brouwers dan er zouden kunnen zijn, omdat mijn dochter de achternaam van haar moeder heeft meegekregen. Het spreekt voor zich dat deze keuzemogelijkheid ook een goed middel is om van minder gunstige namen af te komen. Die worden dan helaas weer met uitsterven bedreigd. Maar dat zal bij deze namen wellicht slechts de naamkundigen spijten.

Beluister hier de podcast: https://www.volkskrant.nl/kijkverder/t/podcasts/serie/de-grote-vragen-podcast/sterven-achternamen-uit/