Ik heb Het sprookje Uta-Daja en Uta-Nebo. Plaats van handeling Ultrajera, en ik zou meer informatie willen hebben over dit boekje.

Het antwoord wordt gegeven door Theo Meder en Marianne van Zuijlen.

Het sprookje van Uta-Daja en Uta-Nebo

Het is lastig om alle informatie over Het sprookje van Uta-Daja en Uta-Nebo. Plaats van handeling Ultrajera boven water te krijgen: in het boek staan bijna geen gegevens. Niet wanneer het gedrukt is, niet waar, en ook niet wie de auteur is. Een zoektocht op internet leidt alleen maar naar het Meertens Instituut: waarschijnlijk is dit de enige bibliotheek die het boek in zijn collectie heeft.

Het Meertens Instituut heeft in 2010 een exemplaar van het boek in A4-formaat (16 folia) uit de nalatenschap van mevrouw Lai Fan Kwik uit Amersfoort ontvangen. Het boek is echter ouder en lijkt uit de jaren ’30 te dateren. We weten alleen dat de vele grote “teekeningen” van de hand zijn van “Mejuffrouw Toby Nieuwstadt”, want dat staat op de laatste bladzijde vermeld. Spelling van woorden als “behooren”, “zoo” en “groote” duidt aan dat we vóór de spellingswijziging van 1947 zitten. De tekeningen zijn professioneel, maar nergens gesigneerd. Waarschijnlijk is Toby Nieuwstadt een pseudoniem of schuilnaam. We komen de naam, nu gespeld als “Toby Nieuwstad”, tegen als tekenaar van de strip Avonturen van Baron van Munchhausen, gepubliceerd in het oorlogsjaar 1941 in het Utrechts Nieuwsblad, de Gooi en Eemlander en de Arnhemse Courant.

Reclameboodschap

In het boek overwegen de tekeningen; de tekst stelt niet veel voor. De tekst is bovendien geen echt sprookje: het is een nieuwverzonnen reclameboodschap, gegoten in de vorm van een sprookjesachtig verhaal. De vertelling gaat over de keizer van Ultrajera die graag een boodschap wil laten rondbrengen onder zijn bevolking. Hij geeft zijn boodschappers Uta-Daja en Uta-Nebo de opdracht om het bericht rond te brengen dat de belastingen verlaagd zullen worden. Na gedane arbeid vraagt Uta-Daja 7 ducaten voor zijn werk, terwijl Uta-Nebo 8 ducaten vraagt. Het dreigt slecht af te lopen met de laatste, maar dan wordt duidelijk dat hij 32.000 huizen heeft bereikt en Uta-Daja slechts 14.000. Al met al is Uta-Nebo toch goedkoper en wordt hij de eerste bode van Ultrajera.

De reclame op de volgende bladzijde ontraadselt het verhaal. Adverteerders zouden net zo slim moeten zijn als de keizer en hun advertenties plaatsen in het Utrechtsch Nieuwsblad, want daarmee bereikt men 32.000 huishoudens.

Nu is de rest niet moeilijk meer te ontsleutelen. Ultrajera is Utrecht, dat door de Romeinen en in de middeleeuwen wel Ultra Trajectum werd genoemd. Uta-Daja is het Utrechts Dagblad, Uta-Nebo is het Utrechts Nieuwsblad. Het boekje zal in de loop van de jaren ’30 zijn aangeboden als relatiegeschenk aan (potentiële) adverteerders. Op de achterflap staat een wapenschild getekend met UN (Utrechts Nieuwsblad) erin. De tekst kan geschreven zijn door een journalist van het Utrechts Nieuwsblad, maar ook van de hand van Toby Nieuwstadt zijn. De overeenkomst ‘nieuwsblad’ – ‘nieuwsstad’ lijkt toch te duiden op een bewust gekozen pseudoniem.

Prentenboeken als reclamemateriaal waren destijds niet ongebruikelijk. In 1920 werd bijvoorbeeld het sprookje van kabouter Piggelmee en het Tovervisje gebruikt om reclame te maken voor de koffie van Van Nelle. Maar hier moesten klanten de plaatjes zelf sparen.

Zie voor meer informatie de Nederlandse Volksverhalenbank van het Meertens Instituut.

__________________________________

Ook een vraag voor het Meertens Instituut? Mail This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it..

Dit artikel is verschenen in de digitale nieuwsbrief (september 2014) van het Meertens Instituut. Ook abonnee worden? Klik hier.