'Het zijn mijn vragenlijsten!'

Een overzicht van de volkskundige vragenlijsten 58-73, 1989-2004

door Judith Brouwer en Douwe Zeldenrust

“Heb jij die doos geraadpleegd?” vraagt directeur Beerta ergens in het eerste deel van de roman Het Bureau aan zijn collega Maarten Koning. Beerta is geïrriteerd en heeft het over de vragenlijsten die Maarten even daarvoor had gebruikt. Ze zijn niet naar de zin van Beerta opgeborgen. “Ik wilde ze gisteren raadplegen en ik vind ze zo! Zo gaan ze kapot!” Maarten legt de stapel recht. “Zo is het beter. En laat het niet nog eens gebeuren.”[1]

Inleiding

Zoals veel scènes in Het Bureau is ook deze gebaseerd op een gebeurtenis die de schrijver, de volkskundige J.J. Voskuil, tijdens zijn werk op het toenmalige P.J. Meertens-Instituut heeft meegemaakt. De vragenlijsten lagen gevoelig. Ze zijn de basis voor de atlassen die gemaakt moesten worden en die kwamen slechts moeizaam van de grond. Dat gaf de nodige spanningen. In de bovenstaande scène in Het Bureau krijgt Maarten een reprimande, maar hij vraagt zich eigenlijk ook af wat Beerta met de doos gedaan had.

De vragenlijsten vormen de oudste en grootste verzameling van het instituut. Het is als het ware de ruggengraat van de collecties. De eerste dialectvragenlijst werd in 1931 verzonden; in 1934 volgde de eerste volkskundevragenlijst en in 1946 de eerste naamkundevragenlijst. In totaal zijn meer dan 220 papieren lijsten zijn uitgezet. De vragenlijsten worden vandaag de dag zorgvuldig bewaard in het instituutsarchief (afb. 1).

Afbeelding 1: de vragenlijsten in het archief van het Meertens Instituut (foto Elise ’t Hart)

Atlassen worden al lang niet meer gemaakt, maar de vragenlijsten zijn wel een heel interessante bron voor onderzoek. Er wordt gewerkt aan de nadere ontsluiting van het materiaal en in dat kader is een nieuw overzicht gemaakt om een lacune op te vullen. Het nieuwe overzicht betreft de periode 1989-2004 (De volkskundige vragenlijsten 58 – 73 (1989 – 2004) van het Meertens Instituut). Het sluit aan op het overzicht van A.J. Dekker in 1989 dat loopt van 1934 tot en met 1988 (De volkskundevragenlijsten 1-58 (1934-1988) van het P.J. Meertens-Instituut).[2]

‘Ik vlag daar niet voor’

De onderwerpen van de volkskundige vragenlijsten uit de periode 1989-2004 zijn gevarieerd. Verschillende lijsten werden verstuurd in het kader van onderzoek naar feestdagen en kalenderfeesten, zoals Palmzondag, Sint-Maarten en carnaval. Verder is er een culinaire component in de vorm van vragen over bijzondere broodsoorten en een oproep tot het zenden van oude foto’s over eten, koken en maaltijden. Het kwam ook wel voor dat respondenten gecombineerde vragenlijsten voorgeschoteld kregen met uiteenlopende onderwerpen. In 1996 werd eerst een beroep gedaan op de kennis over vrijgezellenparty’s en de laatste schooldag. Onder ‘varia’ vroegen onderzoekers vervolgens naar liedjes en sketches uit de revue of van de bonte avond, naamgeving van kinderen, moppen en grappen, en ten slotte (huis)slachtvet en broodbeleg.[3]

Soms prikkelden de vragen van de lijsten de respondenten. In 1989 werd een vragenlijst verzonden over het bezit en gebruik van de nationale vlag voor en na de Tweede Wereldoorlog. Een vraag luidde ‘Voorziet u de vlag op koninginnedag of andere koninklijke feestdagen van een oranje wimpel?’. De respondent vond het neergepende ontkennende antwoord kennelijk niet afdoende, streepte het door en verbeterde dit in een krachtiger ‘Ik vlag daar niet voor.’ (afb. 2).

Afbeelding 2: detail vragenlijst nr. 60, De vlag (1989)

Digitalisering

Zoals hierboven al vermeld staat, loopt het nieuwe overzicht van 1989 tot en met 2004. Er is voor dat tijdvak gekozen omdat in die periode papieren vragenlijsten zijn verstuurd. Vanaf 2005 zijn de vragenlijsten alleen nog maar digitaal uitgezet. Vandaag de dag gebeurt dat via het Meertens Panel. Daarnaast is het Meertens Instituut bezig de papieren vragenlijsten digitaal beschikbaar te maken. Op dit moment gebeurt dat via de Vragenlijstenbank met daarin informatie over de vragenlijsten, scans van vragenlijsten en een zoekmogelijkheid door de vragen die gesteld zijn. Bovendien wordt via het Vele Handen-project Meertens-vragenlijsten Taal en Cultuur (1931-2005) gewerkt aan de ontsluiting van het materiaal. Een overzicht van de digitaal uitgezette vragenlijsten van 2005 tot het heden volgt in een latere fase. Deze toegankelijkheid tot de wetenschappelijke informatie past tegenwoordig helemaal in het Open Science-beleid van het Meertens Instituut. Maarten Koning dacht daar in zijn tijd wat anders over: in zijn gesprek met Beerta beet hij hem driftig toe: “Het zijn mijn vragenlijsten!”

Meer informatie

Het nieuwe overzicht is te raadplegen via de website van de Vragenlijstenbank: De volkskundige vragenlijsten 58 – 73 (1989 – 2004) van het Meertens Instituut. Het Meertens Panel zoekt nog steeds vrijwilligers. U kunt zich hier aanmelden en meewerken aan het onderzoek.Voor meer informatie over de collecties kunt u contact opnemen met Judith Brouwer (Research Data Manager): This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it. en Douwe Zeldenrust (Manager Collecties & Senior Research Data Manager): This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it..

Bronnen

[1]J.J. Voskuil, Het Bureau deel 1: Meneer Beerta (Amsterdam 1996) 475.

[2]A.J. Dekker, De Volkskundevragenlijsten 1-58 (1934-1988) van het P.J. Meertens-Instituut (Amsterdam 1989).

[3]Voor een volledig overzicht zie J. Brouwer en D. Zeldenrust, De volkskundige vragenlijsten 58-73 (1989-2004) van het Meertens Instituut (Amsterdam 2021) 4-8.