‘Praten over het weer is typisch menselijk’

Half februari stonden Nederlanders massaal op de schaats. Een week later lagen de parken vol mensen die genoten van de zomerse temperaturen. Er werd in februari heel wat afgepraat over de weersextremen. Een kolfje naar de hand van Jasmijn Visser. Zij struinde de audio-archieven van het Meertens Instituut af om te onderzoeken hoe Nederlanders praten over… het weer.

door Mathilde Jansen

Een jaar geleden begon Jasmijn Visser als Artist in Residence met haar onderzoek in de geluidsarchieven van het Meertens Instituut. Ze verhuisde er zelfs voor naar Amsterdam, om ook het instituut van binnen te leren kennen. Maar corona gooide roet in het eten. Ze werd helemaal teruggeworpen op de digitale archieven, die ze vanuit haar appartementje beluisterde. Het was niet eenvoudig om in die duizenden uren aan audiofragmenten haar route te bepalen. Want mensen praten bijna nooit hoofdzakelijk over het weer, maar vooral tussen neus en lippen door. “Ik zat soms uren te luisteren, maar mijn wachten werd steeds beloond door bijzondere verhalen over het weer.”

Het was een vrij nieuwe ervaring voor Visser om zich te verdiepen in geluidsfragmenten die andere onderzoekers in de vorige eeuw hadden verzameld. Voorheen deed ze namelijk vooral onderzoek op locatie. Zo trok ze naar de Falkland Eilanden, Siberië en Zuid-Korea om mensen te interviewen over oorlogstrauma’s. Haar veldwerk in Kalmykia (Rusland) bracht een belangrijke ommekeer teweeg in haar onderzoeksinteresse. Ze kwam hier om de deportaties tijdens de Tweede Wereldoorlog te onderzoeken. Maar ze werd ervan doordrongen hoezeer de woestijnvorming in Kalmykia het leven van de bevolking bepaalde. Het was de veroorzaker van armoede en een grote leegloop van het land. “Ik wilde verder onderzoeken hoe cultureel mensen vervlochten zijn met het klimaat.”

Migranten en het weer

In Vissers onderzoek gaat het om klimaat in de brede zin van het woord. Want hoewel berichtgeving in de media over klimaatverandering vaak gekenmerkt wordt door abstracte begrippen, praten mensen de hele dag door in allerlei bewoordingen over het weer. De audio-archieven van het Meertens Instituut vormden daarom een interessant startpunt. Visser besloot eerst de fragmenten van Nederlandse emigranten en immigranten te beluisteren: “Wanneer mensen vertellen over hun ervaringen als migrant, beginnen ze heel vaak over het weer. Immigranten hebben het vooral over de regen en hoe koud het wel niet is in Nederland. Een Nederlander in Brazilië vertelde hoe de regenperiode ervoor zorgde dat de onverharde wegen onbegaanbaar werden. In ieder land leef je anders met de elementen.”

“Ik vond het interessant om te horen hoe de natuur centraal kan staan in een mensenleven. Zo vertelde een man in Indonesië hoe hij en zijn familie opgroeiden met de rivier. Daar gingen ze vissen voor hun avondeten, daar vierden ze hun feesten. Maar dan vertelt hij hoe tijdens de oorlog de brug in de rivier werd opgeblazen, en welke gevolgen dat had. Hoe de rivier door ontbossing langzaam verdroogde en hoe anders zijn dagen eruit gingen zien.”

“Een Chinese vrouw die in Nederland was komen wonen vertelde hoe je in China een Feng Shui-man kunt vragen om je huis in te richten. Die denkt na waar de wind vandaan komt, waarom je niet een huis op een hoek moet nemen of de deur op een bepaalde plek kunt hebben. Die is dus heel erg bezig met de elementen. Dat leven met de elementen hoorde ik in Nederland ook terug in een audiofragment van Terschelling. De interviewer vroeg: Wat doet u hier eigenlijk? Het antwoord was: ‘Buiten zijn, gewoon buiten zijn’.”

Culturele viering

Terwijl Visser de audiofragmenten beluisterde las ze ‘Duizend jaar weer, wind en water in de Lage Landen’ van Jan Buisman. Daarin wordt het weer in Nederland beschreven vanaf het jaar 763 in samenhang met de culturele gebeurtenissen. Haar vermoeden dat Nederlanders cultureel vervlochten zijn met het klimaat, werd er nog meer door bevestigd. “Praten over het weer kun je zien als een culturele viering. Er zit een soort plezier in praten over het weer.”

Overigens denkt ze niet dat het typisch Nederlands is om veel over het weer te praten. Op haar reizen kwam ze het overal tegen. “Het is typisch menselijk. In Kalmykia bijvoorbeeld heerst een steppeklimaat. Het is er ontzettend heet. En daar vinden mensen het heel leuk om de hele dag door hittegrappen te maken. Er zit ook een soort trots in: wij kunnen goed omgaan met de hitte. Net zoals Nederlanders graag zeggen dat ze wel tegen een buitje of een beetje kou kunnen. Het weer is onderdeel van hun identiteit.”
 

Jasmijn Visser doet momenteel promotieonderzoek naar klimaatverandering en complexiteit. Het onderzoek is een samenwerking tussen a.r.t.e.z. Keulen en University of Westminster Londen. Daarnaast heeft ze een beurs ontvangen van het Stimuleringsfonds, waarmee ze bij het Meertens Instituut een videogame gaat ontwikkelen die de speler helpt om een breder begrip te krijgen van klimaatverandering.

Afbeelding: Flickr, Remko van Dokkum via CC BY 2.0