Een Meertens Museum?

Door Peter Jan Margry

Het Meertens Instituut is een onderzoeksinstelling en geen museum, maar in de gangen van het Amsterdamse Spinhuis aan de Oudezijds Achterburgwal bevindt zich een opstelling die wel een beetje museaal aandoet. Op de begane grond staat het immense schrijfbureau van Piet Meertens (1899-1985), de naamgever van het instituut. Vanwege zijn hoge achteropbouw met kastjes en geheime laadjes ook wel het pijploze orgel genoemd. Het honderd jaar oude bureau is verder volgezet met allerlei snuisterijen die met de geschiedenis van hem en ‘zijn’ instituut te maken hebben. Eigenlijk wordt het allemaal zo bewaard omdat het instituut vereeuwigd en beroemd is geworden door de uiterst succesvolle zevendelige romancyclus Het Bureau van schrijver en oud-medewerker J.J. (Han) Voskuil (1926-2008). Eventjes heeft dit ensemble nog op een waarlijk museaal plateau gestaan, maar daarmee werd het een soort altaar en dat vonden we weer te veel van het goede. Die opstelling werd schielijk weer ongedaan gemaakt.

Toch houden we het oog open voor nieuwe ‘aanwinsten’. Af en toe bezoek ik een klein snuisterijenwinkeltje aan de Keizersgracht. De etalage is een nevenactiviteit van de twee bewoners die daartoe veilingen en markten afstruinen. Ik zag er laatst een mooie heiligwatercontainer uit Lourdes uit de 19e eeuw, een zeldzaam ding. Pratende met de verkoper kwamen we op bedevaarten en het bedevaartonderzoek op het Meertens en dat ik daar werk.

Enigszins bedremmeld begon hij me daarop iets op te biechten. Zijn vrouw, Mila, was namelijk indertijd een hardcore Voskuilfan. Toen het instituut in 1998 van de Keizersgracht naar de Joan Muyskenweg ging verhuizen, werden er rondleidingen gegeven om de biotoop van Voskuil en zijn medewerkers nog voor het laatst aan de fans te laten ervaren. Mila was er als de kippen bij. Na de verhuis stond het gebouw leeg met slechts het naambord nog tegen de gevel. Ze dwong haar man om ’s avonds laat het bord eraf te halen, want anders zou het toch maar worden weggegooid. Na enig wrikken kwam het los en kon de literaire trofee in huis worden gehaald. Opgehangen werd het echter niet meer en zo kwam het in een hoek bij andere rariteiten terecht. Tot een paar weken terug. Toen ik die middag ook vertelde dat we een rariteitenkabinet-bureau hadden op het Meertens wilde Mila het graag daarvoor afstaan. Naast de oudere naamborden, maakt dit op een na laatste naambord nu dus ook deel uit van de ‘historische collectie’.

Wie in de buurt is van het Meertens mag altijd eens aanbellen en wellicht is er dan iemand die bereid is je deze collectie even te laten zien.