April 2020: Een opmerkelijke comeback voor passiespelen

Opvallend veel passiespelen begonnen als reactie op besmettelijke ziektes. Het wellicht wel meest beroemde passiespel, dat van het Beierse dorpje Oberammergau, begon in 1634 toen het dorp Oberammergau een belofte aflegte: als de pest het dorpje zou passeren zonder verdere slachtoffers te maken, dan zou er elke tien jaar een passiespel georganiseerd worden. Een tweede voorbeeld is het passiespel van Iztapalapa in Mexico. In 1843 werd, in het midden van een cholera-epidemie, een poging ondernomen zowel goddelijke machten te verleiden wat zachter te zijn en de plaatselijke bevolking een hart onder de riem te steken. 


Deze passiespelen waren niet alleen een poging om ziekte af te wenden. Het is ook een moment waarop een gemeenschap elkaar vindt en waarbij in periodes van leed en onzekerheid een gemeenschappelijke troostende ervaring plaatsvindt. Het laat zien dat een passiespel een religieus evenement is, maar ook verbonden is aan lokale identiteit en saamhorigheid. 

Deze geschiedenis, waarbij passiespelen gezien worden als een steun en bron van verbinding voor een gemeenschap in tijden van zorgen, is nodig om te begrijpen hoe passiespelen in de 21ste eeuw opnieuw populair worden. In de 21ste eeuw beleven de passiespelen een opmerkelijke comeback. Waarom leest u in de blog 'Pasen als gemeenschappelijk medicijn' van religiewetenschapper Ernst van den Hemel. 

>  Deze blogpost is verbonden aan het recent verschenen boekje Passie voor de Passie.

Foto: Ernst van den Hemel, Passiespelen in Hertme 2019