November 2019: Het Nederlands dat we nu spreken, hebben we te danken aan migranten

"Migratie is al eeuwenlang het vliegwiel van verandering in het Nederlands, toont taalkundige Nicoline van der Sijs aan in het nieuwe boek ‘15 eeuwen Nederlandse taal’. Het boek is een plezier om te lezen", oordeelt Ton den Boon, hoofdredacteur van de Dikke Van Dale en taalschrijver van Trouw.
 
De geschiedenis van de Nederlandse taal mag dan zo’n 1500 jaar geleden zijn begonnen, de voorgeschiedenis van onze taal gaat vele duizenden jaren verder terug en begint in wat nu het zuidelijke deel van Rusland is, schrijft Van der Sijs. Zo’n 5000 jaar voor Christus werd de Russische steppe bewoond door nomaden die een taal spraken die nu het Indo-Europees wordt genoemd. Uit deze oertaal zijn onder meer het Sanskriet en het Grieks, en ook de Romaanse en Germaanse talen ontstaan. Uit het West-Germaans ontstond het Oudnederlands ongeveer 15 eeuwen geleden.
 
Oudnederlands, Middelnederlands, Nieuwnederlands, modern Nederlands, etnisch Nederlands, digitaal Nederlands: de rode draad in de taalgeschiedenis die Van der Sijs schrijft, is dat de taal die wij nu spreken, het resultaat is van een voortdurend proces van taalverandering. Ze noemt daarbij twee essentiële, met elkaar samenhangende factoren: migratie en taalcontact.  

Van der Sijs beschrijft op boeiend wijze onze taalgeschiedenis waarbij ze "gezegend is met een helikoptervisie en kan putten uit een fenomenale detailkennis en is daardoor als geen ander in staat om aantrekkelijk over onze taal te schrijven alsof het een samenhangend geschiedenisverhaal is. Het resultaat is een informatief boek dat je uit hebt voor je er erg in hebt."