Daarnet stelde mijn dochter van vijf mij de vraag: wat is de houten been? Ik ben gaan zoeken op internet maar ik moet haar het antwoord schuldig blijven...Weten jullie  wellicht het antwoord op deze vraag? Een vriendelijke groet van Corina en Gitte Lodewijk.


Het antwoord wordt gegeven door Ellen van der Grijn:

altHet spelliedje “Twee emmertjes water halen” komt met talloze tekstvarianten voor in Noord- en Zuid-Nederland en België. De oudste optekeningen door verzamelaars van volksliedjes als Boekenoogen, Bakker, Franken, Donders en Van Vloten dateren uit de 19e eeuw. maar zoals wel vaker bij liedjes die van mond tot mond worden doorgegeven kan het al eerder zijn ontstaan. Het is in elk geval tot ver in de 20e eeuw gezongen op het schoolplein, en misschien klinkt het nog wel op een enkele school of crèche.




De versie die de meesten zullen kennen is de volgende:

Twee emmertje water halen
Twee emmertjes pompen
De meisjes op de klompen
De jongens op de houten been
Rij maar door mijn straatje heen

Van je ras ras ras rijdt de koning door de plas
Van je voort voort voort rijdt de koning door de poort
Van je erre ere erre rijdt de koning door de kerk
Van je één-twee-drie!

We weten niet wie de auteur is, noch precies wanneer het ontstaan is, maar weten we eigenlijk waar het liedje over gaat?
Op het eerste gezicht lijkt de tekst nogal onsamenhangend omdat het eerste deel over jongens en meisjes gaat en in het tweede deel opeens een koning opduikt. Als je weet dat in 18e en 19e eeuwse liedjes vaak erotische woordspelingen en dubbelzinnigheden zaten, krijgt de inhoud van het lied opeens een heel andere lading. De woorden “koning”, “Jantje” of “kleuter” waren synoniemen voor het mannelijk geslachtsdeel; de woorden “tuintje”, “hof” en “kerk” beeldden het vrouwelijk geslachtsdeel uit. En, ja, ook het “houten been” valt in deze categorie.

Niet voor kinderen?

Voor ons is “Twee emmertjes water halen” een kinderlied, maar dat was het van oorsprong waarschijnlijk niet, zoals we vaker zien bij onze bekendste “kinderliedjes”. Denk aan “Kortjakje”, “Daar was laatst een meisje loos”, “Witte zwanen, zwarte zwanen”. Wat natuurlijk niet wil zeggen dat ze niet ook door kinderen werden gezongen. Onze opvattingen van wat een kinderlied is, zijn nu eenmaal sterk gevormd door opvoedings- en beschavingsidealen uit de verlichting en daarna.

altDe Vlaamse antropologe Marita de Sterck* legt een verband tussen gezelschapsliedjes in onze streken en het gebruik van liedjes bij rituelen onder niet-inheemse volken. Daar zorgt het zingen van liedjes naast een collectief zangplezier voor het aan elkaar smeden van generaties en voor het doorgeven van tradities, waarbij ook ruimte is voor variatie en flexibiliteit. Meisjes krijgen op deze manier in metaforen al over de geneugten van de lichamelijke liefde te horen.

Dubbelzinnig lied of niet, een kind zal erin horen wat het wil en heeft doorgaans geen moeite met onlogische of onbegrijpelijke woorden in de liedtekst. En een houten been kan natuurlijk ook gewoon een prothese zijn.

* Marita de Sterck, En rijen is plezant. 69 vuile Vlaamse volksliedjes, tot lering en vermaak van jong en oud. Van Halewyck, 2008.
________________________________________

Ook een vraag voor de nieuwsbrief van het Meertens Instituut? Mail de redactie.

Dit artikel is verschenen in de digitale nieuwsbrief van het Meertens Instituut (oktober 2013). Ook abonnee worden? Klik hier