Wilsveen, O.L. Vrouw van Wilsveen (Marianum)

Cultusobject: O.L. Vrouw van Wilsveen (Marianum)
Datum: Geen specifieke dag
Periode: Ca. 1515- ca. 1700/ 1971 - heden.
Locatie: Mariakapel te Wilsveen (tot ca. 1700); kapel van O.L. Vrouw van Wilsveen in de parochiekerk van St. Bartolomeus te Nootdorp (sinds 1971)
Adres: Veenweg 36, 2631 CL Nootdorp (sinds 1971)
Gemeente: Leidschendam
Provincie: Zuid-Holland
Bisdom: Rotterdam
Samenvatting: Een uit de veenplassen rond Wilsveen nabij Leidschendam opgedregd Mariabeeldje gaf in het begin van in de 16e eeuw aanleiding tot het ondernemen van bedevaarten naar de voor dit beeldje gebouwde kapel in de buurtschap. Behalve religieus, waren deze door de katholieke geestelijkheid georganiseerde volksomlopen na de reformatie ook politiek getint: een pelgrimage naar Wilsveen gaf niet zelden aanleiding tot onlusten tussen katholieken en protestanten. De verering ging teloor aan het einde van de 17e eeuw. In de 20e eeuw herleefde de belangstelling voor O.L. Vrouw van Wilsveen in het naburige dorp Nootdorp. In 1965 werd het verloren gewaande beeldje teruggevonden. Nadat in 1971 een replica van het beeldje was geplaatst in de parochiekerk St. Bartholomeus te Nootdorp, is de verering van O.L. Vrouw van Wilsveen op kleine schaal en voornamelijk lokaal opgeleefd.
Auteur: Paul van Geest
Illustraties:
Topografie - Wilsveen is een oude veenkolonie waar, van de 16e tot in de 20e eeuw, de inwoners van de buurtschap zich toelegden op het steken van turf. De kapel, die ter ere van Maria werd gebouwd, was gelegen op de plaats waar zich, tussen Wilsveen 10a en 10b, een begraafplaats bevindt van de gemeente Leidschendam. Niets herinnert meer aan het voormalige heiligdom. Ook de protestantse kerk, die in 1584 op de plaats van de Mariakapel werd gebouwd, verzakte op de losse veengrond en kon niet voor verval worden behoed, de door de gemeente aangebrachte verstevigingen ten spijt. Toen de kerk op last van de Staten in 1819 voor afbraak werd verkocht, waren het de katholieken uit Wilsveen, die de kerk en grond aankochten.
- Behoorde Wilsveen bestuurlijk tot Leidschendam, sinds 1819 viel de buurtschap canoniek onder de parochie van St. Bartholomeus te Nootdorp. In de neogotische, door architect E.J. Margry in de jaren 1869-1871 ontworpen en aan de Veenweg opgetrokken parochiekerk is aan het begin van de 20e eeuw O.L. Vrouw van Wilsveen weer in herinnering gebracht. Dit blijkt uit de wandschildering in de voormalige Mariakapel, die zich, vanuit de kerk gezien, links van het hoofdaltaar bevindt. Onder de weergave van de Mater Dolorosa is een voorstelling van het voormalige Mariaheiligdom te Wilsveen aangebracht, die een bij twee meter meet en als onderschrift heeft meegekregen: 'Ter herinnering aan het eertijds bloeiende genadeoord van Onze Lieve Vrouw van Wilsveen door de Reformatie verwoest'. De schildering zelf, door J. Dunselman in de jaren 1918-1919 vervaardigd, stelt een grote schare met vaandels voorziene pelgrims voor uit alle lagen van de bevolking, die onder leiding van een seculier geestelijke en een franciscaan een Mariabeeld in de kapel vereren. Het geschilderde Mariabeeld gelijkt niet zozeer op het toen verloren gewaande beeldje van O. L. Vrouw van Wilsveen alswel op de afbeelding van Kevelaer. De verklaring hiervoor ligt in het feit, dat het oude beeld van Wilsveen pas in 1965 werd herontdekt. De schildering is geflankeerd door de afbeeldingen van de H. Theodorus en de H. Catharina, de patroonheiligen van de mecenassen van de schildering, Theodorus van der Burg en zijn vrouw Catharina van der Burg-de Bruijn.
Daarnaast is in de voormalige doopkapel, links van de ingang van de kerk, sinds 1971 een houten kopiebeeld van O.L. Vrouw van Wilsveen geplaatst. Het beeldje is in een van grove houten balken gemaakt altaar (ca. 1970) gezet.
Cultusobject - Het oorspronkelijke eikenhouten cultusbeeldje van O.L. Vrouw van Wilsveen bevindt zich thans in het Museum Catharijneconvent te Utrecht (coll. van Berckel, nr. 43 / BMH 6200).
Het middeleeuwse Mariabeeldje was bestemd om vanaf de zoldering aan een koord te hangen, wellicht in het midden van de Wilsveenkapel. De diameter van het beeldje van Wilsveen bedraagt plusminus 40 centimeter. Het beeld stelt Maria voor, staande op een maansikkel (Openb. 12: 1-6) en is omgeven door een stralenkrans, waarvan de stralen uitlopen in een krans van bladeren en waterlelies. In haar rechterhand houdt zij een tros druiven. Met haar linkerhand, die in haar kleed is gewikkeld, ondersteunt zij het Christuskind dat op zijn beurt leunt op de druiventros.
- Na de herontdekking van het originele beeldje van O. L. Vrouw van Wilsveen in 1965 (op een tentoonstelling te Delft), werd in 1971 in de voormalige doopkapel van de kerk van Nootdorp (bij binnenkomst links in de parochiekerk), een replicabeeldje in gietijzeren frame in een eikenhouten stellage ter verering geplaatst. Ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan van de parochiekerk werd in 1970 aan de benedictijner frater Boelaars te Doetinchem opdracht gegeven om een dergelijke replica te vervaardigen. De stellage symboliseert het vroegere kerkje van Wilsveen; in de schuinaflopende bielzen is boven het beeldje gegraveerd: 'Ave Maria'; de onderliggende biels draagt als tekst: 'O. L. Vrouw van Wilsveen'. De replica is omhangen met een rozenkrans en fungeert lokaal als cultusobject.
Verering Te Wilsveen
- In de middeleeuwen behoorde de door de heren van Swieten gebouwde Mariakapel in Wilsveen tot een van de vier kapellen van de parochie Voorschoten. In deze kapel was een vicarie ter ere van Maria gevestigd. De berichtgeving in sommige vulgariserende werken dat de kapel in elk geval vanaf 1280 bekendheid genoot omdat er zich vanouds een wonderbaarlijk Mariabeeld in zou hebben bevonden, wordt door geen enkel archiefstuk bevestigd: van de geschiedenis van een Mariabeeld en haar bijzondere verering voor 1500 is niets bekend. In de Hedendaagsche Historie of Tegenwoordige Staat der Vereenigde Nederlanden staat dat de venen, waarop ook Wilsveen gebouwd was, bij tijd en wijle onderliepen, maar dat de inwoners na de watersnood steeds terugkeerden. Mogelijk is het 'miraculeuze' Mariabeeldje, dat het object van een regionale Mariacultus zou worden in het begin van de 16e eeuw, bij de opdroging van het veen gevonden. Volgens een door de predikant Petrus Cabeljau op schrift gestelde legende zou het beeldje, bedekt met wier en kroos, op wonderbaarlijke wijze zijn komen aandrijven op de veenplas te Wilsveen.
- Toen de commissarissen van Alva in het najaar van 1567 verslag uitbrachten van de opkomst van het protestantisme in de Nederlanden, wisten zij te berichten dat de bedienaar van Wilsveen was gevlucht en de vicaris ondanks zijn overgang naar het protestantisme in de gewone ambtsbediening was gebleven. Ondanks de vestiging van het protestantisme bleven pelgrims na 1581 de heilige plaats van de voormalige kapel van Wilsveen bezoeken, tot grote ergernis van de Zuidhollandse synode te Rotterdam waar predikanten zich beklaagden over het feit 'dat er is eene kapelle te Wilsveen, waarbij nog groote afgoderij geschiedt'. Op de synode van 's-Gravenhage wordt opgemerkt dat 'te Nootdorp een goed dienaar gesteld zal worden, die meteen ook Wilsveen bedienen zal, waardoor het te hopen is, dat de afgoderij en superstitien, aldaar gepleegd zullen ophouden'. Dergelijke aanklachten over afgoderij leidden er uiteindelijk toe, dat de Staten van Holland op 10 november 1581 aan metselaar Jan Jansz. van Mechelen opdracht gaven, de kapel af te breken.
- De ernst van de situatie te Wilsveen werd, evenals de omvang van de Mariaverering aldaar duidelijk toen de baljuw van Rijnland in 1583 geweld gebruikte om katholieken, die op de plaats van de kapel waren samengekomen, uiteen te drijven. Op last van prins Maurits en de gecomitteerde raden, tot wie de Haagse synode zich in 1586 wendde, werd in 1587 een streng verbod uitgevaardigd om naar Wilsveen ter bedevaart te gaan; dit verbod werd herhaald in 1588, 1590 en 1591. Niet alleen uit de herhaling van deze verboden, maar ook uit de plakkaten van 1587 en van 17 januari 1647, blijkt dat de pelgrimage naar Wilsveen als een reëel gevaar werd gezien.
- Omdat in 1584 een hervormde kerk werd gebouwd op de plaats van de verwoeste Mariakapel, kan men zich niet aan de indruk onttrekken, dat de bedevaart naar Wilsveen ook een politieke lading had gekregen. In 1638 stelt Jacobus de la Torre in zijn verslag over de Hollandse Missie dat de krachtige vervolgingen ten spijt, vooral dankzij pastoor Martinus van der Velde de bedevaart naar de plaats van de kapel zich heeft gehandhaafd. De la Torre schrijft verder dat de toeloop van gelovigen ter nagedachtenis aan het beeld van de H. Maagd zeer groot was en dat velen blootsvoets of op hun knieën rond deze geprotestantiseerde kapel trekken. Dat deze uitdrukkingsvorm van devotie in 1654 nog zeer krachtig was, blijkt uit een attestatie, gedateerd 29 mei 1654, die zich thans in het gemeentearchief te Leiden bevindt. Johannes Heinsius, Jan van der Linde en Hendrick Maertensz. van Vliet hernemen hierin enkele voorvallen die zij ook reeds in een brief van 1652 hebben vermeld en getuigen van de stoutmoedigheid van de papisten. Deze is voornamelijk duidelijk geworden uit de actie van een van de heemraden die wegens een ziekte een bedevaart heeft gemaakt naar Wilsveen en met geweld de sleutel van de protestantse kerk heeft afgedwongen om daar zijn 'afgodendienst' te plegen. De overlast die de bedevaarten rond de protestantse kerk op vooral de Mariafeestdagen veroorzaakten bij de predikatie, werden op de vergaderingen van de classis Delft aan de orde gesteld op 20 februari, 28 april, 28 juli, 3 november 1653; 27 april , 27 juli, 3 augustus 1654 en 26 april 1655.
- Dat de katholieken zeer strijdbaar in hun bedevaart bleken te volharden, wordt ook duidelijk door de polemiek die in 1655 onstond. In dat jaar publiceerde dominee Petrus Cabeljau uit Leiden een schotschrift, waarin hij de 'superstitieuse bedevaerden en kruypingen ront om de Capelle van Wilsveen, die meest alle daech in menichten aldaer plegen gedaen te werden van lieden uyt verscheyden quartieren ter eeren van het lieve vrouwen-beeldeken', hekelt. Reeds in hetzelfde jaar diende de opvolger van pastoor van der Velde, pastoor Christiaan Vermeulen, hem van repliek in een pamflet dat van 1655 tot 1668 zeven keer herdrukt is. De volharding blijkt eveneens uit de Relatio seu descriptio status religionis catholicae in Hollandia die J. de la Torre in 1656 voor paus Alexander VII vervaardigde. Hierin vermeldt hij dat, hoewel de protestanten een sterk ontmoedigingsbeleid voeren, de katholieken in grote getale blijven samenstromen rond de plaats waar de O. L. Vrouw van Wilsveen werd vereerd op feestdagen (en onder de octaven daarvan) van de H. Maagd. De aantrekkingskracht van de heilige plaats blijkt des te sterker omdat het beeldje ondertussen naar de jezuïetenkerk in Delft was overgebracht. Daar kon het, ten minste sinds 1645, veilig ter verering worden uitgesteld. Van bedevaarten naar Delft is evenwel niets bekend.
De la Torre schrijft niets over de onlusten die zich in Wilsveen afspeelden, toen de burgemeesters van Leiden als ambachtsheren van Wilsveen opdracht gegeven hadden om op het terrein van het verwoeste Mariaheiligdom bij de protestantse kerk een school met onderwijzerswoning te bouwen. De katholieken, die hierin een poging onderkenden om de bedevaarten een halt toe te roepen, wierpen de reeds gedeeltelijk opgetrokken gebouwen in de nacht van 18 op 19 april 1655 omver.
- Rond het einde van de 17e eeuw ebde de devotie weg. Er is geen enkele aanwijzing voor dat, toen C. Rijneveen in 1819 op last van de katholieken uit Wilsveen en op aandringen van aartspriester Cramer de voor afbraak bestemde protestantse kerk voor f.4592,- aankocht, de katholieke inwoners van Wilsveen de bedoeling hadden om de Mariadevotie te herstellen.

Verdwijning en terugkeer te Delft
- Toen in 1708 de laatste jezuïet uit Delft verbannen werd en de franciscanen hun plaats innamen, verdween van het beeldje van O. L. Vrouw van Wilsveen elk spoor en daarmee ook de publieke verering. Kronenburg vermeldt in 1909 in zijn standaardwerk over de Mariaverering in Nederland dat de bewaarplaats van het beeldje hem onbekend is. Op een tentoonstelling te Delft in 1965 bleek echter dat het beeldje steeds in het bezit van de Delftse familie Van Berckel was geweest. Reeds ten tijde van de Tweede Wereldoorlog had Theresia Maria Johanna van Berckel het bij testamentaire beschikking (dd. 7 november 1942) nagelaten aan het bisschoppelijk museum van Haarlem. Omdat er in deze beschikking geen enkel gewag wordt gemaakt van de geschiedenis van het beeldje, is niet onwaarschijnlijk, deze familie zich in de loop der tijd steeds minder is gaan realiseren welke devotionele waarde het beeldje heeft gehad.
- In 1980 schreef Henning dat de nakomelingen van katholieke families die sinds eeuwen in Wilsveen woonachtig waren, nog steeds de plek bezochten op het kerkhof waar ooit de Mariakapel had gestaan. In mei 1993 trachtte pastoor Th.J.J. van Steekelenburg van Wassenaar vanuit de parochie nog een fietsbedevaart naar Wilsveen te organiseren. Door gebrek aan belangstelling is deze niet doorgegaan.

Te Nootdorp
- Naar aanleiding van het honderdjarig bestaan van de parochiekerk van Nootdorp in 1971, bood de burgemeester van het dorp namens het gemeentebestuur de reeds genoemde replica van het beeldje van O. L. Vrouw van Wilsveen aan de parochie aan. Nadat dit nieuwe beeldje was gewijd bij een plechtigheid op 2 oktober van dat jaar, nam mgr. B.G. Henning, na zijn emeritaat voorzitter van het in Nootdorp gevestigde diocesaan Banneuxsecretariaat, het initiatief om de devotie tot de O. L. Vrouw van Wilsveen nieuw leven in te blazen. Speciaal door hem vervaardigde brochures hadden tot doel om de devotie te stimuleren, hun uitwerking was echter dat bij velen niet de vroomheid maar de historische belangstelling toenam. Niettemin is O. L. Vrouw van Wilsveen op kleine schaal weer een (lokaal) object van verering geworden. In 1996 verbleef een 10 à 15-tal steeds wisselende parochianen in de parochiekerk van Nootdorp na afloop van de missen even in stil gebed bij de replica waarbij kaarsen konden worden aangestoken.
- Voor de stellage is een moderne kaarsenstandaard geplaatst, waar kaarsen kunnen worden geofferd. Links van het beeld is een gebed tot Maria aan de wand bevestigd. Er is gelegenheid om rozenkransen te kopen.
Materiële cultuur - Naar de replica van het beeld in de doopkapel werd in de zeventiger jaren een gipsen afbeelding van O. L. Vrouw van Wilsveen vervaardigd en op bescheiden schaal te koop aangeboden. Eén van de gipsen exemplaren is links van de voordeur van de pastorie naast de parochiekerk bevestigd. Sinds 1996 zijn er in porceleingips gekleurde of ongekleurde (licht of donker) replica's te koop (te bestellen d.m.v. formulieren die naast het beeld hangen). Voorts waren er in de jaren tachtig van de 20e eeuw wandtegeltjes verkrijgbaar met een afbeelding van O. L. Vrouw van Wilsveen met het onjuiste onderschrift 'Nootdorp. Anno 1515'.

Devotioneel drukwerk
- 1 In 1980 werd door de toenmalige pastoor van de Bartholomeuskerk te Nootdorp, K. Dernee, een gidsje voor de kerk vervaardigd waarin zich op p. 28-29 een summiere beschrijving bevindt van de kapel van Maria van Wilsveen. Van zijn hand verscheen ook een voor de parochie bestemde brochure, Feesten rond Maria (z.pl., z.j.) waarin de Mariafeesten chronologisch worden samengevat. Hij besteedt hierin geen aandacht aan Maria van Wilsveen, maar op de kaft bevindt zich wel haar beeltenis, met het onderschrift: 'O.L. Vrouw van 't Wilsveen, bid voor ons'; 2 mgr. B.G. Henning wijdde in 1980 een publicatie aan de Lieve Vrouw getiteld: Onze Lieve Vrouwe van 't Wilsveen (Nootdorp: Diocesaan Banneuxsecretariaat, 1980). Op p. 10 formuleerde hij een eigentijds gebed tot deze Maria, dat hij vooraf doet gaan door de Mariaperikoop uit het boek der Openbaringen (Openb. 12: 1-6) en laat volgen door de litanie van de H. Maagd Maria en een 'memorare' (p. 11-12). Op de diverse informatiefolders van zijn secretariaat liet mgr. Henning voorts de beeltenis van O.L. Vrouw van Wilsveen afdrukken; 3 ter gelegenheid van de afsluiting van het Mariajaar 1987-1988 werd door het bisdom Rotterdam een brochure uitgegeven: Maria in het Bisdom Rotterdam (Rotterdam: Persdienst bisdom Rotterdam, 1988). In de inleiding op de verering van O. L. V van Wilsveen (p. 8-11) is het gebed afgedrukt, dat in de Mariakapel te Nootdorp aan de vereerders wordt voorgehouden; 4 met de beeltenis van O. L. Vrouw van Wilsveen is iedere Nootdorper zonder meer vertrouwd omdat op de achterpagina, de kerkpagina van de wekelijks verschijnende: Eendracht, het nieuws- en sportmagazine voor Nootdorp het logo van de parochie St. Bartholomeus geflankeerd wordt door de afbeelding van O. L. Vrouw van Wilsveen. Ook in de rouw- en trouwboekjes die in de parochie bij gelegenheid worden vervaardigd, vindt men regelmatig de afbeelding van O. L. Vrouw van Wilsveen opgenomen.

Bronnen en literatuur Archivalia: Den Haag, Algemeen Rijksarchief: archief van de St. Bartholomeuskerk te Nootdorp, 1418-1567 (cf. J.H. Rombach, Inventaris van het archief van de St. Bartholomeuskerk te Nootdorp, 1418-1567 ('s-Gravenhage: Algemeen Rijksarchief, 1963)). Rotterdam, bisdomarchief: dossier Nootdorp. Utrecht, Museum Catharijneconvent, inv. nr. BMH 6200. Leiden, gemeentearchief: archief stadsheerlijkheden, inv.nr. 299, deel A2 fol. 107. Nootdorp, parochiearchief: III.3.6, Hollandse Zending, Statie Nootdorp, 3; pastoraal archief A. 1656-1835 en III.3.7, dossier P. van Geest, Maria van Wilsveen.
Tekstedities: C. Cau e.a. ed., Groot Placaet-boeck, 9 dln. ('s-Gravenhage: H. I. van Wouw, 1685-1797) dl. 3, p. 219; Petrus Cabeljau, Stompwycker Handelingen ofte Aenteykeningen van D. Petrus Cabeljau aengaende 't gepasseerde tusschen hem en Christiaen Vermeulen, Roomsch Mis-Priester op den 2 Junii 1655 ('s-Gravenhage 1655) p. 267; H.F. van Heussen, Historia Episcopatuum Foederati Belgii etc., dl. 1 (Leiden: Chr. Vermey, 1719) p. 490; H.F. van Heussen en H. van Rijn, Oudheden en Gestichten van Rhijnland etc. (Leiden 1719), p. 381, dit werk is een vertaling van het bovengenoemde kerkhistorische Heussen, vermeerderd met aantekeningen van de hand van de laatstgenoemde; F. van Mieris, Beschryving der stad Leyden, dl. 2 (Leiden: A. Honkoop/C. Heyligert, 1770) p. 835; A. Scheltus, Kerckelyk Placaetboek, dl. 1 (Amsterdam 1722) p. 32; J.F. Reitsma, S.D. van Veen, Acta der Provinciale en Particuliere Synoden, gehouden in de Noordelijke Nederlanden gedurende de jaren 1572-1620, 8 dln. (Groningen: J.B. Wolters, 1892-1899) dl. 2, p. 210; p. 220; 231; 248; 271; J. de la Torre, 'Relatio seu descriptio', in: Archief voor de geschiedenis van het aartsbisdom Utrecht 10 (1882) p. 95 e.v.; 11 (1883) p. 92 en 12 (1884) p.205; J. de la Torre e.a., 'Descriptio status', in: Archief voor de geschiedenis van het aartsbisdom Utrecht 12 (1884) p. 189 e.v. en p. 414 e.v., m.n. p. 205; J.G.J. van Booma ed., 't Memoriboec van Voirbuch (Hilversum: Verloren, 1991) p. 19-20.
Literatuur: M. Brouërius van Nidek, I. Le Long, Kabinet van Nederlandsche en Kleefsche Oudheden etc. [met aantekeningen verrijkt door J.H. Reisig en A. Strabbe], dl. 3 (Amsterdam: J.A. Crayenschot en W. Holtrop, 1792-1803) p. 372; A.J. van der Aa, Aardrijkskundig woordenboek der Nederlanden, dl. 13 (Gorinchem: Noorduyn, 1839-1851) s.v.; 'Klachtbrief van Protestantsche Wilsveenders tegen de bedevaarten uit de registers van de heerlijkheden van Leiden', in: De Navorscher, Bijblad 7 (1857) p. 101; A.C.J. van der Kemp, De bedevaarten onzer landgenoten (Amsterdam 1880) p. 93; J.C van der Loos, 'De pastoors der Statie Soeterwoude na de Hervorming', in: Bijdragen voor de geschiedenis van het bisdom van Haarlem 26 (1902) p. 148; 27 (1903) p. 127; J.H.A. Thus, 'De toestand der Katholieken te Delft', in: Bijdragen voor de geschiedenis van het bisdom van Haarlem 27 (1903) p. 445, p. 459; J.A.F. Kronenburg, Maria's heerlijkheid in Nederland, dl. 6 (Amsterdam: Bekker, 1909) p. 441-447; A. van Peer, 'Gerechterlijk onderzoek naar aanleiding van de wegvoering van pastoor Outshoorn te Nootdorp', in: Haarlemsche Bijdragen 53 (1936) p. 305-328; H A.H. Duinisveld, Geschiedenis der parochie van St. Bartholomeus te Nootdorp ([Delft] 1938) p. 11-17, p. 35-37; H.A.H. Duinisveld, 'Nootdorp', in: Haarlemsche Bijdragen 56 (1938) p. 75-80, 100-102; L.J. Rogier, Geschiedenis van het katholicisme in Noord-Nederland in de 16de en 17de eeuw, dl. 2 (Amsterdam: Urbi et Orbi, 1946) p. 774, beeld in Delft; Middeleeuwse Kunst der Noordelijke Nederlanden (catalogus, Amsterdam: Rijksmuseum, 1958) nr. 284; Hedendaagsche Historie of Tegenwoordige Staat der Vereenigde Nederlanden, dl. 6 (Amsterdam: I. Tirion, 1739; opnieuw uitgegeven en bewerkt door C. Postma, Europese bibliotheek 1963) p. 552-553; Kunstschatten uit het bisschoppelijk museum van Haarlem (catalogus, Utrecht: Aartsbisschoppelijk Museum, 1967), nr. 43; W. Frijhoff, Les pèlerinages dans les Provinces-Unies. Ebauche d'inventaire et de problématique de recherches (ongepubl. licentiaatsverhandeling geschiedenis, Univ. De Paris-Sorbonne, 1969) p. 27-28, C 28; E. Kirschbaum, Lexikon der christlichen Iconographie, dl. 1 (Rome etc.: Herder, 1968) p. 499 e.v.; J. van Herwaarden, Opgelegde bedevaarten (Assen-Amsterdam: Van Gorkum, 1978) p. 340; B.G. Henning, Onze Lieve Vrouwe van 't Wilsveen (Nootdorp: uitgave van het diocesaan Banneuxsecretariaat, 1980); J. Timmers, Christelijke symboliek en iconografie (Haarlem: De Haan, 1981) p. 145-146; W. Downer, 'De schoolmeester van Wilsveen in de 17de en 18de eeuw', in: Uit Leidse bron geleverd (Leiden 1989) p. 257; C. Spoor, J. Vink, Kroniek van Nootdorp (Nootdorp: Van de Sande, 1990) p. 23, p. 57-63, p. 79 (2 dln. in één band; dl. 1 werd in opdracht van het gemeentebestuur van Nootdorp geschreven door C. Spoor in 1966 en herdrukt als eerste deel van het onder dezelfde titel verschenen werk, waarin dl. 2 werd geschreven door J. Vink); H. v. H[eyningen], 'Maria van Wilsveen', in: Katholiek Nieuwsblad, 30 april 1993, p. 8; P.J. Horsman, Th.J. Poelstra, J.P. Sigmond, Schriftspiegel. Nederlandse paleografische teksten van de 13de tot de 18de eeuw (Zutphen: Terra, z.j.) nr. 104.
Overige bronnen: Meertens Instituut BIN-dossier Wilsveen; een afbeelding van de oude kapel vindt men op een gravure uit 1752, met als onderschrift: 'Vue de perspective du Wielsveen; Gezigt van Wielsveen 1752', deze gravure is zonder bronvermelding gepubliceerd in: B.G. Henning, Onze Lieve Vrouwe van 't Wilsveen (Nootdorp: uitgave van het diocesaan Banneuxsecretariaat, 1980) p. 5; verder beeldmateriaal Nootdorp, parochiearchief: III.3.7.

  Mail voor aanvullingen en commentaar.
 
<<