afkortingen

-(e)dflexiemorfeem -d en -ed
-(e)nflexiemorfeem -n en -en
-(e)sflexiemorfeem -s en -es
-(e)stflexiemorfeem -st en -est
-(e)tflexiemorfeem -t en -et
-deflexiemorfeem -de
-denflexiemorfeem -den
-eflexiemorfeem -e
-erflexiemorfeem -er
-jeflexiemorfeem -je
-jenflexiemorfeem -jen
-teflexiemorfeem -te
-tenflexiemorfeem -ten
1eerste persoon
1dublineair eerste persoonlijke voornaamwoord in een dubbelingconstructie
2tweede persoon
2dublineair tweede persoonlijke voornaamwoord in een dubbelingconstructie
3derde persoon
3dublineair derde persoonlijke voornaamwoord in een dubbelingconstructie
?onbekend
?-onzekerOnzeker
AAdjectief
accaccusatief
ad-Aadadjectivaal
ad-ADVadadverbiaal
ad-Ovad overig
ad-Padadpositioneel
ADVAdverbium
ANTWAntwoord
art-defdefiniet lidwoord
art-indefindefiniet lidwoord
aspaspectueel hulpwerkwoord
AUXhulpwerkwoord
bevbevestigend
CVoegwoord
C-clusterVoegwoord-clitic cluster
CASUSnaamval
causcausatief hulpwerkwoord
clclitic
cl-clclitic cluster
CLUSTERclitic cluster
compcomparatief
complcomplex
conjconjunctief
coordnevenschikkend voegwoord
d-objdirect object
datdatief
declvoegwoord dat declaratieve bijzin inleidt
dem-defdefiniet aanwijzend voornaamwoord
dem-indindefiniet aanwijzend voornaamwoord
dimdiminutief
DUBdubbeling
eindeindpositie
eind1hiŽrarchisch hoogste werkwoord
eind2hiŽrarchisch op een na hoogste werkwoord
eind3hiŽrarchisch op twee na hoogste werkwoord
eind4hiŽrarchisch op drie na hoogste werkwoord
explexpletief
FINfinietheid
FUNCTIEgrammaticale functie
gengenitief
GENUSgrammaticaal geslacht
GETALgetal
i-objindirect object
impimperatief
infinfiniet
inf-Ngenominaliseerde infinitief
INFINinfinitief
INFLflexie
INFMRKInfinitiefmarkeerder
invinverse volgorde
kwantoverige kwantor
kwant-exisexistentiŽle kwantor
kwant-negnegatieve kwantor
kwant-niet-univniet-universele kwantor
kwant-numtelwoord
kwant-univuniversele kwantor
mmannelijk
modmodaal hulpwerkwoord
MODmodaliteit
NNomen
NEGNegatie
nomnominatief
obloblique
onacconaccusatief werkwoord
onergonergatief werkwoord
ontkontkennend
onzonzijdig
ovoverig
PAdpositie
p-objobject van prepositie
PARTparticipium
passhulpwerkwoord van het passief
perfhulpwerkwoord van het perfectum
PERSpersoon
plpluralis
pl-bpluralis, beleefdheidsvorm
POSpositie
posspossessief
postpostpositioneel
post-Npostnominaal
pre-Avoorafgaand aan adjectief
pre-Nprenominaal
pre-N ellprenominaal met ellipsis
pre-Vpreverbaal
predpredicatief
prepprepositioneel
prep-fusionprepositioneel en versmolten met (een deel van) zijn complement
pro-droppro-drop
PRONPronomen
qvragend
r-proner, daar, overal, ergens, nergens, hier, waar pronominaal gebruikt
recreciprook
rechtrechte volgorde
reflreflexief
rel-dbetrekkelijk voornaamwoord dat met een /d/ begint
rel-whbetrekkelijk voornaamwoord dat met een /w/ begint
ssingularis
s-bsingularis, beleefdheidsvorm
simplsimplex
STATUSvolle of gereduceerde vorm
sterkvolle vorm
STRUCstructuur
subjsubject
subordonderschikkend voegwoord
subord-nietSniet-zinsinleidend voegwoord
supsuperlatief
tegtegenwoordig deelwoord
toev-refltoevallig reflexief werkwoord
transtransitief werkwoord
TRAPtrappen van vergelijking
tttegenwoordige tijd
TYPEtype
vvrouwelijk
v-clverbale cluster
V-clusterWerkwoord-clitic cluster
V-deelwoordVoltooid deelwoord
V-finFiniet werkwoord
V-infinInfiniet werkwoord
v3persoonsvorm in derde positie
vocvocatief
volt+prefixvoltooid deelwoord met prefix
volt-prefixvoltooid deelwoord zonder prefix
VORMvorm
vrijpositie is niet vast
vtverleden tijd
whvragend voornaamwoord
WIJZEwijze
zzijdig
zwakgereduceerde vorm