SAND-data Vaals (Q222p)

schriftelijke enquête | mondelinge enquête | telefonische enquête

data schriftelijke enquête

zinsnr.testzinantwoorden
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 03530) vertaling: Der Jan erinnert ziech
opm.: reflexief: zich
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 03530) vertaling: 't Marie en der Piet zieent ziech veur de kiro
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 03530) vertaling: Der Toon wesjt ziech
opm.: reflexief: zich
038 (x01d) De timmerman heeft geen spijkers bij zich (inf. 03530) vertaling: Der sjrieener hat jing naejel bej ziech
opm.: reflexief: zich
039 (x01e) Fons zag een slang naast ... (inf. 03530) vertaling: Der Fons zoog eng sjlang nevver ziech
opm.: reflexief: zich
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 03530) vertaling: Der Erik loos miech veur hem wirke
opm.: reflexief: hem
041 (x01g) Johanna liet zich meedrijven op de golven (inf. 03530) vertaling: 't Johanna lit ziech mitdrieve óp de well
opm.: reflexief: zich
042 (x01h) Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel (inf. 03530) vertaling: Der Toon bekik ziech zelf ins jód in der spijjel
opm.: reflexief: zichzelf
043 (x01i) Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken (inf. 03530) vertaling: Der Jan hat i tswei minute e bierche jedroonke
044 (x01j) Deze schoenen lopen gemakkelijk (inf. 03530) vertaling: Dis sjong lofe jemäklich
045 (x01k) Eduard kent zichzelf goed (inf. 03530) vertaling: Der Eduard kent ziech zelf jód
opm.: reflexief: zichzelf
046 (x01l) Ward heeft gehoord dat er foto's van zichzelf in de etalage staan (inf. 03530) vertaling: Der Ward het jehoeet det fotoos van ziech in de etalaasj sjtunt
opm.: reflexief: zich
047 (x01m) Die aardappelen schillen niet gemakkelijk (inf. 03530) vertaling: Die aepel sjelle ziech nit jemäklich
opm.: reflexief: zich
884 (x01n) Dit glas breekt als het op de grond valt (inf. 03530) vertaling: Dat jlaas bricht wen et óp enaet vält
052 (x02a) Dokter, leef ik wel gezond genoeg? (inf. 03530) vertaling: Her dokter, laef iech waal jezoonk jenóch?
054 (x02b) Al jaren leeft hij van de erfenis van zijn vader (inf. 03530) vertaling: Al jaore laeft hae va de aerbsjaf va zie vadder
056 (x02c) Deze week leeft zij op water en brood (inf. 03530) vertaling: Dis waech laeft zeej óp wasser en broeet
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 03530) vertaling: Laeft 't noch?
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 03530) vertaling: Wielang laef duur noe al van die aerbsjaf?
062 (x02f) In Bretagne leven ze vooral van de visvangst (inf. 03530) vertaling: I Bretagne laeve ze bezongesj va 't vange va visj
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 03530) vertaling: Noa't aese jeun iech sjloffe
065 (x02h) Zou ik dat wel kunnen doen? (inf. 03530) vertaling: Zow iech dat waal kenne doee?
066 (x02i) Hij liet zijn huis afbreken (inf. 03530) vertaling: Hae loot ziee hoees aafbraeche
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03530) vertaling: Iech wees dat der Jan hael mót kenne weerke
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03530) vertaling: Iech wees dat der Jan hael mót kenne weerke
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03530) vertaling: Iech wees dat der Jan hael mót kenne weerke
komt voor: j
gebr.: 5
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 03530) komt voor: j
gebr.: 3
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 03530) komt voor: j
gebr.: 3
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 03530) komt voor: n
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 03530) komt voor: n
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 03530) komt voor: n
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 03530) komt voor: j
gebr.: 1
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 03530) komt voor: j
gebr.: 1
000 (x03opm) (inf. 03530) opm. inf.: Curieus: weet = wees (Ripuarisch) moet = mót (Limburgs)
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03530) komt voor: j
gebr.: 5
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03530) komt voor: j
gebr.: 5
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 03530) komt voor: j
gebr.: 5
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 03530) komt voor: j
gebr.: 5
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 03530) komt voor: n
089 (x04(iii)d) Ik weet dat Jan bouwen een nieuwe schuur moet (inf. 03530) komt voor: n
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03530) komt voor: j
gebr.: 5
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03530) komt voor: j
gebr.: 5
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 03530) komt voor: j
gebr.: 5
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 03530) komt voor: j
gebr.: 5
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 03530) komt voor: n
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 03530) komt voor: n
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03530) komt voor: j
gebr.: 5
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03530) komt voor: j
gebr.: 5
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 03530) komt voor: j
gebr.: 4
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 03530) komt voor: j
gebr.: 4
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 03530) komt voor: j
gebr.: 2
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 03530) komt voor: j
gebr.: 2
098 (x04(ix)d) Jan zei dat Marie gaan naar een bakker moest (inf. 03530) komt voor: n
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03530) komt voor: j
gebr.: 4
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03530) komt voor: j
gebr.: 4
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03530) komt voor: j
gebr.: 5
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03530) komt voor: j
gebr.: 5
102 (x04(v)c) Ik weet dat Jan moet jammer genoeg vertrekken (inf. 03530) komt voor: n
103 (x04(v)d) Ik weet dat Jan vertrekken jammer genoeg moet (inf. 03530) komt voor: n
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03530) komt voor: j
gebr.: 5
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03530) komt voor: j
gebr.: 5
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03530) komt voor: j
gebr.: 5
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03530) komt voor: j
gebr.: 5
107 (x04(vi)c) Ik weet dat Hans mag niet komen (inf. 03530) komt voor: n
110 (x04(vi)d) Ik weet dat Hans komen niet mag (inf. 03530) komt voor: n
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03530) komt voor: j
gebr.: 4
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03530) komt voor: j
gebr.: 4
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03530) komt voor: j
gebr.: 5
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03530) komt voor: j
gebr.: 5
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 03530) komt voor: n
115 (x04(vii)d) Ik weet dat Jan kopen varkens wil (inf. 03530) komt voor: n
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03530) komt voor: j
gebr.: 5
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03530) komt voor: j
gebr.: 5
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03530) komt voor: j
gebr.: 5
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03530) komt voor: j
gebr.: 5
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 03530) komt voor: j
gebr.: 1
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 03530) komt voor: j
gebr.: 1
121 (x04(viii)d) Ik weet dat Eddy eten brood wil (inf. 03530) komt voor: n
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03530) komt voor: j
gebr.: 5
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03530) komt voor: j
gebr.: 5
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 03530) komt voor: j
gebr.: 4
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 03530) komt voor: j
gebr.: 4
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 03530) komt voor: n
126 (x04(x)d) Eddy moet opstaan vroeg kunnen (inf. 03530) komt voor: n
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03530) komt voor: j
gebr.: 5
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03530) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03530) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03530) komt voor: j
gebr.: 5
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 03530) komt voor: j
gebr.: 1
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 03530) komt voor: j
gebr.: 1
131 (x04(xi)d) Ik zei dat Willy verkopen de auto moest (inf. 03530) komt voor: n
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 03530) vertaling: Der Jan hat jee-ee bóch mieë
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 03530) vertaling: Böcher hat der Jan jing
136 (x05d) Jan en heeft niet veel geld niet meer (inf. 03530) vertaling: Der Jan hat nit veul jeld mieë
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03530) vertaling: 't Darf jinge sjpraeche uvver dis probleem
139 (x05g) Niemand zegt dat hij komt niet (inf. 03530) vertaling: Jenge zét dat hae keumt
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 03530) vertaling: Zitse hej urgens muus?
141 (x05i) Ik geef niets aan een ander niet (inf. 03530) vertaling: Iech jef nuus a enge angere
142 (x05j) Niemand wil niet werken niet (inf. 03530) vertaling: Jenge weelt werke
143 (x05k) Wij en wisten niet dat hij thuis was (inf. 03530) vertaling: Vuur wósse nit dat hae heem waor
144a (x05l) Ik wist het niet ook niet (inf. 03530) vertaling: Iech wós 't óch nit
145 (x05m) Hij mag met niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03530) vertaling: Hae darf mit jenge sjpraeche uvver dis probleem
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 03530) vertaling: Der Jan wit dat hae veur dreej oer der warel jemaat mót ha
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03530) komt voor: j
gebr.: 3
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03530) komt voor: j
gebr.: 3
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 03530) komt voor: j
gebr.: 5
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 03530) komt voor: j
gebr.: 5
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 03530) komt voor: n
159 (x06d) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben gemaakt moet (inf. 03530) komt voor: n
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03530) komt voor: j
gebr.: 5
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03530) komt voor: j
gebr.: 5
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 03530) komt voor: n
162 (x07a) Maries auto is kapot (inf. 03530) vertaling: der auto van 't Marie is kapot
opm.: prenominale possessieve genitief '-s': n.v.t.
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 03530) vertaling: 't Marie zienge auto is kapot
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 03530) vertaling: 't Marie zienge auto is kapot
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 03530) vertaling: 't Marie heure auto is kapot
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 03530) vertaling: 't Marie heure auto is kapot
164 (x07c) Piets auto is kapot (inf. 03530) vertaling: Der auto van der Piet is kapot
opm.: prenominale possessieve genitief '-s': n.v.t.
165 (x07d) Piet z'n/se auto is kapot (inf. 03530) vertaling: Der Piet zienge auto is kapot
166 (x07e) Die mans auto is kapot (inf. 03530) vertaling: Der auto van dae maan is kapot
167 (x07f) Die man zijn/se auto is kapot (inf. 03530) vertaling: Dae maan zienge auto is kapot
168 (x07g) Die auto is niet van mij maar van hem (inf. 03530) vertaling: Dae auto is nit va miech me van hem
169 (x07h) Gisterens krant ligt onder de TV (inf. 03530) vertaling: de tsiedong va jister liet onger der tellevies
170 (x07i) Jan is Karolien en Kristien se/hun broertje (inf. 03530) vertaling: Der Jan is e bruurche van 't Karolien en 't Kristien
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 03530) vertaling: De fietse va die jonge zunt jeklaut
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 03530) vertaling: De sjwestere va heur modder zeunt óp bezuk
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 03530) vertaling: Dae auto is van der Wim
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 03530) vertaling: Die fiets is va miech
178 (x08a) Hij mag met niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03530) vertaling: Hae darf mit jenge sjpraech uvver dat probleem
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 03530) vertaling: Iech wil jenge pieng dao
180 (x08c) Het is jammer dat wij komen niet en mogen (inf. 03530) vertaling: 't Is sjaad dat vuur nit darve komme
181 (x08d) Dat niet en ga ik doen (inf. 03530) vertaling: Dat jeun iech nit doeë
182 (x08e) (Heb je hard gewerkt?) Niet heb ik gewerkt (inf. 03530) vertaling: Iech han nit jewerkt
183 (x08f) Niet had hij het verteld of Marie begon te huilen (inf. 03530) vertaling: Hae hauw 't jraad vertseld, doe bejoon 't Marie tse kriesje
184 (x08g) Gaan haalt die bestelling nu maar op! (inf. 03530) vertaling: ... (aaf)haole
opm.: tweede optie meer gebruikelijk
184 (x08g) Gaan haalt die bestelling nu maar op! (inf. 03530) vertaling: Jeun die besjtelling noe mer (óp) haole
opm.: tweede optie meer gebruikelijk
184 (x08g) Gaan haalt die bestelling nu maar op! (inf. 03530) vertaling: Jeun die besjtelling noe mer (óp) haole
opm.: tweede optie meer gebruikelijk
184 (x08g) Gaan haalt die bestelling nu maar op! (inf. 03530) vertaling: ... (aaf)haole
opm.: tweede optie meer gebruikelijk
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 03530) vertaling: Hae werkt nit
186 (x08i) Je weet dat niemand hier binnen mag, dus ik verbied je nog een keer om hier niet te komen (inf. 03530) vertaling: Iech verbej diech um hej tse komme
187 (x08j) Jan verhinderde dat we Marie niet belden (inf. 03530) vertaling: Der Jan hool taeje dat vuur 't Marie wole opbelle
opm.: pleonastische negatie bij negatief werkwoord: n.v.t.
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03530) komt voor: j
fragment: um (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03530) komt voor: j
fragment: tse (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03530) komt voor: j
fragment: tse (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03530) komt voor: j
fragment: um (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03530) komt voor: j
fragment: um (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03530) komt voor: j
fragment: tse (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03530) komt voor: j
fragment: um tse (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03530) komt voor: j
fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03530) komt voor: j
fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03530) komt voor: j
fragment: um tse (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03530) komt voor: j
fragment: um tse (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03530) komt voor: j
fragment: (2)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03530) komt voor: j
fragment: um tse (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03530) komt voor: j
fragment: um tse (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03530) komt voor: j
fragment: jao (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03530) komt voor: j
fragment: wen (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03530) komt voor: j
fragment: wen (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03530) komt voor: j
fragment: jao (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03530) komt voor: j
fragment: wen (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03530) komt voor: j
fragment: jao (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03530) komt voor: j
fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03530) komt voor: j
fragment: tse (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03530) komt voor: j
fragment: tse (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03530) komt voor: j
fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03530) komt voor: j
fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03530) komt voor: j
fragment: tse (2)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03530) komt voor: j
fragment: wie (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03530) komt voor: j
fragment: wie (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03530) komt voor: j
fragment: wie (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03530) komt voor: j
fragment: wie (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03530) komt voor: j
fragment: wie (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03530) komt voor: j
fragment: wie (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03530) komt voor: j
fragment: wie (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03530) komt voor: j
fragment: wie (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03530) komt voor: j
fragment: wie (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03530) komt voor: j
fragment: wie (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03530) komt voor: j
fragment: tse (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03530) komt voor: j
fragment: tse (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 03530) komt voor: j
200 (x09m) Toen we aankwamen regende het (inf. 03530) komt voor: j
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 03530) komt voor: j
fragment: dat (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 03530) komt voor: j
fragment: dat (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 03530) komt voor: j
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03530) komt voor: j
fragment: of (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03530) komt voor: j
fragment: of (1)
204 (x10a) Ik weet dat jullie op niemand boos zijn (inf. 03530) vertaling: Iech wees dat duur óp jinge koeë zud
205 (x10b) Ik weet dat zij op niets trots is (inf. 03530) vertaling: Iech wees dat zeej op nuus hovvaedig is
206 (x10c) Els denkt dat 't niet gemakkelijk is (inf. 03530) vertaling: 't Els denkt dat 't nit jemäklich is
207 (x10d) Ik weet dat ik te laat ben en jij niet (inf. 03530) vertaling: Iech wees dat iech tse sjpieë ben en doe nit
208 (x10e) Je weet toch dat jij moet werken en ik niet (inf. 03530) vertaling: Doe wits doch dat-ste mós werke en iech nit
209 (x10f) Iedereen denkt dat wij naar huis gaan en dat zij nog mogen blijven (inf. 03530) vertaling: Jedderinge denkt dat vuur no heem junt en dat zeej noch darve blieve
210 (x10g) Het is jammer dat hij komt en dat zij weggaat (inf. 03530) vertaling: 't Is sjaad dat hae keumt en dat zeej jeet
211 (x10h) Ik denk dat Lisa ziek is (inf. 03530) vertaling: Iech denk dat 't Lisa krank is
213 (x10i) Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen (inf. 03530) vertaling: Iech denk dat der Pieter en 't Lies-je jeunt trouwe
225 (y01(i)) A: Hij slaapt B:Hij/'t (en) doet (inf. 03530) vertaling: Hae deed jroeës
226 (y01(i)a) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij en doet (inf. 03530) komt voor: n
227 (y01(i)b) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij doet (inf. 03530) komt voor: j
betekenis: bevestigend
opm.: "soms"
227 (y01(i)b) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij doet (inf. 03530) komt voor: j
betekenis: bevestigend
opm.: "soms"
228 (y01(i)c) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: 't Doet (inf. 03530) komt voor: n
230 (y01(ii)a) A: Hij zal niet komen B: Hij en doet (inf. 03530) komt voor: n
231 (y01(ii)b) A: Hij zal niet komen B: Hij doet (inf. 03530) komt voor: n
232 (y01(ii)c) A: Hij zal niet komen B: 't doet (inf. 03530) komt voor: n
234 (y01(iii)a) A: Slaapt hij? B: Ja, hij doet (inf. 03530) komt voor: n
235 (y01(iii)b) A: Slaapt hij? B: Ja, dat doet hij (inf. 03530) komt voor: j
236 (y01(iii)c) A: Slaapt hij? B: Ja, hij en doet (inf. 03530) komt voor: n
237 (y01(iii)d) A: Slaapt hij? B: Ja, hij slaapt (inf. 03530) komt voor: j
238 (y01(iii)e) A: Slaapt hij? B: Nee, hij doet niet (inf. 03530) komt voor: j
opm.: "soms"
239 (y01(iii)f) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet (inf. 03530) komt voor: n
240 (y01(iii)g) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet niet (inf. 03530) komt voor: n
241 (y01(iii)h) A: Slaapt hij? B: Nee, hij slaapt niet (inf. 03530) komt voor: j
242 (y01(iii)i) A: Slaapt hij? B: 't Doet (inf. 03530) komt voor: n
243 (y01(iii)j) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Ie doet (inf. 03530) komt voor: n
244 (y01(iii)k) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Toetoet (inf. 03530) komt voor: n
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 03530) vertaling: De lamp deed nit mieë brenne
komt voor: j
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 03530) vertaling: De lamp deed nit mieë brenne
komt voor: j
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 03530) vertaling: Deed 't Marie jedder ovvend danse?
komt voor: j
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 03530) vertaling: Deed 't Marie jedder ovvend danse?
komt voor: j
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 03530) vertaling: Dees-te 't broeëd effe sjnieë
komt voor: j
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 03530) vertaling: Dees-te 't broeëd effe sjnieë
komt voor: j
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03530) komt voor: j
fragment: waarvan (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03530) komt voor: j
fragment: waarvan de (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03530) komt voor: j
fragment: waarvan (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03530) komt voor: j
fragment: waarvan de (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03530) komt voor: j
fragment: waarvan de (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03530) komt voor: j
fragment: waarvan (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03530) komt voor: j
fragment: waar (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03530) komt voor: j
fragment: waar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03530) komt voor: j
fragment: waar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03530) komt voor: j
fragment: - (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03530) komt voor: j
fragment: waar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03530) komt voor: j
fragment: - (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03530) komt voor: j
fragment: - (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03530) komt voor: j
fragment: waar (1)
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03530) komt voor: n
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03530) komt voor: j
fragment: wat (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03530) komt voor: j
fragment: hetgeen (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03530) komt voor: j
fragment: hetgeen (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03530) komt voor: j
fragment: wat (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03530) komt voor: j
fragment: hetgeen (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03530) komt voor: j
fragment: wat (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03530) komt voor: j
fragment: die (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03530) komt voor: j
fragment: die (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03530) komt voor: j
fragment: waar (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03530) komt voor: j
fragment: waar (1)
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03530) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03530) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03530) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: tweede optie "zelden" twijfel D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03530) komt voor: j
fragment: wat (1)
opm.: tweede optie "zelden" twijfel D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03530) komt voor: j
fragment: wat (1)
opm.: tweede optie "zelden" twijfel D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03530) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: tweede optie "zelden" twijfel D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03530) komt voor: j
fragment: wat (1)
opm.: tweede optie "zelden" twijfel D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03530) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: tweede optie "zelden" twijfel D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03530) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: tweede optie "zelden" twijfel D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03530) komt voor: j
fragment: wat (1)
opm.: tweede optie "zelden" twijfel D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03530) komt voor: j
fragment: wat (1)
opm.: tweede optie "zelden" twijfel D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03530) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: tweede optie "zelden" twijfel D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03530) komt voor: j
fragment: wat (1)
opm.: tweede optie "zelden" twijfel D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03530) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: tweede optie "zelden" twijfel D-woord of voegwoord
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03530) komt voor: j
fragment: die (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03530) komt voor: j
fragment: wie (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03530) komt voor: j
fragment: wie (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03530) komt voor: j
fragment: die (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03530) komt voor: j
fragment: die (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03530) komt voor: j
fragment: wie (1)
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03530) vertaling: Wem denk-ste dat iech in de sjtad jetróffe ha?
261 (y03b) Wat denken jullie hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03530) vertaling: Wie denkt duur dat ze 't jerejeld haant?
265 (y03c) Hoe denk je hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03530) vertaling: Wie denk-ste dat ze 't jerejeld haant?
263 (y03d) Magda weet niet wie dat wij willen bellen (inf. 03530) vertaling: 't Magda wit nit wem vuur opbelle wille
264 (y03e) Weet iemand wie of dat wij geroepen hebben? (inf. 03530) vertaling: Wit enge wem vuur jeróffe haant?
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03530) vertaling: Wem denk-ste dat iech in de sjtad jetróffe ha?
266 (y03g) Wie denk je die ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03530) vertaling: Wem denk-ste dat iech in de sjtad jetróffe ha?
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 03530) vertaling: Hae hat zieng heng jewaesje
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 03530) vertaling: Hae hat ziee hemp jewaesje
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 03530) vertaling: Hae hat enge hót óp der kop
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 03530) vertaling: Hae hat eng vlek óp zie hemp
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 03530) vertaling: Hae hat ziee bee jebraoche
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 03530) vertaling: Hae hat ziech pieng jedao
opm.: ziech = zich reflexief: zich
273 (y04g) Marie trok de deken naar zich toe (inf. 03530) vertaling: 't Marie trók de decke óp ziech aa
opm.: ziech = zich reflexief: zich
051 (y04h) Luc weet dat er foto's van hemzelf te koop zijn (inf. 03530) vertaling: Der Luc wit dat me bilder va hem ken jelde
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 03530) vertaling: Doe wits doch noch dat vuur doe durch der busj jelofe zunt
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 03530) vertaling: Iech erinner miech dat der warel van 't Marie kapot waor
opm.: reflexief: mich
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 03530) vertaling: Het erinnert ziech dat hae wie e vaerke zoots tse aese
opm.: ziech = zich reflexief: zich
283 (y04l) Wij herinneren ons wel dat al Jan zijn boeken gestolen waren, maar zij herinneren het zich niet (inf. 03530) vertaling: Vuur erinnere ós waal dat alle bucher van der Jan jeklaut waore, mer zeej erinnere 't ziech nit
opm.: ziech = zich reflexief: ons reflexief: zich
286 (y04m) Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt gezien hebben? (inf. 03530) vertaling: Wit duur noch dat vuur der Jan óp der maat jezieë haant
289 (y04n) Hij heeft zich een ongeluk gewerkt (inf. 03530) vertaling: Hae hat ziech e ónjeluk jewerkt
opm.: ziech = zich reflexief: zich
290 (y04o) Hij voelde zich door het ijs zakken (inf. 03530) vertaling: Hae voolt ziech durch 't iees jao
opm.: ziech = zich reflexief: zich
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03530) vertaling: Zow hae dat kenne jedao ha?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03530) vertaling: Zow hae dat kenne jedao ha?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03530) vertaling: Zow hae dat ha kenne jedao?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03530) vertaling: Zow hae dat ha kenne jedao?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03530) vertaling: Zow hae dat ha kenne jedao?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03530) vertaling: Zow hae dat jedao kenne ha?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03530) vertaling: Zow hae dat jedao kenne ha?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03530) vertaling: Zow hae dat jedao kenne ha?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03530) vertaling: Zow hae dat kenne jedao ha?
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 03530) fragment: jekaant (1)
878 (y05(ii)) Hij heeft dat nooit gedaan (inf. 03530) fragment: jedao (1)
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 03530) komt voor: n
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 03530) komt voor: n
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 03530) komt voor: n
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 03530) komt voor: n
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 03530) komt voor: n
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 03530) komt voor: n
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 03530) komt voor: j
gebr.: 1
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 03530) komt voor: j
gebr.: 1
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 03530) komt voor: n
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 03530) komt voor: n
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 03530) komt voor: j
gebr.: 5
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 03530) komt voor: j
gebr.: 5
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 03530) komt voor: j
gebr.: 2
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 03530) komt voor: j
gebr.: 2
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 03530) komt voor: n
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 03530) vertaling: Vuur mótte no de sjuur en voere de kuj
komt voor: j
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 03530) vertaling: Vuur mótte no de sjuur en voere de kuj
komt voor: j
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 03530) komt voor: n
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 03530) vertaling: Iech denk dat hae voet is
komt voor: j
opm.: dav
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 03530) vertaling: Iech denk dat hae voet is
komt voor: j
opm.: dav
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 03530) vertaling: Iech denk hae is voet
komt voor: j
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 03530) vertaling: Iech denk hae is voet
komt voor: j
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 03530) komt voor: n
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 03530) vertaling: Iech wees, hae is voet
komt voor: j
opm.: twijfel door komma in de vertaling
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 03530) vertaling: Iech wees, hae is voet
komt voor: j
opm.: twijfel door komma in de vertaling
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 03530) komt voor: n
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 03530) vertaling: 't Marie zieng kuj zunt verdroonke bej 't hoeech wasser
komt voor: j
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 03530) vertaling: 't Marie zieng kuj zunt verdroonke bej 't hoeech wasser
komt voor: j
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 03530) vertaling: Va kieês maach wees iech nuus vanaaf
komt voor: j
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 03530) vertaling: Va kieês maach wees iech nuus vanaaf
komt voor: j
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 03530) komt voor: n
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 03530) komt voor: n
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 03530) komt voor: n
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 03530) komt voor: n
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 03530) komt voor: n
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 03530) komt voor: n
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 03530) vertaling: Lofentere kaom iech hem taeje
komt voor: j
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 03530) vertaling: Lofentere kaom iech hem taeje
komt voor: j
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 03530) komt voor: n
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 03530) komt voor: n
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 03530) komt voor: n
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 03530) komt voor: n
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 03530) komt voor: n
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 03530) vertaling: I die tsied laevet iech dróp laos
337 (y08b) Vroeger leefde hij als een beest (inf. 03530) vertaling: Vrujjer laevet hae wie e bieës
338 (y08c) Daar leefden wij als god in Frankrijk (inf. 03530) vertaling: Dao laevette vuur wie jot i Frankriech
338 (y08c) Daar leefden wij als god in Frankrijk (inf. 03530) vertaling: Dao laevette vuur wie jot i Frankriech
338 (y08c) Daar leefden wij als god in Frankrijk (inf. 03530) vertaling: Dao laevette vuur wie de made in der kieës
338 (y08c) Daar leefden wij als god in Frankrijk (inf. 03530) vertaling: Dao laevette vuur wie de made in der kieës
339 (y08d) Niemand mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien (inf. 03530) vertaling: Jenge darf 't zieë, da ving iech das-doe 't óch nit darfs zieë
340 (y08e) Het gebeurde toen je wegging (inf. 03530) vertaling: 't Passieret wies-te voet jongs
341 (y08f) Ik weet waar je geboren bent (inf. 03530) vertaling: Iech wees wós-te jebore bis
342 (y08g) Nu je klaar bent, mag je gaan (inf. 03530) vertaling: Noee wies-te vaediech bis, darf-ste jao
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 03530) vertaling: Umdat 't Marie jesjtorve waor, hat zienge maan 't Anna nit mieë helpe kenne
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 03530) vertaling: IEch wees dat hae sjwumme jejange is
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03530) komt voor: j
gebr.: 1
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03530) komt voor: j
gebr.: 1
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 03530) komt voor: j
gebr.: 2
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 03530) komt voor: j
gebr.: 2
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 03530) komt voor: n
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 03530) komt voor: n
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 03530) komt voor: j
gebr.: 5
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 03530) komt voor: j
gebr.: 5
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 03530) komt voor: j
gebr.: 5
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 03530) komt voor: j
gebr.: 5
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 03530) komt voor: n
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 03530) komt voor: n
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 03530) komt voor: n
356 (y10d) Is het huis te koop? Jaa't (inf. 03530) komt voor: n
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 03530) komt voor: n
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 03530) komt voor: n
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 03530) komt voor: n
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 03530) komt voor: n
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 03530) komt voor: n
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 03530) komt voor: n
365 (y11f) Hem is dood (inf. 03530) komt voor: n
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 03530) komt voor: n
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 03530) komt voor: n
367 (y11i) Is haar ziek? (inf. 03530) komt voor: n
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 03530) komt voor: n
369 (y11k) Met het te sneeuwen konden we de stad niet uit (inf. 03530) komt voor: n
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03530) komt voor: j
fragment: dem (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03530) komt voor: j
fragment: dem (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03530) komt voor: j
fragment: dae (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03530) komt voor: j
fragment: dae (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03530) komt voor: j
fragment: waova (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03530) komt voor: j
fragment: dat hae (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03530) komt voor: j
fragment: dat hae (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03530) komt voor: j
fragment: waova (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03530) komt voor: j
fragment: waova (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03530) komt voor: j
fragment: dat hae (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03530) komt voor: j
fragment: waova (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03530) komt voor: j
fragment: dat (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03530) komt voor: j
fragment: dat (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03530) komt voor: j
fragment: waova (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03530) komt voor: j
fragment: waova (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03530) komt voor: j
fragment: dat (2)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03530) komt voor: j
fragment: waomit (ipv mee) (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03530) komt voor: j
fragment: waomit (ipv mee) (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03530) komt voor: j
fragment: waomit (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03530) komt voor: j
fragment: waomit (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03530) komt voor: j
fragment: waomit (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03530) komt voor: j
fragment: waomit (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03530) komt voor: j
fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03530) komt voor: j
fragment: waomit (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03530) komt voor: j
fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03530) komt voor: j
fragment: (2)
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03530) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03530) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03530) komt voor: j
fragment: die (1)
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03530) komt voor: j
fragment: die (1)
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03530) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03530) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03530) komt voor: j
fragment: wae (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03530) komt voor: j
fragment: wae (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03530) komt voor: j
fragment: va wem der (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03530) komt voor: j
fragment: va wem der (1)
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03530) vertaling: Der Piet denkt dat der Jan en 't Marie niet koeë zunt
betekenis: negative concord
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03530) vertaling: Der Piet denkt dat der Jan en 't Marie niet koeë zunt
betekenis: negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03530) vertaling: Der Wim denkt dat vuur jenge enge priees jevve
betekenis: negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03530) vertaling: Der Wim denkt dat vuur jenge enge priees jevve
betekenis: negative concord
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03530) vertaling: ... kalle
betekenis: modaal > negatie
opm.: dav
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03530) vertaling: ... kalle
betekenis: modaal > negatie
opm.: dav
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03530) vertaling: ... kalle
betekenis: modaal > negatie
opm.: dav
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03530) vertaling: ... kalle
betekenis: modaal > negatie
opm.: dav
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03530) vertaling: 't Is Waor dat ze nit mit 't Marie moelle
betekenis: modaal > negatie
opm.: dav
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03530) vertaling: 't Is Waor dat ze nit mit 't Marie moelle
betekenis: modaal > negatie
opm.: dav
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03530) vertaling: 't Is Waor dat ze nit mit 't Marie moelle
betekenis: modaal > negatie
opm.: dav
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03530) vertaling: 't Is Waor dat ze nit mit 't Marie moelle
betekenis: modaal > negatie
opm.: dav
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03530) vertaling: ... sjpraeche
betekenis: modaal > negatie
opm.: dav
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03530) vertaling: ... sjpraeche
betekenis: modaal > negatie
opm.: dav
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03530) vertaling: ... sjpraeche
betekenis: modaal > negatie
opm.: dav
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03530) vertaling: ... sjpraeche
betekenis: modaal > negatie
opm.: dav
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 03530) vertaling: nurjens
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 03530) vertaling: jenge
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 03530) vertaling: noeets
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 03530) vertaling: nuuks
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 03530) vertaling: jeng
000 (z03opm) (inf. 03530) opm. inf.: M = jenge; F = jeng; N = jee; P = jeng
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 03530) vertaling: Zaag hem nit dat iech no boesse bin jewae!
393 (z04b) Niet vertellen dat je een cadeau voor hem hebt gekocht, hoor! (inf. 03530) vertaling: Nit vertselle dat-ste e jesjenk veur hem jejolde hast, huur!
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 03530) vertaling: Wit-ste nit dat hae jevalle is?
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 03530) vertaling: Wees-doe nit dat hae jevalle is?
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 03530) vertaling: Wees-doe nit dat hae jevalle is?
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 03530) vertaling: Wit-ste nit dat hae jevalle is?
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 03530) vertaling: 't Wendy hat probiert um jinge pieng tse doeë
397 (z05b) 't Schijnt dat ze niets mag eten (inf. 03530) vertaling: 't Sjiengt dat ze nuus darf ease
399a (z05d) Ze proberen al de hele dag om elkaar op te bellen (inf. 03530) vertaling: Ze probiere al der janse daag um mit-ee tse tellefoniere
400 (z05e) Het belooft weer een mooie dag te worden (inf. 03530) vertaling: 't Sjiendt werrum enge sjunne daag tse waede
401 (z05f) 't Is misschien beter om nog even te wachten (inf. 03530) vertaling: 't Is messjiee (of: fielits) besser um noch effe tse wade
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 03530) vertaling: Vuur hauwe 't jeluk um hem direk tseruk tse vinge
404 (z06a) Als de kippen een valk zien, zijn ze bang (inf. 03530) vertaling: Wen de honder enge valk zieente, zunt ze bang
405 (z06b) Als we de aardappelen niet kunnen verkopen, zitten we in de problemen (inf. 03530) vertaling: Wen vuur de aepel nit kenne verkofe, hant vuur probleme (of: zörg)
406 (z06c) Als jullie hem niet meenemen word ik kwaad (inf. 03530) vertaling: Wen duur hem niet mitnemt waed iech koee
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 03530) vertaling: Hae wós 't
408 (z06e) Op dit feest wordt er veel gedanst (inf. 03530) vertaling: Óp dat fes waed veul jedaanst
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 03530) vertaling: Noee waed noch alleng broeëd verkaot in dae winkel
opm.: "'ER' zou hier eventueel met 'MAAR' vertaald kunnen worden."
410 (z06g) Als hij met de fiets komt, zal hij wel laat zijn (inf. 03530) vertaling: Wen hae mit de fiets keumt, zal hae waal sjpieë zieë
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 03530) vertaling: Wen-ste tsiet has, kom da ins eng kieër vurbeej
413a (z06i) Als ik rijk ben, koop ik een dure auto (inf. 03530) vertaling: Wen iech rieech ben, jel iech enge dure auto
881 (z07(i)) Ik weet dat (ge)(je) 't (gij)(jij) gedaan hebt (inf. 03530) komt voor: n
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 03530) komt voor: n
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 03530) komt voor: n
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 03530) komt voor: n
420 (z07(ii)d) Durfdeze gij uitnodigen? (inf. 03530) komt voor: n
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 03530) komt voor: n
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 03530) komt voor: n
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 03530) komt voor: n
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 03530) komt voor: n
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 03530) komt voor: n
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03530) vertaling: 't Marie hat jezaat das doe probiert has e lidje tse zinge
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03530) vertaling: 't Marie hat jezaat das doe probiert has e lidje tse zinge
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03530) vertaling: 't Marie hat jezaat das doee probieert has e lidje tse zinge
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03530) vertaling: 't Marie hat jezaat das doee probieert has e lidje tse zinge
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 03530) vertaling: 't Marie hat jezaat das doe probiert has e bóch tse jevve
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 03530) komt voor: j
gebr.: 2
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 03530) komt voor: j
gebr.: 2
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 03530) komt voor: j
gebr.: 1
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 03530) komt voor: j
gebr.: 1
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 03530) komt voor: n
604a (z08d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen geprobeerd (inf. 03530) komt voor: n
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 03530) komt voor: n
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 03530) komt voor: n
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03530) komt voor: j
gebr.: 5
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03530) komt voor: j
gebr.: 5
440 (z09a) Die van de stad, die hebben hier veel huizen gebouwd (inf. 03530) vertaling: Die oees de sjtad ...
440 (z09a) Die van de stad, die hebben hier veel huizen gebouwd (inf. 03530) vertaling: Die sjtätter die haant hej veul huzer jebowd
440 (z09a) Die van de stad, die hebben hier veel huizen gebouwd (inf. 03530) vertaling: Die sjtätter die haant hej veul huzer jebowd
440 (z09a) Die van de stad, die hebben hier veel huizen gebouwd (inf. 03530) vertaling: Die oees de sjtad ...
441 (z09b) Aan die nieuwe vaart, daar zie je geen mens meer (inf. 03530) vertaling: A de nuj vaat dao zies-te jee mensj mieë
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 03530) vertaling: Jister is der Jan hej jewae
443 (z09d) De dag dat Jan belde, was ik niet thuis (inf. 03530) vertaling: Óp der daag dat der Jan ópbelde waor iech nit heem
444 (z09e) Jef, die zou ik nooit uitnodigen (inf. 03530) vertaling: Der Jef, dem zów iech noeets i-lade
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 03530) vertaling: 't Marie zów zoejet noeëts dao
446 (z09g) Bert, die drinkt wel eens een glas te veel (inf. 03530) vertaling: Der Bert, dae dreenkt waal ens e jlaas tse veul
447 (z09h) Martha, die zou ik wel eens bij mij thuis willen uitnodigen (inf. 03530) vertaling: 't Martha dem zów iech waal ens wille i-lade
448 (z09i) Dat huis, dat zou ik nooit willen kopen (inf. 03530) vertaling: Dat hoees, dat zów iech noeets verkofe wille
449 (z09j) Dat huis, dat staat daar al vijftig jaar (inf. 03530) vertaling: Dat hoees, dat sjteet dao al vóftsig jaor
000 (z09opm) (inf. 03530) opm. inf.: Hulpwerkwoorden meestal op het einde
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03530) komt voor: j
gebr.: 5
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03530) komt voor: j
gebr.: 5
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 03530) komt voor: n
453 (z10(i)c) Ze zijn/hebben geweest naar de markt (inf. 03530) komt voor: n
454 (z10(i)d) Ze hebben geweest naar de markt (inf. 03530) komt voor: n
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03530) komt voor: j
gebr.: 5
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03530) komt voor: j
gebr.: 5
457 (z10(ii)b) Hij heeft zijn kinderen gezet op de tractor (inf. 03530) komt voor: n
458 (z10(ii)c) Hij heeft gezet zijn kinderen op de tractor (inf. 03530) komt voor: n
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03530) komt voor: j
gebr.: 5
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03530) komt voor: j
gebr.: 5
462 (z10(iii)b) Hij heeft zijn voorgevel geschilderd helemaal wit (inf. 03530) komt voor: n
464 (z10(iii)c) Hij heeft geschilderd zijn voorgevel helemaal wit (inf. 03530) komt voor: n
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03530) komt voor: j
gebr.: 5
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03530) komt voor: j
gebr.: 5
467 (z10(iv)b) Mijn vrouw kan spreken dialect (inf. 03530) komt voor: n
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03530) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03530) komt voor: j
gebr.: 5
470 (z10(v)b) Gunther heeft Annemie gebracht naar huis (inf. 03530) komt voor: n
471 (z10(v)c) Gunther heeft gebracht Annemie naar huis (inf. 03530) komt voor: n
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 03530) vertaling: ... jebelt?
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 03530) vertaling: ... jebelt?
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 03530) vertaling: ... ópjebelt?
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 03530) vertaling: ... ópjebelt?
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 03530) vertaling: ... ópjebelt?
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 03530) vertaling: Hat der Gunther jetellefonieert?
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 03530) vertaling: Hat der Gunther jetellefonieert?
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 03530) vertaling: Hat der Gunther jetellefonieert?
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 03530) vertaling: ... jebelt?
473 (z11b) En pas op! (inf. 03530) vertaling: Paas óp!
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 03530) vertaling: 't Waor jraad jót jenóch
475 (z11d) Marjo heeft nu meer koeien dan ze vroeger en had (inf. 03530) vertaling: 't Marjo hat noee mieë kuj wie vrujjer
476 (z11e) Als Susanne en had kunnen komen dan had ze dat gedaan (inf. 03530) vertaling: Wen 't Susanne heij kenne komme da heij het 't jedao
477 (z11f) Zij is de beste dokter die ik en ken (inf. 03530) vertaling: Het is der betste dokter dem iech ken
478 (z11g) Voor je iets en weggooit, moet je even bellen (inf. 03530) vertaling: Veurdat-ste jet voetwerps mós-te effe ópbelle
479 (z11h) Hier is alles wat ik gekregen en heb (inf. 03530) vertaling: Hej is alles wat iech kraeje han
480 (z11i) Jan en is te gierig om iets aan z'n kinderen te geven (inf. 03530) vertaling: Der Jan is tse nuij um jit a zieng kinger tse jevve
481 (z11j) Alsof jij iets van voetballen en weet! (inf. 03530) vertaling: Alsofs-doe jet va foeesballe wus!
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 03530) vertaling: (Ongebruikelijk) Wel: Laech dat bóch voet!
opm.: twijfel topicalisatie volle NP in imperatief: wat bedoelt de informant precies met 'ongebruikelijk'?
483 (z11l) Als je echt niet kunt wachten, dan kom maar (inf. 03530) vertaling: Wen-ste ech nit kens wade, da kom mer.
488 (z12a) Ik weet dat Jan de dokter had kunnen roepen (inf. 03530) vertaling: Iech wees dat der Jan der dokter heij kenne róffe
489 (z12b) Ik weet dat Jan de dokter kon geroepen hebben (inf. 03530) vertaling: Iech wees dat der Jan der dokter jeróffe heij kenne haan
490 (z12c) Hij zei dat ik het had moeten doen (inf. 03530) vertaling: Hae zaat dat iech 't heij mótte doeë
491 (z12d) Hij zei dat ik het moest gedaan hebben (inf. 03530) vertaling: Hae zaat dat iech 't jedao muuet haan
492 (z12e) Hij is vorige week door dokter Mertens geopereerd (inf. 03530) vertaling: Hae is de vurrejje waech durch der dokter Mertens operiert
493 (z12f) Hij wordt morgen door dokter Mertens geopereerd (inf. 03530) vertaling: Hae waed morje durch der dokter Mertens operiert
493 (z12f) Hij wordt morgen door dokter Mertens geopereerd (inf. 03530) vertaling: ... je-operiert
493 (z12f) Hij wordt morgen door dokter Mertens geopereerd (inf. 03530) vertaling: ... je-operiert
493 (z12f) Hij wordt morgen door dokter Mertens geopereerd (inf. 03530) vertaling: Hae waed morje durch der dokter Mertens operiert
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03530) vertaling: Iech denk das-te veul zowts mótte voetwerpe
positie: 3
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03530) vertaling: Iech denk das-te veul zowts mótte voetwerpe
positie: 3
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03530) vertaling: 't Is dom um die duur dinger voet tse werpe
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03530) vertaling: 't Is dom um die duur dinger voet tse werpe
positie: 1
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03530) vertaling: Hae is alle kapotte dinger voet an 'i werpe
positie: 1
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03530) vertaling: Hae is alle kapotte dinger voet an 'i werpe
positie: 1
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03530) vertaling: Iech ving dat-ste dukser de tsiedong zowts mótte laeze
positie: 1
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03530) vertaling: Iech ving dat-ste dukser de tsiedong zowts mótte laeze
positie: 1
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03530) vertaling: 't Is dom um in der duuster de tsiedong tse laeze
positie: 1
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03530) vertaling: 't Is dom um in der duuster de tsiedong tse laeze
positie: 1
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03530) vertaling: Hae is der janse daag de tsiedong an 't laeze
positie: 1
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03530) vertaling: Hae is der janse daag de tsiedong an 't laeze
positie: 1
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 03530) fragment: durch (1)
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 03530) komt voor: n
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 03530) komt voor: n
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 03530) komt voor: n
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 03530) komt voor: n
516 (z16a) Robert heeft één groene appel weggegeven, en nu heeft hij er nog twee rode (inf. 03530) vertaling: Der Robert hat enge jrunge appel voetjejouwe en noee hat hae noch tswei roeë
412 (z16b) Er waren veel mensen op het feest (inf. 03530) vertaling: 't Waore veul luuj op 't fes
413 (z16c) Jammer dat ik gisteren niet kon komen. Waren er veel mensen op het feest? (inf. 03530) vertaling: Waore veul luuj op 't fes?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03530) vertaling: Wat veur bucher has-te jejolde?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03530) vertaling: Wat veur bucher has-te jejolde?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03530) vertaling: Wat has-te veur bucher jejolde?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03530) vertaling: Wat has-te veur bucher jejolde?
521 (z16e) Hij woont bij Marietje (inf. 03530) vertaling: Hae waont bej 't Marietje
522 (z16f) Hij woont bij Wim (inf. 03530) vertaling: Hae waont bej der Wim
523 (z16g) Loop even naar de bakker, Wim! (inf. 03530) vertaling: Loof effe nódder bäkker, Wim!
524 (z16h) Wie heb je gezien? (inf. 03530) vertaling: Wem has-te jezieë?
524 (z16h) Wie heb je gezien? (inf. 03530) vertaling: Wem has-doee jezieë?
524 (z16h) Wie heb je gezien? (inf. 03530) vertaling: Wem has-doee jezieë?
524 (z16h) Wie heb je gezien? (inf. 03530) vertaling: Wem has-te jezieë?
525 (z16i) Wie heeft jou gezien? (inf. 03530) vertaling: Wae hat diech jezieë?
527 (z16j) Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan (inf. 03530) vertaling: Heij iech dat jewós, da heij iech 't nit jedao
528 (z16k) 't Zou beter zijn om nog even te wachten (inf. 03530) vertaling: 't Wuur besser um noch effe tse wade
882 (z16l) Gelukkig had Jan de dokter gebeld en die was er al heel gauw (inf. 03530) vertaling: Gelukkig hauw der Jan der dokter ópjebeld en dae kaom hieël flot
883 (z16m) Loop nou toch door, vervelende jongens! (inf. 03530) vertaling: Loof noee mer durch, lestieje jonge
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03530) komt voor: j
gebr.: 5
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03530) komt voor: j
gebr.: 5
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 03530) komt voor: j
gebr.: 1
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 03530) komt voor: j
gebr.: 1
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03530) komt voor: n
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 03530) komt voor: n
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 03530) komt voor: n
605a (z17f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen proberen (inf. 03530) komt voor: n
548 (z17g) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen proberen hebt (inf. 03530) komt voor: n
542 (z17h) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt proberen (inf. 03530) komt voor: n

interview mondelinge enquête

sprekertekstcommentaar 
commentaar[meta][k]Q222p[/k][h]160[/h][i]159[/i][vw]j[/vw][t]vw[/t][/meta]  sound
hulpinterviewer [v=003] Komt disses satz in het Vaalse plat veur. Over setz. Ik denk dat Marie heeft proberen van hem een brief te schrijven. [/v] sound
informant [a=n] Nee dat is nie goed. Ich denke wattet Marie probeerd had een brief va hem te schrijve. [/a]

wat et
tagging sound
hulpinterviewer [v=006] Komt disses satz veur in ut Vaalser plat. Over setz. Gisteren wandeldiede door het park. [/v] sound
informant [a=n] Nee. Gister spazierte durch het park. [/a]

spazierte e
tagging sound
hulpinterviewer [v=018] Over setz in et Vaalser plat. Ze weet niet dat Marie gisteren gestorven is. [/v] sound
informant [a] xxx wuss nie wa ut Marie gisteren gestorven is. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v] Et Marie. [/v] sound
informant [a=j] Ja. [/a] sound
hulpinterviewer [v] Komt disse satz ook veur. Het weest niet dat et Marie gisteren is gestorven. [/v] tagging sound
informant [a=j] Komt veur. [/a] sound
hulpinterviewer [v=022] Komt disse satz ook veur in het Vaalser plat. Over setz. Er wil niemand niet dansen. [/v] sound
informant [a] Der wil niet. Iederinge wilt danse. [/a] sound
hulpinterviewer [v] Of ut wilt jinge danse. [/v] sound
informant [a=n] Jinge wilt danse. [/a] sound
hulpinterviewer [v=025] Over setz. Niemand heeft dat ooit gewild of gekund. [/v] sound
informant [a] Jinge had dat noets gekand. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=026] Over setz. Jan had het hele brood wel willen op eten. [/v] sound
informant [a] Der Jan wolle ganse brood op ete. [/a]

wol e
tagging sound
hulpinterviewer [v=027] Over setz. Vertel maar niet wie zij had kunnen roepen. [/v] sound
informant [a] Vertel maar nie wen ze haai kunne roepe. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=028] Komt disse satz veur in us dialect en bruikt men der satz wel in us dialect. Over setz. Vertel mij eens wie dat zij had kunnen roepen. [/v] sound
informant [a] Vertel mi eens wem ze haai _. _ wen met haai kunne roepe. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v] Komt niet veur wie dat. [/v] sound
informant [a=n] Nee. [/a] sound
hulpinterviewer [v=029] Komt disse satz veur in us dialect en bruich ver der satz in us dialect. Over setz. Vertel mij eens wie of zij had kunnen roepen. [/v] sound
informant [a=n] Nee. Sa mi eens wer met haai kunne roepe. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=030] Komt disse satz veur in us dialect en bruich ver dan ook in us dialect. Over setz. Vertel mij eens wie of dat zij had kunnen roepen. [/v] sound
informant [a=n] Nee. Wat sag mi eens wem met haai kunne rufe. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=035] Over setz. Jan herinnert zich dat verhaal wel. [/v] sound
informant [a] Ver Jan herinnert zich dat verhaal. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=036] Kijk neur het beeldje en maak der satz af. Et Marie en der Piet wijze noar _. [/v] sound
informant [a] Noa ee. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=037] Kijk neur het beeldje en maak der satz af. Der Toon wast _. [/v] sound
informant [a] Zich darm. [/a]

d arm
tagging sound
hulpinterviewer [v=038] Over setz. De timmerman heeft geen spijkers bij zich. [/v] sound
informant [a] Der schriener ha geen nagel bij zich. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=039] Kijk neurt beeldje en maak der satz af. Der Fons zag een slang never _. [/v]

neur t
sound
informant [a] Never zich zeze. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=040] Over setz. Erik liet mij voor zich werken. [/v] sound
informant [a] Erik lies mich voor hem werke. [/a] tagging sound
informant [a] _ lies mich voor em werke. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=041] Over setz. Johanna liet zich mee drijven op de golven. [/v] sound
informant [a] Johanna lies zich op de golve mee drijve. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=042] Over setz. Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel. [/v] sound
informant [a] Der Toon bekeeket zichzelf eens goed in der spiegel. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=043] Over setz. Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken. [/v] sound
informant [a] Der Jan had in zwee minute ee bier leeg gedronke. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v] Komt disse satz ook veur. Der Jan had zich in twee minute een biertje gedronke. [/v] tagging sound
informant [a=j] Ja komt ook veur. [/a] sound
hulpinterviewer [v=044] Over setz. Deze schoene lopen gemakkelijk. [/v] sound
informant [a=n] Die schoen sien gemakkelijk. Lope zegge we niet. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v] Komt disse satz ook veur. Dees schoen lope zich gemakkelijk. [/v] sound
informant [a=n] Lope zich gemakkelijk nee. [/a] sound
hulpinterviewer [v=045] Over setz. Eduard kent zichzelf goed. [/v] sound
informant [a] Eduard ken zichzelf heel goed. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=046] Over setz. Joep heeft gehoord dat er fotoos van zichzelf in de etalage staan. [/v] sound
informant [a] Der Joep haai ehoor van fotoos va hem in et etalage stond. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v] Kan men ook zegge der Joep had ehoord dat fotoos van zich in etalage stond. [/v] tagging sound
informant [a=j] Ja kanse ook zegge. [/a]

kans e
sound
hulpinterviewer [v] En der Joep had gehoord dat fotoos van hemzelf in etalage stond. [/v] sound
informant [a=n] Das nie plat hoor. Dat is Hollands gewoon. [/a] Denk dat informant dit zegt maar ben er niet zeker van. sound
hulpinterviewer [a] Dus va hem of va zich. [/a] sound
hulpinterviewer [a] Der Joep had gehoord dat fotoos van zichzelf _. Nee dat seste niet. [/a]

ses te
sound
informant [a=n] Dat seste niet. [/a] sound
hulpinterviewer [v] Dan seste va hem of va zich. [/v]

ses te
sound
informant [a=j] Ja. [/a] sound
hulpinterviewer [v=053] Over setz. Als ik zuinig leef leef ik zoals mijn ouders willen. [/v] sound
informant [a] Wen ich spaarzaam leef dan leef ich wie mien eldere wille. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=055] Over setz. Als hij nog drie jaar leeft leeft hij langer dan zijn vader. [/v] sound
informant [a] Wer er nog drie jaar leeft leeft hij langer wie zijne pap. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=057] Over setz. Als zij zo gevaarlijk leeft leeft ze niet lang meer. [/v] sound
informant [a] Wen dat sie gevaarlijk leef blijf leve dan leveder niet lang meer. [/a]

leve der
tagging sound
hulpinterviewer [v=059] Over setz. Als het nu nog leeft dan leeft het morgen ook nog. [/v] sound
informant [a] Wen het nu nog leef levenet morgen ook nog. [/a]

leven et
tagging sound
hulpinterviewer [v=061] Over setz. Als jullie zo losbandig leven dan leven jullie nooit zo lang als ik. [/v] sound
informant [a] Wen dir zo drop los leve leveder niet zo lang wie ich. Wen dir zo lang drop los blijf leve dan leveder niet zo lang wie ich. [/a]

dr op leve der dr op leve der
tagging sound
hulpinterviewer [v=063] Over setz. Als ze voor hun werk leven dan leven ze niet voor hun kinderen. [/v] sound
informant [a] Wen ze voor hun werk leve leve ze niet voor hun kinger. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=067] Over setz. Als Rudy nog leeft dan leeft Leo ook nog. [/v] sound
informant [a] Wen der Rudy nog leef dan leefter Leo ook nog. [/a]

leef ter
tagging sound
hulpinterviewer [v=068] Over setz. Als je gezond leeft dan leef je langer. [/v] sound
informant [a] wens ie gezond leefs leefse langer. [/a]

leefs e
tagging sound
hulpinterviewer [v=069] Over setz. Als er zo weinig mensen van de landbouw leven dan leven er veel mensen van werk in de fabriek. [/v] sound
informant [a] Wen zo weinigs lui van de _. [/a] sound
informant [a] Wen zo weinigs lui van der landbouw leve dan leve meer lui van de fabriek. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=070] Over setz. Als Pieter en Liesje in het paradijs leven dan leven Rosa en Frans in de hel. [/v] sound
informant [a] Nog Pieter en Liesje in het paradijs leve dan leve der Roos en der Frans in hel. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=071] Over setz. Als we sober leven leven we gelukkig. [/v] sound
hulpinterviewer [v] Over setz. Als we ongezond leven leven we niet gelukkig. [/v] sound
informant [a] Wen wer ongezond leve leve ve nie gelukkig. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=072] Over setz. Leef wat gezonder Jan. [/v] sound
informant [a] Leef ge gezonder Jan. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=073] Over setz. Leef wat minder bekrompen kinderen. [/v] sound
informant [a] Leef ge weiniger bekrompen kinger. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=075] Komt disse satz in us dialect veur. Ich vin dat jegerene moes kunne zwemme. [/v] tagging sound
informant [a=j] Ja. [/a] sound
hulpinterviewer [v=077] Komt disse satz in us dialect veur. Ich vin dat jegerene moes zwemme kunne. [/v] tagging sound
informant [a=j] Kanse ook zegge. [/a]

kans e
sound
hulpinterviewer [v=080] Komt disse satz veur in us dialect. Ich vin dat jegerene kunne zwemme moes. [/v] sound
informant [a=n] Nee. [/a] sound
hulpinterviewer [v=082] Komt disse satz veur in us dialect. Ich vin dat jegerene zwemme kunne moes. [/v] sound
commentaarOnduidelijk of informant 'nee' antwoordt.  sound
informant [a=n] Nee. [/a] sound
hulpinterviewer [v=084] Komt disse satz veur in us dialect. Ich vin dat jegerene zwemme moes kunne. [/v] tagging sound
informant [a=j] Ja. [/a] sound
hulpinterviewer [v=086] Komt disse satz veur in et dialect. Ich wees datter Eddy morgen wilt brood ete. [/v] sound
veldwerker dat der sound
hulpinterviewer [v=086] Komt disse satz veur in et dialect. Ich wees datter Eddy morgen wilt brood ete. [/v] sound
informant [a=n] Ik zou zegge ich weet watter Eddy morgen brood ete wil. [/a]

wat ter
sound
hulpinterviewer [a=n] Wil ete ja. Dis is verkeerd. Dus ik zou zegge nee. [/a] sound
hulpinterviewer [v=087] Komt disse satz veur in us dialect. Over setz. Eddy moet kunnen vroeg op staan. [/v] sound
informant [a=n] Eddy moet vroeg op staan kunne gaan. [/a] sound
hulpinterviewer [a=n] Is niet goed. [/a] sound
hulpinterviewer [v=132] Over setz. Ik denk dat Marie hem zal moeten roepen. [/v] sound
informant [a] Ich denk dattet Marie em roepe moet. [/a] sound
hulpinterviewer [v=140] Komt disse satz veur in us dialect. Over setz. Zitten hier nergens geen muizen. [/v] sound
informant [a=n] Nee. Zitte hier nergens muis. [/a] sound
hulpinterviewer [v=146] Komt disse satz veur in us dialect. Over setz. Hij spreekt niet goed geen Frans. [/v] sound
informant [a=n] Nee. [/a] sound
informant [a] Er spreek geen Frans. [/a] sound
hulpinterviewer [a] Of hij sprichs nie goed Franzosisch. [/a] sound
hulpinterviewer [v=148] Komt disse satz veur in us dialect. Over setz. Iedereen is geen vakman. [/v] sound
informant [a=n] Nie jegerene is ene vakman. [/a] sound
hulpinterviewer [v=149] Komt disse satz veur in us dialect. Over setz. Hij heeft overal geen vrienden. [/v] sound
informant [a=n] Nee. Had nergen vrien. [/a] sound
hulpinterviewer [v=137] Komt disse satz veur in us dialect. Over setz. Hij wil geen soep niet meer eten niet. [/v] sound
informant [a=n] Nee. Er wil geen soep meer ete. [/a] sound
hulpinterviewer [v=154] Komt disse satz veur in us dialect. Boeke had der Jan drie. [/v] sound
informant [a=n] Nee. Der Jan had drie boek. [/a] sound
hulpinterviewer [v] Komt disse satz veur in us dialect. Boeke had der Jan nog drie. [/v] tagging sound
informant [a=j] Ja. [/a] sound
hulpinterviewer [v=156] Komt disse satz veur in us dialect. Der Jan weest datter veur drie uur de wagen moes haie maakt. [/v]

dat er
tagging sound
informant [a=j] Kanse wel. [/a]

kans e
sound
hulpinterviewer [v=157] Komt disse satz veur in us dialect. Der Jan weest datte veur drie uur de wagen moes gemaakt ha. [/v]

dat e
tagging sound
informant [a=j] Ja. [/a] sound
hulpinterviewer [v=160] Komt disse satz veur in us dialect. Der Jan weest datte veur drie uur der wagen gemaakt moes ha. [/v]

dat e
tagging sound
informant [a=j] Ja kanse ook zegge. [/a] sound
hulpinterviewer [v=161] Komt disse satz veur in us dialect. Der Jan weest datte veur drie uur de wagen gemaakt ha moes. [/v] tagging sound
informant [a=j] Ja. [/a sound
hulpinterviewer [v=188] Over setz. Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen. [/v] sound
informant [a] Hasde genoeg lui veur het hooi van het land te hale. [/a]

has de
tagging sound
hulpinterviewer [v] Komt disse satz ook voor. Hasde genoeg lui veur hooi van het land te hale. [/v] sound
hulpinterviewer [v] Sage ver hasde genoeg lui veur et hooi te hale of um et hooi. [/v] sound
informant [a] Um et hooi. [/a] sound
hulpinterviewer [v] Um of veur. [/v] sound
informant [a] Kans alletwee. [/a] sound
informant [a] Hasde genoeg lui veur het hooi te hale is toch wel gebruikelijker. [/a]

has de
sound
hulpinterviewer [v=189] Over setz. Het was aardig van Jan om te kome werke. [/v] sound
informant [a] War net van der Jan om te kome werke. [/a] sound
hulpinterviewer [v] Komt disse satz ook veur. Et war net van der Jan veur te kome werke. [/v] sound
informant [a=n] Um te kome _. War net van der Jan veur te kome werke dan had ik gezeg um te kome werke. [/a] sound
hulpinterviewer [v] Um of veur. [/v] sound
informant [a] Um te kome werke. [/a] sound
hulpinterviewer [v] Et war net van der Jan te kome werke. [/v] tagging sound
informant [a] Kanse sage. [/a]

kans e
sound
hulpinterviewer [v] Et war net van der Jan um te kome werke. [/v] tagging sound
informant [a=j] Ja kans. [/a] sound
hulpinterviewer [v] Et war net van der Jan um kome te werke. [/v] sound
informant [a=n] Nee dat niet. [/a] sound
hulpinterviewer [v] Et war net van der Jan um te kome te werke. [/v] sound
informant [a=n] Nee da kan niet. [/a] sound
hulpinterviewer [v=190] Over setz. Deze ton is zwaar om te dragen. [/v] sound
informant [a] Dat vas is zwaar om te drage. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v] Komt disse satz ook veur. Dees ton is zwaar veur te drage. [/v] sound
hulpinterviewer [v] Veur te drage of um te drage. [/v] sound
informant [a] Ik zes altijd um te drage. [/a] sound
hulpinterviewer [a] Veur is verkeerd. [/a] sound
hulpinterviewer [v] Dees ton is zwaar te drage. [/v] tagging sound
informant [a=j] Kans wel ja. [/a] sound
hulpinterviewer [v=192] Komt disse satz veur in us dialect. Over setz. We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn. [/v] sound
informant [a=n] Nee. [/a] sound
informant [a] Ve hope allemaal op tijd heim te seje. [/a] sound
hulpinterviewer [v=199] Over setz. Hij staat te zeuren. [/v] sound
informant [a] Hijs aan het houwele. [/a]

hij s
tagging sound
hulpinterviewer [v=198] Over setz. Hij kan staan zeuren. [/v] sound
informant [a] Kan zijn xxx houwele. [/a] sound
hulpinterviewer [a] Her ka sta houwele dat zegge ve niet. [/a] sound
hulpinterviewer [a] Der ka rouwele. [/a] sound
hulpinterviewer [v=200] Over setz. Toen we aan kwamen regende het. [/v] sound
informant [a] Wie ve aa kome worde tregende. [/a]

t regende
tagging sound
hulpinterviewer [v=215] Over setz. Ik geloof dat ik groter ben dan jij. [/v] sound
informant [a] Kgeloof dat ik groter ben wie er. [/a]

k geloof
tagging sound
hulpinterviewer [v=216] Over setz. Ze gelooft dat jij eerder thuis bent dan ik. [/v] sound
informant [a] Hij het gelooft dattet eerder dastu eerder heim bist wie ik. [/a]

dat et das tu
tagging sound
informant [a] Hij gelooft das se eerder heim bis wie ich. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=217] Over setz. Je gelooft toch niet dat hij sterker is dan jij. [/v] sound
informant [a] Geloof toch nie wat er sterker is bis du. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=218] Over setz. Ze geloven dat wij rijker zijn dan zij. [/v] sound
informant [a] Ze gelove datse rijker zijn wie wer. [/a]

dat se
tagging sound
hulpinterviewer [v] Over setz. Ze gelove dat wij rijker zijn dan zij. [/v] sound
informant [a] Ze gelove dat ver rijker zijn bis ser. [/a] sound
hulpinterviewer [v=219] Over setz. We geloven dat jullie niet zo slim zijn als wij. [/v] sound
informant [a] We gelove dat dir niet zo slim zijn wie ver. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=220] Over setz. Jullie gelove toch niet dat zij armer zijn dan jullie. [/v] sound
informant [a] Der geloof toch nie wat sie armer zijn wie dur. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=221] Over setz. U gelooft dat Lisa even mooi is als Anna. [/v] sound
informant [a] Du geloofs dat e Lisa xxx zo schoon is wie de Anna. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=222] Over setz. Hij gelooft dat Louis en Jan sterker zijn dan Geert en Peter. [/v] sound
informant [a] Hij gelooft dat Jan en Louis sterker sind wie der Geer en der Peter. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=227] Komt der nachste satz veur in us plat. Der ene zeit der schlieft. Geef de andere als antwoord der deed. [/v] sound
informant [a=n] Der deed nee. [/a] sound
hulpinterviewer [a=n] Nee dat zegge ver niet. [/a] sound
informant [a=n] Der deed alsof er schlieft. Der deed alleen zeit men niet. [/a] sound
hulpinterviewer [v=228] Komt disse satz veur in et plat. Der ene zeit der schlieft. Geef de andere als antwoord et deed. [/v] sound
informant [a=n] Nee. [/a] sound
hulpinterviewer [v=243] Komt disse satz veur in et plat. Der ene vraagt schlafte. Geef de andere als antwoord het deed. [/v] sound
informant [a=n] Nee. [/a] sound
hulpinterviewer [v=245] Komt disse satz veur in et plat. Branne deed de lamp niet meer. [/v] sound
informant [a=n] De lamp brandt nie meer. [/a] sound
informant [a=n] Dat deed da wordt hier nie gebruikt. [/a] sound
informant [a=n] Branne deed de lamp nie meer dat wordt niet gezeg. De lamp brandt nie meer. [/a] sound
hulpinterviewer [v] De lamp deed niet meer branne. [/v] sound
informant [a=n] Ik zou zegge de lamp brandt nie meer. [/a] sound
hulpinterviewer [v] De kingel doent hier niet voetballe. [/v] tagging sound
informant [a=j] Kan men wel zeg. [/a] Slecht te verstaan sound
hulpinterviewer [a=j] De kinger in school die bruiken dat veul. In Vaals zegge de kinger ik doe tekene. Mijn moeder doet koke. Mijn moeder doet wasse en dat kande best in onse plat maar is verkeerd. Maar ver zoue dat zegge de kinger doent hier niet voetballe. [/a]

kan de doen t
sound
informant [a=j] Kanse zegge. [/a]

kans e
sound
hulpinterviewer [v=246] Komt disse satz veur in et plat. Deedet Marie jegere avond danse. [/v]

deed et
sound
informant [a=j] Ja dat kanse zegge. Danset Marie jegere avond. Deedet Marie jegere avond danse. [/a]

kans e dans et deed et
tagging sound
hulpinterviewer [v] Ze se deedet jegere avond _. [/v]

deed et
sound
informant [a=j] Ja dat kanse zegge. [/a]

kans e
sound
hulpinterviewer [v=247] Komt disse satz veur in et plat. Doen het brood even snije. [/v] tagging sound
informant [a=j] Ja kanse zegge doen het brood _. [/a]

kans e
sound
hulpinterviewer [v=248] Komt disse satz veur in et plat. Ich doen die tasse wel even spoele. [/v] tagging sound
informant [a=j] Ja kanse ook zegge ich doen even _. [/a]

kans e
sound
hulpinterviewer [v=249] Over setz. De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is stond achter mij. [/v] sound
informant [a] Der jong wer de mam gisteren de tweede maal voor getrouwd is sjeet hengel mich. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v] Komt disse satz ook veur. Der jong dem zien mam gisteren opnieuw getrouwd is stong hengel mich. [/v] tagging sound
informant [a=j] Dem zien mam kanse zegge. [/a]

kans e
sound
hulpinterviewer [v=250] Over setz. De bank waar ze op zaten was pas geverfd. [/v] sound
informant [a] De bank waar ze op zate war koom estreke. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v] Komt disse satz ook veur. De bank waar op ze zate war koom geverfd. [/v] sound
informant [a=n] De bank waar ze op zate war koom geverfd. [/a] sound
hulpinterviewer [v] Waar op ze zate _. [/v] sound
informant [a=n] Nee waar op is eigenlijk geen plat. [/a] sound
hulpinterviewer [v=259] Over setz. Wie geld heeft moet mij maar wat geven. [/v] sound
informant [a] Wer geld habe mich _. [/a] Slecht te verstaan tagging sound
hulpinterviewer [v] Komt disse satz ook veur. Der geld hat moes mich maar gexx. [/v] Slecht te verstaan sound
commentaarOnverstaanbaar. Uit intonatie positief antwoord wellicht op te maken.  sound
hulpinterviewer [v=260] Komt disse satz veur in us plat. Over setz. Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb. [/v] sound
informant [a=j] Wa mengse wem mi in de stad getroffen haffe. [/a]

mengs e
tagging sound
hulpinterviewer [v] Maar et komt veur. [/v] sound
informant [a=j] Ja. [/a] sound
hulpinterviewer [v=261] Komt disse satz veur in us dialect. Over setz. Wat denke jullie hoe ze het hebbe op gelost. [/v] sound
informant [a=n] Wie denkde wat ze _. Wie denkde wat ze op ge _. Wie ze ge lost hande op gelos. [/a]

denk de denk de
Zeer onduidelijk antwoord sound
hulpinterviewer [v] Maar wat denke jullie wat denk der. [/v] sound
informant [a=j] Wat denk der ja. [/a] sound
hulpinterviewer [v] _ wie zet han ge lost. [/v]

ze t
sound
informant [a=j] Ja. [/a] sound
hulpinterviewer [v=265] Komt disse satz veur us plat. Over setz. Hoe denk je hoe ze het hebbe op gelost. [/v] sound
informant [a=j] Wie mengse wie zet ge lost hand. [/a]

mengs e ze t
tagging sound
informant [a=j] Wie mengs du da wie zet ge lost hand. [/a]

ze t
tagging sound
hulpinterviewer [v=262] Komt disse satz veur in us plat. Over setz. Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb. [/v] sound
informant [a=j] Wem mengse wem mi in de stad getroffe ha. [/a]

mengs e
tagging sound
hulpinterviewer [v] Wem en wem. [/v] sound
informant [a=j] Ja. [/a] sound
hulpinterviewer [v=267] Over setz. Hij heeft zijn handen gewasse. [/v] sound
informant [a] Her had zien heng gewasse. [/a] sound
informant [a] Her had sich sien heng gewasse. Er had sien _. [/a] sound
hulpinterviewer [v] Komt disse satz ook veur. Her had zich de heng gewasse. [/v] tagging sound
informant [a=j] Ja. [/a] sound
hulpinterviewer [v] Her had zich zien heng gewasse. [/v] tagging sound
informant [a=j] Ja. [/a] sound
hulpinterviewer [v] Her had zien heng gewasse. [/v] tagging sound
informant [a=j] Ja. [/a] sound
hulpinterviewer [v=268] Over setz. Hij heeft zijn hemd gewassen. [/v] sound
informant [a] Er had zie hemd gewasse. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v] Komt disse satz ook veur. Er had zich et hemd gewasse. [/v] tagging sound
informant [a=j] Ja. [/a] sound
hulpinterviewer [v] Er had zich zie hemd gewasse. [/v] tagging sound
informant [a=j] Komt ook veur ja. [/a] Redelijk slecht te verstaan. sound
hulpinterviewer [v] Er had zie hemd gewasse. [/v] tagging sound
informant [a=j] Ja dat kanse allemaal zegge ja. [/a]

kans e
sound
hulpinterviewer [v=271] Over setz. Hij heeft zijn been gebroken. [/v] sound
informant [a] Hij had zie been gebroke. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v] Komt disse satz ook veur. Er had zich et been gebroke. [/v] tagging sound
informant [a=j] Kanse ook zegge. [/a]

kans e
sound
hulpinterviewer [v] Er had zich zie been gebroke. [/v] tagging sound
hulpinterviewer [v] Je zeit het wel he. [/v] sound
informant [a=j] Ja ja. [/a] sound
hulpinterviewer [v] Er had zie been gebroke. [/v] sound
informant [a=j] Ja. [/a] sound
hulpinterviewer [v=296] Komt disse satz veur i us plat. Wie bruike ver der satz in us plat. Over setz. Zou hij dat gedaan hebben gekund. [/v] sound
informant [a=n] Nee. [/a] sound
hulpinterviewer [v] Je zou zegge zou er dat gedaan kunne ha. [/v] sound
informant [a=j] Ja ja dat kan. Zou der edaa kunne ha dat kanse zegge. [/a]

kans e
sound
hulpinterviewer [v=297] Komt disse satz veur in us plat. Wie bruike ver disse satz in us plat. Over setz. Zou hij dat gedaan gekund hebben. [/v] sound
informant [a=n] Nee. [/a] sound
informant [a=n] Zou er dat gedaan kunne han. [/a] sound
hulpinterviewer [v=305] Komt disse satz veur in us plat. Wie bruike ver disse satz in us plat. Over setz. Zou hij dat doen gekund hebben. [/v] sound
informant [a=n] Nee. [/a] sound
commentaarSlecht te verstaan  sound
informant [a] Ja dat is weer hetzelfde. [/a] sound
hulpinterviewer [v=309] Komt disse satz veur in us plat. Over setz. Ik heb geen zin en voeren de koeien. [/v] sound
hulpinterviewer [v] Maar ze menge der mit jene zin veur de koei te voere. [/v] sound
informant [a=n] Nee dat kan zo nie. [/a] sound
hulpinterviewer [a=n] Nee. [/a] sound
hulpinterviewer [v] Zeg du het eens wie ver het da zegge. [/v] sound
informant [a] Ich ha gene zin veur de koei te voere. [/a] sound
hulpinterviewer [v=317] Komt disse satz veur in us plat. Over setz. Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming. [/v] sound
informant [a=n] Alle koei van et Marie sind verdronke bij de overstroming. [/a] sound
hulpinterviewer [v=319] Komt disse satz veur i us plat. Dit denk ich niet aan. [/v] sound
informant [a=n] Dit kan niet. [/a] sound
hulpinterviewer [v=321] Komt disse satz veur in us plat. Der komige jong ben ich mit naar der markt gewee. [/v] sound
informant [a=n] Nee dat zegge we niet. Met der komige jong ben ich noar de markt gewee. [/a] sound
hulpinterviewer [v=322] Komt disse satz veur in us plat. Ich han al de eerste drie somme gemaat. De welche has tu gemaat. [/v] sound
informant [a=n] Ich han jet die eerste drie somme gemaak welche has tu gemaakt. De welke nie. [/a] sound
hulpinterviewer [v=323] Komt disse satz veur in us plat. De wat voore has tu ad febracht. [/v] sound
informant [a=n] Nee. [/a] sound
hulpinterviewer [v=329] Komt disse satz ook veur in us plat. Over setz. Ik zeg ik geloof deze jongen vinde ze allemaal wel aardig. [/v] sound
informant [a=n] Ich zeg der jong ich geloof datse der jongen allemaal net vinge. [/a]

dat se
sound
hulpinterviewer [v=331] Komt disse satz veur in us plat. Over setz. Ik heb heel wat lopen gedaan. [/v] sound
hulpinterviewer [v] Maar dat zegge ver niet. [/v] sound
informant [a=n] Nee. [/a] sound
hulpinterviewer [v] Ich zeg Jan het gelope ofzo. [/v] sound
informant [a] We zegge wel wen se in de stad bis ich ha wat af gelope. [/a] sound
hulpinterviewer [v=339] Over setz. Niemand mag het zien dus vind ik dat jij het ook niet mag zien. [/v] sound
informant [a] Jene darf het zieje dus da vin ich watsde het ook niet darf sieje. [/a]

wats de
tagging sound
hulpinterviewer [v] Over setz. Niemand mag het zien dus ik vind dat jij het ook niet zien mag. [/v] sound
informant [a=n] Nee. Zien mags zal wel niet. Niet darf sieje is da. [/a] sound
hulpinterviewer [v=340] Over setz. Het gebeurde toen je weg ging. [/v] sound
informant [a] Et passierde wieste voet jongs. _ wieste jongs. [/a]

wies te
tagging sound
hulpinterviewer [v=341] Over setz. Ik weet waar je geboren bent. [/v] sound
informant [a] Ich weet waar sie geboren bis. [/a]

waars ie
tagging sound
hulpinterviewer [v=342] Over setz. Nu je klaar bent mag je gaan. [/v] sound
informant [a] Wieste ferdig bis kanste ga. [/a]

wies te kans te
tagging sound
hulpinterviewer [v=347] Komt disse satz veur in us plat. Wie bruike ver dis satz in us plat. Ich wees datter is ga schwemme. [/v]

dat er
sound
informant [a=n] Ich wees datter is ga schwemme zegge we niet denk ich. [/a] sound
hulpinterviewer [v=350] Komt disse satz veur in us plat. Wie bruike ver der satz in us plat. Ich wees datte ga schwemme is. [/v]

dat e
sound
informant [a=n] Nee. [/a] sound
hulpinterviewer [v=351] Komt disse satz veur in us plat. Wie bruike ver der satz in us plat. Ich wees datte schwemme is ga. [/v]

dat e
sound
informant [a=n] Nee. [/a] sound
hulpinterviewer [v=352] Komt der satz veur in et plat. Wie bruike ver der satz in et plat. Ich wees datte schwemme ga is. [/v]

dat e
sound
informant [a=n] Kzou zegge ich weet dat er schwemme ga. [/a]

k zou
sound
hulpinterviewer [v] Of ich wees datter is ga schwemme. [/v]

dat er
sound
informant [a=n] Is ga schwemme nee. Meer plat is ich weet watter schwemme ga. [/a]

wat er
sound
hulpinterviewer [v=353] Komt disse satz veur in et plat. Over setz. Persoon A vraagt wil je nog koffie Jan. Jan antwoordt jaak. [/v] sound
informant [a=n] Nee. [/a] sound
hulpinterviewer [v] Wiltse nog koffie Jan en wat zeit der Jan dan. [/v]

wilts e
sound
informant [a] Wiltse nog koffie Jan. Der Jan zeit ja. [/a]

wilst e
tagging sound
hulpinterviewer [v=355] Komt disse satz veur in et plat. Over setz. Persoon A vraagt hebbe ze gegete. Persoon B antwoordt jaanze. [/v] sound
informant [a=n] Han ze gegete en da komt jaanze. Ken ich niet. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [a=n] Dat zegge ver niet. Ve zegge ja. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=364] Komt disse satz veur in et plat. Over setz. Is hem dood. [/v] sound
informant [a=n] Is hij dood. [/a] sound
hulpinterviewer [v=370] Over setz. Dat is de man die ze geroepe hebbe. [/v] sound
informant [a] Dat is der man dem zie gerufe hand. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=371] Over setz. Dat is de man die het verhaal heeft verteld. [/v] sound
informant [a] Dat is der man die het verhaal verteld had. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=372] Over setz. Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld. [/v] sound
informant [a] Dat is der man wat ich denk wat het verhaal verteld had. [/a] tagging sound
informant [a] Dat is der man dem ich denk _. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [a] Ik zou zegge dat is der man waar va ich denk datten het verhaal of die geschichte verteld had. [/a]

dat en
tagging sound
hulpinterviewer [v] Dat is der man dem ich denk of waar va ich denk. [/v] sound
informant [a] Waar va ich denk is beter. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=373] Over setz. Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben. [/v] sound
informant [a] Dat is der man der ich denk dem zie rufe hand. [/a] tagging sound
informant [a] _ dem ich denk dem zie rufe hand. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v] Wat mengsde dan nu dat is der man dem ich denk of waar va ich denk. [/v]

mengs de
sound
informant [a] Dat is der man dem ich denk dem zie rufe hand. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=387] Komt deze satz veur i us plat. Der ene zeit wie neer zal der wereldvrede kome. Der andere zeit nie niet. [/v] sound
informant [a=n] Nee. [/a] sound
hulpinterviewer [a=n] Ver zegge dat niet. [/a] sound
informant [a] Noets. [/a] sound
hulpinterviewer [v=399] Komt disse satz veur in us plat en wie bruike ver der satz in us plat. Et Wendy probeeret jenge pijn te doewe. [/v] tagging sound
informant [a=j] Kanse. [/a]

kans e
Slecht te verstaan, maar volgens mij 'a=j' sound
hulpinterviewer [v] Et Wendy probeeret um jenge pijn te doewe. [/v] tagging sound
informant [a=j] Ja kanse ook zegge. [/a]

kans e
sound
hulpinterviewer [v] Et Wendy probeeret veur jenge pijn te doewe. [/v] sound
hulpinterviewer [a=n] Dat zegge de kinger maar dat is niet goed. [/a] sound
informant [a=n] Ve zegge um jenge pijn te doen. [/a] sound
hulpinterviewer [v] Et Wendy probeeret va jenge pijn te doewe. [/v] sound
hulpinterviewer [a=n] Zegge ver niet nee. [/v] sound
hulpinterviewer [v=397] Over setz. Et schijnt dat ze niets mag ete. [/v] sound
informant [a] Et schijnt dattet niets darf ete. [/a]

dat et
tagging sound
hulpinterviewer [v=398] Over setz. Ze schijnt niets te mogen eten. [/v] sound
informant [a] Et schijnt dattet niets darf ete. [/a]

dat et
sound
hulpinterviewer [v=400] Komt disse satz in us plat veur en wie bruike ver der satz in et plat. Et verspricht werm ene schone dag te worde. [/v] tagging sound
informant [a=j] Kans ook. [/a] sound
hulpinterviewer [v] Er staat op het Hollands het belooft weer een mooie dag te worde. Dat zegge ver niet of zegge ver et verspricht. [/v] sound
informant [a=n] Nee. [/a] sound
hulpinterviewer [v] Wat zegge ver dan. [/v] sound
hulpinterviewer [v] Et kunt _. [/v] sound
informant [a] Et schijnt ene schone dag _. [/a] sound
hulpinterviewer [a] Het schijnt ene schone dag te worde. [/a] sound
commentaar[meta][k]Q222p[/k][h]160[/h][i]159[/i][vw]j[/vw][t]vw[/t][/meta]  sound
hulpinterviewer [v=403] Over setz. Et lijkt wel of er iemand in de tuin staat. [/v] sound
informant [a] Et lijchs bof der ene in der jarde staat. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v] Sage ver dat ook in het plat. Et lijchst wel ofder enen in der jard staat. [/v]

of der
sound
hulpinterviewer [a=n] Et lijchst wel et lijkt wel dat sage ver niet. [/a] sound
informant [a] Ver zegge et siet oes af ener in der jarde staat. [/a] sound
hulpinterviewer [a] Et siet oes. [/a] sound
hulpinterviewer [v=459] Komt disse satz ook veur i us plat. Her had der bal geworpe in der korf. [/v] sound
informant [a=n] Nee. Her had der bal in de korf geworpe. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=485] Komt disse satz veur i us plat. Der ene zeit zal ich koke. Zeit der angere dat doen maar. [/v] sound
hulpinterviewer [a=n] Doen dat maar. [/a] sound
informant [a=n] Zal ich koke. Doen dat maar. [/a] sound
hulpinterviewer [a=n] Maar niet dat doen maar. [/a] sound
informant [a=n] Nee. [/a] sound
hulpinterviewer [v=486] Komt disse satz veur in us plat. Dat boek verspreech mich datste nie meer zals versteeche. [/v]

dats te
sound
informant [a=n] Nee. [/a] sound
hulpinterviewer [v=487] Komt disse satz veur in us plat. Wat zeg mich datsde gegolde has. [/v]

dats de
sound
informant [a=n] Nee. [/a] sound
hulpinterviewer [v=495] Komt disse satz veur in us plat en wie bruike wer der satz in us plat. Ich denk datsde veul voet zults moese werpe. [/v]

dats de
sound
informant [a=j] Ich denk datsde veul voet zalts moete werpe kanse zegge ja. [/a]

dats de
tagging sound
hulpinterviewer [v] Ich denk datsde veul zults voet moese werpe. [/v]

dat de
tagging sound
informant [a=j] Ja. [/a] sound
hulpinterviewer [v] Ich denk datsde veul zals moese voet werpe. [/v]

dats de
tagging sound
informant [a=j] Kanse. [/a]

kans e
sound
hulpinterviewer [a=j] Alle drie kunne die wel. [/a] sound
hulpinterviewer [v=512] Komt disse satz ook veur in us plat. Zo ding ee han ich nog nie geseje. [/v] sound
informant [a=j] Ja. [/a] sound
informant [a=j] Ja da kanse zegge. [/a]

kans e
sound
informant [a] Normaal zouse zegge zo ding han ich nog noets _. [/a]

zous e
sound
hulpinterviewer [a] Het zou kunne maar ver zegge et niet. [/a] sound
informant [a=n] Nee. [/a] sound
hulpinterviewer [v=515] Komt disse satz veur in us plat. Du bis ooch ene komige eine. [/v] sound
informant [a=n] Nee. [/a] sound
hulpinterviewer [v=520] Over setz. Wat voor boeke heb je gekocht. [/v] sound
informant [a] Wat hasde veur boek geheel. [/a]

has de
tagging sound
hulpinterviewer [v=526] Over setz. Wie heeft je op de kermis gezien. [/v] sound
informant [a] Wem has se op de kermis _. Wer had dies op de kermis geseje. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=047] Over setz. Die aardappelen schillen niet gemakkelijk. [/v] sound
informant [a] Die erpel late zich nie gemakkelijk schille. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=048] Over setz. De sneeuw smelt in de zon. [/v] sound
informant [a] Der sneeuw smelt in zon. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=273] Over setz. Marie trok de deken naar zich toe. [/v] sound
informant [a] Marie trok de deken naar zich. Op sie op aan. [/a] sound
hulpinterviewer [a] Op zich aan. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=530] Komt disse satz ook veur in us plat. Et Marie zaat datsdu der Piet ee boek probeerd has te verkofe. [/v]

dats du
tagging sound
informant [a=j] Kanse zegge maar kans ook zegge probere te verkofe. [/a]

kans e
sound
hulpinterviewer [v=531] Komt disse satz ook veur in us plat. Der Wim dacht dat ich et Els probeerd han ee geschenk te geve. [/v] sound
informant [a=n] Nee. [/a] sound
hulpinterviewer [v=532] Komt disse satz veur in us plat. Der Karel wees datstu has probeerd et Marie ee boek te verkofe. [/v]

dats tu
tagging sound
informant [a=j] Kanse zegge. [/a]

kans e
sound
veldwerker [n] [v=025] Zou u nog eens kunne vertale. Niemand heeft dat ooit gewild of gekund. [/v] sound
informant [a] Jinge had dat ooit gewild of gekund. [/a] tagging sound
veldwerker [v=026] Zou u nog eens kunne vertale. Jan had het hele brood wel wille op ete. [/v] sound
informant [a] Der Jan wille ganse brood op ese. [/a]

wil e
tagging sound
veldwerker [v] En als u zou moete beginne met der Jan haai et ganse brood _. [/v] sound
informant [a] Der Jan hei _. [/a] sound
informant [a] Der Jan heije ganse brood wille op ese. _ wel wille op ese. [/a]

hei e
tagging sound
veldwerker [v=028] Kan u nog eens vertale. Vertel mi eens wie dat zij had kunne roepe. [/v] sound
informant [a] Zeg mi eens wem met hebbe kunne _. Wem met haai _. [/a] sound
veldwerker [v] Vertel mi eens wie dat zij had kunne roepen. [/v] sound
informant [a] Zeg mi eens wem met hei kunne rufe. [/a] tagging sound
veldwerker [v] En zou u kunne zegge zeg mi eens wem dattet hei kunne rufe. [/v]

dat et
sound
informant [a] Zeg mi eens wem met hei kunne rufe. [/a] sound
veldwerker [v] Wem dattet hei kunne rufe. [/v]

dat et
sound
commentaarAntwoord informant erg onduidelijk  sound
informant [a=n] Wem hei ich dan kunne rufe. [/a] tagging sound
veldwerker [v=029] Vertel mi eens wie of ze had kunne roepe. [/v] sound
informant [a] Ja dat zal wel. Weis ze kunne rufe. [/a] Onduidelijk of informant nu meent of het voorkomt of niet tagging sound
veldwerker [v] En wem of het haai kunne rufe. [/v] Onduidelijk of informant nu meent of het voorkomt of niet sound
commentaarEerste woord niet te verstaan omdat hulpinterviewer lacht. Wellicht 'wem'  sound
informant [a=n] xxx of dat zegge dan weer niet. [/a] tagging sound
veldwerker [v=037] Der Toon wast _. [/v] sound
informant [a] _ siene arm. [/a] tagging sound
veldwerker [v] Maar et is em helemaal. Wat zou u dan zegge. [/v] sound
informant [a] Der Toon wast zich. [/a] tagging sound
veldwerker [v=071] Als we sober leve leve we gelukkig. [/v] sound
informant [a] Wen ver einfach leve dan leve ver gelukkig. [/a] tagging sound
veldwerker [v=149] Kan u nog eens vertale. Hij heeft overal geen vriende. [/v] sound
informant [a] Hij had nergens vriende. [/a] sound
veldwerker [v] En als de betekenis is dat hij op sommige plaatse wel vrienden heeft maar op andere nie. [/v] sound
informant [a] Er had niet overal vrien. [/a] sound
veldwerker [v] Maar nie hij had overal geen vrien. [/v] sound
informant [a=n] Nee. [/a] sound
hulpinterviewer [a=n] Nee. [/a] sound
veldwerker [v=188] Kan u nog eens vertale. Heb je genoeg mense om hooi van et land te hale. [/v] sound
informant [a] Hasde genoeg lui veur et hooi van et land te hale. [/a]

has de
tagging sound
veldwerker [v] En kan u ook zegge hasdu genoeg lui um het hooi van het land _. [/v]

has du
tagging sound
informant [a=j] Kanse ook zegge. [/a]

kans e
sound
veldwerker [v=198] Kan u nog eens vertale. Hij kan staan zeure. [/v] sound
informant [a] Her kan zij aant rouwele houwe. [/a] sound
informant [a=n] Staan zeure dat zegge we niet. [/a] sound
veldwerker [v] Da gebruikt u nie dat staan. [/v] sound
informant [a=n] Nee. Hij blijft zeure. Er helt sie an _. [/a] sound
hulpinterviewer [a=n] Nee. Er ka sta rouwele. [/a] sound
hulpinterviewer [a] Er helt zich aan et houwele. Hij houdt zich aan het zeure zo zegge wij dat. [/a] sound
veldwerker [v] En kan u zegge hij kan blijve zeure. [/v] sound
hulpinterviewer [a] Der blijft rouwele. [/a] sound
informant [a] Der blijft rouwele ja. [/a] sound
veldwerker [v] En kan u dan ook zegge hij kan blijve rouwele. [/v] sound
hulpinterviewer [a=j] Der kan blijve rouwele. [/a] tagging sound
informant [a=j] Der kan blijve rouwele jaja. [/a] sound
veldwerker [v] En kan u dan zegge der kan blijve te rouwele. [/v] sound
hulpinterviewer [a=n] Nee te niet. [/a] sound
informant [a=n] Nee. [/a] sound
veldwerker [v=245] Brande doet de lamp niet meer. [/v] sound
informant [a=n] Der lamp brandt niet meer zegge wer. [/a] sound
veldwerker [v] En als we nu zegge der zit nog een lamp in maar brande doetie nie meer. [/v]

doet ie
sound
veldwerker [v] Hoe zou u dat zegge int Vaals. [/v] sound
hulpinterviewer [a=j] Ich meen et wel datset kans zegge ja. Et biersje is noch drin maar brande deedze nie meer. Ich hanne neue bier drin gedrint maar brande deedet sowas niet. [/a] sound
informant [a=j] Jaja kanse zegge. [/a] sound
hulpinterviewer [a=j] Ich meen et wel datset kans zegge ja. Et biersje is noch drin maar brande deedze nie meer. Ich hanne neue bier drin gedrint maar brande deedet sowas niet. [/a]

dat se t dr in deed ze han ne deed et
tagging sound
veldwerker [v=259] Kan u nog eens vertale. Wie geld heeft moet mij maar wat geve. [/v] sound
informant [a=] Wee xxx. [/a] Niet te verstaan sound
veldwerker [v] En kan u zegge dee geld het moet mich maar wat geve. [/v] tagging sound
informant [a=j] Der geld had kanse ook zegge. [/a]

kans e
sound
hulpinterviewer [a=j] Dee ja. [/a] sound
informant [a] Maar eigenlijk zesse wee geld had. [/a]

zes se
sound
veldwerker [v=329] Kan u nog eens vertale. Ik geloof deze jongen vinge ze allemaal wel aardig. [/v] sound
informant [a] Ik geloof der jongen vinge ze allemaal wel net. [/a] tagging sound
veldwerker [v=347] Ik weet dat hij is gaan zwemme. Kan u die eens vertalen int Vaals. [/v]

in t
sound
commentaarMoeilijk te verstaan vooral vormen van werkwoord 'gaan'  sound
informant [a] Ik zou zegge ich wees watter schwemme is heerne. Ich wees watter jong schwemme. [/a]

wat er
sound
veldwerker [v] Dat hij jong schwemme of dat hij schwemme is gejange. [/v] sound
informant [a] Da is et definitief. Maar als je zegt ich weet wat hij jong schwemme of hij dan aa gekome is dat weet ik dan niet. [/a] sound
veldwerker [v] En als u weet dat hij nu aan het zwemme is. Kan u dan zegge ich wees dat hij is gaan schwemme. [/v] tagging sound
informant [a=j] Ja. Ich wees datter is _. Ja. [/a]

dat er
sound
veldwerker [v] En kan u dan ook zegge ik weet dat hij schwemme joan is. [/v] sound
informant [a=n] Nee. [/a] sound
hulpinterviewer [a=n] Nee. [/a] sound
veldwerker [v=398] Kan u nog eens vertale. Ze schijnt niks te moge ete. [/v] sound
informant [a] Ze schijnt niks te moge ete. [/a] tagging sound
informant [a] Et schijn wattet niets darf ete. [/a]

wat et
sound
informant [a] Et schijnt dattet niets darf ese. [/a]

dat et
sound
hulpinterviewer [a] Et schijnt niets te durzje ese. [/a] sound
veldwerker [v=400] Het belooft weer een mooie dag te worde. Wat zou u daar van make in het Vaals. [/v] sound
informant [a] Ik zou zegge et schijnt weer ene schone dag te worde. [/a] sound
veldwerker [v] Kan u dan ook zegge et schijnt van ene schone dag te worde. [/v] sound
informant [a=n] Nee et schijnt ene schone dag te niet van ene schone dag. [/a] sound
veldwerker [v=403] Kan u nog eens vertale. Het lijkt wel of er iemand in de tuin staat. [/v] sound
informant [a] Et siet of er ingen in der garden stond. [/a] tagging sound
veldwerker [v] En kan u zegge et siet oes of der iene in der gaard staat. [/v] sound
informant [a=n] Nee. Of inge in der jaarde staat. [/a] sound
veldwerker [v] En nie of er ene in der jaarde staat. [/v] sound
informant [a=n] Nee of er inge nee. [/a] sound
hulpinterviewer [a=n] Nee. [/a] sound
veldwerker [v=495] Wa vindt u van de zin ik denk dat je veel zou weg moete gooie. [/v] sound
informant [a] Ich denk datsde veul voes zals moese werpe. [/a]

dats de
tagging sound
veldwerker [v] En ich denk datse veul zuls voes moete werpe. [/v]

dats e
sound
informant [a=j] Ich denk datse veul zals voe moese werpe. Ja da kanse ook zegge. [/a]

dats e kans e
tagging sound
veldwerker [v=512] Kan u eens vertale int Vaals. Zoon ding een heb ik nog nooit gezien. [/v]

in t zo n
sound
informant [a] Zoon ding han ik nog nooits geseje. [/a] sound
veldwerker [v] En kan u zegge zoon ding een ha ik nog nooit gezien of zoon ding ee ha ik nog nooit gezien. [/v] sound
informant [a=n] Nee. [/a] sound
veldwerker [v=047] Die aardappele schille niet gemakkelijk daar had u van gemaakt die aardappele lasse zich niet gemakkelijk schille. Kan u ook zegge die aardappele schille zich nie gemakkelijk. [/v] sound
informant [a=n] Nee dat zegge we niet. [/a] sound
informant [a=j] Dat ei schilt zich dat kanse zegge. [/a]

kans e
tagging sound
hulpinterviewer [a=j] Ich hou het gedacht dattet wel kon. [/a]

dat et
sound
informant [a] Als ge een ei pelle doet als het te vers is dat schilt zich nie goed. [/a] sound
hulpinterviewer [a=j] Men zou het kunne zegge. [/a] sound
veldwerker [v=520] Kan u nog eens vertale. Wat voor boeke heb je gekocht. [/v] sound
informant [a] Wat hasde voor boeke geheel. [/a]

has de
tagging sound
veldwerker [v] En kan u zegge wat voor boeke hasde gegolde. [/v]

has de
tagging sound
informant [a=j] Kanse ook zegge. [/a] sound

data telefonische enquête

zinsnr.testzininstructieantwoorden
071 Als we sober leven, leven we gelukkig Zoek een adjectief dat met een klinker begint, en een dat met een niet-nasale medeklinker begint. Beide opvragen.; Als voegwoordvervoeging voorkomt, ook afvragen zonder pronomen. Vraag dan ook een zin zonder voegwoordverv. af zonder pronomen. vorm: wen der
082 Ik vind dat iedereen zwemmen kunnen moet komt voor : n
vorm: moet kunnen zwemmen
193 Dat is zo zeker als één en één twee is. Nederland komt voor : j
245 De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen 1 invullen bij ANTWOORD 1; 2 invullen bij ANTWOORD 2 komt voor (1) : n
komt voor (2): j
249 De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij Bij hulpinterviewer nagaan of er nog meer mogelijkheden zijn: 'wie (dat) zijn moeder', 'die (dat) zijn ...', 'diens (dat) ...', 'waarvan (dat)'. Als slechts een variant aan de orde is gekomen tijdens interview, moet deze vraag nogmaals gesteld worden. komt voor : n
vorm: den sien
250 De bank waar ze op zaten was pas geverfd. Bij hulpinterviewer nagaan of er nog meer mogelijkheden zijn: 'waar dat ze op', 'waarop dat ze', 'daar (dat) ze op', 'daarop (dat)', 'dat ze op'. Mogelijke varianten vertaald laten inspreken als 'komt voor'-vraag. komt voor : j
vorm: waarop
259 Wie geld heeft moet mij maar wat geven komt voor : j
261 Wat denken jullie hoe ze het hebben opgelost? komt voor : n
vorm: wie dat
267 Hij heeft zijn handen gewassen als zonder reflexief vertaald, vragen of de variant met 'zich' ook kan voorkomen. Varianten opnemen als 'komt voor'-vragen. Als 'zich' voorkomt dan 'zijn handen' en 'de handen' afvragen. vorm: sich de hand
373 Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben komt voor : j
vorm: waarvan
388 Wie heeft de auto meegenomen? ; - Niemand niet. Overal waar vraag tijdens interview niet is gesteld. (Nederland en aantal meetpunten Vlaanderen) komt voor : n
389 Waar groeit het geld aan de bomen? ; - Nergens niet. Overal waar vraag tijdens interview niet is gesteld. (Nederland en aantal meetpunten Vlaanderen) komt voor : n
390 Wat is rond en vierkant tegelijk? ; - Niets niet. Overal waar vraag tijdens interview niet is gesteld. (Nederland en aantal meetpunten Vlaanderen) komt voor : n
391 Welke koeien heeft hij gemolken?; - Geen enkele niet. Overal waar vraag tijdens interview niet is gesteld. (Nederland en aantal meetpunten Vlaanderen) komt voor : n
395 Geloof je niet dat hij gevallen heeft? Opvragen waar de vraag tijdens veldwerk niet is gesteld. komt voor : n
489 Ik vind dat Jan beter de dokter kon geroepen hebben. komt voor : n
vorm: geroepen kon hebben
495 Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien komt voor : n
vorm: weg zou moeten gooien
601 Maar en kom je niet? In het gebied waar 'en' minstens een keer is gevonden (600 eerst testen). komt voor : n
602 Waarom en kom je niet? In het gebied waar 'en' minstens een keer is gevonden (600 eerst testen). komt voor : n
605 Voor je iets weg en gooit, moet je me even bellen. In alle plaatsen waar negatiepartikel minstens een keer voorkomt. komt voor : n
729 Zelfs hij kan dat niet oplossen. (VERTAAL) Vorm pronomen invullen bij VORM.; Extra in Oost- en West-Vlaanderen: kunnen ook dubbelvormen als 'jij', 'jem', 'nem? Indien ja: vorm invullen bij ANTWOORD 2. vorm: er
730 Hoe laat is dat eigenlijk? komt voor : n
731 Mogen we (dof) wel weten dat wij (vol) ook gevraagd zijn? (VERTAAL) Vorm dof pronomen invullen bij VORM; Vorm vol pronomen invullen bij ANTWOORD 2. (kan een 'lieden'-compositum, zoals 'wullie'...?) vorm: we
731 Mogen we (dof) wel weten dat wij (vol) ook gevraagd zijn? (VERTAAL) Vorm dof pronomen invullen bij VORM; Vorm vol pronomen invullen bij ANTWOORD 2. (kan een 'lieden'-compositum, zoals 'wullie'...?) vorm: ze
732 Weet je iets over het weer morgen? (VERTAAL) Flectie of -s(t)(e) mogelijk? Invullen JA/ NEE (zo nee naar vraag xxx); Indien ja: welke vormen: weets, weetst, weetste, weetstu, andere (invullen bij ANTWOORD 2). vorm: wetste gij
733 Je weet wel dat je slim genoeg bent. (VERTAAL) Indien ja: kan i.p.v. 'bent': bist, biste, andere (invullen bij ANTWOORD 2) ; kan i.p.v. 'dat je': das, dast, daste, dastu, andere (invullen bij ANTWOORD 2); kan i.p.v. 'je weet' (rechte volg): weets (PRO-drop), weetst (PRO-drop), weetste (PRO-drop), de weetst(e) (met dof pronomen), andere (invullen bij OPMERKINGEN). vorm: weets
733 Je weet wel dat je slim genoeg bent. (VERTAAL) Indien ja: kan i.p.v. 'bent': bist, biste, andere (invullen bij ANTWOORD 2) ; kan i.p.v. 'dat je': das, dast, daste, dastu, andere (invullen bij ANTWOORD 2); kan i.p.v. 'je weet' (rechte volg): weets (PRO-drop), weetst (PRO-drop), weetste (PRO-drop), de weetst(e) (met dof pronomen), andere (invullen bij OPMERKINGEN). vorm: weetste
733 Je weet wel dat je slim genoeg bent. (VERTAAL) Indien ja: kan i.p.v. 'bent': bist, biste, andere (invullen bij ANTWOORD 2) ; kan i.p.v. 'dat je': das, dast, daste, dastu, andere (invullen bij ANTWOORD 2); kan i.p.v. 'je weet' (rechte volg): weets (PRO-drop), weetst (PRO-drop), weetste (PRO-drop), de weetst(e) (met dof pronomen), andere (invullen bij OPMERKINGEN). vorm: daje
733 Je weet wel dat je slim genoeg bent. (VERTAAL) Indien ja: kan i.p.v. 'bent': bist, biste, andere (invullen bij ANTWOORD 2) ; kan i.p.v. 'dat je': das, dast, daste, dastu, andere (invullen bij ANTWOORD 2); kan i.p.v. 'je weet' (rechte volg): weets (PRO-drop), weetst (PRO-drop), weetste (PRO-drop), de weetst(e) (met dof pronomen), andere (invullen bij OPMERKINGEN). vorm: bis
734 Hun/ Hullie hebben daar niks mee te maken. vorm: sij
737 Marie en Piet kussen elkaar. vorm elkaar invullen bij VORM. ; In Vlaams Brabant, Oost-Vlaanderen en vak Q: als geen 'één' in antwoord, vragen of 'één' ook mogelijk is. vorm: zich
738 Hij riep alle familieleden bij zich. Vorm zich invullen bij VORM. ; In pronomenloze gebied vragen of 'zich' ook weggelaten kan worden (D003p, I118p, I142p, I148p, I158p, I175p, I178p, I257p, I260p, I264p, K189b, K190p, K192p, K209p, K211, K221p,K229p, K258p, K274a, K276p, K291p, K309, K320p, K330, K339p, K353, L199p, L255p, L414, L416, O152p, O177, O228p, P018, P033, P102, P133, P145, P176) vorm: sich
739 Er zat een inbreker in deze kast. komt voor : n
740 Het zat een inbreker in deze kast. komt voor : j
741 Daar zat een inbreker in deze kast. komt voor : j
742 Gisteren zat een inbreker in deze kast. komt voor : j
743 Gisteren zat er een inbreker in deze kast. komt voor : j
opmerking: jongere mensen
744 Gisteren zat het een inbreker in deze kast. komt voor : n
745 Gisteren zat daar een inbreker in deze kast. komt voor : j
746 't Is net of een hond in deze kast zit. komt voor : n
747 't Is net of er een hond in deze kast zit. komt voor : j
748 't Is net of het een hond in deze kast zit. komt voor : n
749 't Is net of daar een hond in deze kast zit. komt voor : n
opmerking: met die kast
750 Als u vindt dat u gezond leeft, leeft u dan vooral zo verder (VERTAAL) Alleen in dialecten die U of een andere beleefdheidsvorm hebben (dus in elk geval overal in Nederland). ; Noteer vormen 'als', 'dat', 'leeft 2x' in VORM vorm: wenste dassie leeft leef
753 Als iedere dag de dokter voor mij moet worden gebeld, kan ik beter in het ziekenhuis blijven. (VERTAAL) In gebied waar 'attie' voorkomt. Noteer vertaling van 'als iedere' (invullen bij VORM) vorm: wenjedere
754 Als 'n enkele keer de dokter gebeld moet worden is dat niet zo erg. (VERTAAL) In gebied waarin 3 subject ev 'en' is. Noteer vertaling 'als een' (invullen bij VORM) vorm: weneen
758 Jullie geloven datst jullie eerder this zijn dan ik. Indien ja: kan ook i.p.v. datst: das, dats of dase? ; (invullen bij ANTWOORD 2) komt voor : n
vorm: datte
759 Jullie geloven datst eerder thuis zijn dan ik Indien ja: kan ook i.p.v. datst: das, dats of dase? ; (invullen bij ANTWOORD 2) komt voor : n
762 Als ik ga, ga ik (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: ich goan
762 Als ik ga, ga ik (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: goan ich
763 Als je gaat, ga je. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: du gehst
763 Als je gaat, ga je. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: gehst te
764 Als u gaat, gaat u. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM; Alleen opvragen in dialecten die u of een andere beleefdheidsvorm hebben. vorm: dur gut
764 Als u gaat, gaat u. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM; Alleen opvragen in dialecten die u of een andere beleefdheidsvorm hebben. vorm: git ur
765 Als hij gaat, gaat hij (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: hir geht
765 Als hij gaat, gaat hij (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: geht e
766 Als ze gaat, gaat ze. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: se geht
766 Als ze gaat, gaat ze. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: geht se
767 Als het gaat, gaat het. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: t geht
767 Als het gaat, gaat het. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: geht t
768 Als we gaan, gaan we. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: wur gunt
768 Als we gaan, gaan we. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: gunt wur
769 Als jullie gaan, gaan jullie (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: dur gut
769 Als jullie gaan, gaan jullie (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: gut ur
770 Als ze gaan, gaan ze. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: se guunt
770 Als ze gaan, gaan ze. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: guunt se
771 Ga onmiddellijk weg! (VERTAAL) Vorm van gaan invullen bij VORM vorm: gaant
772 Toen ik ging, ging jij ook. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: k gong
772 Toen ik ging, ging jij ook. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: jongst du
773 Toen jij ging, ging ik niet. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: du jongs
773 Toen jij ging, ging ik niet. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: jong ich
774 Toen u ging, ging hij ook. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: dur jungt
774 Toen u ging, ging hij ook. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: jungt er
775 Toen hij ging, ging u ook. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: hir jung
775 Toen hij ging, ging u ook. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: jungt dur
776 Toen zij ging, ging het niet (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: sie jung
776 Toen zij ging, ging het niet (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: jungen het
777 Toen het ging, ging ze. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: t jong
777 Toen het ging, ging ze. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: jong se
778 Toen wij gingen, gingen jullie ook. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM; Kan er na 'toen' een voegwoord verschijnen - dat, a, toen-t, als, of?; (invullen bij ANTWOORD 2) vorm: wur jungen
778 Toen wij gingen, gingen jullie ook. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM; Kan er na 'toen' een voegwoord verschijnen - dat, a, toen-t, als, of?; (invullen bij ANTWOORD 2) vorm: jungt ur
779 Toen jullie gingen, gingen wij niet. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: dur jungt
779 Toen jullie gingen, gingen wij niet. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: jungen wir
780 Toen ze gingen, gingen ze. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: se jungen
780 Toen ze gingen, gingen ze. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: jungen se
781 Vertel mij eens wie er aan de deur was? Doel vraag: a=j betekent hier dat de zin zonder voegwoord voorkomt. komt voor : j
782 Dat is de man wie ze geroepen hebben. In gebied met verplichte voegwoorden de zinnen aanbieden met voegwoorden. komt voor : n
vorm: dan
783 Dat is de man dat ze geroepen hebben. In gebied met verplichte voegwoorden de zinnen aanbieden met voegwoorden. komt voor : n
784 Dat is de man die ze geroepen hebben. In gebied met verplichte voegwoorden de zinnen aanbieden met voegwoorden. komt voor : j
vorm: dan
785 Dat is de man wie het verhaal verteld heeft. In gebied met verplichte voegwoorden de zinnen aanbieden met voegwoorden. komt voor : n
786 Dat is de man dat het verhaal verteld heeft. In gebied met verplichte voegwoorden de zinnen aanbieden met voegwoorden. komt voor : n
787 Dat is de man die het verhaal verteld heeft. In gebied met verplichte voegwoorden de zinnen aanbieden met voegwoorden. komt voor : j
vorm: der
788 Dat is de man die ik denk dat het verhaal verteld heeft. komt voor : j
vorm: dem
788 Dat is de man die ik denk dat het verhaal verteld heeft. komt voor : j
vorm: wat
789 Dat is de man die ik denk die het verhaal verteld heeft. In gebied met verplichte voegwoorden de zinnen aanbieden met voegwoorden. komt voor : n
vorm: wem
789 Dat is de man die ik denk die het verhaal verteld heeft. In gebied met verplichte voegwoorden de zinnen aanbieden met voegwoorden. komt voor : n
vorm: der
790 Dat is de man dat ik denk dat het verhaal verteld heeft. In gebied met verplichte voegwoorden de zinnen aanbieden met voegwoorden. komt voor : n
791 Dat is de man dat ik denk die het verhaal verteld heeft. In gebied met verplichte voegwoorden de zinnen aanbieden met voegwoorden. komt voor : n
792 Dat is de man die ik denk die ze geroepen hebben. In gebied met verplichte voegwoorden de zinnen aanbieden met voegwoorden. komt voor : j
vorm: dem dem
793 Dat is de man dat ik denk dat ze geroepen hebben. In gebied met verplichte voegwoorden de zinnen aanbieden met voegwoorden. komt voor : n
794 Dat is de man dat ik denk die ze geroepen hebben. In gebied met verplichte voegwoorden de zinnen aanbieden met voegwoorden. komt voor : n
vorm: dem
794 Dat is de man dat ik denk die ze geroepen hebben. In gebied met verplichte voegwoorden de zinnen aanbieden met voegwoorden. komt voor : n
vorm: dem
798 Iedere vader hoopt z'n kinderen zijn eerlijk. komt voor : n
799 Iedere moeder meent haar kinderen moet ze beschermen. komt voor : n
803 Ze schijnt niks mogen eten. Afvragen indien de zin voorkomt in Nuth komt voor : n
804 Ik vind dat iedereen de foto zien moet kunnen. komt voor : n
vorm: moet kunnen zien
805 Hij is alle kapotte spullen weg aan het smijten. komt voor : j
806 Hij zou het gedaan gekund gewild hebben. komt voor : n
817 Jan vindt het prettig om de hele dag te zitten te werken. komt voor : j
818 Jan vindt het prettig om de hele dag zitten te werken. komt voor : j
819 Jan vindt het prettig om de hele dag te zitten werken. komt voor : n
820 Hij zal wel weer staan te zeuren. komt voor : n
opmerking: aan het etc
821 Hij zal wel weer staan zeuren. komt voor : n
822 Ik heb vandaag nog niet gerookt gehad. komt voor : n
823 Ben je met die fiets gevallen geweest? komt voor : n
824 Het huis is verkocht geworden. komt voor : j
825 Het huis is verkocht geweest. komt voor : j
826 Ik heb hem gisteren tegengekomen. komt voor : n
827 Jan liet zich meedrijven op de golven Vorm zich invullen bij VORM vorm: sich
828 Toon bekeek zich eens goed in de spiegel Vorm zich invullen bij VORM vorm: sich
829 Eduard kent zich goed Vorm zich invullen bij VORM vorm: zichzelf
831 Jan trok de deken naar zich toe Ook andere mogelijkheden dan 'zich'?; Vorm zich invullen bij VORM vorm: sich