SAND-data Spekholzerheide (Q121b)

schriftelijke enquête | mondelinge enquête | telefonische enquête

data schriftelijke enquête

zinsnr.testzinantwoorden
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 03546) vertaling: d'r Jan herinnert siech die jesjiechte wel
opm.: reflexief: zich
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 03546) vertaling: M en P zient siech vuur de kirch
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 03546) vertaling: d'r T wescht siech
opm.: reflexief: zich
038 (x01d) De timmerman heeft geen spijkers bij zich (inf. 03546) vertaling: d'r schriener het jeng neal miea bei siech
opm.: reflexief: zich
039 (x01e) Fons zag een slang naast ... (inf. 03546) vertaling: d'r F zoog eng slang neave siech
opm.: reflexief: zich
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 03546) vertaling: d'r E lees miech vuur siech wirke
opm.: reflexief: zich
041 (x01g) Johanna liet zich meedrijven op de golven (inf. 03546) vertaling: 't J lees siech mitdrieve op de golve
opm.: reflexief: zich
042 (x01h) Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel (inf. 03546) vertaling: d'r T bekieke ziech zelver iens jet in d'r spiegel
opm.: reflexief: zichzelf
043 (x01i) Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken (inf. 03546) vertaling: d'r J hat in zwei minute ee beertje jedronke
044 (x01j) Deze schoenen lopen gemakkelijk (inf. 03546) vertaling: dis sjong loofe siech jemekkeliech
opm.: reflexief: zich
045 (x01k) Eduard kent zichzelf goed (inf. 03546) vertaling: d'r E kent siech zelver jot
opm.: reflexief: zichzelf
046 (x01l) Ward heeft gehoord dat er foto's van zichzelf in de etalage staan (inf. 03546) vertaling: d'r W het jehoeat dat foto's vaan siech in de etalaag sjtunt
opm.: reflexief: zich
047 (x01m) Die aardappelen schillen niet gemakkelijk (inf. 03546) vertaling: die eapel sjelle siech nit jemekkeliech
opm.: reflexief: zich
884 (x01n) Dit glas breekt als het op de grond valt (inf. 03546) vertaling: dis glaas brikt went 't oppen ead velt
052 (x02a) Dokter, leef ik wel gezond genoeg? (inf. 03546) vertaling: dokter leaf ich wel gezonk jenog
054 (x02b) Al jaren leeft hij van de erfenis van zijn vader (inf. 03546) vertaling: hea leaft al jaore van de erbschaf vaan sie vadder
056 (x02c) Deze week leeft zij op water en brood (inf. 03546) vertaling: dis weak leafet hae op wesser en broeëd
opm.: mannelijk i.p.v. vrouwelijk
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 03546) vertaling: leaft 't nog
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 03546) vertaling: wie lang leaft uur noew al vaan die erbschaf
062 (x02f) In Bretagne leven ze vooral van de visvangst (inf. 03546) vertaling: in B leave ze vuural vaan de vischvangst
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 03546) vertaling: noa t esse jon ich sjloffe
065 (x02h) Zou ik dat wel kunnen doen? (inf. 03546) vertaling: zou iech dat wal kenne doea
066 (x02i) Hij liet zijn huis afbreken (inf. 03546) vertaling: hea loos zie hoes aafbreche
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03546) vertaling: iech wis dat d'r Jan hel mot kenne wirke
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03546) vertaling: iech wis dat d'r Jan hel mot kenne wirke
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03546) vertaling: iech wis dat d'r Jan hel mot kenne wirke
komt voor: j
gebr.: 5
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 03546) komt voor: j
gebr.: 2
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 03546) komt voor: j
gebr.: 2
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 03546) komt voor: n
gebr.: 1
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 03546) komt voor: n
gebr.: 1
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 03546) komt voor: n
gebr.: 1
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 03546) komt voor: n
gebr.: 1
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 03546) gebr.: 2
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 03546) komt voor: j
gebr.: 3
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 03546) komt voor: j
gebr.: 3
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03546) komt voor: j
gebr.: 4
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03546) komt voor: j
gebr.: 4
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 03546) komt voor: j
gebr.: 5
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 03546) komt voor: j
gebr.: 5
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 03546) komt voor: n
089 (x04(iii)d) Ik weet dat Jan bouwen een nieuwe schuur moet (inf. 03546) komt voor: n
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03546) komt voor: j
gebr.: 4
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03546) komt voor: j
gebr.: 4
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 03546) komt voor: j
gebr.: 5
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 03546) komt voor: j
gebr.: 5
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 03546) komt voor: n
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 03546) komt voor: n
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03546) komt voor: j
gebr.: 5
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03546) komt voor: j
gebr.: 5
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 03546) komt voor: j
gebr.: 4
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 03546) komt voor: j
gebr.: 4
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 03546) komt voor: n
098 (x04(ix)d) Jan zei dat Marie gaan naar een bakker moest (inf. 03546) komt voor: n
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03546) komt voor: j
gebr.: 4
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03546) komt voor: j
gebr.: 4
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03546) komt voor: j
gebr.: 5
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03546) komt voor: j
gebr.: 5
102 (x04(v)c) Ik weet dat Jan moet jammer genoeg vertrekken (inf. 03546) komt voor: n
103 (x04(v)d) Ik weet dat Jan vertrekken jammer genoeg moet (inf. 03546) komt voor: n
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03546) komt voor: j
gebr.: 5
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03546) komt voor: j
gebr.: 5
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03546) komt voor: j
gebr.: 5
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03546) komt voor: j
gebr.: 5
107 (x04(vi)c) Ik weet dat Hans mag niet komen (inf. 03546) komt voor: n
110 (x04(vi)d) Ik weet dat Hans komen niet mag (inf. 03546) komt voor: n
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03546) komt voor: j
gebr.: 5
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03546) komt voor: j
gebr.: 5
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03546) komt voor: j
gebr.: 5
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03546) komt voor: j
gebr.: 5
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 03546) komt voor: n
115 (x04(vii)d) Ik weet dat Jan kopen varkens wil (inf. 03546) komt voor: n
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03546) komt voor: j
gebr.: 5
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03546) komt voor: j
gebr.: 5
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03546) komt voor: j
gebr.: 4
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03546) komt voor: j
gebr.: 4
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 03546) komt voor: n
121 (x04(viii)d) Ik weet dat Eddy eten brood wil (inf. 03546) komt voor: n
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03546) komt voor: j
gebr.: 5
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03546) komt voor: j
gebr.: 5
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 03546) komt voor: j
gebr.: 4
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 03546) komt voor: j
gebr.: 4
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 03546) komt voor: n
126 (x04(x)d) Eddy moet opstaan vroeg kunnen (inf. 03546) komt voor: n
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03546) komt voor: j
gebr.: 4
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03546) komt voor: j
gebr.: 4
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03546) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03546) komt voor: j
gebr.: 5
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 03546) komt voor: n
131 (x04(xi)d) Ik zei dat Willy verkopen de auto moest (inf. 03546) komt voor: n
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 03546) vertaling: d'r Jan hat jee boch miea
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 03546) vertaling: bucher hat d'r Jan nit
136 (x05d) Jan en heeft niet veel geld niet meer (inf. 03546) vertaling: d'r Jan hat nit veul gelt miea
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03546) vertaling: d'r darf jenne uuver dit probleem sjpreche
139 (x05g) Niemand zegt dat hij komt niet (inf. 03546) vertaling: jenne zeat dat hea kumt
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 03546) vertaling: zitse hei urjens muus
141 (x05i) Ik geef niets aan een ander niet (inf. 03546) vertaling: iech jef nuuks aan enne angere
142 (x05j) Niemand wil niet werken niet (inf. 03546) vertaling: jenne wel werke
143 (x05k) Wij en wisten niet dat hij thuis was (inf. 03546) vertaling: vieur wosse nit dat hea heem waar
144a (x05l) Ik wist het niet ook niet (inf. 03546) vertaling: iech wos 't och nit
145 (x05m) Hij mag met niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03546) vertaling: hea darf mit jenne uvver dit probleem sjpreche
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 03546) vertaling: d'r Jan wit dat hea vuur drei oer de waan jemaat mot hoon
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03546) komt voor: j
gebr.: 4
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03546) komt voor: j
gebr.: 4
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 03546) komt voor: n
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 03546) komt voor: n
159 (x06d) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben gemaakt moet (inf. 03546) komt voor: n
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03546) komt voor: j
gebr.: 5
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03546) komt voor: j
gebr.: 5
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 03546) komt voor: j
gebr.: 4
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 03546) komt voor: j
gebr.: 4
162 (x07a) Maries auto is kapot (inf. 03546) vertaling: 't Marie ziene auto is kapot
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 03546) vertaling: 't Marie ziene auto is kapot
164 (x07c) Piets auto is kapot (inf. 03546) vertaling: d'r piet ziene auto is kapot
165 (x07d) Piet z'n/se auto is kapot (inf. 03546) vertaling: d'r piet ziene auto is kapot
167 (x07f) Die man zijn/se auto is kapot (inf. 03546) vertaling: dea maan ziene auto is kapot
168 (x07g) Die auto is niet van mij maar van hem (inf. 03546) vertaling: dea auto is nit vaan miech mer vaan hem
169 (x07h) Gisterens krant ligt onder de TV (inf. 03546) vertaling: de hiedonk van jister ligkt onger d'r televies
170 (x07i) Jan is Karolien en Kristien se/hun broertje (inf. 03546) vertaling: d'r jan is 't breurtje van K en K
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 03546) vertaling: die jong zunt de fietse geklauwt
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 03546) vertaling: die jong zien fietse zunt geklauwt
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 03546) vertaling: die jong zien fietse zunt geklauwt
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 03546) vertaling: die jong zunt de fietse geklauwt
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 03546) vertaling: de mam vaan die sjwestere is op bezuk
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 03546) vertaling: dea auto is vaan d'r Wim
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 03546) vertaling: dea auto is vaan d'r Wim
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 03546) vertaling: dea auto is Wim d'r ziene
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 03546) vertaling: dea auto is Wim d'r ziene
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 03546) vertaling: dea fiets is d'r miene
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 03546) vertaling: dea fiets is vaan miech
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 03546) vertaling: dea fiets is vaan miech
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 03546) vertaling: dea fiets is d'r miene
178 (x08a) Hij mag met niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03546) vertaling: hea darf mit jenne uvver dit probleem sjpreche
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 03546) vertaling: iech wel jenne kwetse
180 (x08c) Het is jammer dat wij komen niet en mogen (inf. 03546) vertaling: 't is joamer dat vuur niet darfe komme
181 (x08d) Dat niet en ga ik doen (inf. 03546) vertaling: dat jon iech nit doea
182 (x08e) (Heb je hard gewerkt?) Niet heb ik gewerkt (inf. 03546) vertaling: iech han nit jewirkt
183 (x08f) Niet had hij het verteld of Marie begon te huilen (inf. 03546) vertaling: hea houw 't nog mer graat verteld of 't M vang aa te kriesje
184 (x08g) Gaan haalt die bestelling nu maar op! (inf. 03546) vertaling: jant die besjtelling noew mer ophaole
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 03546) vertaling: hae wirkt nit
186 (x08i) Je weet dat niemand hier binnen mag, dus ik verbied je nog een keer om hier niet te komen (inf. 03546) vertaling: iech verbei diech hei te komme
187 (x08j) Jan verhinderde dat we Marie niet belden (inf. 03546) vertaling: d'r J verhingerte dat vuur 't M belde
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03546) fragment: um (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03546) fragment: um (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03546) fragment: tse (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03546) fragment: tse (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03546) fragment: tse (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03546) fragment: um (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03546) fragment: um (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03546) fragment: tse (2)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03546) fragment: um tse (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03546) fragment: wenn (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03546) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03546) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03546) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03546) fragment: wenn (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03546) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03546) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03546) fragment: wenn (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03546) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03546) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03546) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03546) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03546) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03546) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03546) fragment: wenn (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03546) fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03546) fragment: tse (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03546) fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03546) fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03546) fragment: tse (2)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03546) fragment: als (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03546) fragment: wie (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03546) fragment: wie (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03546) fragment: als (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03546) fragment: wie 't (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03546) fragment: dan (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03546) fragment: dan (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03546) fragment: wie 't (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03546) fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03546) fragment: wie (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03546) fragment: wie (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03546) fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03546) fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03546) fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03546) fragment: wie (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03546) fragment: wie (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03546) fragment: wie (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03546) fragment: als (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03546) fragment: als (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03546) fragment: wie (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03546) fragment: tse (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 03546) fragment: te (1)
200 (x09m) Toen we aankwamen regende het (inf. 03546) fragment: (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 03546) fragment: dat (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 03546) fragment: (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03546) fragment: of (1)
204 (x10a) Ik weet dat jullie op niemand boos zijn (inf. 03546) vertaling: iech wees dat uur op jenne wuss zut
205 (x10b) Ik weet dat zij op niets trots is (inf. 03546) vertaling: ich wees dat sie op nuuks sjtolz is
206 (x10c) Els denkt dat 't niet gemakkelijk is (inf. 03546) vertaling: 't E dinkt dat 't nit jemekkeliech is
207 (x10d) Ik weet dat ik te laat ben en jij niet (inf. 03546) vertaling: ich wees dat iech tse spie ben en doe nit
208 (x10e) Je weet toch dat jij moet werken en ik niet (inf. 03546) vertaling: iech wees doch datstoe mots wirke en iech nit
209 (x10f) Iedereen denkt dat wij naar huis gaan en dat zij nog mogen blijven (inf. 03546) vertaling: jidderenne dingkt dat vuur nea heem junt en zie nog moge blieve
210 (x10g) Het is jammer dat hij komt en dat zij weggaat (inf. 03546) vertaling: 't is jaomer dat hea kumt en dat zie voetjeet
211 (x10h) Ik denk dat Lisa ziek is (inf. 03546) vertaling: iech dink dat 't L krank is
213 (x10i) Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen (inf. 03546) vertaling: iech dingk dat d'r P en 't L junt trouwe
226 (y01(i)a) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij en doet (inf. 03546) komt voor: n
227 (y01(i)b) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij doet (inf. 03546) komt voor: n
228 (y01(i)c) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: 't Doet (inf. 03546) komt voor: n
230 (y01(ii)a) A: Hij zal niet komen B: Hij en doet (inf. 03546) komt voor: n
231 (y01(ii)b) A: Hij zal niet komen B: Hij doet (inf. 03546) komt voor: n
232 (y01(ii)c) A: Hij zal niet komen B: 't doet (inf. 03546) komt voor: n
234 (y01(iii)a) A: Slaapt hij? B: Ja, hij doet (inf. 03546) komt voor: n
235 (y01(iii)b) A: Slaapt hij? B: Ja, dat doet hij (inf. 03546) komt voor: j
236 (y01(iii)c) A: Slaapt hij? B: Ja, hij en doet (inf. 03546) komt voor: n
237 (y01(iii)d) A: Slaapt hij? B: Ja, hij slaapt (inf. 03546) komt voor: j
238 (y01(iii)e) A: Slaapt hij? B: Nee, hij doet niet (inf. 03546) komt voor: n
239 (y01(iii)f) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet (inf. 03546) komt voor: n
240 (y01(iii)g) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet niet (inf. 03546) komt voor: n
241 (y01(iii)h) A: Slaapt hij? B: Nee, hij slaapt niet (inf. 03546) komt voor: j
242 (y01(iii)i) A: Slaapt hij? B: 't Doet (inf. 03546) komt voor: n
243 (y01(iii)j) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Ie doet (inf. 03546) komt voor: n
244 (y01(iii)k) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Toetoet (inf. 03546) komt voor: n
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 03546) komt voor: n
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 03546) vertaling: deet 't M jidder oavond danse
komt voor: j
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 03546) vertaling: deet 't M jidder oavond danse
komt voor: j
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 03546) komt voor: n
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03546) fragment: woavan de (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03546) fragment: dem sieng (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03546) fragment: dem sieng (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03546) fragment: woavan de (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03546) fragment: woa op (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03546) fragment: - (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03546) fragment: waar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03546) fragment: waar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03546) fragment: - (2)
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03546) fragment: die (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03546) fragment: wat (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03546) fragment: dem (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03546) fragment: die (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03546) fragment: die (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03546) fragment: dem (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03546) fragment: woa (1)
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03546) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03546) fragment: wat (1)
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03546) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03546) fragment: wea (1)
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03546) vertaling: wat dingkste wem iech in de sjtad teagekoam
261 (y03b) Wat denken jullie hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03546) vertaling: wat dingkt uur wie ze't hant opgelos
265 (y03c) Hoe denk je hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03546) vertaling: wat dingkste wie ze 't hant opgelos
263 (y03d) Magda weet niet wie dat wij willen bellen (inf. 03546) vertaling: 't M wit nit wem dat vuur welle belle
264 (y03e) Weet iemand wie of dat wij geroepen hebben? (inf. 03546) vertaling: wit enne wem of vuur jerofe hant
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03546) vertaling: wem dingkste dat vuur in de sjtad teage koame
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 03546) vertaling: hea hat zien heng jewesche
opm.: reflexief: zich
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 03546) vertaling: hea hat ziech zien heng jewesche
opm.: reflexief: zich
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 03546) vertaling: hea hat ziech zien heng jewesche
opm.: reflexief: zich
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 03546) vertaling: hea hat zien heng jewesche
opm.: reflexief: zich
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 03546) vertaling: hea hat zie heme jewesche
opm.: reflexief: zich
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 03546) vertaling: hea hat ziech zie heme jewesche
opm.: reflexief: zich
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 03546) vertaling: hea hat ziech zie heme jewesche
opm.: reflexief: zich
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 03546) vertaling: hea hat zie heme jewesche
opm.: reflexief: zich
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 03546) vertaling: hea hat enne hat op d'r kop
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 03546) vertaling: hea hat eng vlek op zie heme
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 03546) vertaling: hea hat ziech zie bee jebrooche
opm.: reflexief: ziech
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 03546) vertaling: hea hat ziech zie bee jebrooche
opm.: reflexief: ziech
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 03546) vertaling: hea hat zie bee jebrooche
opm.: reflexief: ziech
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 03546) vertaling: hea hat zie bee jebrooche
opm.: reflexief: ziech
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 03546) vertaling: het hat ziech pieng jedoa
opm.: ziech = zich reflexief: zich
273 (y04g) Marie trok de deken naar zich toe (inf. 03546) vertaling: 't M trok de dekke noa ziech toew
opm.: ziech = zich reflexief: zich
051 (y04h) Luc weet dat er foto's van hemzelf te koop zijn (inf. 03546) vertaling: d'r L wit dat foto's vaan hem tse jelde zunt
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 03546) vertaling: doe herinners diech toch wal dat vuur dee durch d'r busj jelefe zunt
opm.: diech = dich reflexief: dich
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 03546) vertaling: iech herinner miech dat d'r auto vaan 't M kapot woar
opm.: reflexief: mich
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 03546) vertaling: zie herinnert ziech dat hea wie ee verke zoos te ese
opm.: ziech = zich reflexief: zich
283 (y04l) Wij herinneren ons wel dat al Jan zijn boeken gestolen waren, maar zij herinneren het zich niet (inf. 03546) vertaling: vuur herinnere os waal dat alle bucher vaan d'r J jeklauwt woarre, zie herinnere ziech 't nit
opm.: ziech = zich reflexief: ons reflexief: zich
286 (y04m) Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt gezien hebben? (inf. 03546) vertaling: herinneret uur uuch nog d'r Jan op d'r mart jezie te haan
opm.: reflexief: je
289 (y04n) Hij heeft zich een ongeluk gewerkt (inf. 03546) vertaling: hea hat ziech ee ongeluk jewirkt
opm.: ziech = zich reflexief: zich
290 (y04o) Hij voelde zich door het ijs zakken (inf. 03546) vertaling: hea veulete ziech durch 't ies zakke
opm.: ziech = zich reflexief: zich
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03546) vertaling: zouw hea det jedoa jekant han
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 03546) fragment: jekant (1)
878 (y05(ii)) Hij heeft dat nooit gedaan (inf. 03546) fragment: jedoa (1)
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 03546) komt voor: n
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 03546) komt voor: j
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 03546) komt voor: n
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 03546) komt voor: n
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 03546) komt voor: n
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 03546) komt voor: n
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 03546) komt voor: n
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 03546) komt voor: n
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 03546) komt voor: n
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 03546) komt voor: n
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 03546) komt voor: n
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 03546) vertaling: iech dingk dat hea voet is
komt voor: j
opm.: dav
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 03546) vertaling: iech dingk dat hea voet is
komt voor: j
opm.: dav
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 03546) komt voor: n
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 03546) komt voor: n
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 03546) komt voor: n
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 03546) komt voor: n
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 03546) komt voor: n
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 03546) komt voor: n
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 03546) komt voor: n
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 03546) komt voor: n
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 03546) vertaling: watfere has du al voetjebraat
komt voor: j
opm.: dav
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 03546) vertaling: watfere has du al voetjebraat
komt voor: j
opm.: dav
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 03546) komt voor: n
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 03546) komt voor: n
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 03546) komt voor: n
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 03546) vertaling: lofentere koam iech hem teaje
komt voor: j
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 03546) vertaling: lofentere koam iech hem teaje
komt voor: j
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 03546) komt voor: n
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 03546) komt voor: n
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 03546) komt voor: n
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 03546) vertaling: d'r schilder is hei jewea tse schildere
komt voor: j
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 03546) vertaling: d'r schilder is hei jewea tse schildere
komt voor: j
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 03546) vertaling: in die tsiet leavete iech drop los
337 (y08b) Vroeger leefde hij als een beest (inf. 03546) vertaling: vrujjer leavete hea wie ee deer
338 (y08c) Daar leefden wij als god in Frankrijk (inf. 03546) vertaling: doa leavete vuur wie Jot in F
339 (y08d) Niemand mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien (inf. 03546) vertaling: jenne darf t ziea, dus iech veng dat stoe t och not maag ziea
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging 'dat' + pronomina 2.ev.
340 (y08e) Het gebeurde toen je wegging (inf. 03546) vertaling: 't passeerde wiestoe voetjongs
341 (y08f) Ik weet waar je geboren bent (inf. 03546) vertaling: iech wees waostoe jebore bis
342 (y08g) Nu je klaar bent, mag je gaan (inf. 03546) vertaling: wietse veadig bis darfste joa
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 03546) vertaling: durchdat 't M jesterve waar hat heure maan 't A nit miea kenne helpe
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 03546) vertaling: iech wees dat hea sjwumme is jange
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 03546) vertaling: iech wees dat hea is jange sjwumme
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 03546) vertaling: iech wees dat hea is jange sjwumme
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 03546) vertaling: iech wees dat hea sjwumme is jange
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03546) komt voor: j
gebr.: 5
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03546) komt voor: j
gebr.: 5
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 03546) komt voor: n
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 03546) komt voor: n
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 03546) komt voor: n
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 03546) komt voor: j
gebr.: 4
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 03546) komt voor: j
gebr.: 4
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 03546) komt voor: n
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 03546) komt voor: n
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 03546) komt voor: n
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 03546) komt voor: n
356 (y10d) Is het huis te koop? Jaa't (inf. 03546) komt voor: n
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 03546) vertaling: wea dat da
komt voor: j
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 03546) vertaling: wea dat da
komt voor: j
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 03546) komt voor: n
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 03546) komt voor: n
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 03546) komt voor: n
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 03546) komt voor: n
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 03546) vertaling: doe jees noa t voetbaal kieke mit miech
komt voor: j
opm.: dav
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 03546) vertaling: doe jees noa t voetbaal kieke mit miech
komt voor: j
opm.: dav
365 (y11f) Hem is dood (inf. 03546) komt voor: n
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 03546) komt voor: n
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 03546) vertaling: het is krank
367 (y11i) Is haar ziek? (inf. 03546) vertaling: is het krank
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 03546) komt voor: n
369 (y11k) Met het te sneeuwen konden we de stad niet uit (inf. 03546) komt voor: n
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03546) fragment: dem (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03546) fragment: dea (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03546) fragment: vaan wem (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03546) fragment: vaan wem (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03546) fragment: dat hea (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03546) fragment: dat hea (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03546) fragment: dat ze hem (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03546) fragment: vaan wem (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03546) fragment: vaan wem (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03546) fragment: dat ze hem (2)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03546) komt voor: n
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03546) fragment: wem (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03546) komt voor: n
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03546) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03546) fragment: die (1)
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03546) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03546) fragment: wea (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03546) fragment: woa van (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03546) fragment: woa van (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03546) fragment: deur ziene (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03546) fragment: deur ziene (1)
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 03546) vertaling: nurjens
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 03546) vertaling: jenne
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 03546) vertaling: noeats
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 03546) vertaling: nieks
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 03546) vertaling: jeng
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 03546) vertaling: zaan hem nit dat iech noa boese ben jewea
393 (z04b) Niet vertellen dat je een cadeau voor hem hebt gekocht, hoor! (inf. 03546) vertaling: nit vertselle datste ee geschenk vuur hem jejole has we
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 03546) vertaling: witste nit dat hea gevalle is
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 03546) vertaling: 't W proberete jenne pieng tse doea
397 (z05b) 't Schijnt dat ze niets mag eten (inf. 03546) vertaling: 't schiengt dat het niks darf esse
398 (z05c) Ze schijnt niets te mogen eten (inf. 03546) vertaling: ze schiengt nieks tse darve ese
399a (z05d) Ze proberen al de hele dag om elkaar op te bellen (inf. 03546) vertaling: ze probere al d'r ganse daag enee tse belle
400 (z05e) Het belooft weer een mooie dag te worden (inf. 03546) vertaling: 't belaoft weer enne sjunne daag te weade
401 (z05f) 't Is misschien beter om nog even te wachten (inf. 03546) vertaling: 't is misschien besser nog jet tse wade
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 03546) vertaling: vuur houwe 't jeluk dat vuur hem direc teruk venje
404 (z06a) Als de kippen een valk zien, zijn ze bang (inf. 03546) vertaling: went de hoender en valk zient zunt ze bang
405 (z06b) Als we de aardappelen niet kunnen verkopen, zitten we in de problemen (inf. 03546) vertaling: went vuur de eapel nit kenne verkofe zitte vuur in de probleme
406 (z06c) Als jullie hem niet meenemen word ik kwaad (inf. 03546) vertaling: went uur hem nit mitnumt weat hea koad
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 03546) vertaling: hea wos ut
408 (z06e) Op dit feest wordt er veel gedanst (inf. 03546) vertaling: op dit fes weat vuul jedanst
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 03546) vertaling: noen weat alleng nog mer bread in d'r winkel verkoat
410 (z06g) Als hij met de fiets komt, zal hij wel laat zijn (inf. 03546) vertaling: went hea mit d'r fiets kumt zal hea wel spie ziea
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 03546) vertaling: wenste tiet has kom daan ens eng hiear langs
413a (z06i) Als ik rijk ben, koop ik een dure auto (inf. 03546) vertaling: wen iech riek ben jel iech miech enne dure auto
881 (z07(i)) Ik weet dat (ge)(je) 't (gij)(jij) gedaan hebt (inf. 03546) komt voor: n
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 03546) komt voor: n
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 03546) komt voor: n
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 03546) komt voor: n
420 (z07(ii)d) Durfdeze gij uitnodigen? (inf. 03546) komt voor: n
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 03546) komt voor: n
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 03546) komt voor: n
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 03546) komt voor: n
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 03546) komt voor: n
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 03546) komt voor: n
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03546) vertaling: 't M hat jezaat dat stoe has jeprobeert ee liedje tse zinge
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 03546) komt voor: n
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 03546) komt voor: n
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 03546) komt voor: n
604a (z08d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen geprobeerd (inf. 03546) komt voor: n
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03546) komt voor: j
gebr.: 5
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03546) komt voor: j
gebr.: 5
440 (z09a) Die van de stad, die hebben hier veel huizen gebouwd (inf. 03546) vertaling: die oes de sjtad die hant hei veul hoeser jebouwd
441 (z09b) Aan die nieuwe vaart, daar zie je geen mens meer (inf. 03546) vertaling: aan die nui vaart zieste jee miensj miea
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 03546) vertaling: jister is d'r J hei jewea
443 (z09d) De dag dat Jan belde, was ik niet thuis (inf. 03546) vertaling: d'r daag dat d'r J bellete waar iech nit heem
444 (z09e) Jef, die zou ik nooit uitnodigen (inf. 03546) vertaling: d'r Jef dem zou iech noeats oesnuedige
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 03546) vertaling: 't M det zouw zoeajet noeats doea
446 (z09g) Bert, die drinkt wel eens een glas te veel (inf. 03546) vertaling: d'r Bert dea drint waal ens ee glaas tse veul
447 (z09h) Martha, die zou ik wel eens bij mij thuis willen uitnodigen (inf. 03546) vertaling: 't M dem zouwiech waal ens bij miech heem welle oesnuedige
448 (z09i) Dat huis, dat zou ik nooit willen kopen (inf. 03546) vertaling: dat hoes dat zouw iech noeats welle jelde
449 (z09j) Dat huis, dat staat daar al vijftig jaar (inf. 03546) vertaling: dat hoes dat sjteet doa al voftieg jaor
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03546) komt voor: j
gebr.: 5
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03546) komt voor: j
gebr.: 5
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 03546) komt voor: n
453 (z10(i)c) Ze zijn/hebben geweest naar de markt (inf. 03546) komt voor: n
454 (z10(i)d) Ze hebben geweest naar de markt (inf. 03546) komt voor: n
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03546) komt voor: j
gebr.: 5
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03546) komt voor: j
gebr.: 5
457 (z10(ii)b) Hij heeft zijn kinderen gezet op de tractor (inf. 03546) komt voor: n
458 (z10(ii)c) Hij heeft gezet zijn kinderen op de tractor (inf. 03546) komt voor: n
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03546) komt voor: j
gebr.: 5
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03546) komt voor: j
gebr.: 5
462 (z10(iii)b) Hij heeft zijn voorgevel geschilderd helemaal wit (inf. 03546) komt voor: n
464 (z10(iii)c) Hij heeft geschilderd zijn voorgevel helemaal wit (inf. 03546) komt voor: n
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03546) komt voor: j
gebr.: 5
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03546) komt voor: j
gebr.: 5
467 (z10(iv)b) Mijn vrouw kan spreken dialect (inf. 03546) komt voor: n
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03546) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03546) komt voor: j
gebr.: 5
470 (z10(v)b) Gunther heeft Annemie gebracht naar huis (inf. 03546) komt voor: n
471 (z10(v)c) Gunther heeft gebracht Annemie naar huis (inf. 03546) komt voor: n
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 03546) vertaling: hat d'r G gebeld
473 (z11b) En pas op! (inf. 03546) vertaling: kiek oes
473 (z11b) En pas op! (inf. 03546) vertaling: pas oep
473 (z11b) En pas op! (inf. 03546) vertaling: pas oep
473 (z11b) En pas op! (inf. 03546) vertaling: kiek oes
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 03546) vertaling: t woar mer graat jot jenog
475 (z11d) Marjo heeft nu meer koeien dan ze vroeger en had (inf. 03546) vertaling: 't M hat noen miea kui daan 't vrugger houw
476 (z11e) Als Susanne en had kunnen komen dan had ze dat gedaan (inf. 03546) vertaling: went 't S hui kenne komme daan hui't dat jedoa
477 (z11f) Zij is de beste dokter die ik en ken (inf. 03546) vertaling: het is d'r beste dokter dem iech ken
478 (z11g) Voor je iets en weggooit, moet je even bellen (inf. 03546) vertaling: vuurdat ste jet voetwurps motste effe belle
479 (z11h) Hier is alles wat ik gekregen en heb (inf. 03546) vertaling: hei is alles wat ich houw gekrege
480 (z11i) Jan en is te gierig om iets aan z'n kinderen te geven (inf. 03546) vertaling: d'r J is te knauwzetig um jet an zien kinger tse jeave
481 (z11j) Alsof jij iets van voetballen en weet! (inf. 03546) vertaling: alsof stoe jet vaan voetballe wits
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 03546) vertaling: dat boch legk neer
483 (z11l) Als je echt niet kunt wachten, dan kom maar (inf. 03546) vertaling: wenste ech nit kens wade daan kom mer
488 (z12a) Ik weet dat Jan de dokter had kunnen roepen (inf. 03546) vertaling: iech wees dat d'r J d'r dokter hui kenne roffe
489 (z12b) Ik weet dat Jan de dokter kon geroepen hebben (inf. 03546) vertaling: ... koent jereffe haan
490 (z12c) Hij zei dat ik het had moeten doen (inf. 03546) vertaling: hea zaat dat iech 't hui motte doea
491 (z12d) Hij zei dat ik het moest gedaan hebben (inf. 03546) vertaling: .. 't muet jedoa haan
492 (z12e) Hij is vorige week door dokter Mertens geopereerd (inf. 03546) vertaling: hea is de vurrige wech durch d'r dokter M jeopereerd
493 (z12f) Hij wordt morgen door dokter Mertens geopereerd (inf. 03546) vertaling: hea weat murje durch d'r dokter M jeopereerd
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03546) vertaling: iech dink detste veul zowts mitte voetwerpe
positie: 3
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03546) vertaling: iech dink detste veul zowts mitte voetwerpe
positie: 3
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03546) vertaling: 't is dom um zeen duur sache voet te werpe
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03546) vertaling: hea is alle kapotte sache aan't voetwerpe
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03546) vertaling: iech veng datste dukser de hiedonk mots lease
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03546) vertaling: 't is dom um in d'r duuster de hiedonk te lease
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03546) vertaling: hea is d'r ganse daag aan't hiedonk lease
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 03546) fragment: durch (1)
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 03546) komt voor: n
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 03546) komt voor: n
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 03546) komt voor: n
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 03546) komt voor: n

interview mondelinge enquête

sprekertekstcommentaar 
geen interview gehouden in Spekholzerheide

data telefonische enquête

zinsnr.testzininstructieantwoorden
geen data telefonische enquête in Spekholzerheide