SAND-data Eygelshoven (Q119p)

schriftelijke enquête | mondelinge enquête | telefonische enquête

data schriftelijke enquête

zinsnr.testzinantwoorden
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 03446) vertaling: Der Jan wit det verhaal waal
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 03434) vertaling: D'r Jan herinnert sieg dat verhoal waal
opm.: reflexief: zich
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 03446) vertaling: Ut Marie en der Piet zient zich vuur de kirk
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 03434) vertaling: 't Marie en d'r Piet zient zig vuur de kirk
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 03434) vertaling: d'r Toeën wesjt zig
opm.: reflexief: zich
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 03446) vertaling: Der Toeën wescht zich
opm.: reflexief: zich
038 (x01d) De timmerman heeft geen spijkers bij zich (inf. 03446) vertaling: Der schriener hat ging naël bei zich
opm.: reflexief: zich
038 (x01d) De timmerman heeft geen spijkers bij zich (inf. 03434) vertaling: D'r sjriener hat ging neel bij zig
opm.: reflexief: zich
039 (x01e) Fons zag een slang naast ... (inf. 03446) vertaling: Der Funs zoog ing schlong neve zich
opm.: reflexief: zich
039 (x01e) Fons zag een slang naast ... (inf. 03434) vertaling: d'r Funs zoog ing sjlang neve zig
opm.: reflexief: zich
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 03434) vertaling: D'r Erieg lieët mig vuur zig wirke
opm.: reflexief: zich
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 03446) vertaling: Der Erik loss mich vuur zich wirke
opm.: reflexief: zich
041 (x01g) Johanna liet zich meedrijven op de golven (inf. 03446) vertaling: Ut Hanna loot zich mitdrieve op de golf
opm.: reflexief: zich
041 (x01g) Johanna liet zich meedrijven op de golven (inf. 03434) vertaling: 't Johanna liet zig mitdrieve op de golve
opm.: reflexief: zich
042 (x01h) Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel (inf. 03446) vertaling: Der Toeen bekook zichselver ins good in der schpiggel
opm.: reflexief: zichzelf
042 (x01h) Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel (inf. 03434) vertaling: D'r Toeën bekeek zieg 'ns good ind er sjpegel
opm.: reflexief: zich
043 (x01i) Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken (inf. 03434) vertaling: D'r Jan hat ee beer in twieë minute gedronke
043 (x01i) Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken (inf. 03446) vertaling: Der Jan had in twieë minute éé ber gedronke
044 (x01j) Deze schoenen lopen gemakkelijk (inf. 03446) vertaling: Dis schoon loofe gemekkelik
044 (x01j) Deze schoenen lopen gemakkelijk (inf. 03434) vertaling: Diz sjong lope gemekkelijk
045 (x01k) Eduard kent zichzelf goed (inf. 03446) vertaling: Der Ed kent zichselver got
opm.: reflexief: zichzelf
045 (x01k) Eduard kent zichzelf goed (inf. 03434) vertaling: D'r Edwar kent zieg good
opm.: reflexief: zich
046 (x01l) Ward heeft gehoord dat er foto's van zichzelf in de etalage staan (inf. 03446) vertaling: Der Ward hat gehoërt dat bilder van zichselver in de etalasch stunt
opm.: reflexief: zichzelf
046 (x01l) Ward heeft gehoord dat er foto's van zichzelf in de etalage staan (inf. 03434) vertaling: D'r Ward hat gehuurt dat foto's van zig in de etalage stond
opm.: reflexief: zich
047 (x01m) Die aardappelen schillen niet gemakkelijk (inf. 03446) vertaling: Die irpel schille nit gemekkelik
047 (x01m) Die aardappelen schillen niet gemakkelijk (inf. 03434) vertaling: Die ep'l sjelle zig nit gemekkelijk
opm.: reflexief: zich
884 (x01n) Dit glas breekt als het op de grond valt (inf. 03446) vertaling: Dit glaas brikt wan it oppin eat vilt
884 (x01n) Dit glas breekt als het op de grond valt (inf. 03434) vertaling: Dit glaas brikt wen't op g'n need vilt
052 (x02a) Dokter, leef ik wel gezond genoeg? (inf. 03434) vertaling: Dokter leef ig wal gezonk genog
052 (x02a) Dokter, leef ik wel gezond genoeg? (inf. 03446) vertaling: Dokter leaf ig waal gezonk genog?
054 (x02b) Al jaren leeft hij van de erfenis van zijn vader (inf. 03434) vertaling: Heë leeft al jaore van de erfenis va siene Pap
054 (x02b) Al jaren leeft hij van de erfenis van zijn vader (inf. 03446) vertaling: Al joare leaft he va de erfenis va sie vadder
056 (x02c) Deze week leeft zij op water en brood (inf. 03434) vertaling: Dis week leeft sie op water en broeëd
056 (x02c) Deze week leeft zij op water en brood (inf. 03446) vertaling: Diz weak leaft sie op wasser en broed
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 03434) vertaling: Leeft 't nog
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 03446) vertaling: Leaft it noch?
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 03434) vertaling: Wie lang leeft uur noeë al va die erfenis
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 03446) vertaling: Wielang leeft ihr al va die erfenis?
062 (x02f) In Bretagne leven ze vooral van de visvangst (inf. 03434) vertaling: In Bretagne leveze vuur 't groetste deel va de visvangst
062 (x02f) In Bretagne leven ze vooral van de visvangst (inf. 03446) vertaling: In de Bretagne leve ze vuural va de vischfank
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 03434) vertaling: Noa 't ete gon ich sjloape
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 03446) vertaling: Noa et eete goonig sloape
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 03446) vertaling: ... scholffe
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 03446) vertaling: ... scholffe
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 03446) vertaling: Noa et eete goonig sloape
065 (x02h) Zou ik dat wel kunnen doen? (inf. 03434) vertaling: Zouw ieg dat waal kenne doeë
065 (x02h) Zou ik dat wel kunnen doen? (inf. 03446) vertaling: Zou ig dat waal kinne doee?
066 (x02i) Hij liet zijn huis afbreken (inf. 03434) vertaling: Heë loot sie hoës afbreke
066 (x02i) Hij liet zijn huis afbreken (inf. 03446) vertaling: He loos sie hoes aafbreke
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03434) vertaling: Ieg weet dat d'r Jan hel mot kunne wirke
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03446) vertaling: Ig wees dat der Jan hél mót kinne wirke
komt voor: j
gebr.: 4
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03434) vertaling: Ieg weet dat d'r Jan hel mot kunne wirke
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03434) vertaling: Ieg weet dat d'r Jan hel mot kunne wirke
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03446) vertaling: Ig wees dat der Jan hél mót kinne wirke
komt voor: j
gebr.: 4
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03446) vertaling: Ig wees dat der Jan hél mót kinne wirke
komt voor: j
gebr.: 4
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 03446) komt voor: n
gebr.: 1
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 03434) komt voor: n
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 03446) komt voor: n
gebr.: 1
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 03434) komt voor: n
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 03446) komt voor: n
gebr.: 1
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 03446) komt voor: n
gebr.: 1
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 03446) komt voor: n
gebr.: 1
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 03434) komt voor: n
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 03446) komt voor: n
gebr.: 1
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 03446) komt voor: n
gebr.: 1
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 03434) komt voor: n
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 03446) komt voor: n
gebr.: 1
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 03434) komt voor: n
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 03446) komt voor: n
gebr.: 1
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 03446) komt voor: n
gebr.: 1
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03446) komt voor: j
gebr.: 3
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03446) komt voor: j
gebr.: 3
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03434) opm.: blad ontbreekt
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 03434) opm.: blad ontbreekt
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 03446) komt voor: j
gebr.: 4
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 03446) komt voor: j
gebr.: 4
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 03434) opm.: blad ontbreekt
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 03446) komt voor: n
089 (x04(iii)d) Ik weet dat Jan bouwen een nieuwe schuur moet (inf. 03434) opm.: blad ontbreekt
089 (x04(iii)d) Ik weet dat Jan bouwen een nieuwe schuur moet (inf. 03446) komt voor: n
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03434) opm.: blad ontbreekt
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03446) komt voor: j
gebr.: 3
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03446) komt voor: j
gebr.: 3
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 03446) komt voor: j
gebr.: 4
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 03446) komt voor: j
gebr.: 4
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 03434) opm.: blad ontbreekt
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 03434) opm.: blad ontbreekt
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 03446) komt voor: n
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 03446) komt voor: n
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 03434) opm.: blad ontbreekt
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03446) komt voor: j
gebr.: 4
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03434) opm.: blad ontbreekt
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03446) komt voor: j
gebr.: 4
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 03446) komt voor: j
gebr.: 5
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 03434) opm.: blad ontbreekt
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 03446) komt voor: j
gebr.: 5
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 03446) komt voor: n
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 03434) opm.: blad ontbreekt
098 (x04(ix)d) Jan zei dat Marie gaan naar een bakker moest (inf. 03434) opm.: blad ontbreekt
098 (x04(ix)d) Jan zei dat Marie gaan naar een bakker moest (inf. 03446) komt voor: n
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03446) komt voor: j
gebr.: 4
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03434) opm.: blad ontbreekt
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03446) komt voor: j
gebr.: 4
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03434) opm.: blad ontbreekt
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03446) komt voor: j
gebr.: 4
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03446) komt voor: j
gebr.: 4
102 (x04(v)c) Ik weet dat Jan moet jammer genoeg vertrekken (inf. 03434) opm.: blad ontbreekt
102 (x04(v)c) Ik weet dat Jan moet jammer genoeg vertrekken (inf. 03446) komt voor: n
103 (x04(v)d) Ik weet dat Jan vertrekken jammer genoeg moet (inf. 03446) komt voor: n
103 (x04(v)d) Ik weet dat Jan vertrekken jammer genoeg moet (inf. 03434) opm.: blad ontbreekt
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03434) opm.: blad ontbreekt
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03446) komt voor: j
gebr.: 4
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03446) komt voor: j
gebr.: 4
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03446) komt voor: j
gebr.: 4
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03434) opm.: blad ontbreekt
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03446) komt voor: j
gebr.: 4
107 (x04(vi)c) Ik weet dat Hans mag niet komen (inf. 03434) opm.: blad ontbreekt
107 (x04(vi)c) Ik weet dat Hans mag niet komen (inf. 03446) komt voor: n
110 (x04(vi)d) Ik weet dat Hans komen niet mag (inf. 03434) opm.: blad ontbreekt
110 (x04(vi)d) Ik weet dat Hans komen niet mag (inf. 03446) komt voor: n
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03434) opm.: blad ontbreekt
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03446) komt voor: j
gebr.: 4
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03446) komt voor: j
gebr.: 4
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03446) komt voor: j
gebr.: 5
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03446) komt voor: j
gebr.: 5
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03434) opm.: blad ontbreekt
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 03434) opm.: blad ontbreekt
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 03446) komt voor: n
115 (x04(vii)d) Ik weet dat Jan kopen varkens wil (inf. 03446) komt voor: n
115 (x04(vii)d) Ik weet dat Jan kopen varkens wil (inf. 03434) opm.: blad ontbreekt
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03446) komt voor: j
gebr.: 4
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03434) opm.: blad ontbreekt
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03446) komt voor: j
gebr.: 4
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03434) opm.: blad ontbreekt
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03446) komt voor: j
gebr.: 5
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03446) komt voor: j
gebr.: 5
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 03434) opm.: blad ontbreekt
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 03446) komt voor: n
121 (x04(viii)d) Ik weet dat Eddy eten brood wil (inf. 03446) komt voor: n
121 (x04(viii)d) Ik weet dat Eddy eten brood wil (inf. 03434) opm.: blad ontbreekt
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03446) komt voor: j
gebr.: 4
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03434) opm.: blad ontbreekt
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03446) komt voor: j
gebr.: 4
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 03446) komt voor: j
gebr.: 5
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 03446) komt voor: j
gebr.: 5
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 03434) opm.: blad ontbreekt
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 03446) komt voor: n
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 03434) opm.: blad ontbreekt
126 (x04(x)d) Eddy moet opstaan vroeg kunnen (inf. 03446) komt voor: n
126 (x04(x)d) Eddy moet opstaan vroeg kunnen (inf. 03434) opm.: blad ontbreekt
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03446) komt voor: j
gebr.: 4
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03446) komt voor: j
gebr.: 4
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03434) opm.: blad ontbreekt
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03434) opm.: blad ontbreekt
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03446) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03446) komt voor: j
gebr.: 5
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 03446) komt voor: n
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 03434) opm.: blad ontbreekt
131 (x04(xi)d) Ik zei dat Willy verkopen de auto moest (inf. 03434) opm.: blad ontbreekt
131 (x04(xi)d) Ik zei dat Willy verkopen de auto moest (inf. 03446) komt voor: n
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 03446) vertaling: Der Jan hat gee ee book mieë
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 03434) opm.: blad ontbreekt
134 (x05b) Jan en heeft geen boek meer (inf. 03446) vertaling: Der Jan hat gee book mieë
134 (x05b) Jan en heeft geen boek meer (inf. 03434) opm.: blad ontbreekt
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 03434) vertaling: D'r Jan hat ging beuk
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 03446) vertaling: Buek hat der Jan nit
136 (x05d) Jan en heeft niet veel geld niet meer (inf. 03446) vertaling: Der Jan hat nit vuel geld mieë
136 (x05d) Jan en heeft niet veel geld niet meer (inf. 03434) vertaling: D'r Jan hat nit veul geld mieë
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03446) vertaling: It maag ginne spreke uver dit probleem
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03434) vertaling: Ginne mag sjpreke uvver dit probleem
138 (x05f) Er mag niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03434) vertaling: Ginne mag sjpreke uvver dit probleem
138 (x05f) Er mag niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03446) vertaling: It maag ginne spreke uver dit probleem
139 (x05g) Niemand zegt dat hij komt niet (inf. 03446) vertaling: Neemes zeet dat hee kumt
139 (x05g) Niemand zegt dat hij komt niet (inf. 03434) vertaling: Ginne seet dat heë kumpt
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 03446) vertaling: Sitte hij irgens muus
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 03434) vertaling: Zitte heë muus
141 (x05i) Ik geef niets aan een ander niet (inf. 03446) vertaling: Ig gif nieks a inne angere
141 (x05i) Ik geef niets aan een ander niet (inf. 03434) vertaling: Ieg gef nieks an inne angere
142 (x05j) Niemand wil niet werken niet (inf. 03446) vertaling: Neemes wil wirke
142 (x05j) Niemand wil niet werken niet (inf. 03434) vertaling: Ginne wil werke
143 (x05k) Wij en wisten niet dat hij thuis was (inf. 03434) vertaling: Wier wiste nit dat heë heem woar
143 (x05k) Wij en wisten niet dat hij thuis was (inf. 03446) vertaling: Wir wôste niet dat he heem woar
144a (x05l) Ik wist het niet ook niet (inf. 03446) vertaling: Ig woos it och nit
144a (x05l) Ik wist het niet ook niet (inf. 03434) vertaling: Ieg wis 't og nit
145 (x05m) Hij mag met niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03446) vertaling: He dorf mit neemes spreke uver dit probleem
145 (x05m) Hij mag met niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03434) vertaling: Heë mag mit ginne sjpreke uvver dit probleem
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 03446) vertaling: Der Jan wit dat he vuur drei uhr der waan gemakt mot ha
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 03434) vertaling: D'r Jan wit dat heë vuur drei oêr d'r wage gemakt mot han
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03434) komt voor: n
gebr.: 3
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03446) komt voor: j
gebr.: 4
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03434) komt voor: n
gebr.: 3
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03446) komt voor: j
gebr.: 4
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 03434) komt voor: j
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 03446) komt voor: n
gebr.: 1
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 03446) komt voor: n
gebr.: 1
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 03446) komt voor: n
gebr.: 1
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 03446) komt voor: n
gebr.: 1
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 03434) komt voor: n
159 (x06d) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben gemaakt moet (inf. 03446) komt voor: n
gebr.: 1
159 (x06d) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben gemaakt moet (inf. 03434) komt voor: n
159 (x06d) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben gemaakt moet (inf. 03446) komt voor: n
gebr.: 1
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03446) komt voor: j
gebr.: 5
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03434) komt voor: j
gebr.: 5
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03446) komt voor: j
gebr.: 5
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03434) komt voor: j
gebr.: 5
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 03434) komt voor: n
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 03446) komt voor: n
gebr.: 1
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 03446) komt voor: n
gebr.: 1
162 (x07a) Maries auto is kapot (inf. 03446) vertaling: Ut Marie sienne waan is kapot
162 (x07a) Maries auto is kapot (inf. 03434) vertaling: D'r auto van 't Marie is kapot
opm.: prenominale possessieve genitief '-s': n.v.t.
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 03434) vertaling: Marie siene auto is kapot
164 (x07c) Piets auto is kapot (inf. 03434) vertaling: D'r auto va d'r Piet is kapot
opm.: prenominale possessieve genitief '-s': n.v.t.
164 (x07c) Piets auto is kapot (inf. 03446) vertaling: der Piet siene waan is kapot
165 (x07d) Piet z'n/se auto is kapot (inf. 03434) vertaling: Piet siene auto is kapot
166 (x07e) Die mans auto is kapot (inf. 03446) vertaling: den maan siene waan is kapot
166 (x07e) Die mans auto is kapot (inf. 03434) vertaling: D'r auto van deë man is kapot
167 (x07f) Die man zijn/se auto is kapot (inf. 03434) vertaling: Dieë man siene auto is kapot
168 (x07g) Die auto is niet van mij maar van hem (inf. 03446) vertaling: Dee waan is nit va mig mé va hem
168 (x07g) Die auto is niet van mij maar van hem (inf. 03434) vertaling: Deë auto is nit va mig mar va hem
169 (x07h) Gisterens krant ligt onder de TV (inf. 03434) vertaling: De krant van gistere ligt onger deTV
169 (x07h) Gisterens krant ligt onder de TV (inf. 03446) vertaling: de Siedong va gistere likt onger der televisee
170 (x07i) Jan is Karolien en Kristien se/hun broertje (inf. 03446) vertaling: der Jan is een breurje va ut Caroling en ut Christien
170 (x07i) Jan is Karolien en Kristien se/hun broertje (inf. 03434) vertaling: D'r Jan is 't breurke va Karolien en Kristien
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 03434) vertaling: De fietse va die jonge zint gestoale
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 03446) vertaling: de fietse vaan die jonge sint geklouwd
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 03434) vertaling: Dieë schwester van heur mam is op bezuk
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 03446) vertaling: de mam va die schwestere is op bezuk
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 03434) vertaling: Deë auto is va Wim
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 03434) vertaling: Deë fiets is va mig
178 (x08a) Hij mag met niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03434) vertaling: Heë darf mit ginne sjpreke uvver dit probleem
178 (x08a) Hij mag met niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03446) vertaling: He dorf mit neems spreke uver dit probleem
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 03434) vertaling: Ieg wil ginne kwetse
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 03446) vertaling: Ig wil neemes pieng doe
180 (x08c) Het is jammer dat wij komen niet en mogen (inf. 03446) vertaling: Joammer dat wir niet komme maage
180 (x08c) Het is jammer dat wij komen niet en mogen (inf. 03434) vertaling: 't Is joamer dat wier nit durve koame
181 (x08d) Dat niet en ga ik doen (inf. 03434) vertaling: Dat gon ich nit doeë
181 (x08d) Dat niet en ga ik doen (inf. 03446) vertaling: Dat goonig nit doe
182 (x08e) (Heb je hard gewerkt?) Niet heb ik gewerkt (inf. 03434) vertaling: Ieg han nit gewirkt
182 (x08e) (Heb je hard gewerkt?) Niet heb ik gewerkt (inf. 03446) vertaling: Ig han nit gewirkt
183 (x08f) Niet had hij het verteld of Marie begon te huilen (inf. 03446) vertaling: He how it graat vertelt of ut Marie begoet te briesche
183 (x08f) Niet had hij het verteld of Marie begon te huilen (inf. 03434) vertaling: Heeë how 't pas verteld of 't Marie begos te griene
184 (x08g) Gaan haalt die bestelling nu maar op! (inf. 03434) vertaling: Go die bestelling noe mer hoale
184 (x08g) Gaan haalt die bestelling nu maar op! (inf. 03446) vertaling: Gank die beschtelling noe mar ophoale!
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 03434) vertaling: Heë wirkt nit
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 03446) vertaling: He wirkt nit
186 (x08i) Je weet dat niemand hier binnen mag, dus ik verbied je nog een keer om hier niet te komen (inf. 03446) vertaling: Ig verbeen dig um hij te koome
186 (x08i) Je weet dat niemand hier binnen mag, dus ik verbied je nog een keer om hier niet te komen (inf. 03434) vertaling: Ieg verbei dich om heë te komme
187 (x08j) Jan verhinderde dat we Marie niet belden (inf. 03434) vertaling: D'r Jan verhinderde dat wie 't Marie belde
187 (x08j) Jan verhinderde dat we Marie niet belden (inf. 03446) vertaling: Jan vuurkoom dat wi ut Marie aareepe
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03434) komt voor: j
fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03446) komt voor: j
fragment: voor (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03446) komt voor: j
fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03446) komt voor: j
fragment: voor (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03446) komt voor: j
fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03446) komt voor: j
fragment: voor (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03446) komt voor: j
fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03446) komt voor: j
fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03446) komt voor: j
fragment: te (laten) (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03446) komt voor: j
fragment: voor (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03446) komt voor: j
fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03446) komt voor: j
fragment: te (laten) (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03446) komt voor: j
fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03446) komt voor: j
fragment: te (laten) (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03434) komt voor: j
fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03446) komt voor: j
fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03434) komt voor: j
fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03446) komt voor: j
fragment: te (laten) (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03446) komt voor: j
fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03446) komt voor: j
fragment: te (laten) (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03446) komt voor: j
fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03446) komt voor: j
fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03446) komt voor: j
fragment: te (laten) (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03446) komt voor: j
fragment: te laten (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03446) komt voor: j
fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03446) komt voor: j
fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03446) komt voor: j
fragment: te (laten) (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03446) komt voor: j
fragment: te laten (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03446) komt voor: j
fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03446) komt voor: j
fragment: te laten (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03434) komt voor: j
fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03446) komt voor: j
fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03434) komt voor: j
fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03446) komt voor: j
fragment: te laten (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03446) komt voor: j
fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03446) komt voor: j
fragment: te laten (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03446) komt voor: j
fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03446) komt voor: j
fragment: te laten (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03446) komt voor: j
fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03446) komt voor: j
fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03446) komt voor: j
fragment: voor (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03446) komt voor: j
fragment: te laten (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03446) komt voor: j
fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03446) komt voor: j
fragment: voor (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03446) komt voor: j
fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03446) komt voor: j
fragment: voor (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03434) komt voor: j
fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03446) komt voor: j
fragment: te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03434) komt voor: j
fragment: om te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03434) komt voor: j
fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03446) komt voor: j
fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03446) komt voor: j
fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03434) komt voor: j
fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03434) komt voor: j
fragment: om te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03446) komt voor: j
fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03446) komt voor: j
fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03434) komt voor: j
fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03434) komt voor: j
fragment: om te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03446) komt voor: j
fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03446) komt voor: j
fragment: (2)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03434) komt voor: j
fragment: te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03446) komt voor: j
fragment: om te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03446) komt voor: j
fragment: om (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03446) komt voor: j
fragment: om (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03446) komt voor: j
fragment: om te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03434) komt voor: j
fragment: te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03446) komt voor: j
fragment: om (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03446) komt voor: j
fragment: om te (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03446) komt voor: j
fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03446) komt voor: j
fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03446) komt voor: j
fragment: wanneer (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03446) komt voor: j
fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03434) komt voor: j
fragment: As (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03446) komt voor: j
fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03434) komt voor: j
fragment: gaan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03446) komt voor: j
fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03446) komt voor: j
fragment: wanneer (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03446) komt voor: j
fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03446) komt voor: j
fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03446) komt voor: j
fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03434) komt voor: j
fragment: As (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03446) komt voor: j
fragment: wanneer (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03434) komt voor: j
fragment: gaan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03446) komt voor: j
fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03446) komt voor: j
fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03446) komt voor: j
fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03446) komt voor: j
fragment: wanneer (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03446) komt voor: j
fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03446) komt voor: j
fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03434) komt voor: j
fragment: gaan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03446) komt voor: j
fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03434) komt voor: j
fragment: As (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03446) komt voor: j
fragment: wanneer (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03446) komt voor: j
fragment: dan (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03446) komt voor: j
fragment: om (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03446) komt voor: j
fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03446) komt voor: j
fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03434) komt voor: j
fragment: om (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03434) komt voor: j
fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03446) komt voor: j
fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03446) komt voor: j
fragment: om (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03446) komt voor: j
fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03446) komt voor: j
fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03446) komt voor: j
fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03446) komt voor: j
fragment: om (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03446) komt voor: j
fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03434) komt voor: j
fragment: om (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03434) komt voor: j
fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03446) komt voor: j
fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03446) komt voor: j
fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03446) komt voor: j
fragment: om (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03446) komt voor: j
fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03446) komt voor: j
fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03446) komt voor: j
fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03434) komt voor: j
fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03434) komt voor: j
fragment: om (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03446) komt voor: j
fragment: om (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03446) komt voor: j
fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03446) komt voor: j
fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03446) komt voor: j
fragment: te (2)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03446) komt voor: j
fragment: alsdat (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03434) komt voor: j
fragment: als (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03446) komt voor: j
fragment: alsdat (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03434) komt voor: j
fragment: als (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03446) komt voor: j
fragment: dan (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03446) komt voor: j
fragment: geworden dan (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03434) komt voor: j
fragment: dan (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03446) komt voor: j
fragment: dan (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03446) komt voor: j
fragment: geworden dan (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03434) komt voor: j
fragment: dan (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03446) komt voor: j
fragment: geworden dan (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03446) komt voor: j
fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03434) komt voor: j
fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03446) komt voor: j
fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03446) komt voor: j
fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03434) komt voor: j
fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03446) komt voor: j
fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03446) komt voor: j
fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03434) komt voor: j
fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03434) komt voor: j
fragment: dan (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03446) komt voor: j
fragment: als (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03434) komt voor: j
fragment: als (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03434) komt voor: j
fragment: als (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03446) komt voor: j
fragment: als (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03434) komt voor: j
fragment: te (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03434) komt voor: j
fragment: te (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03446) komt voor: j
fragment: te (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03446) komt voor: j
fragment: te (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 03446) komt voor: j
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 03434) komt voor: n
200 (x09m) Toen we aankwamen regende het (inf. 03434) komt voor: j
200 (x09m) Toen we aankwamen regende het (inf. 03446) komt voor: j
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 03446) komt voor: j
fragment: dat (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 03434) komt voor: j
fragment: dat (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 03434) komt voor: j
fragment: dat (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 03446) komt voor: j
fragment: dat (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 03434) komt voor: j
fragment: alsof (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 03434) komt voor: j
fragment: alsof (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 03446) komt voor: j
fragment: alsof (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 03446) komt voor: j
fragment: alsof (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03446) komt voor: j
fragment: of (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03446) komt voor: j
fragment: zeker of (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03434) komt voor: j
fragment: of (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03446) komt voor: j
fragment: of (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03446) komt voor: j
fragment: zeker of (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03446) komt voor: j
fragment: zeker of (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03446) komt voor: j
fragment: of (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03434) komt voor: j
fragment: of (1)
204 (x10a) Ik weet dat jullie op niemand boos zijn (inf. 03434) vertaling: Ieg weet dat uur op ginne koad zit
204 (x10a) Ik weet dat jullie op niemand boos zijn (inf. 03446) vertaling: Ig wees dat geer op eemes koad zit
205 (x10b) Ik weet dat zij op niets trots is (inf. 03434) vertaling: Ieg weet dat heë op niets stols is
205 (x10b) Ik weet dat zij op niets trots is (inf. 03446) vertaling: Ig wees dat sie op nieks stolz is
206 (x10c) Els denkt dat 't niet gemakkelijk is (inf. 03434) vertaling: 't Els dinkt dat 't nit gemekkelijk is
206 (x10c) Els denkt dat 't niet gemakkelijk is (inf. 03446) vertaling: ut Els dinkt dat ut nit gemekkelijk is
207 (x10d) Ik weet dat ik te laat ben en jij niet (inf. 03434) vertaling: Ieg weet dat ieg te laat is en du nit
207 (x10d) Ik weet dat ik te laat ben en jij niet (inf. 03446) vertaling: Ig wees dat ig te schwieë bin en du nit
208 (x10e) Je weet toch dat jij moet werken en ik niet (inf. 03434) vertaling: Du wits toch dat du mos wirke en ieg nit
208 (x10e) Je weet toch dat jij moet werken en ik niet (inf. 03446) vertaling: Du wits doch dat du mos wirke en ig nit
209 (x10f) Iedereen denkt dat wij naar huis gaan en dat zij nog mogen blijven (inf. 03434) vertaling: Idderinne dinkt dat wit noa heem gont en dat sie darve blieve
209 (x10f) Iedereen denkt dat wij naar huis gaan en dat zij nog mogen blijven (inf. 03446) vertaling: Jikleerinne wit dat wier noor heem gunt en dat sie noch darve blieve
210 (x10g) Het is jammer dat hij komt en dat zij weggaat (inf. 03434) vertaling: 't is joamer dat heë kumt en dat sie weg geet
210 (x10g) Het is jammer dat hij komt en dat zij weggaat (inf. 03446) vertaling: It is joamer dat he kunt en (dat) sie weggeet
211 (x10h) Ik denk dat Lisa ziek is (inf. 03434) vertaling: Ieg dink dat t' Liza krank is
211 (x10h) Ik denk dat Lisa ziek is (inf. 03446) vertaling: Ig dink dat ut Lies krank is
213 (x10i) Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen (inf. 03434) vertaling: Ieg dink dat d'r Pieter en 't Liesje trouwe gunt
213 (x10i) Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen (inf. 03446) vertaling: Ig dink dat der Pi(e)tter en ut Liesje houwe gunt
226 (y01(i)a) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij en doet (inf. 03446) komt voor: n
226 (y01(i)a) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij en doet (inf. 03434) komt voor: n
227 (y01(i)b) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij doet (inf. 03434) komt voor: j
227 (y01(i)b) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij doet (inf. 03446) komt voor: n
228 (y01(i)c) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: 't Doet (inf. 03434) komt voor: n
228 (y01(i)c) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: 't Doet (inf. 03446) komt voor: n
230 (y01(ii)a) A: Hij zal niet komen B: Hij en doet (inf. 03446) komt voor: n
230 (y01(ii)a) A: Hij zal niet komen B: Hij en doet (inf. 03434) komt voor: n
231 (y01(ii)b) A: Hij zal niet komen B: Hij doet (inf. 03434) komt voor: n
231 (y01(ii)b) A: Hij zal niet komen B: Hij doet (inf. 03446) komt voor: n
232 (y01(ii)c) A: Hij zal niet komen B: 't doet (inf. 03434) komt voor: n
232 (y01(ii)c) A: Hij zal niet komen B: 't doet (inf. 03446) komt voor: n
234 (y01(iii)a) A: Slaapt hij? B: Ja, hij doet (inf. 03434) komt voor: n
234 (y01(iii)a) A: Slaapt hij? B: Ja, hij doet (inf. 03446) komt voor: n
235 (y01(iii)b) A: Slaapt hij? B: Ja, dat doet hij (inf. 03434) komt voor: j
235 (y01(iii)b) A: Slaapt hij? B: Ja, dat doet hij (inf. 03446) komt voor: j
236 (y01(iii)c) A: Slaapt hij? B: Ja, hij en doet (inf. 03434) komt voor: n
236 (y01(iii)c) A: Slaapt hij? B: Ja, hij en doet (inf. 03446) komt voor: n
237 (y01(iii)d) A: Slaapt hij? B: Ja, hij slaapt (inf. 03434) komt voor: j
237 (y01(iii)d) A: Slaapt hij? B: Ja, hij slaapt (inf. 03446) komt voor: j
238 (y01(iii)e) A: Slaapt hij? B: Nee, hij doet niet (inf. 03434) komt voor: n
238 (y01(iii)e) A: Slaapt hij? B: Nee, hij doet niet (inf. 03446) komt voor: n
239 (y01(iii)f) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet (inf. 03434) komt voor: n
239 (y01(iii)f) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet (inf. 03446) komt voor: n
240 (y01(iii)g) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet niet (inf. 03434) komt voor: n
240 (y01(iii)g) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet niet (inf. 03446) komt voor: n
241 (y01(iii)h) A: Slaapt hij? B: Nee, hij slaapt niet (inf. 03434) komt voor: n
241 (y01(iii)h) A: Slaapt hij? B: Nee, hij slaapt niet (inf. 03446) komt voor: n
242 (y01(iii)i) A: Slaapt hij? B: 't Doet (inf. 03434) komt voor: n
242 (y01(iii)i) A: Slaapt hij? B: 't Doet (inf. 03446) komt voor: n
243 (y01(iii)j) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Ie doet (inf. 03434) komt voor: n
243 (y01(iii)j) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Ie doet (inf. 03446) komt voor: n
244 (y01(iii)k) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Toetoet (inf. 03434) komt voor: n
244 (y01(iii)k) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Toetoet (inf. 03446) komt voor: n
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 03446) komt voor: n
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 03434) komt voor: n
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 03434) vertaling: Deed 't Marie idere oavend danse
komt voor: j
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 03446) komt voor: n
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 03434) vertaling: Deed 't Marie idere oavend danse
komt voor: j
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 03446) komt voor: n
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 03434) komt voor: n
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03446) komt voor: j
fragment: wiens (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03446) komt voor: j
fragment: waarvan de (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03446) komt voor: j
fragment: waarvan de (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03446) komt voor: j
fragment: wiens (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03446) komt voor: j
fragment: wiens (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03446) komt voor: j
fragment: waarvan de (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03446) komt voor: j
fragment: waar (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03446) komt voor: j
fragment: waar (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03434) komt voor: j
fragment: waar (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03434) komt voor: j
fragment: waar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03446) komt voor: j
fragment: wie (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03446) komt voor: j
fragment: - (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03446) komt voor: j
fragment: - (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03446) komt voor: j
fragment: waar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03446) komt voor: j
fragment: wie (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03446) komt voor: j
fragment: - (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03446) komt voor: j
fragment: - (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03446) komt voor: j
fragment: waar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03446) komt voor: j
fragment: wie (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03446) komt voor: j
fragment: - (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03446) komt voor: j
fragment: - (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03446) komt voor: j
fragment: waar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03446) komt voor: j
fragment: wie (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03446) komt voor: j
fragment: - (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03446) komt voor: j
fragment: - (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03446) komt voor: j
fragment: waar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03446) komt voor: j
fragment: wie (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03446) komt voor: j
fragment: - (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03446) komt voor: j
fragment: - (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03446) komt voor: j
fragment: waar (1)
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03446) komt voor: j
fragment: wie (1)
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03446) komt voor: j
fragment: wie (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03446) komt voor: j
fragment: hetgeen (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03446) komt voor: j
fragment: hetgeen (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03434) komt voor: j
fragment: die (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03446) komt voor: j
fragment: die (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03434) komt voor: j
fragment: die (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03446) komt voor: j
fragment: die (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03434) komt voor: j
fragment: waar (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03446) komt voor: j
fragment: waar (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03434) komt voor: j
fragment: waar (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03446) komt voor: j
fragment: waar (1)
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03446) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03434) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03446) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03434) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03434) komt voor: j
fragment: wat (1)
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03446) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03434) komt voor: j
fragment: wat (1)
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03446) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03434) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03446) komt voor: j
fragment: hetgeen (1)
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03434) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03446) komt voor: j
fragment: hetgeen (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03446) komt voor: j
fragment: wie (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03434) komt voor: j
fragment: wie (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03446) komt voor: j
fragment: wie (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03434) komt voor: j
fragment: wie (1)
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03434) vertaling: Weë dinkst doë weeë ieg in de sjtad tegekoame bin
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03446) vertaling: Wat dinkste wiem ig in de stjadt getroffe han
261 (y03b) Wat denken jullie hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03434) vertaling: How dinkt uur dat ze 't opgelos hant
261 (y03b) Wat denken jullie hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03446) vertaling: Wie dinkt gier datse dat opgeluest hunt
265 (y03c) Hoe denk je hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03446) vertaling: Wie dinkste dat ze ut hant opgeleust
265 (y03c) Hoe denk je hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03434) vertaling: How dinkst doe dat ze 't opgelos hant
263 (y03d) Magda weet niet wie dat wij willen bellen (inf. 03434) vertaling: 't Magda wit nit weë wir belle
263 (y03d) Magda weet niet wie dat wij willen bellen (inf. 03446) vertaling: Ut Magda wees nit wem wier wille belle
264 (y03e) Weet iemand wie of dat wij geroepen hebben? (inf. 03434) vertaling: Wit inne weë wier geroape hant
264 (y03e) Weet iemand wie of dat wij geroepen hebben? (inf. 03446) vertaling: Wit inni wem wier geroope hant
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03446) vertaling: Wem dinkste dem ig in de stjadt getroffe han
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03434) vertaling: Wee dinkst wem wier inde sjtad tegekoame sind
266 (y03g) Wie denk je die ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03434) vertaling: Wee dinkst du dat ieg in de sjtad tegekoame bin
266 (y03g) Wie denk je die ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03446) vertaling: Wem dinkste dem ig in de stjadt getroffe han
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 03434) vertaling: Heë had zieg sieng heng gewesje
opm.: reflexief: zich
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 03446) vertaling: He had sieng heng gewesche
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 03434) vertaling: Heë hat sieng hemme gewasse
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 03446) vertaling: He hat sie hemme gewesche
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 03434) vertaling: Heë hat inne hood op d'r kop
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 03446) vertaling: He hat inne hôt op der kop
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 03434) vertaling: Hee hat ing vlek opsie hemme
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 03446) vertaling: He hat ing vlek op sie hémme
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 03434) vertaling: Heë hat sie bee gebroake
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 03446) vertaling: He hat sie bee gebrooke
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 03434) vertaling: Sie hat zieg pieng gedoa
opm.: zieg = zich reflexief: zich
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 03446) vertaling: He hat zich pieng gedoa
opm.: reflexief: zich
273 (y04g) Marie trok de deken naar zich toe (inf. 03434) vertaling: 't Marie trok de deke noa zieg
opm.: zieg = zich reflexief: zich
273 (y04g) Marie trok de deken naar zich toe (inf. 03446) vertaling: Marie trok de dekke noa sig touw
opm.: sig = zich reflexief: zich
051 (y04h) Luc weet dat er foto's van hemzelf te koop zijn (inf. 03434) vertaling: D'r Luc wit dat 'r foto's va hem te koop sind
051 (y04h) Luc weet dat er foto's van hemzelf te koop zijn (inf. 03446) vertaling: der Luc wees dat bilder va himselver te koop zunt
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 03434) vertaling: Du erinner dieg toch waal dat wier durg deë busj gelope sind
opm.: dieg = dich reflexief: dich
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 03446) vertaling: Du herinnert dich toch waal dat wies doe durg dee busj hin geloope zunt
opm.: reflexief: dich
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 03434) vertaling: Ieg erinner mich dat de auto va 't Marie kapot is
opm.: reflexief: mich
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 03446) vertaling: Ig herinner mig dat der waan van ut Marie kaoppt waar
opm.: reflexief: mich
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 03434) vertaling: Sie erinnert zig dat heë as e verke zoat te ete
opm.: zig = zich reflexief: zich
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 03446) vertaling: Sie herinnerde sig dat he wie ee vérke zaat te éete
opm.: sig = zich reflexief: zich
283 (y04l) Wij herinneren ons wel dat al Jan zijn boeken gestolen waren, maar zij herinneren het zich niet (inf. 03434) vertaling: Wier erinnere os waal dat d'r Jan zieng buuk gestoale woare mar sie herinnere 't zieg nit
opm.: zieg = zich reflexief: ons reflexief: zich
283 (y04l) Wij herinneren ons wel dat al Jan zijn boeken gestolen waren, maar zij herinneren het zich niet (inf. 03446) vertaling: Wier herinnere os waal dat Jan al sieng beuker geklaud woare, mari sei herinnede sich dat nit
opm.: sich = zich reflexief: ons reflexief: zich
286 (y04m) Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt gezien hebben? (inf. 03434) vertaling: Erinnert uur uug nog dat wier d'r Jan op d'r maat gezieë hant
opm.: reflexief: je of reflexief: jullie
286 (y04m) Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt gezien hebben? (inf. 03446) vertaling: Herinnert uur ug noch dat wier der Jan op der maat gesiee hunt
opm.: reflexief: je
289 (y04n) Hij heeft zich een ongeluk gewerkt (inf. 03434) vertaling: He hat zig ee ongeluk gewirkt
opm.: zig = zich reflexief: zich
289 (y04n) Hij heeft zich een ongeluk gewerkt (inf. 03446) vertaling: He hat sig ee ongeluk gewirkt
opm.: sig = zich reflexief: zich
290 (y04o) Hij voelde zich door het ijs zakken (inf. 03434) vertaling: Heë vuult zieg durg 't ieës gezak
opm.: zieg = zich reflexief: zich
290 (y04o) Hij voelde zich door het ijs zakken (inf. 03446) vertaling: He veulde zig durg ut ies zakke
opm.: zig = zich reflexief: zich
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03446) vertaling: Zou he dat gekannt ha?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03446) vertaling: Zou he dat gekannt ha?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03446) vertaling: Zou he dat gekannt ha?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03446) vertaling: Kint he dat?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03446) vertaling: Kint he dat?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03446) vertaling: Kint he dat?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03434) vertaling: Zow heë dat gedao kune han
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03446) vertaling: Kent der dat?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03446) vertaling: Kent der dat?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03446) vertaling: Kent der dat?
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 03446) fragment: gekannt (1)
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 03434) fragment: gekant (1)
opm.: blad ontbreekt
878 (y05(ii)) Hij heeft dat nooit gedaan (inf. 03434) fragment: gedoa (1)
878 (y05(ii)) Hij heeft dat nooit gedaan (inf. 03446) fragment: gedoa (1)
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 03434) komt voor: n
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 03446) komt voor: n
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 03446) komt voor: n
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 03434) komt voor: n
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 03434) komt voor: n
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 03446) komt voor: n
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 03434) komt voor: n
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 03446) komt voor: n
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 03446) komt voor: n
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 03434) komt voor: n
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 03434) komt voor: n
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 03446) komt voor: n
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 03434) komt voor: n
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 03446) komt voor: n
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 03446) komt voor: n
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 03434) komt voor: n
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 03434) komt voor: n
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 03446) komt voor: n
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 03446) komt voor: n
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 03434) komt voor: n
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 03446) komt voor: n
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 03434) komt voor: n
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 03434) komt voor: n
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 03446) komt voor: n
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 03434) vertaling: Wier motte noa d'r sjtaal en vore de kuj
komt voor: n
opm.: dav?
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 03434) vertaling: Wier motte noa d'r sjtaal en vore de kuj
komt voor: n
opm.: dav?
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 03446) komt voor: n
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 03446) komt voor: n
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 03434) komt voor: n
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 03434) vertaling: Ich dink dat heë weg is
komt voor: j
opm.: dav
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 03446) komt voor: n
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 03434) vertaling: Ich dink dat heë weg is
komt voor: j
opm.: dav
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 03434) vertaling: Ieg dink dat heë weg is
komt voor: j
opm.: dav
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 03446) komt voor: n
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 03434) vertaling: Ieg dink dat heë weg is
komt voor: j
opm.: dav
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 03446) komt voor: n
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 03434) vertaling: Ieg weet dat heë weg is
komt voor: j
opm.: dav
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 03434) vertaling: Ieg weet dat heë weg is
komt voor: j
opm.: dav
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 03434) vertaling: Ieg weet dat heë weg is
komt voor: n
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 03446) vertaling: Ig wees, he is voet
komt voor: j
opm.: twijfel door komma in de vertaling
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 03434) vertaling: Ieg weet dat heë weg is
komt voor: n
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 03446) vertaling: Ig wees, he is voet
komt voor: j
opm.: twijfel door komma in de vertaling
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 03446) komt voor: n
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 03434) vertaling: De politie zou be hem koamen en hem mit numme
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 03434) vertaling: Al de kuj van 't Marie sind be de overstreuming verdronke
komt voor: n
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 03446) komt voor: n
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 03434) vertaling: Al de kuj van 't Marie sind be de overstreuming verdronke
komt voor: n
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 03434) vertaling: Va kieës make weet ieg niets
komt voor: n
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 03446) komt voor: n
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 03434) vertaling: Va kieës make weet ieg niets
komt voor: n
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 03446) komt voor: n
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 03434) vertaling: Mit d'r Jan bin ieg noar de maat gewee
komt voor: n
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 03434) vertaling: Mit d'r Jan bin ieg noar de maat gewee
komt voor: n
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 03434) vertaling: Ieg han de ietste dreë somme gemak welk has du gemak
opm.: dav
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 03446) komt voor: n
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 03434) komt voor: n
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 03446) komt voor: n
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 03434) vertaling: Dat zou ieg nit durve opete
komt voor: n
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 03446) komt voor: n
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 03434) vertaling: Dat zou ieg nit durve opete
komt voor: n
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 03446) komt voor: n
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 03434) komt voor: n
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 03434) vertaling: de maat gewee is
komt voor: n
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 03434) vertaling: de maat gewee is
komt voor: n
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 03446) komt voor: n
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 03434) vertaling: Lopentere koam ieg hem tege
komt voor: j
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 03446) vertaling: Loopentere koom ig hem tege
komt voor: j
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 03434) vertaling: Lopentere koam ieg hem tege
komt voor: j
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 03446) vertaling: Loopentere koom ig hem tege
komt voor: j
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 03446) vertaling: Ig han gans gel geloope
komt voor: j
opm.: dav
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 03446) vertaling: Ig han gans gel geloope
komt voor: j
opm.: dav
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 03434) komt voor: n
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 03434) komt voor: n
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 03446) komt voor: n
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 03434) vertaling: Heë dong sieg vuur of heë pas oët sie bed koam
komt voor: j
opm.: dav
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 03446) komt voor: n
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 03434) vertaling: Heë dong sieg vuur of heë pas oët sie bed koam
komt voor: j
opm.: dav
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 03446) komt voor: n
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 03434) komt voor: n
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 03446) komt voor: n
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 03434) komt voor: n
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 03446) vertaling: In dee tied leefde ig drop los
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 03434) vertaling: Toen leefde ieg eroplos
337 (y08b) Vroeger leefde hij als een beest (inf. 03446) vertaling: Vreuger lefet hé wie ee biest
337 (y08b) Vroeger leefde hij als een beest (inf. 03434) vertaling: Vrugger leefde heë as e bieës
338 (y08c) Daar leefden wij als god in Frankrijk (inf. 03434) vertaling: Doa leve wier as God in Frankriek
338 (y08c) Daar leefden wij als god in Frankrijk (inf. 03446) vertaling: Doa lefete wier wie Got en Vrankrieek
339 (y08d) Niemand mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien (inf. 03446) vertaling: Neemes darf ut sieë, dus ig fing dats du ut og nit sieë darf
339 (y08d) Niemand mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien (inf. 03434) vertaling: Ginne darf 't zië dus ieg ving das du 't og nit darf sie
340 (y08e) Het gebeurde toen je wegging (inf. 03446) vertaling: Ut gebuiret wies du voetgongs
340 (y08e) Het gebeurde toen je wegging (inf. 03434) vertaling: 't gebuurde wen du voet ging
341 (y08f) Ik weet waar je geboren bent (inf. 03434) vertaling: Ieg weet woaste gebore bis
341 (y08f) Ik weet waar je geboren bent (inf. 03446) vertaling: Ig weet woa du geboare bis
342 (y08g) Nu je klaar bent, mag je gaan (inf. 03446) vertaling: Nuste kloar bis, kenste goa
342 (y08g) Nu je klaar bent, mag je gaan (inf. 03434) vertaling: Noeste vedig bis darfste goa
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 03446) vertaling: Umdat ut Marie gestoarve woar, hat heure maan ut Anna nit mier kinne helpe
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 03434) vertaling: Durch dat 't Marie gestorve is hat siene man 't Anna nit mieë helpe kunne
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 03446) vertaling: Ig weet dat he is gonge schwimme
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03434) komt voor: j
gebr.: 5
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03446) komt voor: j
gebr.: 5
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03446) komt voor: j
gebr.: 5
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03434) komt voor: j
gebr.: 5
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 03434) komt voor: n
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 03446) komt voor: n
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 03446) komt voor: n
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 03434) komt voor: n
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 03434) komt voor: n
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 03446) komt voor: n
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 03434) komt voor: n
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 03446) komt voor: n
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 03446) komt voor: n
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 03434) komt voor: n
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 03434) komt voor: n
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 03446) komt voor: n
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 03434) komt voor: n
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 03446) komt voor: n
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 03434) komt voor: n
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 03446) komt voor: n
356 (y10d) Is het huis te koop? Jaa't (inf. 03446) komt voor: n
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 03446) komt voor: n
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 03446) vertaling: Mit soe weer kenste nit veul doee
komt voor: j
opm.: dav
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 03434) komt voor: n
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 03446) vertaling: Mit soe weer kenste nit veul doee
komt voor: j
opm.: dav
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 03446) komt voor: n
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 03434) komt voor: n
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 03434) komt voor: n
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 03446) komt voor: n
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 03434) komt voor: n
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 03446) komt voor: n
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 03434) komt voor: n
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 03446) komt voor: n
365 (y11f) Hem is dood (inf. 03434) komt voor: n
365 (y11f) Hem is dood (inf. 03446) komt voor: n
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 03434) komt voor: n
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 03446) komt voor: n
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 03434) komt voor: n
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 03446) komt voor: n
367 (y11i) Is haar ziek? (inf. 03434) komt voor: n
367 (y11i) Is haar ziek? (inf. 03446) komt voor: n
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 03434) komt voor: n
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 03446) komt voor: n
369 (y11k) Met het te sneeuwen konden we de stad niet uit (inf. 03434) komt voor: n
369 (y11k) Met het te sneeuwen konden we de stad niet uit (inf. 03446) komt voor: n
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03434) komt voor: j
fragment: die (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03446) komt voor: j
fragment: die (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03446) komt voor: j
fragment: op wie (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03434) komt voor: j
fragment: die (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03446) komt voor: j
fragment: die (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03446) komt voor: j
fragment: op wie (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03446) komt voor: j
fragment: op wie (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03446) komt voor: j
fragment: die (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03446) komt voor: j
fragment: die (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03434) komt voor: j
fragment: die (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03446) komt voor: j
fragment: die (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03434) komt voor: j
fragment: die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03446) komt voor: j
fragment: waarvan (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03446) komt voor: j
fragment: dat hij (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03434) komt voor: j
fragment: waarvan (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03434) komt voor: j
fragment: dat hij (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03446) komt voor: j
fragment: waarvan (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03446) komt voor: j
fragment: dat hij (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03434) komt voor: j
fragment: waarvan (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03434) komt voor: j
fragment: dat hij (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03446) komt voor: j
fragment: dat hij (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03446) komt voor: j
fragment: waarvan (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03434) komt voor: j
fragment: dat hij (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03434) komt voor: j
fragment: waarvan (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03434) komt voor: j
fragment: dat (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03434) komt voor: j
fragment: waarvan (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03446) komt voor: j
fragment: waarvan (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03446) komt voor: j
fragment: dat die (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03434) komt voor: j
fragment: waarvan (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03434) komt voor: j
fragment: dat (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03446) komt voor: j
fragment: waarvan (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03446) komt voor: j
fragment: dat die (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03434) komt voor: j
fragment: waarvan (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03434) komt voor: j
fragment: dat (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03446) komt voor: j
fragment: dat die (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03446) komt voor: j
fragment: waarvan (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03434) komt voor: j
fragment: waar (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03446) komt voor: j
fragment: waar (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03434) komt voor: j
fragment: waar (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03446) komt voor: j
fragment: waar (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03446) komt voor: j
fragment: wie (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03434) komt voor: j
fragment: wie (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03446) komt voor: j
fragment: wie (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03434) komt voor: j
fragment: wie (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03434) komt voor: j
fragment: waar (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03434) komt voor: j
fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03446) komt voor: j
fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03446) komt voor: j
fragment: waar (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03434) komt voor: j
fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03434) komt voor: j
fragment: waar (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03446) komt voor: j
fragment: waar (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03446) komt voor: j
fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03434) komt voor: j
fragment: waar (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03434) komt voor: j
fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03446) komt voor: j
fragment: waar (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03446) komt voor: j
fragment: (2)
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03434) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03446) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03434) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03446) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03434) komt voor: j
fragment: die (1)
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03446) komt voor: j
fragment: die (1)
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03434) komt voor: j
fragment: die (1)
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03446) komt voor: j
fragment: die (1)
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03446) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03434) komt voor: j
fragment: wat (1)
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03446) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03434) komt voor: j
fragment: wat (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03434) komt voor: j
fragment: die (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03446) komt voor: j
fragment: die (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03434) komt voor: j
fragment: die (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03446) komt voor: j
fragment: die (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03446) komt voor: j
fragment: waarvan de (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03434) komt voor: j
fragment: van wie (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03446) komt voor: j
fragment: waarvan de (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03434) komt voor: j
fragment: van wie (1)
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03446) vertaling: der Piet dinkt dat der Jan en ut Marie op neemes koad zunt
betekenis: negative concord
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03434) vertaling: d'r Piet dinkt d'r Jan en 't Mia op ginne koad is
betekenis: negative concord
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03446) vertaling: der Piet dinkt dat der Jan en ut Marie op neemes koad zunt
betekenis: negative concord
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03434) vertaling: d'r Piet dinkt d'r Jan en 't Mia op ginne koad is
betekenis: negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03446) vertaling: der Wim dinkt dat weer neemes oots inne pries géve
betekenis: negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03434) vertaling: d'r Wiel dinkt dat wieër ginne ene prieës geve
betekenis: negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03446) vertaling: der Wim dinkt dat weer neemes oots inne pries géve
betekenis: negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03434) vertaling: d'r Wiel dinkt dat wieër ginne ene prieës geve
betekenis: negative concord
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03434) vertaling: 't Is woar dat ze nit mit 't Mia darve kalle
betekenis: negatie > modaal
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03446) vertaling: Ut is woar dat ut nit touwgeschtaange is dat ze mit ut Marie kalle
betekenis: negatie > modaal
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03434) vertaling: 't Is woar dat ze nit mit 't Mia darve kalle
betekenis: negatie > modaal
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03446) vertaling: Ut is woar dat ut nit touwgeschtaange is dat ze mit ut Marie kalle
betekenis: negatie > modaal
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 03446) vertaling: Nurges
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 03434) vertaling: nurgens
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 03434) vertaling: ginne
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 03446) vertaling: neemes
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 03446) vertaling: noets
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 03434) vertaling: Wen Poasje en Pinksteren op inne daag valle
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 03446) vertaling: weet ig nit
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 03434) vertaling: nieks
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 03434) vertaling: ging ing
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 03446) vertaling: ginne inne
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 03434) vertaling: Zaag h'm nit dat ig noa boeëte gewee bin
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 03446) vertaling: Saag him nit dat ig noa buote bin gewé
393 (z04b) Niet vertellen dat je een cadeau voor hem hebt gekocht, hoor! (inf. 03434) vertaling: Zaag nit dat ze get vuur h'm gekocht has
393 (z04b) Niet vertellen dat je een cadeau voor hem hebt gekocht, hoor! (inf. 03446) vertaling: Nit saage dats du ee cadoo vuur him has gegole, huur!
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 03434) vertaling: Wits du nit dat hee gevalle is
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 03446) vertaling: Wits du nit dat hee gevalle is?
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 03434) vertaling: 't Wendy probeert ginne pieng te doeë
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 03446) vertaling: ut Wendy proberet um neemes pieng te doee
397 (z05b) 't Schijnt dat ze niets mag eten (inf. 03434) vertaling: 't liekt 'r op dat ze niet maag ete
397 (z05b) 't Schijnt dat ze niets mag eten (inf. 03446) vertaling: ut schiengt dat sie nieks maag eete
398 (z05c) Ze schijnt niets te mogen eten (inf. 03446) vertaling: sie schiengt nieks te maage eete
399a (z05d) Ze proberen al de hele dag om elkaar op te bellen (inf. 03434) vertaling: Ze probere al d'r ganse daag elkaar te belle
399a (z05d) Ze proberen al de hele dag om elkaar op te bellen (inf. 03446) vertaling: se probeere al der ganse daag um elkaar op te belle
400 (z05e) Het belooft weer een mooie dag te worden (inf. 03434) vertaling: 't Versjprikt weer een sjunne daag te wede
400 (z05e) Het belooft weer een mooie dag te worden (inf. 03446) vertaling: ut belooft werm inne schaune daag te weéde
401 (z05f) 't Is misschien beter om nog even te wachten (inf. 03446) vertaling: ut is misschien besser um noch effe te waade
401 (z05f) 't Is misschien beter om nog even te wachten (inf. 03434) vertaling: 't Is missjien beter um nog effe te wachte
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 03434) vertaling: Wier hanne 't geluk om um direct teruk te vinge
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 03446) vertaling: wier hame ut geluk um hem direk truk te vinge
404 (z06a) Als de kippen een valk zien, zijn ze bang (inf. 03434) vertaling: As de kippe ee välske zient sint ze bang
404 (z06a) Als de kippen een valk zien, zijn ze bang (inf. 03446) vertaling: Wenn de kippe inge falk sient, sunt se bang
405 (z06b) Als we de aardappelen niet kunnen verkopen, zitten we in de problemen (inf. 03434) vertaling: As wier de aepel nit verkope kunne hant wier een probleem
405 (z06b) Als we de aardappelen niet kunnen verkopen, zitten we in de problemen (inf. 03446) vertaling: Wenn we de irppel nit kenne verkope, sitze wier in de probleme
406 (z06c) Als jullie hem niet meenemen word ik kwaad (inf. 03434) vertaling: As uur hem nit mitnumt weerd ich koad
406 (z06c) Als jullie hem niet meenemen word ik kwaad (inf. 03446) vertaling: Went ihr him nit mitneme weet ig koad
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 03434) vertaling: Heee wis 't
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 03446) vertaling: Hé woos ut
408 (z06e) Op dit feest wordt er veel gedanst (inf. 03434) vertaling: Op dit fes weerd vuul gedanst
408 (z06e) Op dit feest wordt er veel gedanst (inf. 03446) vertaling: Op dit fes weet veul gedans
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 03434) vertaling: Noe weerd alling nog broeëd verkoch in dee winkel
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 03446) vertaling: Noe weet alling nog mae broet verkoch in de winkel
410 (z06g) Als hij met de fiets komt, zal hij wel laat zijn (inf. 03434) vertaling: As hee mit d'r fiets kumt zal hee wal te laat zie
410 (z06g) Als hij met de fiets komt, zal hij wel laat zijn (inf. 03446) vertaling: Wenn he mit der fiets kunt, sal he waal spieë sieë
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 03434) vertaling: As te tied has kom eens langs
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 03446) vertaling: Wenst du tiet hast, kom dan isn ing kieer langs
413a (z06i) Als ik rijk ben, koop ik een dure auto (inf. 03434) vertaling: As ig rieëk bin koop ig inne dure auto
413a (z06i) Als ik rijk ben, koop ik een dure auto (inf. 03446) vertaling: Wenn ig rieek bin gel ig inne duure waan
881 (z07(i)) Ik weet dat (ge)(je) 't (gij)(jij) gedaan hebt (inf. 03434) komt voor: n
881 (z07(i)) Ik weet dat (ge)(je) 't (gij)(jij) gedaan hebt (inf. 03446) komt voor: n
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 03446) komt voor: n
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 03434) komt voor: n
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 03434) komt voor: n
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 03446) komt voor: n
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 03446) komt voor: n
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 03434) komt voor: n
420 (z07(ii)d) Durfdeze gij uitnodigen? (inf. 03446) komt voor: n
420 (z07(ii)d) Durfdeze gij uitnodigen? (inf. 03434) komt voor: n
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 03434) komt voor: n
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 03446) komt voor: n
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 03446) komt voor: n
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 03434) komt voor: n
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 03446) komt voor: n
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 03434) komt voor: n
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 03446) vertaling: Ig han ut hem gegoave
komt voor: j
opm.: dav
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 03434) komt voor: n
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 03446) vertaling: Ig han ut hem gegoave
komt voor: j
opm.: dav
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 03446) komt voor: n
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 03434) komt voor: n
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03434) vertaling: 't Marie hat gesag dat du geprobeerd has e leedje te singe
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03446) vertaling: ut Marie hat gezag dats du geprobeert has e leedje te zinge
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03446) vertaling: Ut Marie hat gezag dats du geprobeert has ee leedje te singe
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03434) vertaling: 't Mia gat gezag das du geprobeert has e liedje te zinge
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03446) vertaling: Ut Marie hat gezag dats du geprobeert has ee leedje te singe
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03434) vertaling: 't Marie hat gesag dat du geprobeerd has e leedje te singe
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03434) vertaling: 't Mia gat gezag das du geprobeert has e liedje te zinge
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03446) vertaling: ut Marie hat gezag dats du geprobeert has e leedje te zinge
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 03434) vertaling: 't Mia hat gezag das du geprobeert has e book te geve
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 03446) vertaling: ut Marie hat gezag dats du
opm.: antwoord onvolledig
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 03434) komt voor: n
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 03446) komt voor: n
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 03434) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: aan- of afwezigheid van 'te' niet aangeduid
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 03446) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: aan- of afwezigheid van 'te' niet aangeduid
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 03434) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: aan- of afwezigheid van 'te' niet aangeduid
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 03446) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: aan- of afwezigheid van 'te' niet aangeduid
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 03434) komt voor: n
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 03446) komt voor: n
604a (z08d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen geprobeerd (inf. 03434) komt voor: n
604a (z08d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen geprobeerd (inf. 03446) komt voor: n
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 03434) komt voor: n
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 03446) komt voor: n
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 03434) komt voor: n
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 03446) komt voor: n
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03434) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: aan- of afwezigheid van 'te' niet aangeduid
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03446) komt voor: j
gebr.: 5
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03434) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: aan- of afwezigheid van 'te' niet aangeduid
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03446) komt voor: j
gebr.: 5
440 (z09a) Die van de stad, die hebben hier veel huizen gebouwd (inf. 03446) vertaling: Die van de stjad die hant hij veul nuuje huuser gebout
440 (z09a) Die van de stad, die hebben hier veel huizen gebouwd (inf. 03434) vertaling: De luii oët de stad hant hee veul huuzer gebouwd
441 (z09b) Aan die nieuwe vaart, daar zie je geen mens meer (inf. 03434) vertaling: A die neue vaart ziest ging luu meeë
441 (z09b) Aan die nieuwe vaart, daar zie je geen mens meer (inf. 03446) vertaling: Aan de neuj vaart, doa ziest te gee minsch mieer
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 03446) vertaling: Gister is Jan hij gewee
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 03434) vertaling: Gistere is d'r Jan hee gewee
443 (z09d) De dag dat Jan belde, was ik niet thuis (inf. 03434) vertaling: D'r daag dat d'r Jan belde woar ig nit heem
443 (z09d) De dag dat Jan belde, was ik niet thuis (inf. 03446) vertaling: Der daag dat Jan belde woa ig nit heem
444 (z09e) Jef, die zou ik nooit uitnodigen (inf. 03434) vertaling: d'r Zef zouw ik nooit nuude
444 (z09e) Jef, die zou ik nooit uitnodigen (inf. 03446) vertaling: der Sjef, dem zou ig noets oetnuedige
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 03446) vertaling: Ut Marie die zou soeget noets doee
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 03434) vertaling: 't Mia zou zo get nooit dooe
446 (z09g) Bert, die drinkt wel eens een glas te veel (inf. 03434) vertaling: d'r Beet drinkt wal uns ee gleeske te veul
446 (z09g) Bert, die drinkt wel eens een glas te veel (inf. 03446) vertaling: der Bert, de drinkt waal ins e glaas te veul
447 (z09h) Martha, die zou ik wel eens bij mij thuis willen uitnodigen (inf. 03434) vertaling: 't Mart zou ig wal 'ns bee mig heem wille nude
447 (z09h) Martha, die zou ik wel eens bij mij thuis willen uitnodigen (inf. 03446) vertaling: ut Martha, dem zou ig waal ins bij mich heem wille oetneudige
448 (z09i) Dat huis, dat zou ik nooit willen kopen (inf. 03446) vertaling: Dat hoes, dat zou ig noets wille
448 (z09i) Dat huis, dat zou ik nooit willen kopen (inf. 03434) vertaling: Dat hoes zou ig nooit kope
449 (z09j) Dat huis, dat staat daar al vijftig jaar (inf. 03434) vertaling: Dat hoes steet al vieftig do
449 (z09j) Dat huis, dat staat daar al vijftig jaar (inf. 03446) vertaling: Dat hoes, dat steet doa al vofseig joar
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03434) komt voor: j
gebr.: 5
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03434) komt voor: j
gebr.: 5
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03446) komt voor: j
gebr.: 5
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03446) komt voor: j
gebr.: 5
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03434) komt voor: j
gebr.: 5
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03446) komt voor: j
gebr.: 5
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03446) komt voor: j
gebr.: 5
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03434) komt voor: j
gebr.: 5
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03446) komt voor: j
gebr.: 5
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03434) komt voor: j
gebr.: 5
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03434) komt voor: j
gebr.: 5
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03446) komt voor: j
gebr.: 5
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03434) komt voor: j
gebr.: 5
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03434) komt voor: j
gebr.: 5
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03446) komt voor: j
gebr.: 5
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03446) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03434) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03446) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03446) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03434) komt voor: j
gebr.: 5
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 03446) vertaling: Hat der Gunther gebelt
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 03434) vertaling: Hat d'r Gunther gebeld
473 (z11b) En pas op! (inf. 03446) vertaling: Paas op
473 (z11b) En pas op! (inf. 03434) vertaling: Pas op
473 (z11b) En pas op! (inf. 03446) vertaling: Paas op
473 (z11b) En pas op! (inf. 03446) vertaling: Kiek oet
473 (z11b) En pas op! (inf. 03446) vertaling: Kiek oet
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 03434) vertaling: 't Woar mar net good genog
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 03446) vertaling: ut woar me graat got genog
475 (z11d) Marjo heeft nu meer koeien dan ze vroeger en had (inf. 03446) vertaling: ut Marjo hat noe mier kuuj dan ze vreuger how
475 (z11d) Marjo heeft nu meer koeien dan ze vroeger en had (inf. 03434) vertaling: 't Marjo hat noeë mieë kuj wie vreuger
476 (z11e) Als Susanne en had kunnen komen dan had ze dat gedaan (inf. 03434) vertaling: As 't Susanne how kenne kome dan how ze 't gedoa
476 (z11e) Als Susanne en had kunnen komen dan had ze dat gedaan (inf. 03446) vertaling: Wann ut Suzan huuj kunne koome,dan huuj ze dat gedoa
477 (z11f) Zij is de beste dokter die ik en ken (inf. 03434) vertaling: Siee is d'r beste dokter deë ieg ken
477 (z11f) Zij is de beste dokter die ik en ken (inf. 03446) vertaling: Sie is der beste doktor dem ig kin
478 (z11g) Voor je iets en weggooit, moet je even bellen (inf. 03446) vertaling: Vuur du get voetwurps, mos du effe belle
478 (z11g) Voor je iets en weggooit, moet je even bellen (inf. 03434) vertaling: Vuur dat ze wat weg wurps moste effe belle
479 (z11h) Hier is alles wat ik gekregen en heb (inf. 03434) vertaling: Heë is alles wat ieg gekriege han
479 (z11h) Hier is alles wat ik gekregen en heb (inf. 03446) vertaling: Hij is alles dat ig gekrieege han
480 (z11i) Jan en is te gierig om iets aan z'n kinderen te geven (inf. 03434) vertaling: D'r Jan is te hoak om get a zieng kinger te geve
480 (z11i) Jan en is te gierig om iets aan z'n kinderen te geven (inf. 03446) vertaling: der Jan is te knautsig um get an sing kinjer te geve
481 (z11j) Alsof jij iets van voetballen en weet! (inf. 03446) vertaling: Of du get va voetballe wits
481 (z11j) Alsof jij iets van voetballen en weet! (inf. 03434) vertaling: Of du get va voetballe wits
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 03434) vertaling: Leg dat book ner
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 03446) vertaling: Lek dat book neer
483 (z11l) Als je echt niet kunt wachten, dan kom maar (inf. 03434) vertaling: As du nit kans wachte dan kom mar
483 (z11l) Als je echt niet kunt wachten, dan kom maar (inf. 03446) vertaling: Wenn du echt nit waade kens, dan kômmer
488 (z12a) Ik weet dat Jan de dokter had kunnen roepen (inf. 03434) vertaling: Iech weet dat d'r Jan d'r dokter how kenne roape
488 (z12a) Ik weet dat Jan de dokter had kunnen roepen (inf. 03446) vertaling: Ig weet dat der Jan der doktor huuj kinne roope
489 (z12b) Ik weet dat Jan de dokter kon geroepen hebben (inf. 03434) vertaling: Ieg weet dat d'r Jan d'r dokter kos geroape han
490 (z12c) Hij zei dat ik het had moeten doen (inf. 03446) vertaling: He saat dat ig it huuj moete doee
490 (z12c) Hij zei dat ik het had moeten doen (inf. 03434) vertaling: Heë sag dat ieg 't how motte doeë
491 (z12d) Hij zei dat ik het moest gedaan hebben (inf. 03434) vertaling: Heë zag dat ieg het gedoa mos haw
491 (z12d) Hij zei dat ik het moest gedaan hebben (inf. 03446) vertaling: He saat dat ig it gedoa moes ha
492 (z12e) Hij is vorige week door dokter Mertens geopereerd (inf. 03446) vertaling: He is veurige wéek durg doktor Mertens geopereert
492 (z12e) Hij is vorige week door dokter Mertens geopereerd (inf. 03434) vertaling: Heeë is de vurige week durg dokter Mertens geopereerd
493 (z12f) Hij wordt morgen door dokter Mertens geopereerd (inf. 03446) vertaling: He wéét muerge durg doktor Mertens geopereert
493 (z12f) Hij wordt morgen door dokter Mertens geopereerd (inf. 03434) vertaling: Heeë weet murge durg dokter Mertens geoppereerd
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03434) vertaling: Iek dink das du veul zouws motte weg werpe
positie: 3
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03446) vertaling: Ig dink datste veul voet zouts motte werpe
positie: 1
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03434) vertaling: Iek dink das du veul zouws motte weg werpe
positie: 3
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03446) vertaling: Ig dink datste veul voet zouts motte werpe
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03434) vertaling: 't Is dom zoeng dure dinger weg te werpe
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03446) vertaling: It is dom um soen duure dinger voet te werpe
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03434) vertaling: 't Is dom zoeng dure dinger weg te werpe
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03446) vertaling: It is dom um soen duure dinger voet te werpe
positie: 1
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03434) vertaling: Heë is alle kapotte dinger a 't weg werpe
positie: 2
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03446) vertaling: He is alle kapotte saache an ut voetwerpe
positie: 2
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03434) vertaling: Heë is alle kapotte dinger a 't weg werpe
positie: 2
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03446) vertaling: He is alle kapotte saache an ut voetwerpe
positie: 2
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03434) vertaling: Ieg ving das du dekker de krant zouw motte leze
positie: 1
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03446) vertaling: Ig ving datste vaker de tsiedong zouts motte léze
positie: 1
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03434) vertaling: Ieg ving das du dekker de krant zouw motte leze
positie: 1
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03446) vertaling: Ig ving datste vaker de tsiedong zouts motte léze
positie: 1
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03434) vertaling: 't is dom om in 't duuster de krant te leze
positie: 1
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03446) vertaling: It is dom um in der duuster de tsiedong te léze
positie: 1
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03434) vertaling: 't is dom om in 't duuster de krant te leze
positie: 1
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03446) vertaling: It is dom um in der duuster de tsiedong te léze
positie: 1
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03434) vertaling: Heë is de ganse daag de krant a't leze
positie: 1
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03446) vertaling: He is ter ganse daag de tsiedong an ut léze
positie: 1
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03434) vertaling: Heë is de ganse daag de krant a't leze
positie: 1
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03446) vertaling: He is ter ganse daag de tsiedong an ut léze
positie: 1
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 03434) fragment: door (1)
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 03446) fragment: door (1)
507 (z14b) Ze hebben aan hem laten lachen (inf. 03446) fragment: ook (1)
508 (z14c) Ze hebben aan hem laten vallen omdat hij zijn werk niet goed deed (inf. 03446) fragment: (ook) (1)
506 (z14d) Heb jij aan Jan gezien? (inf. 03446) fragment: (ook) (1)
510 (z14e) Heb jij aan mijn portefeuille gezien? (inf. 03446) fragment: (ook) (1)
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 03446) vertaling: Sie dink ee han ig nog noets gezieë
komt voor: j
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 03446) vertaling: Sie dink ee han ig nog noets gezieë
komt voor: j
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 03434) komt voor: n
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 03434) komt voor: n
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 03446) komt voor: n
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 03446) komt voor: n
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 03434) komt voor: n
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 03446) komt voor: n
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 03434) komt voor: n
516 (z16a) Robert heeft één groene appel weggegeven, en nu heeft hij er nog twee rode (inf. 03446) vertaling: der Robbert hat inne greune appel voetgegoave, en noe hat he der noch twieë roeve
516 (z16a) Robert heeft één groene appel weggegeven, en nu heeft hij er nog twee rode (inf. 03434) vertaling: D'r Robert hat inne grenne appel weggegeve en noeë hat heeë nog twie roeë
412 (z16b) Er waren veel mensen op het feest (inf. 03434) vertaling: D'r wore veul luuj op 't fes
412 (z16b) Er waren veel mensen op het feest (inf. 03446) vertaling: Der woare veul luuj op ut fés
413 (z16c) Jammer dat ik gisteren niet kon komen. Waren er veel mensen op het feest? (inf. 03446) vertaling: Woare veul luuj op ut fés
413 (z16c) Jammer dat ik gisteren niet kon komen. Waren er veel mensen op het feest? (inf. 03434) vertaling: Woare veul luuj op 't fes
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03434) vertaling: Wat veur beuk has du gekoch
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03446) vertaling: Watvuur beuk haste gegoole
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03434) vertaling: Wat veur beuk has du gekoch
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03446) vertaling: Watvuur beuk haste gegoole
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03446) vertaling: Wat haste vuur beuk gegoole
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03434) vertaling: Wat vuur beuk hast du gekoch
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03446) vertaling: Wat haste vuur beuk gegoole
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03434) vertaling: Wat vuur beuk hast du gekoch
521 (z16e) Hij woont bij Marietje (inf. 03434) vertaling: Heeë wont bij 't Marietje
521 (z16e) Hij woont bij Marietje (inf. 03446) vertaling: He woont bie ut Marieche
522 (z16f) Hij woont bij Wim (inf. 03446) vertaling: He woont bie der Wim
522 (z16f) Hij woont bij Wim (inf. 03434) vertaling: Heeë wont bij d'r Wim
523 (z16g) Loop even naar de bakker, Wim! (inf. 03434) vertaling: Loop effe noa d'r bekker Wim
523 (z16g) Loop even naar de bakker, Wim! (inf. 03446) vertaling: Loop effe noa d'r bekker, Wim
524 (z16h) Wie heb je gezien? (inf. 03434) vertaling: Weë has du gezieë
524 (z16h) Wie heb je gezien? (inf. 03446) vertaling: Wé haste gesieë?
525 (z16i) Wie heeft jou gezien? (inf. 03446) vertaling: Wé hat dich gesieë
525 (z16i) Wie heeft jou gezien? (inf. 03434) vertaling: Weë has du geseë
527 (z16j) Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan (inf. 03434) vertaling: How ieg dat gewete dan how ieg dat nit gedoa
527 (z16j) Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan (inf. 03446) vertaling: Huuj ig dat geweete, dan huuj ig dat nit gedoa
528 (z16k) 't Zou beter zijn om nog even te wachten (inf. 03434) vertaling: 't Zow beter zieë om nog effe te wachte
528 (z16k) 't Zou beter zijn om nog even te wachten (inf. 03446) vertaling: Ut woar béter um noch effe te waade
882 (z16l) Gelukkig had Jan de dokter gebeld en die was er al heel gauw (inf. 03446) vertaling: Gelukkig haw der Jan der doktor gebeld en dé woa der al gans gouw
882 (z16l) Gelukkig had Jan de dokter gebeld en die was er al heel gauw (inf. 03434) vertaling: Gelukkig hat d'r Jan d'r dokter gebeld en dee woar d'r al gans gauw
883 (z16m) Loop nou toch door, vervelende jongens! (inf. 03434) vertaling: Loop noe toch durg vervelende jonge
883 (z16m) Loop nou toch door, vervelende jongens! (inf. 03446) vertaling: Loop noe doch durg, vervelende jonger
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03434) komt voor: j
gebr.: 4
opm.: aan- of afwezigheid van 'te' niet aangeduid
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03446) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: aan- of afwezigheid van 'te' niet aangeduid
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03434) komt voor: j
gebr.: 4
opm.: aan- of afwezigheid van 'te' niet aangeduid
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03446) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: aan- of afwezigheid van 'te' niet aangeduid
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 03446) komt voor: n
gebr.: 4
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 03434) komt voor: n
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 03446) komt voor: n
gebr.: 4
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03434) komt voor: j
gebr.: 3
opm.: aan- of afwezigheid van 'te' niet aangeduid
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03434) komt voor: j
gebr.: 3
opm.: aan- of afwezigheid van 'te' niet aangeduid
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03446) komt voor: j
opm.: aan- of afwezigheid van 'te' niet aangeduid
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 03434) komt voor: n
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 03446) komt voor: n
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 03434) komt voor: n
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 03446) komt voor: n
605a (z17f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen proberen (inf. 03434) komt voor: n
605a (z17f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen proberen (inf. 03446) komt voor: n
548 (z17g) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen proberen hebt (inf. 03446) komt voor: n
gebr.: 1
548 (z17g) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen proberen hebt (inf. 03434) komt voor: n
548 (z17g) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen proberen hebt (inf. 03446) komt voor: n
gebr.: 1
542 (z17h) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt proberen (inf. 03434) komt voor: n
542 (z17h) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt proberen (inf. 03446) komt voor: n
gebr.: 1
542 (z17h) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt proberen (inf. 03446) komt voor: n
gebr.: 1

interview mondelinge enquête

sprekertekstcommentaar 
geen interview gehouden in Eygelshoven

data telefonische enquête

zinsnr.testzininstructieantwoorden
geen data telefonische enquête in Eygelshoven