SAND-data Waubach (Q117a)

schriftelijke enqute | mondelinge enqute | telefonische enqute

data schriftelijke enqute

zinsnr.testzinantwoorden
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 03310) vertaling: D'r Jan kint dat verhoal nog wal
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 03309) vertaling: D'r Jan entrint zich die gesjiechte
opm.: reflexief: zich
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 03309) vertaling: 't Marie en d'r Piet zient zich vur de kirk
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 03310) vertaling: 't Marie en d'r Piet zient zich vur de sangs
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 03310) vertaling: D'r Tuen wesjt zich
opm.: reflexief: zich
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 03309) vertaling: d'r Triën wesjt zich
opm.: reflexief: zich
038 (x01d) De timmerman heeft geen spijkers bij zich (inf. 03310) vertaling: D'r sjriener hat ging neëgel bi-j zich
opm.: reflexief: zich
038 (x01d) De timmerman heeft geen spijkers bij zich (inf. 03309) vertaling: D'r sjriehner had ging neal bi-j zich
opm.: reflexief: zich
039 (x01e) Fons zag een slang naast ... (inf. 03310) vertaling: D'r Funs zoog 'n sjlang neëve zich
opm.: reflexief: zich
039 (x01e) Fons zag een slang naast ... (inf. 03309) vertaling: d'r funs zoog ing sjlang neave zich
opm.: reflexief: zich
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 03310) vertaling: D'r Erik leet mich vur 'm wirke
opm.: reflexief: hem
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 03309) vertaling: d'r Erik loot mich vur hem wirke
opm.: reflexief: hem
041 (x01g) Johanna liet zich meedrijven op de golven (inf. 03310) vertaling: 't Johan leet zich drieve op de gólve/welle
opm.: reflexief: zich
041 (x01g) Johanna liet zich meedrijven op de golven (inf. 03309) vertaling: 't Johan loot zich mitdriehve òp de golve
opm.: reflexief: zich
042 (x01h) Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel (inf. 03310) vertaling: D'r Tuen bekeek zich uns gód in d'r sjpegel
opm.: reflexief: zich
042 (x01h) Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel (inf. 03309) vertaling: d'r Triën bekeek zich ins gòd in d'r sjpeegel
opm.: reflexief: zich
043 (x01i) Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken (inf. 03310) vertaling: D'r jan had zich in twieë menütte ee gepilsj
opm.: reflexief: zich
043 (x01i) Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken (inf. 03309) vertaling: d'r Jan had in twieë minute e beeke gedrònke
044 (x01j) Deze schoenen lopen gemakkelijk (inf. 03310) vertaling: Dees sjoen lope mekkelig
044 (x01j) Deze schoenen lopen gemakkelijk (inf. 03309) vertaling: Dis sjoon lope gemekkeluk
045 (x01k) Eduard kent zichzelf goed (inf. 03310) vertaling: D'r Ed kint zich good
opm.: reflexief: zich
045 (x01k) Eduard kent zichzelf goed (inf. 03309) vertaling: d'r Eed kint zichzelf gòd
opm.: reflexief: zichzelf
046 (x01l) Ward heeft gehoord dat er foto's van zichzelf in de etalage staan (inf. 03310) vertaling: D'r Ward hat gehoeët dat 'r fotoos va hem in de ittlaasj sjtónt
opm.: reflexief: hem
046 (x01l) Ward heeft gehoord dat er foto's van zichzelf in de etalage staan (inf. 03309) vertaling: d'r Ward had gehoeët dat 'r bilder va zich in de sjouwkas laghe
opm.: reflexief: zich
047 (x01m) Die aardappelen schillen niet gemakkelijk (inf. 03310) vertaling: Die eëpel sjelle zich nit mekkig
opm.: reflexief: zich
047 (x01m) Die aardappelen schillen niet gemakkelijk (inf. 03309) vertaling: Die irpel sjelle zich niet lieët (gemekkeluk)
opm.: reflexief: zich
884 (x01n) Dit glas breekt als het op de grond valt (inf. 03310) vertaling: Dit glaas brik went 't óppen eëd vilt
884 (x01n) Dit glas breekt als het op de grond valt (inf. 03309) vertaling: Dit glas brikt wen't op geneëd vilt
052 (x02a) Dokter, leef ik wel gezond genoeg? (inf. 03309) vertaling: Dokter, leef ich wal gezònk genoch?
052 (x02a) Dokter, leef ik wel gezond genoeg? (inf. 03310) vertaling: Dokter, leëf ich wal gzónk genóg?
054 (x02b) Al jaren leeft hij van de erfenis van zijn vader (inf. 03309) vertaling: Al joare left heë van de erbsjaf van zieë vadder
054 (x02b) Al jaren leeft hij van de erfenis van zijn vader (inf. 03310) vertaling: Al joare left deë van wat d'r pap 'm noaleet
056 (x02c) Deze week leeft zij op water en brood (inf. 03309) vertaling: Dis weak lef zieë òp water en broeëd
056 (x02c) Deze week leeft zij op water en brood (inf. 03310) vertaling: Des weëk left zie/het óp broeêd en water
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 03309) vertaling: Lef 't noch?
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 03310) vertaling: Left 't nog?
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 03309) vertaling: Wie lang lef dier nou al van die erbsjaf
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 03310) vertaling: Wielang left ier noe al van die erfsjaf?
062 (x02f) In Bretagne leven ze vooral van de visvangst (inf. 03309) vertaling: I Bretagne leave ze vurral van 't vussje
062 (x02f) In Bretagne leven ze vooral van de visvangst (inf. 03310) vertaling: In Bretagne leëve ze hauptsechlig van wat d'r vusj ópbringt
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 03309) vertaling: Noa 't eëte gon ich sjloffe
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 03310) vertaling: Noa 't eëte gon ich noa ge bed
065 (x02h) Zou ik dat wel kunnen doen? (inf. 03309) vertaling: Zow ich dat waal kònne doeë?
065 (x02h) Zou ik dat wel kunnen doen? (inf. 03310) vertaling: Kin ich dat wal doeë?
066 (x02i) Hij liet zijn huis afbreken (inf. 03309) vertaling: Hea loot zie hoeës aafbreake
066 (x02i) Hij liet zijn huis afbreken (inf. 03310) vertaling: Heë leet zie hoes aafriete
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03310) vertaling: Ich weet dat d'r Jan hel wirke mót kinne
komt voor: j
gebr.: 5
opm.: eerste optie is "de meest gebruikelijke + juiste"
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03310) vertaling: Ich weet dat d'r Jan hel mót kinne wirke
komt voor: j
gebr.: 5
opm.: eerste optie is "de meest gebruikelijke + juiste"
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03310) vertaling: Ich weet dat d'r Jan hel mót kinne wirke
komt voor: j
gebr.: 5
opm.: eerste optie is "de meest gebruikelijke + juiste"
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03309) vertaling: Ich weet dat d'r Jan hèël mot kunne wirke
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03310) vertaling: Ich weet dat d'r Jan hel mót kinne wirke
komt voor: j
gebr.: 5
opm.: eerste optie is "de meest gebruikelijke + juiste"
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03310) vertaling: Ich weet dat d'r Jan hel wirke mót kinne
komt voor: j
gebr.: 5
opm.: eerste optie is "de meest gebruikelijke + juiste"
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03309) vertaling: Ich weet dat d'r Jan hèël mot kunne wirke
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03310) vertaling: Ich weet dat d'r Jan hel wirke mót kinne
komt voor: j
gebr.: 5
opm.: eerste optie is "de meest gebruikelijke + juiste"
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03310) vertaling: Ich weet dat d'r Jan hel wirke mót kinne
komt voor: j
gebr.: 5
opm.: eerste optie is "de meest gebruikelijke + juiste"
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03310) vertaling: Ich weet dat d'r Jan hel mót kinne wirke
komt voor: j
gebr.: 5
opm.: eerste optie is "de meest gebruikelijke + juiste"
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03309) vertaling: Ich weet dat d'r Jan hèël mot kunne wirke
komt voor: j
gebr.: 5
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 03310) komt voor: n
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 03309) komt voor: n
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 03309) komt voor: n
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 03310) komt voor: n
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 03310) komt voor: n
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 03309) komt voor: n
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 03310) komt voor: j
gebr.: 4
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 03309) komt voor: n
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 03310) komt voor: j
gebr.: 4
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 03309) komt voor: j
gebr.: 2
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 03310) komt voor: j
gebr.: 4
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 03309) komt voor: j
gebr.: 2
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 03310) komt voor: j
gebr.: 4
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03310) komt voor: j
gebr.: 4
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03309) komt voor: j
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03310) komt voor: j
gebr.: 4
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 03310) komt voor: j
gebr.: 5
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 03309) komt voor: n
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 03310) komt voor: j
gebr.: 5
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 03310) komt voor: n
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 03309) komt voor: n
089 (x04(iii)d) Ik weet dat Jan bouwen een nieuwe schuur moet (inf. 03309) komt voor: n
089 (x04(iii)d) Ik weet dat Jan bouwen een nieuwe schuur moet (inf. 03310) komt voor: n
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03310) komt voor: j
gebr.: 5
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03310) komt voor: j
gebr.: 5
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03309) komt voor: j
gebr.: 5
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03309) komt voor: j
gebr.: 5
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 03310) komt voor: j
gebr.: 3
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 03309) komt voor: n
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 03310) komt voor: j
gebr.: 3
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 03310) komt voor: n
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 03309) komt voor: n
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 03310) komt voor: j
gebr.: 3
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 03310) komt voor: j
gebr.: 3
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 03309) komt voor: n
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03309) komt voor: j
gebr.: 5
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03310) komt voor: j
gebr.: 5
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03310) komt voor: j
gebr.: 5
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03309) komt voor: j
gebr.: 5
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 03310) komt voor: n
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 03309) komt voor: j
gebr.: 3
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 03309) komt voor: j
gebr.: 3
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 03309) komt voor: n
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 03310) komt voor: j
gebr.: 4
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 03310) komt voor: j
gebr.: 4
098 (x04(ix)d) Jan zei dat Marie gaan naar een bakker moest (inf. 03310) komt voor: n
098 (x04(ix)d) Jan zei dat Marie gaan naar een bakker moest (inf. 03309) komt voor: n
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03309) komt voor: j
gebr.: 5
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03310) komt voor: j
gebr.: 4
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03309) komt voor: j
gebr.: 5
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03310) komt voor: j
gebr.: 4
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03309) komt voor: j
gebr.: 3
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03310) komt voor: j
gebr.: 5
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03309) komt voor: j
gebr.: 3
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03310) komt voor: j
gebr.: 5
102 (x04(v)c) Ik weet dat Jan moet jammer genoeg vertrekken (inf. 03309) komt voor: n
102 (x04(v)c) Ik weet dat Jan moet jammer genoeg vertrekken (inf. 03310) komt voor: n
103 (x04(v)d) Ik weet dat Jan vertrekken jammer genoeg moet (inf. 03309) komt voor: n
103 (x04(v)d) Ik weet dat Jan vertrekken jammer genoeg moet (inf. 03310) komt voor: n
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03309) komt voor: j
gebr.: 5
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03310) komt voor: j
gebr.: 4
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03309) komt voor: j
gebr.: 5
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03310) komt voor: j
gebr.: 4
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03309) komt voor: j
gebr.: 3
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03310) komt voor: j
gebr.: 5
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03309) komt voor: j
gebr.: 3
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03310) komt voor: j
gebr.: 5
107 (x04(vi)c) Ik weet dat Hans mag niet komen (inf. 03309) komt voor: n
107 (x04(vi)c) Ik weet dat Hans mag niet komen (inf. 03310) komt voor: n
110 (x04(vi)d) Ik weet dat Hans komen niet mag (inf. 03309) komt voor: n
110 (x04(vi)d) Ik weet dat Hans komen niet mag (inf. 03310) komt voor: n
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03310) komt voor: j
gebr.: 5
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03309) komt voor: j
gebr.: 5
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03310) komt voor: j
gebr.: 5
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03309) komt voor: j
gebr.: 5
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03309) komt voor: j
gebr.: 2
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03310) gebr.: 4
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03309) komt voor: j
gebr.: 2
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 03310) komt voor: n
115 (x04(vii)d) Ik weet dat Jan kopen varkens wil (inf. 03310) komt voor: n
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03309) komt voor: j
gebr.: 5
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03310) komt voor: j
gebr.: 4
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03310) komt voor: j
gebr.: 4
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03309) komt voor: j
gebr.: 5
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03310) komt voor: j
gebr.: 5
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03310) komt voor: j
gebr.: 5
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03309) komt voor: j
gebr.: 3
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03309) komt voor: j
gebr.: 3
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 03309) komt voor: n
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 03310) komt voor: n
121 (x04(viii)d) Ik weet dat Eddy eten brood wil (inf. 03310) komt voor: n
121 (x04(viii)d) Ik weet dat Eddy eten brood wil (inf. 03309) komt voor: n
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03309) komt voor: j
gebr.: 5
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03310) komt voor: j
gebr.: 4
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03310) komt voor: j
gebr.: 4
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03309) komt voor: j
gebr.: 5
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 03310) komt voor: j
gebr.: 5
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 03310) komt voor: j
gebr.: 5
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 03309) komt voor: j
gebr.: 3
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 03309) komt voor: j
gebr.: 3
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 03309) komt voor: n
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 03310) komt voor: n
126 (x04(x)d) Eddy moet opstaan vroeg kunnen (inf. 03310) komt voor: n
126 (x04(x)d) Eddy moet opstaan vroeg kunnen (inf. 03309) komt voor: n
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03309) komt voor: j
gebr.: 5
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03309) komt voor: j
gebr.: 5
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03310) komt voor: j
gebr.: 4
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03310) komt voor: j
gebr.: 4
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03309) komt voor: j
gebr.: 3
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03310) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03310) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03309) komt voor: j
gebr.: 3
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 03309) komt voor: n
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 03310) komt voor: n
131 (x04(xi)d) Ik zei dat Willy verkopen de auto moest (inf. 03310) komt voor: n
131 (x04(xi)d) Ik zei dat Willy verkopen de auto moest (inf. 03309) komt voor: n
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 03310) vertaling: D'r Jan hat gee ee book mieë
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 03309) vertaling: D'r Jan had gee book mieë
134 (x05b) Jan en heeft geen boek meer (inf. 03309) vertaling: D'r Jan had gee book mieë
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 03309) vertaling: Beuk had d'r Jan nit
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 03310) vertaling: Beuk hat d'r Jan ging
136 (x05d) Jan en heeft niet veel geld niet meer (inf. 03309) vertaling: d'r Jan had nit vöäl geld mieë
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03309) vertaling: D'r maag ginne üvver dat probleem sjpreëke
138 (x05f) Er mag niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03309) vertaling: D'r maag ginne sjpreëke üvver dat probleem
138 (x05f) Er mag niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03310) vertaling: D'r maag ginne get zage va dit probleem nit
139 (x05g) Niemand zegt dat hij komt niet (inf. 03309) vertaling: Ginne zèt dat e kumt
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 03309) vertaling: Zitte hi-j urges muus?
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 03310) vertaling: zitte hi-j nurges ging muus?
141 (x05i) Ik geef niets aan een ander niet (inf. 03309) vertaling: Ich gef niks an inne angere
142 (x05j) Niemand wil niet werken niet (inf. 03309) vertaling: Ginne wilt wirke
143 (x05k) Wij en wisten niet dat hij thuis was (inf. 03309) vertaling: Vier woste nit dat e heem wòr
144a (x05l) Ik wist het niet ook niet (inf. 03309) vertaling: Ich wòs 't òch nit
144a (x05l) Ik wist het niet ook niet (inf. 03310) vertaling: Ich wis 't nit óch nit
145 (x05m) Hij mag met niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03309) vertaling: Hea maag mit ginne üvver dit probleem sjpreake
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 03310) vertaling: D'r jan wit dat heë vur dri-j oere d'r waan gemak han mót
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 03309) vertaling: D'r Jan wit dat e um 3 oehr d'r waan gemakt mot han
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03310) komt voor: n
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03309) komt voor: j
gebr.: 3
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03309) komt voor: j
gebr.: 3
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 03309) komt voor: j
gebr.: 3
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 03310) komt voor: j
gebr.: 4
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 03309) komt voor: j
gebr.: 3
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 03310) komt voor: j
gebr.: 4
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 03309) komt voor: n
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 03310) komt voor: j
gebr.: 5
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 03310) komt voor: j
gebr.: 5
159 (x06d) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben gemaakt moet (inf. 03309) komt voor: n
159 (x06d) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben gemaakt moet (inf. 03310) komt voor: n
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03310) komt voor: j
gebr.: 3
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03310) komt voor: j
gebr.: 3
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03309) komt voor: n
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 03309) komt voor: j
gebr.: 5
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 03310) komt voor: j
gebr.: 5
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 03309) komt voor: j
gebr.: 5
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 03310) komt voor: j
gebr.: 5
162 (x07a) Maries auto is kapot (inf. 03310) vertaling: 't Marie ziene waan is fetu
162 (x07a) Maries auto is kapot (inf. 03309) vertaling: D'r waan van 't Marie is kapot
opm.: prenominale possessieve genitief '-s': n.v.t.
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 03309) vertaling: D'r waan van 't Marie is kapot
opm.: prenominale genitief possessief pronomen: n.v.t.
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 03310) vertaling: 't Marie ziene waan is fetu
164 (x07c) Piets auto is kapot (inf. 03309) vertaling: D'r waan van d'r Piet is kapot
opm.: prenominale possessieve genitief '-s': n.v.t.
164 (x07c) Piets auto is kapot (inf. 03310) vertaling: D'r Piet ziene waan is fetu
165 (x07d) Piet z'n/se auto is kapot (inf. 03310) vertaling: D'r Piet ziene waan is fetu
165 (x07d) Piet z'n/se auto is kapot (inf. 03309) vertaling: D'r waan van d'r Piet is kapot
166 (x07e) Die mans auto is kapot (inf. 03309) vertaling: D'r auto van dea maan is kapot
167 (x07f) Die man zijn/se auto is kapot (inf. 03309) vertaling: D'r auto van dea maan is kapot
167 (x07f) Die man zijn/se auto is kapot (inf. 03310) vertaling: Deë maan ziene waan is fetu
168 (x07g) Die auto is niet van mij maar van hem (inf. 03310) vertaling: Deë waan is nit va mich mar va hem
168 (x07g) Die auto is niet van mij maar van hem (inf. 03309) vertaling: Dea auto is nit va(n) mich mar va hem
169 (x07h) Gisterens krant ligt onder de TV (inf. 03309) vertaling: De tsiedong va gustere ligk ònger d'r tv
169 (x07h) Gisterens krant ligt onder de TV (inf. 03310) vertaling: De tsiedóng va gister ligk ónger d'r tillevies
170 (x07i) Jan is Karolien en Kristien se/hun broertje (inf. 03309) vertaling: D'r Jan is 't breurke van 't Karolien en 't Kristien
170 (x07i) Jan is Karolien en Kristien se/hun broertje (inf. 03310) vertaling: D'r Jan is 't Karolien en 't Kristien zie breurke
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 03310) vertaling: Die jónges hun fietse zint geklaud
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 03309) vertaling: De fietse van die jonge hant ze geklauwd
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 03309) vertaling: De mam van die sjwester is òp bezeuk
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 03310) vertaling: Die sjwestere hun mam is óp bezeuk
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 03309) vertaling: Dea auto is van d'r Wim
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 03310) vertaling: Deë waan is d'r Wim ziene
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 03310) vertaling: Deë fiets is d'r miene
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 03309) vertaling: Dea fiets is va mich
178 (x08a) Hij mag met niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03309) vertaling: Hea darf mit inne üvver dat probleem kalle
178 (x08a) Hij mag met niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03310) vertaling: Heë maag mit ginne kalle uvver dit probleem nit
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 03309) vertaling: Ich wil inne pieng doeë
180 (x08c) Het is jammer dat wij komen niet en mogen (inf. 03309) vertaling: 't Is jammer (zung) dat vur nit kome mage
181 (x08d) Dat niet en ga ik doen (inf. 03309) vertaling: Dat gòn ich nit doeë
182 (x08e) (Heb je hard gewerkt?) Niet heb ik gewerkt (inf. 03310) vertaling: Nit han ich gewirk
182 (x08e) (Heb je hard gewerkt?) Niet heb ik gewerkt (inf. 03309) vertaling: Ich han nit gewirkt
183 (x08f) Niet had hij het verteld of Marie begon te huilen (inf. 03309) vertaling: Koom hou hea 't gezag of 't Marie begos te griehne
184 (x08g) Gaan haalt die bestelling nu maar op! (inf. 03309) vertaling: Gank die besjtelling noe mar ophoale
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 03309) vertaling: Hea wirkt nit
186 (x08i) Je weet dat niemand hier binnen mag, dus ik verbied je nog een keer om hier niet te komen (inf. 03309) vertaling: Ich verbi-j (verbean) dich um hi-j te kome
187 (x08j) Jan verhinderde dat we Marie niet belden (inf. 03309) vertaling: d'r Jan verhingerde dat vur 't Marie belde
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03309) komt voor: j
fragment: um (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03309) komt voor: j
fragment: aaf te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03310) komt voor: j
fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03309) komt voor: j
fragment: vur (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03310) komt voor: j
fragment: um (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03309) komt voor: j
fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03309) komt voor: j
fragment: um (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03309) komt voor: j
fragment: aaf te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03309) komt voor: j
fragment: vur (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03309) komt voor: j
fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03309) komt voor: j
fragment: um (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03310) komt voor: j
fragment: um (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03309) komt voor: j
fragment: aaf te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03310) komt voor: j
fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03309) komt voor: j
fragment: vur (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03309) komt voor: j
fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03309) komt voor: j
fragment: um (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03309) komt voor: j
fragment: aaf te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03309) komt voor: j
fragment: vur (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03310) komt voor: j
fragment: um (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03309) komt voor: j
fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03310) komt voor: j
fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03309) komt voor: j
fragment: um (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03309) komt voor: j
fragment: aaf te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03309) komt voor: j
fragment: vur (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03309) komt voor: j
fragment: te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03310) komt voor: j
fragment: um (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03309) komt voor: j
fragment: um te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03310) komt voor: j
fragment: te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03309) komt voor: j
fragment: te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03310) komt voor: j
fragment: um (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03309) komt voor: j
fragment: um (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03310) komt voor: j
fragment: te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03309) komt voor: j
fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03310) komt voor: j
fragment: um (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03309) komt voor: j
fragment: um te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03310) komt voor: j
fragment: te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03309) komt voor: j
fragment: te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03310) komt voor: j
fragment: um (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03309) komt voor: j
fragment: um (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03310) komt voor: j
fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03310) komt voor: j
fragment: te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03310) komt voor: j
fragment: um (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03310) komt voor: j
fragment: um (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03310) komt voor: j
fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03310) komt voor: j
fragment: te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03310) komt voor: j
fragment: um (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03310) komt voor: j
fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03309) komt voor: j
fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03310) komt voor: j
fragment: um (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03309) komt voor: j
fragment: um te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03310) komt voor: j
fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03309) komt voor: j
fragment: te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03310) komt voor: j
fragment: um (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03309) komt voor: j
fragment: um (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03310) komt voor: j
fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03309) komt voor: j
fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03310) komt voor: j
fragment: um (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03309) komt voor: j
fragment: um te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03310) komt voor: j
fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03309) komt voor: j
fragment: te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03310) komt voor: j
fragment: um (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03310) komt voor: j
fragment: um (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03310) komt voor: j
fragment: worke te kmmme (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03310) komt voor: j
fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03310) komt voor: j
fragment: um (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03310) komt voor: j
fragment: um (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03310) komt voor: j
fragment: worke te kmmme (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03310) komt voor: j
fragment: um (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03309) komt voor: j
fragment: um (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03310) komt voor: j
fragment: worke te kmmme (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03309) komt voor: j
fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03310) komt voor: j
fragment: um (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03309) komt voor: j
fragment: um te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03310) komt voor: j
fragment: worke te kmmme (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03309) komt voor: j
fragment: te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03310) komt voor: j
fragment: um (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03309) komt voor: j
fragment: um (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03310) komt voor: j
fragment: worke te kmmme (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03309) komt voor: j
fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03310) komt voor: j
fragment: um (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03310) komt voor: j
fragment: um (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03310) komt voor: j
fragment: te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03310) komt voor: j
fragment: worke te kmmme (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03310) komt voor: j
fragment: um (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03310) komt voor: j
fragment: um (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03310) komt voor: j
fragment: te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03310) komt voor: j
fragment: worke te kmmme (2)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03310) komt voor: j
fragment: um (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03310) komt voor: j
fragment: vur (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03309) komt voor: j
fragment: vur te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03309) komt voor: j
fragment: um te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03310) komt voor: j
fragment: um (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03310) komt voor: j
fragment: vur (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03309) komt voor: j
fragment: um te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03309) komt voor: j
fragment: vur te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03310) komt voor: j
fragment: vur (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03310) komt voor: j
fragment: um (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03309) komt voor: j
fragment: um te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03309) komt voor: j
fragment: vur te (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03309) komt voor: j
fragment: Es (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03309) komt voor: j
fragment: da (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03310) komt voor: j
fragment: Wen (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03309) komt voor: j
fragment: Wens (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03309) komt voor: j
fragment: da (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03309) komt voor: j
fragment: Es (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03309) komt voor: j
fragment: da (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03309) komt voor: j
fragment: Wens (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03309) komt voor: j
fragment: da (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03309) komt voor: j
fragment: Es (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03310) komt voor: j
fragment: Wen (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03310) komt voor: j
fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03309) komt voor: j
fragment: da (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03309) komt voor: j
fragment: Wens (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03310) komt voor: j
fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03309) komt voor: j
fragment: da (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03309) komt voor: j
fragment: Es (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03309) komt voor: j
fragment: da (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03309) komt voor: j
fragment: Wens (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03310) komt voor: j
fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03309) komt voor: j
fragment: da (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03310) komt voor: j
fragment: Wen (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03309) komt voor: j
fragment: Es (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03309) komt voor: j
fragment: da (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03309) komt voor: j
fragment: Wens (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03309) komt voor: j
fragment: da (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03309) komt voor: j
fragment: um (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03310) komt voor: j
fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03309) komt voor: j
fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03310) komt voor: j
fragment: um (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03309) komt voor: j
fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03309) komt voor: j
fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03309) komt voor: j
fragment: um (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03309) komt voor: j
fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03309) komt voor: j
fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03309) komt voor: j
fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03310) komt voor: j
fragment: um (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03309) komt voor: j
fragment: um (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03310) komt voor: j
fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03309) komt voor: j
fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03309) komt voor: j
fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03309) komt voor: j
fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03309) komt voor: j
fragment: um (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03309) komt voor: j
fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03310) komt voor: j
fragment: um (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03309) komt voor: j
fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03310) komt voor: j
fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03309) komt voor: j
fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03309) komt voor: j
fragment: um (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03309) komt voor: j
fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03309) komt voor: j
fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03309) komt voor: j
fragment: te (2)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03309) komt voor: j
fragment: es (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03309) komt voor: j
fragment: wie (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03310) komt voor: j
fragment: wie (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03309) komt voor: j
fragment: wie (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03309) komt voor: j
fragment: es (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03309) komt voor: j
fragment: wie (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03309) komt voor: j
fragment: es (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03310) komt voor: j
fragment: wie (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03309) komt voor: j
fragment: wie 't (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03309) komt voor: j
fragment: dan 't (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03309) komt voor: j
fragment: dan 't (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03309) komt voor: j
fragment: wie 't (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03310) komt voor: j
fragment: wie 't (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03309) komt voor: j
fragment: dan 't (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03309) komt voor: j
fragment: wie 't (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03310) komt voor: j
fragment: wie 't (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03309) komt voor: j
fragment: es (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03309) komt voor: j
fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03310) komt voor: j
fragment: wie (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03309) komt voor: j
fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03309) komt voor: j
fragment: es (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03310) komt voor: j
fragment: wie (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03309) komt voor: j
fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03309) komt voor: j
fragment: es (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03309) komt voor: j
fragment: wie (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03309) komt voor: j
fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03310) komt voor: j
fragment: wie es (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03310) komt voor: j
fragment: wies (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03309) komt voor: j
fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03309) komt voor: j
fragment: wie (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03310) komt voor: j
fragment: wies (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03310) komt voor: j
fragment: wie es (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03309) komt voor: j
fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03309) komt voor: j
fragment: wie (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03310) komt voor: j
fragment: wies (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03310) komt voor: j
fragment: wie es (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03309) komt voor: j
fragment: es (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03309) komt voor: j
fragment: wie (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03310) komt voor: j
fragment: wies (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03309) komt voor: j
fragment: wie (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03309) komt voor: j
fragment: es (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03309) komt voor: j
fragment: wie (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03309) komt voor: j
fragment: es (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03310) komt voor: j
fragment: wies (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03309) komt voor: j
fragment: te (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03310) komt voor: j
fragment: te (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03309) komt voor: j
fragment: te (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03310) komt voor: j
fragment: te (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 03309) komt voor: j
fragment: te (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 03310) komt voor: j
fragment: te (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 03310) komt voor: j
fragment: (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 03310) komt voor: j
fragment: te (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 03310) komt voor: j
fragment: (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 03309) komt voor: j
fragment: te (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 03310) komt voor: j
fragment: (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 03310) komt voor: j
fragment: te (1)
200 (x09m) Toen we aankwamen regende het (inf. 03309) komt voor: n
200 (x09m) Toen we aankwamen regende het (inf. 03310) komt voor: j
fragment: dat (1)
200 (x09m) Toen we aankwamen regende het (inf. 03310) komt voor: j
fragment: dat (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 03309) komt voor: j
fragment: dat (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 03310) komt voor: j
fragment: dat (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 03310) komt voor: j
fragment: dat (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 03309) komt voor: j
fragment: dat (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 03309) komt voor: j
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 03310) komt voor: j
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03309) komt voor: j
fragment: dat (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03310) komt voor: j
fragment: dat (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03309) komt voor: j
fragment: f (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03309) komt voor: j
fragment: f (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03310) komt voor: j
fragment: dat (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03309) komt voor: j
fragment: dat (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03309) komt voor: j
fragment: f (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03309) komt voor: j
fragment: dat (1)
204 (x10a) Ik weet dat jullie op niemand boos zijn (inf. 03309) vertaling: Ich weet dat dier op ginne kòd zit
204 (x10a) Ik weet dat jullie op niemand boos zijn (inf. 03310) vertaling: Ich weet dat ier óp ginne kod zèt
205 (x10b) Ik weet dat zij op niets trots is (inf. 03309) vertaling: Ich weet dat sie op neeks sjtols is
205 (x10b) Ik weet dat zij op niets trots is (inf. 03310) vertaling: Ich weet dat het óp niets sjtolts is
206 (x10c) Els denkt dat 't niet gemakkelijk is (inf. 03309) vertaling: 't Els dinkt dat 't nit gemekkeluk is
206 (x10c) Els denkt dat 't niet gemakkelijk is (inf. 03310) vertaling: 't Els dinkt dat 't nit gemekkelig is
207 (x10d) Ik weet dat ik te laat ben en jij niet (inf. 03309) vertaling: Ich weet dat ich te laat bin en doe nit
207 (x10d) Ik weet dat ik te laat ben en jij niet (inf. 03310) vertaling: Ich weet dat ich te sjpieë bin en doe nit
208 (x10e) Je weet toch dat jij moet werken en ik niet (inf. 03310) vertaling: Doe wits toch dats doe mos wirke en ich nit
208 (x10e) Je weet toch dat jij moet werken en ik niet (inf. 03309) vertaling: Doe wits doch dat doe mòs wirke en ich nit
209 (x10f) Iedereen denkt dat wij naar huis gaan en dat zij nog mogen blijven (inf. 03309) vertaling: Gidderinne dinkt dat vier noa heem gònt en dat zieë nog mage bliehve
209 (x10f) Iedereen denkt dat wij naar huis gaan en dat zij nog mogen blijven (inf. 03310) vertaling: Gekerinne dinkt dat vier óp heem aa gónt en dat zie nog blieve mage
210 (x10g) Het is jammer dat hij komt en dat zij weggaat (inf. 03309) vertaling: 't Is zung dat hea kumt en dat zieë voet geet
210 (x10g) Het is jammer dat hij komt en dat zij weggaat (inf. 03310) vertaling: 't Is jammer dat heë kumt en dat het voetgeet
211 (x10h) Ik denk dat Lisa ziek is (inf. 03310) vertaling: Ich dink dat 't Liza krank is
211 (x10h) Ik denk dat Lisa ziek is (inf. 03309) vertaling: Ich dink dat 't Liza krank is
213 (x10i) Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen (inf. 03309) vertaling: Ich dink dat d'r Peter en 't Lies gont trouwe
213 (x10i) Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen (inf. 03310) vertaling: Ich dink dat d'r Pieter en 't Lieske trouwe gónt
226 (y01(i)a) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij en doet (inf. 03310) komt voor: n
226 (y01(i)a) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij en doet (inf. 03309) komt voor: n
227 (y01(i)b) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij doet (inf. 03310) komt voor: j
betekenis: bevestigend
227 (y01(i)b) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij doet (inf. 03309) komt voor: n
227 (y01(i)b) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij doet (inf. 03310) komt voor: j
betekenis: bevestigend
228 (y01(i)c) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: 't Doet (inf. 03309) komt voor: n
228 (y01(i)c) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: 't Doet (inf. 03310) komt voor: n
230 (y01(ii)a) A: Hij zal niet komen B: Hij en doet (inf. 03309) komt voor: n
230 (y01(ii)a) A: Hij zal niet komen B: Hij en doet (inf. 03310) komt voor: n
231 (y01(ii)b) A: Hij zal niet komen B: Hij doet (inf. 03309) komt voor: n
231 (y01(ii)b) A: Hij zal niet komen B: Hij doet (inf. 03310) komt voor: n
232 (y01(ii)c) A: Hij zal niet komen B: 't doet (inf. 03309) komt voor: n
232 (y01(ii)c) A: Hij zal niet komen B: 't doet (inf. 03310) komt voor: n
234 (y01(iii)a) A: Slaapt hij? B: Ja, hij doet (inf. 03309) komt voor: n
234 (y01(iii)a) A: Slaapt hij? B: Ja, hij doet (inf. 03310) komt voor: n
235 (y01(iii)b) A: Slaapt hij? B: Ja, dat doet hij (inf. 03309) komt voor: n
235 (y01(iii)b) A: Slaapt hij? B: Ja, dat doet hij (inf. 03310) komt voor: j
236 (y01(iii)c) A: Slaapt hij? B: Ja, hij en doet (inf. 03309) komt voor: n
236 (y01(iii)c) A: Slaapt hij? B: Ja, hij en doet (inf. 03310) komt voor: n
237 (y01(iii)d) A: Slaapt hij? B: Ja, hij slaapt (inf. 03309) komt voor: j
237 (y01(iii)d) A: Slaapt hij? B: Ja, hij slaapt (inf. 03310) komt voor: j
238 (y01(iii)e) A: Slaapt hij? B: Nee, hij doet niet (inf. 03309) komt voor: n
238 (y01(iii)e) A: Slaapt hij? B: Nee, hij doet niet (inf. 03310) komt voor: n
239 (y01(iii)f) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet (inf. 03309) komt voor: n
239 (y01(iii)f) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet (inf. 03310) komt voor: n
240 (y01(iii)g) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet niet (inf. 03309) komt voor: n
240 (y01(iii)g) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet niet (inf. 03310) komt voor: n
241 (y01(iii)h) A: Slaapt hij? B: Nee, hij slaapt niet (inf. 03309) komt voor: j
241 (y01(iii)h) A: Slaapt hij? B: Nee, hij slaapt niet (inf. 03310) komt voor: j
242 (y01(iii)i) A: Slaapt hij? B: 't Doet (inf. 03310) komt voor: n
242 (y01(iii)i) A: Slaapt hij? B: 't Doet (inf. 03309) komt voor: n
243 (y01(iii)j) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Ie doet (inf. 03309) komt voor: n
243 (y01(iii)j) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Ie doet (inf. 03310) komt voor: j
244 (y01(iii)k) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Toetoet (inf. 03309) komt voor: n
244 (y01(iii)k) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Toetoet (inf. 03310) komt voor: n
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 03310) komt voor: n
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 03309) komt voor: n
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 03309) komt voor: n
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 03310) vertaling: Deet t' Marie gidder ovvend danse?
komt voor: j
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 03310) vertaling: Deet t' Marie gidder ovvend danse?
komt voor: j
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 03310) vertaling: Doog 't broeëd effe sjnieje!
komt voor: j
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 03310) vertaling: Doog 't broeëd effe sjnieje!
komt voor: j
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 03309) komt voor: n
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03309) komt voor: j
fragment: waarmee (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03309) komt voor: j
fragment: met wie (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03310) komt voor: j
fragment: dem (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03310) komt voor: j
fragment: woavan de (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03309) komt voor: j
fragment: met wie (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03309) komt voor: j
fragment: waarmee (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03310) komt voor: j
fragment: dem (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03310) komt voor: j
fragment: woavan de (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03309) komt voor: j
fragment: met wie (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03309) komt voor: j
fragment: waarmee (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03310) komt voor: j
fragment: woavan de (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03310) komt voor: j
fragment: dem (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03310) komt voor: j
fragment: woe (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03309) komt voor: j
fragment: waarop (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03310) komt voor: j
fragment: woe (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03309) komt voor: j
fragment: waarop (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03309) komt voor: j
fragment: waar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03309) komt voor: j
fragment: - (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03310) komt voor: n
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03309) komt voor: j
fragment: waar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03309) komt voor: j
fragment: - (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03309) komt voor: j
fragment: - (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03309) komt voor: j
fragment: waar (1)
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03310) komt voor: j
fragment: woe p (1)
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03309) komt voor: n
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03310) komt voor: j
fragment: woe p (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03309) komt voor: j
fragment: dat (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03309) komt voor: j
fragment: dat (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03309) komt voor: j
fragment: wat (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03310) komt voor: j
fragment: wat (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03309) komt voor: j
fragment: wat (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03309) komt voor: j
fragment: dat (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03310) komt voor: j
fragment: wat (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03309) komt voor: j
fragment: wat (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03309) komt voor: j
fragment: die (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03310) komt voor: j
fragment: dem (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03309) komt voor: j
fragment: die (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03310) komt voor: j
fragment: dem (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03309) komt voor: j
fragment: waar (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03310) komt voor: j
fragment: woe (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03309) komt voor: j
fragment: waar (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03310) komt voor: j
fragment: woe (1)
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03309) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03310) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03309) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03310) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03309) komt voor: j
fragment: wat (1)
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03310) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03310) komt voor: j
fragment: wat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03309) komt voor: j
fragment: wat (1)
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03310) komt voor: j
fragment: wat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03310) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03310) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03310) komt voor: j
fragment: wat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03309) komt voor: j
fragment: wat (1)
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03310) komt voor: j
fragment: wat (1)
opm.: "Deze zin is erg ongebruikelijk"
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03310) komt voor: j
fragment: wat (1)
opm.: "Deze zin is erg ongebruikelijk"
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03309) komt voor: j
fragment: wat (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03309) komt voor: j
fragment: wie (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03309) komt voor: j
fragment: wie (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03309) komt voor: j
fragment: wie (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03310) komt voor: j
fragment: De (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03309) komt voor: j
fragment: wie (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03309) komt voor: j
fragment: Degeen die (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03309) komt voor: j
fragment: Degeen die (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03309) komt voor: j
fragment: Degeen die (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03309) komt voor: j
fragment: Degeen die (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03309) komt voor: j
fragment: Hij die (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03309) komt voor: j
fragment: Hij die (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03309) komt voor: j
fragment: Hij die (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03310) komt voor: j
fragment: De (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03309) komt voor: j
fragment: Hij die (1)
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03310) vertaling: Wat dinkste wem ich in de sjtad teëge koam?
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03309) vertaling: Wea dinkste dat ich in de sjtad bin teage gekoam
261 (y03b) Wat denken jullie hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03309) vertaling: Wie dinkt d'r wie ze dat hant òpgelos
261 (y03b) Wat denken jullie hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03310) vertaling: Wat dinkt 'r wie ze dat hant gedoa?
265 (y03c) Hoe denk je hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03309) vertaling: Wie dinkste dat ze dat hant òpgelos
265 (y03c) Hoe denk je hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03310) vertaling: Wie dinkste datse 't gedoa hant?
263 (y03d) Magda weet niet wie dat wij willen bellen (inf. 03310) vertaling: 't Magda wit nit wem vier belle wille
263 (y03d) Magda weet niet wie dat wij willen bellen (inf. 03309) vertaling: 't Magda wit nit wem vier wille belle
264 (y03e) Weet iemand wie of dat wij geroepen hebben? (inf. 03309) vertaling: Wit inne wea vier gerope hant?
264 (y03e) Weet iemand wie of dat wij geroepen hebben? (inf. 03310) vertaling: Wit inne wem vier gerope hant?
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03309) vertaling: Wea dinkste wea ich in de sjtad bin teagekome
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03310) vertaling: Wem dinkste dat ich in de sjtad gezieë han?
266 (y03g) Wie denk je die ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03310) vertaling: Wem dinkste dat ich in de sjtad gezieë han?
266 (y03g) Wie denk je die ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03309) vertaling: Wea dinkste dat ich in de sjtad bin teagekome
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 03309) vertaling: Hea haa zich de heng gewèsje
opm.: reflexief: zich
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 03310) vertaling: Heë hat zieng heng gewessje
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 03310) vertaling: Heë hat zie haeme gewessje
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 03309) vertaling: Hea had zich 't höëme gewesje
opm.: reflexief: zich
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 03309) vertaling: Hea dret 'ne hood op d'r kop
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 03310) vertaling: Heë hat inne hót op d'r kop
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 03309) vertaling: Hea had ing vlek op zie höäme
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 03310) vertaling: Heë hat ing braatsj op zie hueme
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 03310) vertaling: Heë hat zie bee gebroake / -uever
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 03309) vertaling: Hea had zich bee gebroache
opm.: reflexief: zich
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 03309) vertaling: Zich had zich pieng gedoa
opm.: reflexief: zich
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 03310) vertaling: Zie/ Het hat zich pieng gedoa
opm.: reflexief: zich
273 (y04g) Marie trok de deken naar zich toe (inf. 03309) vertaling: 't Marie tròk de dekke noa zich tow
opm.: reflexief: zich
273 (y04g) Marie trok de deken naar zich toe (inf. 03310) vertaling: 't Marie trók de dekke óp zich aa
opm.: reflexief: zich
051 (y04h) Luc weet dat er foto's van hemzelf te koop zijn (inf. 03310) vertaling: d'r Luuk wit dat d'r fotoos va hem te kriege zint
051 (y04h) Luc weet dat er foto's van hemzelf te koop zijn (inf. 03309) vertaling: d'r Luc wit dat 'r bilder van hem te gelle zint
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 03309) vertaling: Doe herinnert dich toch wal wie vur durch dea busj zint gelope?
opm.: dich reflexief: dich
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 03310) vertaling: Doe wits toch nog dat v'r dow durch d'r busj gegange zint
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 03309) vertaling: Ich herinner mich dat d'r auto van 't Marie kapot wor
opm.: reflexief: mich
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 03310) vertaling: Ich weet nog dat 't Marie ziene wage fetu wor
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 03310) vertaling: Het wit nog dat heë zoot te eëte wie e verke
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 03309) vertaling: Zich herinnert zich dat hea wie e verke zoot te eate
opm.: reflexief: zich
283 (y04l) Wij herinneren ons wel dat al Jan zijn boeken gestolen waren, maar zij herinneren het zich niet (inf. 03309) vertaling: Vier herinnere òs waal dat alle beuker van d'r Jan geklauwd wor mar zich herinnere zich dat nit
opm.: reflexief: ons reflexief: zich
283 (y04l) Wij herinneren ons wel dat al Jan zijn boeken gestolen waren, maar zij herinneren het zich niet (inf. 03310) vertaling: Vier wete nog dat d'r Jan al zien beuk geklauwd worre, mar zie wete dat nit mieë
286 (y04m) Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt gezien hebben? (inf. 03309) vertaling: Herinnert dier uch nog dat vur d'r Jan op d'r maat hant gezieë
opm.: reflexief: je
286 (y04m) Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt gezien hebben? (inf. 03310) vertaling: Wit ier nog dat v'r d'r Jan óp d'r maat zoge?
289 (y04n) Hij heeft zich een ongeluk gewerkt (inf. 03309) vertaling: Hea had zich kapot gewirkt
opm.: reflexief: zich
289 (y04n) Hij heeft zich een ongeluk gewerkt (inf. 03310) vertaling: Heë hat zich lamlendig gewirkt
opm.: reflexief: zich
290 (y04o) Hij voelde zich door het ijs zakken (inf. 03309) vertaling: Hea vòlt zich durch 't iehs zakke
opm.: reflexief: zich
290 (y04o) Hij voelde zich door het ijs zakken (inf. 03310) vertaling: Heë vólt zich durch 't ies goa
opm.: reflexief: zich
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03310) vertaling: Zów deë dat han kinne doeë?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03310) vertaling: Zów deë dat han kinne doeë?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03310) vertaling: Zów deë dat gedoa kinne han
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03310) vertaling: Zów deë dat gedoa kinne han
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03309) vertaling: Zow hea dat gekank han?
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 03310) fragment: geks (1)
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 03309) fragment: gekank (1)
878 (y05(ii)) Hij heeft dat nooit gedaan (inf. 03310) fragment: gedoa (1)
878 (y05(ii)) Hij heeft dat nooit gedaan (inf. 03309) fragment: gedoa (1)
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 03310) komt voor: n
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 03309) komt voor: n
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 03310) komt voor: j
gebr.: 4
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 03309) komt voor: n
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 03310) komt voor: j
gebr.: 4
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 03310) komt voor: n
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 03309) komt voor: n
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 03310) komt voor: n
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 03309) komt voor: n
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 03310) komt voor: j
gebr.: 5
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 03309) komt voor: n
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 03310) komt voor: j
gebr.: 5
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 03309) komt voor: n
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 03310) komt voor: n
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 03310) komt voor: j
gebr.: 5
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 03310) komt voor: j
gebr.: 5
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 03309) komt voor: n
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 03309) komt voor: n
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 03310) komt voor: n
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 03310) komt voor: j
gebr.: 3
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 03310) komt voor: j
gebr.: 3
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 03309) komt voor: n
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 03310) komt voor: j
gebr.: 3
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 03310) komt voor: j
gebr.: 3
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 03309) komt voor: n
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 03309) komt voor: n
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 03310) komt voor: j
gebr.: 3
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 03310) komt voor: j
gebr.: 3
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 03310) komt voor: n
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 03309) komt voor: n
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 03310) komt voor: n
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 03309) komt voor: n
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 03310) komt voor: n
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 03309) komt voor: n
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 03309) vertaling: Ich dink dat hea voet is
komt voor: j
opm.: dav
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 03310) komt voor: n
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 03309) vertaling: Ich dink dat hea voet is
komt voor: j
opm.: dav
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 03309) komt voor: n
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 03310) komt voor: n
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 03310) vertaling: Ich weet dat heë voet is
komt voor: j
opm.: dav
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 03310) vertaling: Ich weet dat heë voet is
komt voor: j
opm.: dav
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 03309) komt voor: n
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 03309) vertaling: Ich weet hea is voet
komt voor: j
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 03309) vertaling: Ich weet hea is voet
komt voor: j
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 03310) komt voor: n
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 03310) komt voor: n
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 03309) komt voor: n
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 03309) komt voor: n
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 03310) vertaling: 't Merie al zieng kuj zint verzoape bi-j 't ueversjtreume
komt voor: j
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 03310) vertaling: 't Merie al zieng kuj zint verzoape bi-j 't ueversjtreume
komt voor: j
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 03310) vertaling: Kieës make weet ich nieks va
komt voor: j
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 03309) komt voor: n
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 03310) vertaling: Kieës make weet ich nieks va
komt voor: j
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 03310) vertaling: D'r Jan bin ich mit noa d'r maat gewes
komt voor: j
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 03310) vertaling: D'r Jan bin ich mit noa d'r maat gewes
komt voor: j
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 03309) komt voor: n
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 03309) komt voor: n
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 03310) komt voor: n
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 03310) vertaling: Wat vur t'r has doe al voet gebrach?
komt voor: j
opm.: dav
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 03310) vertaling: Wat vur t'r has doe al voet gebrach?
komt voor: j
opm.: dav
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 03309) komt voor: n
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 03310) vertaling: De zoeng zówich nit dórve aete
komt voor: j
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 03310) vertaling: De zoeng zówich nit dórve aete
komt voor: j
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 03309) komt voor: n
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 03309) komt voor: n
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 03310) komt voor: n
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 03309) komt voor: n
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 03310) komt voor: n
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 03309) vertaling: Lopenterend koam ich 'm teage
komt voor: j
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 03309) vertaling: Lopenterend koam ich 'm teage
komt voor: j
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 03310) vertaling: Lopetere koam ich 'm teëge
komt voor: j
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 03310) vertaling: Lopetere koam ich 'm teëge
komt voor: j
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 03310) vertaling: Ich han gans get lopes gedoa
komt voor: j
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 03310) vertaling: Ich han gans get lopes gedoa
komt voor: j
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 03309) komt voor: n
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 03309) komt voor: n
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 03310) komt voor: n
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 03310) komt voor: n
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 03309) komt voor: n
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 03310) vertaling: D'r sjilder is hi-j gewes sjildere / pienzele
komt voor: j
opm.: dav
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 03309) komt voor: n
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 03310) vertaling: D'r sjilder is hi-j gewes sjildere / pienzele
komt voor: j
opm.: dav
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 03309) komt voor: n
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 03310) komt voor: n
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 03310) vertaling: Doew woar ich nog an d'r boemmel
opm.: dav
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 03309) vertaling: In die tied leafde ich drop los
337 (y08b) Vroeger leefde hij als een beest (inf. 03309) vertaling: Vreuger lefde hea wie ee deer
337 (y08b) Vroeger leefde hij als een beest (inf. 03310) vertaling: Vreuger wor dat inne sjuinsmarsjeerder
opm.: dav
338 (y08c) Daar leefden wij als god in Frankrijk (inf. 03310) vertaling: Doa vólte vier ós wie e müske mit e sjtinkkiëske
338 (y08c) Daar leefden wij als god in Frankrijk (inf. 03309) vertaling: Doa lefden vier wie d'r Herrgot in Frankriehk
339 (y08d) Niemand mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien (inf. 03310) vertaling: Ginne maag 't zieë, da kins doe 't óch nit
339 (y08d) Niemand mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien (inf. 03309) vertaling: Ginne darf 't zieë dus ich ving das doch 't òch nit maag zi
340 (y08e) Het gebeurde toen je wegging (inf. 03309) vertaling: 't gebuurde wie-ste voetgongs
340 (y08e) Het gebeurde toen je wegging (inf. 03310) vertaling: Dat passeret wies doe gings
341 (y08f) Ik weet waar je geboren bent (inf. 03310) vertaling: ich weet woeës doe geboare bis
341 (y08f) Ik weet waar je geboren bent (inf. 03309) vertaling: Ich weet woa-ste gebore bis
342 (y08g) Nu je klaar bent, mag je gaan (inf. 03310) vertaling: Noe wieste veddig bis, kinste goa
342 (y08g) Nu je klaar bent, mag je gaan (inf. 03309) vertaling: Noe wie-ste veddig bis, darfste goa
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 03309) vertaling: Umdat 't Marie gesjtòrve wor, had hórre maan 't Annie nit mieë kònne helpe
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 03310) vertaling: Noe wie 't Marie gesjtórve wor, hat d'r maan 't Anna nit mie helpe kinne
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 03310) vertaling: Ich weet dat heë gange zjwumme is
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 03309) vertaling: Ich weet dat hea is goa sjwemme
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 03310) vertaling: Ich weet dat heë gange zjwumme is
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 03310) vertaling: Ich weet dat heë goa zjwumme is
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 03310) vertaling: Ich weet dat heë goa zjwumme is
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03310) komt voor: j
gebr.: 3
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03309) komt voor: j
gebr.: 5
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03310) komt voor: j
gebr.: 3
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03309) komt voor: j
gebr.: 5
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 03309) komt voor: n
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 03310) komt voor: n
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 03309) komt voor: n
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 03310) komt voor: n
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 03310) komt voor: j
gebr.: 5
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 03309) komt voor: j
gebr.: 3
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 03310) komt voor: j
gebr.: 5
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 03309) komt voor: j
gebr.: 3
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 03309) komt voor: n
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 03310) komt voor: n
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 03309) komt voor: n
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 03310) komt voor: n
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 03310) komt voor: n
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 03309) komt voor: n
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 03309) komt voor: n
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 03310) komt voor: n
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 03310) komt voor: n
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 03309) komt voor: n
356 (y10d) Is het huis te koop? Jaa't (inf. 03310) komt voor: n
356 (y10d) Is het huis te koop? Jaa't (inf. 03309) komt voor: n
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 03309) komt voor: n
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 03310) vertaling: Wem dat?
komt voor: j
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 03310) vertaling: Wem dat?
komt voor: j
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 03310) komt voor: n
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 03309) komt voor: n
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 03310) komt voor: n
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 03309) komt voor: n
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 03310) komt voor: n
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 03309) komt voor: n
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 03310) komt voor: n
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 03309) komt voor: n
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 03310) komt voor: n
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 03309) komt voor: n
365 (y11f) Hem is dood (inf. 03310) komt voor: n
365 (y11f) Hem is dood (inf. 03309) komt voor: n
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 03310) komt voor: n
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 03309) komt voor: n
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 03309) komt voor: n
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 03310) komt voor: n
367 (y11i) Is haar ziek? (inf. 03310) komt voor: n
367 (y11i) Is haar ziek? (inf. 03309) komt voor: n
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 03310) komt voor: n
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 03309) komt voor: n
369 (y11k) Met het te sneeuwen konden we de stad niet uit (inf. 03309) komt voor: n
369 (y11k) Met het te sneeuwen konden we de stad niet uit (inf. 03310) komt voor: n
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03310) komt voor: j
fragment: dem (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03309) komt voor: j
fragment: die (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03310) komt voor: j
fragment: dem (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03309) komt voor: j
fragment: die (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03310) komt voor: j
fragment: de (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03309) komt voor: j
fragment: die (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03310) komt voor: j
fragment: de (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03309) komt voor: j
fragment: die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03309) komt voor: j
fragment: die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03309) komt voor: j
fragment: dat hij (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03309) komt voor: j
fragment: van wie (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03310) komt voor: j
fragment: de (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03309) komt voor: j
fragment: dat hij (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03309) komt voor: j
fragment: die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03309) komt voor: j
fragment: dat hij (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03310) komt voor: j
fragment: de (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03310) komt voor: j
fragment: dat (2)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03309) komt voor: j
fragment: van wie (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03309) komt voor: j
fragment: dat hij (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03309) komt voor: j
fragment: die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03309) komt voor: j
fragment: dat hij (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03309) komt voor: j
fragment: van wie (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03309) komt voor: j
fragment: dat hij (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03309) komt voor: j
fragment: die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03310) komt voor: j
fragment: dat (2)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03309) komt voor: j
fragment: dat hij (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03309) komt voor: j
fragment: van wie (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03309) komt voor: j
fragment: dat hij (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03309) komt voor: j
fragment: die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03309) komt voor: j
fragment: dat hij (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03309) komt voor: j
fragment: van wie (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03309) komt voor: j
fragment: dat hij (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03310) komt voor: j
fragment: dat (2)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03310) komt voor: j
fragment: de (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03309) komt voor: j
fragment: van wie (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03309) komt voor: j
fragment: dat (2)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03309) komt voor: j
fragment: die (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03309) komt voor: j
fragment: die (2)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03309) komt voor: j
fragment: van wie (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03310) komt voor: j
fragment: dem (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03309) komt voor: j
fragment: dat (2)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03310) komt voor: j
fragment: dat (2)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03309) komt voor: j
fragment: die (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03309) komt voor: j
fragment: die (2)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03309) komt voor: j
fragment: van wie (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03309) komt voor: j
fragment: dat (2)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03309) komt voor: j
fragment: die (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03310) komt voor: j
fragment: dem (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03309) komt voor: j
fragment: die (2)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03310) komt voor: j
fragment: dat (2)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03309) komt voor: j
fragment: van wie (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03309) komt voor: j
fragment: dat (2)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03309) komt voor: j
fragment: die (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03309) komt voor: j
fragment: die (2)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03309) komt voor: j
fragment: van wie (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03309) komt voor: j
fragment: dat (2)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03310) komt voor: j
fragment: dat (2)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03309) komt voor: j
fragment: die (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03310) komt voor: j
fragment: dem (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03309) komt voor: j
fragment: die (2)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03310) komt voor: j
fragment: woe (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03309) komt voor: j
fragment: waar (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03309) komt voor: j
fragment: met wie ik gesproken heb (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03309) komt voor: j
fragment: met wie ik gesproken heb (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03309) komt voor: j
fragment: waar (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03310) komt voor: j
fragment: woe (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03309) komt voor: j
fragment: waar (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03309) komt voor: j
fragment: met wie ik gesproken heb (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03309) komt voor: j
fragment: wie (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03310) komt voor: n
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03309) komt voor: j
fragment: wie (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03309) komt voor: j
fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03309) komt voor: j
fragment: waar (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03309) komt voor: j
fragment: waar (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03309) komt voor: j
fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03310) komt voor: n
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03309) komt voor: j
fragment: waar (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03309) komt voor: j
fragment: (2)
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03310) komt voor: j
fragment: wat (1)
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03309) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03310) komt voor: j
fragment: wat (1)
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03309) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03310) komt voor: j
fragment: die (1)
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03309) komt voor: j
fragment: die (1)
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03310) komt voor: j
fragment: die (1)
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03309) komt voor: j
fragment: die (1)
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03309) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03310) komt voor: j
fragment: wat (1)
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03309) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03310) komt voor: j
fragment: wat (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03310) komt voor: j
fragment: De (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03309) komt voor: j
fragment: kind dat (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03310) komt voor: j
fragment: De (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03309) komt voor: j
fragment: kind dat (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03309) komt voor: j
fragment: wier (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03309) komt voor: j
fragment: wier (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03309) komt voor: j
fragment: wiens (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03309) komt voor: j
fragment: wier (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03309) komt voor: j
fragment: wiens (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03310) komt voor: n
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03309) komt voor: j
fragment: wiens (1)
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03310) vertaling: D'r Piet dinkt dat d'r Jan en 't Marie óp ginne kod zint
betekenis: negative concord
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03309) vertaling: d'r Piet dinkt dat d'r Jan en 't Marie op ginne kòd zint
opm.: geen betekenis aangeduid
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03309) vertaling: ... op gidderinne kòd zint
opm.: geen betekenis aangeduid
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03310) vertaling: D'r Piet dinkt dat d'r Jan en 't Marie óp ginne kod zint
betekenis: negative concord
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03309) vertaling: ... op gidderinne kòd zint
opm.: geen betekenis aangeduid
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03309) vertaling: d'r Piet dinkt dat d'r Jan en 't Marie op ginne kòd zint
opm.: geen betekenis aangeduid
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03309) vertaling: ... dat vur ummer inne inne priehs geave
opm.: geen betekenis aangeduid
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03309) vertaling: D'r Wim dinkt dat vur ummer ginne inne priehs geave
opm.: geen betekenis aangeduid
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03310) vertaling: D'r Wim dinkt dat v'r ginne oeëts inne pries geëve
betekenis: negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03309) vertaling: D'r Wim dinkt dat vur ummer ginne inne priehs geave
opm.: geen betekenis aangeduid
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03309) vertaling: ... dat vur ummer inne inne priehs geave
opm.: geen betekenis aangeduid
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03310) vertaling: D'r Wim dinkt dat v'r ginne oeëts inne pries geëve
betekenis: negative concord
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03309) vertaling: 't Is woar dat 't nit maag met 't Marie te kalle
opm.: geen betekenis aangeduid
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03310) vertaling: 't Is zoeë dat ze nit mit 't Marie kalle dórve
betekenis: negatie > modaal
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03310) vertaling: 't Is zoeë dat ze nit mit 't Marie kalle dórve
betekenis: negatie > modaal
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 03309) vertaling: nörges
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 03310) vertaling: nörges
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 03310) vertaling: ginne
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 03309) vertaling: ginne
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 03310) vertaling: noeëts nit
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 03309) vertaling: noeëts
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 03310) vertaling: nieks
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 03309) vertaling: nieks
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 03310) vertaling: gaar ging
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 03309) vertaling: ging(ing)
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 03309) vertaling: Zaag 'm nit dat ich noa boete bin geweë
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 03310) vertaling: Zaag 'm nit dat ich eroet gewes bi/bin
393 (z04b) Niet vertellen dat je een cadeau voor hem hebt gekocht, hoor! (inf. 03309) vertaling: Nit zage das te ee kado vur 'm has gegole, huur!
393 (z04b) Niet vertellen dat je een cadeau voor hem hebt gekocht, hoor! (inf. 03310) vertaling: Nit zage datse get gekoch has vur'm, wah!
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 03309) vertaling: Witste nit dat hea gevalle is
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 03310) vertaling: Witse nit datte gekegeld is?
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 03310) vertaling: 't Wendy deeg zieng bes um ginne pieng te doeë
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 03309) vertaling: W verzukt um ginne pieng te doeë
397 (z05b) 't Schijnt dat ze niets mag eten (inf. 03309) vertaling: 't Sjient dat ze nieks maag eate
397 (z05b) 't Schijnt dat ze niets mag eten (inf. 03310) vertaling: 't Sjient dat 't nieks eëte maag
398 (z05c) Ze schijnt niets te mogen eten (inf. 03309) vertaling: Ze sjient nieks te mage eate
398 (z05c) Ze schijnt niets te mogen eten (inf. 03310) vertaling: 't Sjient nieks te magge eëte / han
399a (z05d) Ze proberen al de hele dag om elkaar op te bellen (inf. 03310) vertaling: Die zint zich al d'r ganse daag an 't belle
399a (z05d) Ze proberen al de hele dag om elkaar op te bellen (inf. 03309) vertaling: ze probeere al d'r ganse daag zich op te belle
400 (z05e) Het belooft weer een mooie dag te worden (inf. 03309) vertaling: 't Sjient wer 'ne sjunne daag te wöäde
400 (z05e) Het belooft weer een mooie dag te worden (inf. 03310) vertaling: Dat züt nao inne sjunne daag oet
401 (z05f) 't Is misschien beter om nog even te wachten (inf. 03309) vertaling: 't Is villeich beater nog effe te waade
401 (z05f) 't Is misschien beter om nog even te wachten (inf. 03310) vertaling: Mesjiens is 't beëter um nog get te wade
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 03310) vertaling: Vier boffete dat v'r um wer drek vónge
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 03309) vertaling: Vur houwe geluk 'm sofort truuk te vinge
404 (z06a) Als de kippen een valk zien, zijn ze bang (inf. 03309) vertaling: Went de hònder inne valk zünt, zint ze bang
404 (z06a) Als de kippen een valk zien, zijn ze bang (inf. 03309) vertaling: Went de hònder inne valk zünt, zint ze bang
404 (z06a) Als de kippen een valk zien, zijn ze bang (inf. 03309) vertaling: ..., hant ze floep
404 (z06a) Als de kippen een valk zien, zijn ze bang (inf. 03310) vertaling: Went die hónder inne sjtueter zient, zint ze sjûj
404 (z06a) Als de kippen een valk zien, zijn ze bang (inf. 03309) vertaling: ..., hant ze floep
405 (z06b) Als we de aardappelen niet kunnen verkopen, zitten we in de problemen (inf. 03310) vertaling: Went v'r die eëpel nit kwiet weëde, kient v'r 't lestig
405 (z06b) Als we de aardappelen niet kunnen verkopen, zitten we in de problemen (inf. 03309) vertaling: Went vur de irpel nit verkope kònne, hant vur bestighede
406 (z06c) Als jullie hem niet meenemen word ik kwaad (inf. 03309) vertaling: Went d'r hem nit mitnumt, wud ich wus
406 (z06c) Als jullie hem niet meenemen word ik kwaad (inf. 03310) vertaling: Went ier hem nit mitnumt wed ich kod
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 03309) vertaling: Hea wòs 't
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 03310) vertaling: Deë wós dat / 't
408 (z06e) Op dit feest wordt er veel gedanst (inf. 03310) vertaling: Óp dat fes wedt huifug gedanst
408 (z06e) Op dit feest wordt er veel gedanst (inf. 03309) vertaling: Op dat fes wud vöäl gedanst
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 03309) vertaling: Noew wud alling nog mar broeëd verkoch in dea winkel
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 03310) vertaling: In dat gesjef verkup me alling nog mar broeëd
410 (z06g) Als hij met de fiets komt, zal hij wel laat zijn (inf. 03309) vertaling: Went hea mit d'r fiets kumt, zal e waal veddig zieë
410 (z06g) Als hij met de fiets komt, zal hij wel laat zijn (inf. 03310) vertaling: Went deë óp d'r fiets is, zal heë wal sjpieët / laat zieje
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 03309) vertaling: Wenste tied has, kom dan 'ns ing kiehe langs
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 03310) vertaling: Wentse tied has kóm da's aa
413a (z06i) Als ik rijk ben, koop ik een dure auto (inf. 03309) vertaling: Wen ich riehk bin, gèhl ich mich 'n dure waan
413a (z06i) Als ik rijk ben, koop ik een dure auto (inf. 03310) vertaling: Wen ich riek bin, gêl ich mich inne sjieke waan
881 (z07(i)) Ik weet dat (ge)(je) 't (gij)(jij) gedaan hebt (inf. 03309) komt voor: n
881 (z07(i)) Ik weet dat (ge)(je) 't (gij)(jij) gedaan hebt (inf. 03310) komt voor: n
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 03309) komt voor: n
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 03310) komt voor: n
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 03310) komt voor: n
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 03309) komt voor: n
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 03309) komt voor: n
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 03310) komt voor: n
420 (z07(ii)d) Durfdeze gij uitnodigen? (inf. 03309) komt voor: n
420 (z07(ii)d) Durfdeze gij uitnodigen? (inf. 03310) komt voor: n
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 03310) komt voor: n
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 03309) komt voor: n
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 03309) komt voor: n
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 03310) komt voor: n
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 03310) komt voor: n
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 03309) komt voor: n
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 03310) komt voor: n
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 03309) komt voor: n
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 03309) komt voor: n
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 03310) komt voor: n
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03309) vertaling: .... ee liedje geprobeerd has te zinge
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03309) vertaling: 't Marie had gezag das tich geprobeerd has e liedje te zinge
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03309) vertaling: .... ee liedje geprobeerd has te zinge
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03310) vertaling: 't Marie hat gezag das doe e leedje probeerd has te zinge
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03310) vertaling: 't Marie hat gezag das doe e leedje probeerd has te zinge
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03309) vertaling: 't Marie had gezag das tich geprobeerd has e liedje te zinge
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03309) vertaling: 't Marie had gezag das tich geprobeerd has e liedje te zinge
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03309) vertaling: 't Marie had gezag das doe ee liedje has probere te zinge
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03309) vertaling: 't Marie had gezag das doe ee liedje has probere te zinge
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03309) vertaling: 't Marie had gezag das doe ee liedje has probere te zinge
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03309) vertaling: .... ee liedje geprobeerd has te zinge
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03310) vertaling: 't Marie hat gezag dats doe e lidje probeert has te zinge
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03310) vertaling: 't Marie hat gezag dats doe e lidje probeert has te zinge
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 03309) vertaling: 't Marie hat gezag das doch geprobeerd has hör e book te geave
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 03310) vertaling: 't Marie hat gezag datste heur probeerd has ee book te geëve
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 03309) komt voor: n
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 03310) komt voor: n
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 03310) komt voor: j
gebr.: 5
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 03309) komt voor: j
gebr.: 3
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 03309) komt voor: j
gebr.: 3
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 03310) komt voor: j
gebr.: 5
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 03309) komt voor: n
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 03310) komt voor: j
gebr.: 3
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 03310) komt voor: j
gebr.: 3
604a (z08d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen geprobeerd (inf. 03310) komt voor: n
604a (z08d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen geprobeerd (inf. 03309) komt voor: n
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 03310) komt voor: n
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 03309) komt voor: n
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 03309) komt voor: n
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 03310) komt voor: n
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03310) komt voor: j
gebr.: 3
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03309) komt voor: j
gebr.: 2
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03310) komt voor: j
gebr.: 3
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03309) komt voor: j
gebr.: 2
440 (z09a) Die van de stad, die hebben hier veel huizen gebouwd (inf. 03310) vertaling: Die oet de sjtad, die hant hi-j veuël hoezer gebówd
440 (z09a) Die van de stad, die hebben hier veel huizen gebouwd (inf. 03309) vertaling: Die van de sjtad, (die) hant hi-j vöäl hoezer gebowd
441 (z09b) Aan die nieuwe vaart, daar zie je geen mens meer (inf. 03309) vertaling: An dat nuj water, doa zuuste gee minsj mieë
441 (z09b) Aan die nieuwe vaart, daar zie je geen mens meer (inf. 03310) vertaling: An die nuj voeët, doa zieste gee miensj mieë
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 03309) vertaling: Guster is d'r Jan hi-j geweë
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 03310) vertaling: Gister is d'r Jan hi-j gewes
443 (z09d) De dag dat Jan belde, was ik niet thuis (inf. 03310) vertaling: D'r daag wie d'r Jan bellet wor ich nit heem
443 (z09d) De dag dat Jan belde, was ik niet thuis (inf. 03309) vertaling: D'r daag dat d'r Jan belde, wòr ich nit heem
444 (z09e) Jef, die zou ik nooit uitnodigen (inf. 03309) vertaling: d'r Jef, dea zow ich noeëts nuë (oehtnüdige)
444 (z09e) Jef, die zou ik nooit uitnodigen (inf. 03310) vertaling: D'r Sjef, dem zów ich noeëts ilane
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 03309) vertaling: 't Marie (dat) zow zoeëget noeëts doeë
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 03310) vertaling: 't Marie dat zów zoeget noeëts/vaze leëve nit doeë
446 (z09g) Bert, die drinkt wel eens een glas te veel (inf. 03310) vertaling: d'r Bert, deë drinkt wal 's e gleësle mieë
446 (z09g) Bert, die drinkt wel eens een glas te veel (inf. 03309) vertaling: d'r Bert (dea) drinkt wal ins ee glaas te vöäl
447 (z09h) Martha, die zou ik wel eens bij mij thuis willen uitnodigen (inf. 03309) vertaling: 't Martha (dat) zòw ich wal ins bi-j mich wille oehtnudige
447 (z09h) Martha, die zou ik wel eens bij mij thuis willen uitnodigen (inf. 03310) vertaling: 't Mar dem zów ich wal 's bi-j mich heem wille vroage
448 (z09i) Dat huis, dat zou ik nooit willen kopen (inf. 03309) vertaling: Dat hoeës zow ich noeëts wille gèlle
448 (z09i) Dat huis, dat zou ik nooit willen kopen (inf. 03310) vertaling: Dat hoes, dat zów ich va ze leëve nit gaele wille
449 (z09j) Dat huis, dat staat daar al vijftig jaar (inf. 03310) vertaling: Dat hoes, dat sjteet d'r al fieftig joar
449 (z09j) Dat huis, dat staat daar al vijftig jaar (inf. 03309) vertaling: Dat hoeës (dat) sjteet doa al fieftig joar
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03310) komt voor: j
gebr.: 5
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03309) komt voor: j
gebr.: 5
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03310) komt voor: j
gebr.: 5
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03309) komt voor: j
gebr.: 5
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 03310) komt voor: n
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 03309) komt voor: n
453 (z10(i)c) Ze zijn/hebben geweest naar de markt (inf. 03309) komt voor: n
453 (z10(i)c) Ze zijn/hebben geweest naar de markt (inf. 03310) komt voor: n
454 (z10(i)d) Ze hebben geweest naar de markt (inf. 03310) komt voor: n
454 (z10(i)d) Ze hebben geweest naar de markt (inf. 03309) komt voor: n
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03309) komt voor: j
gebr.: 5
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03310) komt voor: j
gebr.: 5
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03309) komt voor: j
gebr.: 5
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03310) komt voor: j
gebr.: 5
457 (z10(ii)b) Hij heeft zijn kinderen gezet op de tractor (inf. 03310) komt voor: n
457 (z10(ii)b) Hij heeft zijn kinderen gezet op de tractor (inf. 03309) komt voor: n
458 (z10(ii)c) Hij heeft gezet zijn kinderen op de tractor (inf. 03310) komt voor: n
458 (z10(ii)c) Hij heeft gezet zijn kinderen op de tractor (inf. 03309) komt voor: n
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03309) komt voor: j
gebr.: 5
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03310) komt voor: j
gebr.: 5
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03309) komt voor: j
gebr.: 5
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03310) komt voor: j
gebr.: 5
462 (z10(iii)b) Hij heeft zijn voorgevel geschilderd helemaal wit (inf. 03310) komt voor: n
462 (z10(iii)b) Hij heeft zijn voorgevel geschilderd helemaal wit (inf. 03309) komt voor: n
464 (z10(iii)c) Hij heeft geschilderd zijn voorgevel helemaal wit (inf. 03309) komt voor: n
464 (z10(iii)c) Hij heeft geschilderd zijn voorgevel helemaal wit (inf. 03310) komt voor: n
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03310) komt voor: j
gebr.: 5
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03309) komt voor: j
gebr.: 5
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03310) komt voor: j
gebr.: 5
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03309) komt voor: j
gebr.: 5
467 (z10(iv)b) Mijn vrouw kan spreken dialect (inf. 03310) komt voor: n
467 (z10(iv)b) Mijn vrouw kan spreken dialect (inf. 03309) komt voor: n
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03310) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03309) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03310) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03309) komt voor: j
gebr.: 5
470 (z10(v)b) Gunther heeft Annemie gebracht naar huis (inf. 03309) komt voor: n
470 (z10(v)b) Gunther heeft Annemie gebracht naar huis (inf. 03310) komt voor: n
471 (z10(v)c) Gunther heeft gebracht Annemie naar huis (inf. 03309) komt voor: n
471 (z10(v)c) Gunther heeft gebracht Annemie naar huis (inf. 03310) komt voor: n
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 03310) vertaling: Hat d'r Gunther gebeld
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 03309) vertaling: Had d'r Gunther geld?
473 (z11b) En pas op! (inf. 03309) vertaling: Pas op!
473 (z11b) En pas op! (inf. 03309) vertaling: Pas op!
473 (z11b) En pas op! (inf. 03309) vertaling: Pas op!
473 (z11b) En pas op! (inf. 03310) vertaling: Wach dich!
473 (z11b) En pas op! (inf. 03310) vertaling: Wach dich!
473 (z11b) En pas op! (inf. 03310) vertaling: Wach dich!
473 (z11b) En pas op! (inf. 03309) vertaling: Kiek oeht!
473 (z11b) En pas op! (inf. 03309) vertaling: Kiek oeht!
473 (z11b) En pas op! (inf. 03309) vertaling: Kiek oeht!
473 (z11b) En pas op! (inf. 03310) vertaling: Huuk dich!
473 (z11b) En pas op! (inf. 03310) vertaling: Huuk dich!
473 (z11b) En pas op! (inf. 03310) vertaling: Huuk dich!
473 (z11b) En pas op! (inf. 03309) vertaling: Wees vurzichtig!
473 (z11b) En pas op! (inf. 03309) vertaling: Wees vurzichtig!
473 (z11b) En pas op! (inf. 03309) vertaling: Wees vurzichtig!
473 (z11b) En pas op! (inf. 03310) vertaling: Kiek oet!
473 (z11b) En pas op! (inf. 03310) vertaling: Kiek oet!
473 (z11b) En pas op! (inf. 03310) vertaling: Kiek oet!
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 03309) vertaling: 't wor mar jüs genog
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 03310) vertaling: 't Wor mar graad good genóg
475 (z11d) Marjo heeft nu meer koeien dan ze vroeger en had (inf. 03310) vertaling: 't Marjo hat noe mieë kuj wie vreuger
475 (z11d) Marjo heeft nu meer koeien dan ze vroeger en had (inf. 03309) vertaling: 't Marjo had noehn mieë kuj wie vrugger
476 (z11e) Als Susanne en had kunnen komen dan had ze dat gedaan (inf. 03310) vertaling: Wen 't San hui kinne kome, da hui't dat gedoa
476 (z11e) Als Susanne en had kunnen komen dan had ze dat gedaan (inf. 03309) vertaling: Wan 't Suzan houw kome kònne, dan houw 't dat gedoa
477 (z11f) Zij is de beste dokter die ik en ken (inf. 03310) vertaling: Het is d'r beste dokter dem ich kin
477 (z11f) Zij is de beste dokter die ik en ken (inf. 03309) vertaling: Zieë is d'r betste dokter die ik kan
478 (z11g) Voor je iets en weggooit, moet je even bellen (inf. 03310) vertaling: Ierse get voetwurps móste mich effe belle
478 (z11g) Voor je iets en weggooit, moet je even bellen (inf. 03309) vertaling: Vuurste det voetwurps mòs te effe belle
479 (z11h) Hier is alles wat ik gekregen en heb (inf. 03310) vertaling: Hi-j is aal wat ich han krieëge
479 (z11h) Hier is alles wat ik gekregen en heb (inf. 03309) vertaling: Hi-j is alles wat ik krieë han
480 (z11i) Jan en is te gierig om iets aan z'n kinderen te geven (inf. 03310) vertaling: D'r Jan is te priejetig um zieng kinger get te geëve
480 (z11i) Jan en is te gierig om iets aan z'n kinderen te geven (inf. 03309) vertaling: d'r Jan is te knauretig um get an de kinger te geave
481 (z11j) Alsof jij iets van voetballen en weet! (inf. 03310) vertaling: Ja, esof doe va voetballe get wus!
481 (z11j) Alsof jij iets van voetballen en weet! (inf. 03309) vertaling: Es wen dea get va voetballe (aaf) wit
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 03310) vertaling: Dat book, legk 't neer!
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 03310) vertaling: Legk neer dat book!
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 03310) vertaling: Legk neer dat book!
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 03310) vertaling: Dat book, legk 't neer!
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 03309) vertaling: Legk neer dat book!
483 (z11l) Als je echt niet kunt wachten, dan kom maar (inf. 03310) vertaling: Wenste wurklig nit wachte kins, da koom mar
483 (z11l) Als je echt niet kunt wachten, dan kom maar (inf. 03309) vertaling: Wenste ech nit kans wachte, koom dan mar
488 (z12a) Ik weet dat Jan de dokter had kunnen roepen (inf. 03310) vertaling: Ich weet dat d'r Jan d'r dokter hei kinne rope
488 (z12a) Ik weet dat Jan de dokter had kunnen roepen (inf. 03309) vertaling: Ich weet dat d'r Jan d'r dokter houw kònne rope
489 (z12b) Ik weet dat Jan de dokter kon geroepen hebben (inf. 03310) vertaling: Ich weet dat d'r Jan d'r dokter kós han gerope
489 (z12b) Ik weet dat Jan de dokter kon geroepen hebben (inf. 03309) vertaling: Ich weet dat d'r Jan d'r dokter kos gerope han
490 (z12c) Hij zei dat ik het had moeten doen (inf. 03309) vertaling: Hea zaag dat ich 't houw mòtte doeë
490 (z12c) Hij zei dat ik het had moeten doen (inf. 03310) vertaling: Heë zag mich ich hei 't mótte doeë
491 (z12d) Hij zei dat ik het moest gedaan hebben (inf. 03310) vertaling: Heë zag dat ich 't moeët gedoa han
491 (z12d) Hij zei dat ik het moest gedaan hebben (inf. 03309) vertaling: Hea zaag dat ich 't gedoa mos han
492 (z12e) Hij is vorige week door dokter Mertens geopereerd (inf. 03310) vertaling: Heë is de aafgelope weëk va Dokter M geopereerd woeëde
492 (z12e) Hij is vorige week door dokter Mertens geopereerd (inf. 03309) vertaling: Hea is de vurge weak durch d'r dokter Mertens geöpereerda
493 (z12f) Hij wordt morgen door dokter Mertens geopereerd (inf. 03310) vertaling: Heë wedt mörge va Dokter M opereerd
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03310) vertaling: Ich dink datste veuël zóws mótte voetwerpe
positie: 3
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03309) vertaling: Ich dink daste voäl houws motte voetwerpe
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03310) vertaling: Ich dink datste veuël zóws mótte voetwerpe
positie: 3
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03309) vertaling: 't Is sjtom um zong duur dinger voet te werpe
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03310) vertaling: 't Is dóm um zo'n duur dinger voet te werpe
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03310) vertaling: 't Is dóm um zo'n duur dinger voet te werpe
positie: 1
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03310) vertaling: Heë is alle kepodde prulle an 't voetwerpe
positie: 2
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03309) vertaling: Hea is alle kapotte sjpulle an 't voetwerpe
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03310) vertaling: Heë is alle kepodde prulle an 't voetwerpe
positie: 2
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03309) vertaling: Ich ving daste dikser de Ziedong zòws motte leeze
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03310) vertaling: Ich ving datste de siedóng dekker zóws mótte leëze
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03309) vertaling: 't Is sjtom om in d'r duuster de ziedong te leëze
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03310) vertaling: 't Is dóm um de siedóng in 't duuster te leëze
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03309) vertaling: Hea is d'r ganse daag de ziedòng 't leëze
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03310) vertaling: Heë is d'r godganselike daag de siedóng an 't leëze
positie: 1
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03310) vertaling: Heë is d'r godganselike daag de siedóng an 't leëze
positie: 1
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 03310) fragment: durch (1)
506 (z14d) Heb jij aan Jan gezien? (inf. 03309) fragment: d'r (1)
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 03309) komt voor: n
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 03310) vertaling: Zoe dink ee han ich va ze leëve nit gezieë!
komt voor: j
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 03310) vertaling: Zoe dink ee han ich va ze leëve nit gezieë!
komt voor: j
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 03310) vertaling: Zoe vroumesj ee kinste mar beëter nieks teëge zage
komt voor: j
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 03309) komt voor: n
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 03310) vertaling: Zoe vroumesj ee kinste mar beëter nieks teëge zage
komt voor: j
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 03310) vertaling: Zoe miensj ee hat ummer get te rauwele
komt voor: j
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 03309) komt voor: n
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 03310) vertaling: Zoe miensj ee hat ummer get te rauwele
komt voor: j
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 03309) komt voor: n
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 03310) komt voor: n
516 (z16a) Robert heeft één groene appel weggegeven, en nu heeft hij er nog twee rode (inf. 03309) vertaling: d'r Robert had inne greune appel voetgegeeve en noehn had e nog 2 roeë
516 (z16a) Robert heeft één groene appel weggegeven, en nu heeft hij er nog twee rode (inf. 03310) vertaling: d'r Rob hat inne greune appel voetgegeëve en noe hat heë d'r nog twieë roeë
412 (z16b) Er waren veel mensen op het feest (inf. 03310) vertaling: 't Worre veuël lüj óp 't fes
412 (z16b) Er waren veel mensen op het feest (inf. 03309) vertaling: D'r wòrre vöäl luuj op 't fes
413 (z16c) Jammer dat ik gisteren niet kon komen. Waren er veel mensen op het feest? (inf. 03310) vertaling: Worre d'r veuël lüj óp 't fes
413 (z16c) Jammer dat ik gisteren niet kon komen. Waren er veel mensen op het feest? (inf. 03309) vertaling: Wòrre d'r vöäl luuj op 't fes?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03310) vertaling: Wat haste vur (ing) beuk gegole?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03309) vertaling: Wat vur beu(h)k haste gegouwe?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03309) vertaling: Was haste vur beuk gegouwe?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03310) vertaling: Wat vur ing beuk haste gekoch / gegole
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03309) vertaling: Was haste vur beuk gegouwe?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03310) vertaling: Wat vur ing beuk haste gekoch / gegole
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03310) vertaling: Wat haste vur (ing) beuk gegole?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03309) vertaling: Wat vur beu(h)k haste gegouwe?
521 (z16e) Hij woont bij Marietje (inf. 03310) vertaling: Heë wónt bi-j 't Marieke
521 (z16e) Hij woont bij Marietje (inf. 03310) vertaling: ... mit 't M.
521 (z16e) Hij woont bij Marietje (inf. 03310) vertaling: ... mit 't M.
521 (z16e) Hij woont bij Marietje (inf. 03309) vertaling: Hea wònt bi-j 't Marietje
521 (z16e) Hij woont bij Marietje (inf. 03310) vertaling: Heë wónt bi-j 't Marieke
522 (z16f) Hij woont bij Wim (inf. 03310) vertaling: Heë wónt mit d'r Wim
522 (z16f) Hij woont bij Wim (inf. 03309) vertaling: Hea wònt bi-j d'r Wim
523 (z16g) Loop even naar de bakker, Wim! (inf. 03309) vertaling: Loop effe noa d'r bekker, Wim
523 (z16g) Loop even naar de bakker, Wim! (inf. 03310) vertaling: Loop's effe nao d'r bekker Wim!
524 (z16h) Wie heb je gezien? (inf. 03310) vertaling: Wem haste gezieë?
524 (z16h) Wie heb je gezien? (inf. 03309) vertaling: Wea haste gezieë?
525 (z16i) Wie heeft jou gezien? (inf. 03309) vertaling: Wea had dich gezieë?
525 (z16i) Wie heeft jou gezien? (inf. 03310) vertaling: Weë hat dich gezieë?
527 (z16j) Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan (inf. 03309) vertaling: Houw ich dat gewos, dan houw ich 't nit gedoa
527 (z16j) Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan (inf. 03310) vertaling: Hui ich dat gewete da hui ich 't nit gedoa
528 (z16k) 't Zou beter zijn om nog even te wachten (inf. 03310) vertaling: 't Wuur beëter nog get te wade
528 (z16k) 't Zou beter zijn om nog even te wachten (inf. 03309) vertaling: 't Zow beater zieë nog effe te wade
882 (z16l) Gelukkig had Jan de dokter gebeld en die was er al heel gauw (inf. 03309) vertaling: Gelukkig houw d'r Jan d'r dokter gebeld en dea wòr al gauw doa
882 (z16l) Gelukkig had Jan de dokter gebeld en die was er al heel gauw (inf. 03310) vertaling: 't Is e geluk dat d'r Jan d'r dokter gerope hei en deë koam al flot
882 (z16l) Gelukkig had Jan de dokter gebeld en die was er al heel gauw (inf. 03310) vertaling: 't Is e geluk dat d'r Jan d'r dokter gerope hei en deë koam al flot
882 (z16l) Gelukkig had Jan de dokter gebeld en die was er al heel gauw (inf. 03310) vertaling: ... en deë wor al flot gekoeme
882 (z16l) Gelukkig had Jan de dokter gebeld en die was er al heel gauw (inf. 03310) vertaling: ... en deë wor al flot gekoeme
883 (z16m) Loop nou toch door, vervelende jongens! (inf. 03309) vertaling: Loop noe doch durch vervealende jònges
883 (z16m) Loop nou toch door, vervelende jongens! (inf. 03310) vertaling: Loop 'ns durch ier lestige jónge!
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03309) komt voor: j
gebr.: 5
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03310) komt voor: j
gebr.: 4
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03310) komt voor: j
gebr.: 4
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03309) komt voor: j
gebr.: 5
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 03310) komt voor: j
gebr.: 3
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 03310) komt voor: j
gebr.: 3
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 03309) komt voor: n
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03309) komt voor: j
gebr.: 3
opm.: aan- of afwezigheid van 'te' niet aangeduid
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03310) komt voor: j
gebr.: 4
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03309) komt voor: j
gebr.: 3
opm.: aan- of afwezigheid van 'te' niet aangeduid
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03310) komt voor: j
gebr.: 4
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 03310) komt voor: j
gebr.: 5
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 03309) komt voor: n
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 03310) komt voor: j
gebr.: 5
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 03309) komt voor: n
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 03310) komt voor: n
605a (z17f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen proberen (inf. 03309) komt voor: n
605a (z17f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen proberen (inf. 03310) komt voor: n
548 (z17g) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen proberen hebt (inf. 03309) komt voor: n
548 (z17g) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen proberen hebt (inf. 03310) komt voor: n
542 (z17h) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt proberen (inf. 03309) komt voor: n
542 (z17h) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt proberen (inf. 03310) komt voor: j
gebr.: 4
542 (z17h) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt proberen (inf. 03310) komt voor: j
gebr.: 4
000 (z17opm) (inf. 03310) opm. inf.: Ad h: wel probeert has

interview mondelinge enqute

sprekertekstcommentaar 
geen interview gehouden in Waubach

data telefonische enqute

zinsnr.testzininstructieantwoorden
geen data telefonische enqute in Waubach