SAND-data Valkenburg (Q101p)

schriftelijke enquête | mondelinge enquête | telefonische enquête

data schriftelijke enquête

zinsnr.testzinantwoorden
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 03306) vertaling: Jan herinnert zich dat verhaol waal
opm.: reflexief: zich
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 03306) vertaling: Marie en Piet zeen zich veur de kerk
opm.: "Wij hebben geen woord voor 'elkaar'"
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 03306) vertaling: Toon wasj zich
opm.: reflexief: zich
038 (x01d) De timmerman heeft geen spijkers bij zich (inf. 03306) vertaling: D'n tummerman haet gein naegel bie zich
opm.: reflexief: zich
039 (x01e) Fons zag een slang naast ... (inf. 03306) vertaling: Fons zaog ein sjlang naeve zich
opm.: reflexief: zich
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 03306) vertaling: Erik leet mich veur häom wèrke
opm.: reflexief: hem
041 (x01g) Johanna liet zich meedrijven op de golven (inf. 03306) vertaling: Johanna laet zich mètdrieve op de golve
opm.: reflexief: zich
042 (x01h) Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel (inf. 03306) vertaling: Toon bekeek zichzelf ins good in de sjpegel
opm.: reflexief: zichzelf
043 (x01i) Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken (inf. 03306) vertaling: Jan haet in twiè minute ein beerke gedrónke
044 (x01j) Deze schoenen lopen gemakkelijk (inf. 03306) vertaling: Dees sjeun loupe gemekkelek
045 (x01k) Eduard kent zichzelf goed (inf. 03306) vertaling: Eduard kint zichzelf good
opm.: reflexief: zichzelf
046 (x01l) Ward heeft gehoord dat er foto's van zichzelf in de etalage staan (inf. 03306) vertaling: Ward haet gehuerd dat d'r foto's van häöm zelf in de etalaasj sjtaan
opm.: reflexief: hemzelf
047 (x01m) Die aardappelen schillen niet gemakkelijk (inf. 03306) vertaling: Die aerappele sjèlle zich neet gemekkelek
opm.: reflexief: zich
884 (x01n) Dit glas breekt als het op de grond valt (inf. 03306) vertaling: Dit glas brik es 't op de grónd vilt
052 (x02a) Dokter, leef ik wel gezond genoeg? (inf. 03306) vertaling: Dokter, laef ich waal gezónd genóg?
054 (x02b) Al jaren leeft hij van de erfenis van zijn vader (inf. 03306) vertaling: Al jaore laef hae van de erfenis van zien vader
056 (x02c) Deze week leeft zij op water en brood (inf. 03306) vertaling: Dees waek laef zie op water en broad
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 03306) vertaling: Laef 't nog?
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 03306) vertaling: Wie lang laeft geer noe al van die erfenis?
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 03306) vertaling: Wie lang laeft geer noe al van die erfenis?
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 03306) vertaling: Wie lang laef geer noe al van die erfenis?
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 03306) vertaling: Wie lang laef geer noe al van die erfenis?
062 (x02f) In Bretagne leven ze vooral van de visvangst (inf. 03306) vertaling: In Bretagne laeve ze veural van de vösjvangs
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 03306) vertaling: Nao 't aete ging ich sjlaope
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 03306) vertaling: Nao 't aete góng ich sjlaope
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 03306) vertaling: Nao 't aete góng ich sjlaope
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 03306) vertaling: Nao 't aete ging ich sjlaope
065 (x02h) Zou ik dat wel kunnen doen? (inf. 03306) vertaling: Zou ich dat waal kinne doon?
066 (x02i) Hij liet zijn huis afbreken (inf. 03306) vertaling: Hae leet zien hoes aafbraeke
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03306) vertaling: Ich weit dat Jan hel mót kinne wèrke
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03306) vertaling: Ich weit dat Jan hel mót kinne wèrke
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03306) vertaling: Ich weit dat Jan hel mót kinne wèrke
komt voor: j
gebr.: 5
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 03306) komt voor: n
gebr.: 1
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 03306) komt voor: n
gebr.: 1
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 03306) komt voor: n
gebr.: 1
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 03306) komt voor: n
gebr.: 1
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 03306) komt voor: n
gebr.: 1
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 03306) komt voor: n
gebr.: 1
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 03306) komt voor: n
gebr.: 1
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 03306) komt voor: n
gebr.: 1
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 03306) komt voor: n
gebr.: 1
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 03306) komt voor: n
gebr.: 1
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03306) komt voor: j
gebr.: 5
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03306) komt voor: j
gebr.: 5
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 03306) komt voor: n
gebr.: 1
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 03306) komt voor: n
gebr.: 1
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 03306) komt voor: n
gebr.: 1
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 03306) komt voor: n
gebr.: 1
089 (x04(iii)d) Ik weet dat Jan bouwen een nieuwe schuur moet (inf. 03306) komt voor: n
gebr.: 1
089 (x04(iii)d) Ik weet dat Jan bouwen een nieuwe schuur moet (inf. 03306) komt voor: n
gebr.: 1
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03306) komt voor: j
gebr.: 5
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03306) komt voor: j
gebr.: 5
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 03306) komt voor: n
gebr.: 1
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 03306) komt voor: n
gebr.: 1
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 03306) komt voor: n
gebr.: 1
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 03306) komt voor: n
gebr.: 1
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 03306) komt voor: n
gebr.: 1
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 03306) komt voor: n
gebr.: 1
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03306) komt voor: j
gebr.: 5
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03306) komt voor: j
gebr.: 5
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 03306) komt voor: n
gebr.: 1
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 03306) komt voor: n
gebr.: 1
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 03306) komt voor: n
gebr.: 1
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 03306) komt voor: n
gebr.: 1
098 (x04(ix)d) Jan zei dat Marie gaan naar een bakker moest (inf. 03306) komt voor: n
gebr.: 1
098 (x04(ix)d) Jan zei dat Marie gaan naar een bakker moest (inf. 03306) komt voor: n
gebr.: 1
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03306) komt voor: j
gebr.: 5
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03306) komt voor: j
gebr.: 5
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03306) komt voor: j
gebr.: 5
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03306) komt voor: j
gebr.: 5
102 (x04(v)c) Ik weet dat Jan moet jammer genoeg vertrekken (inf. 03306) gebr.: 1
103 (x04(v)d) Ik weet dat Jan vertrekken jammer genoeg moet (inf. 03306) gebr.: 1
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03306) komt voor: j
gebr.: 5
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03306) komt voor: j
gebr.: 5
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03306) komt voor: j
gebr.: 5
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03306) komt voor: j
gebr.: 5
107 (x04(vi)c) Ik weet dat Hans mag niet komen (inf. 03306) komt voor: n
gebr.: 1
107 (x04(vi)c) Ik weet dat Hans mag niet komen (inf. 03306) komt voor: n
gebr.: 1
110 (x04(vi)d) Ik weet dat Hans komen niet mag (inf. 03306) komt voor: n
gebr.: 1
110 (x04(vi)d) Ik weet dat Hans komen niet mag (inf. 03306) komt voor: n
gebr.: 1
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03306) komt voor: j
gebr.: 5
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03306) komt voor: j
gebr.: 5
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03306) komt voor: j
gebr.: 5
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03306) komt voor: j
gebr.: 5
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 03306) komt voor: n
gebr.: 1
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 03306) komt voor: n
gebr.: 1
115 (x04(vii)d) Ik weet dat Jan kopen varkens wil (inf. 03306) komt voor: n
gebr.: 1
115 (x04(vii)d) Ik weet dat Jan kopen varkens wil (inf. 03306) komt voor: n
gebr.: 1
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03306) komt voor: j
gebr.: 5
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03306) komt voor: j
gebr.: 5
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03306) komt voor: j
gebr.: 5
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03306) komt voor: j
gebr.: 5
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 03306) komt voor: n
gebr.: 1
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 03306) komt voor: n
gebr.: 1
121 (x04(viii)d) Ik weet dat Eddy eten brood wil (inf. 03306) komt voor: n
gebr.: 1
121 (x04(viii)d) Ik weet dat Eddy eten brood wil (inf. 03306) komt voor: n
gebr.: 1
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03306) komt voor: j
gebr.: 5
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03306) komt voor: j
gebr.: 5
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 03306) komt voor: n
gebr.: 1
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 03306) komt voor: n
gebr.: 1
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 03306) komt voor: n
gebr.: 1
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 03306) komt voor: n
gebr.: 1
126 (x04(x)d) Eddy moet opstaan vroeg kunnen (inf. 03306) komt voor: n
gebr.: 1
126 (x04(x)d) Eddy moet opstaan vroeg kunnen (inf. 03306) komt voor: n
gebr.: 1
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03306) komt voor: j
gebr.: 5
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03306) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03306) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03306) komt voor: j
gebr.: 5
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 03306) komt voor: n
gebr.: 1
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 03306) komt voor: n
gebr.: 1
131 (x04(xi)d) Ik zei dat Willy verkopen de auto moest (inf. 03306) komt voor: n
gebr.: 1
131 (x04(xi)d) Ik zei dat Willy verkopen de auto moest (inf. 03306) komt voor: n
gebr.: 1
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 03306) vertaling: Jan haet gein ein book miè
134 (x05b) Jan en heeft geen boek meer (inf. 03306) vertaling: Jan haet gein book miè
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 03306) vertaling: Beuk haet Jan neet
136 (x05d) Jan en heeft niet veel geld niet meer (inf. 03306) vertaling: Jan heeft niet veel geld meer
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03306) vertaling: Dao maog nemes praote euver dit probleem
138 (x05f) Er mag niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03306) vertaling: Dao maog nemes praote euver dit probleem
139 (x05g) Niemand zegt dat hij komt niet (inf. 03306) vertaling: Nemes zaet dat hae kump
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 03306) vertaling: Zitte hie örges muus
141 (x05i) Ik geef niets aan een ander niet (inf. 03306) vertaling: Ich gaef niks aan einen andere
142 (x05j) Niemand wil niet werken niet (inf. 03306) vertaling: Nemes wilt wèrke
143 (x05k) Wij en wisten niet dat hij thuis was (inf. 03306) vertaling: Veer wiste neet dat hae heim waor
144a (x05l) Ik wist het niet ook niet (inf. 03306) vertaling: Ich wis 't ouch neet
145 (x05m) Hij mag met niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03306) vertaling: Hae maog mèt nemes praote euver dit probleem
000 (x05opm) (inf. 03306) opm.: "praote mag ook zijn sjpraeke"
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 03306) vertaling: Jan wèt dat hae veur drie oer de wage mót höbbe gemaak
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03306) komt voor: j
gebr.: 5
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03306) komt voor: j
gebr.: 5
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 03306) komt voor: n
gebr.: 1
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 03306) komt voor: n
gebr.: 1
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 03306) komt voor: n
gebr.: 1
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 03306) komt voor: n
gebr.: 1
159 (x06d) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben gemaakt moet (inf. 03306) komt voor: n
gebr.: 1
159 (x06d) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben gemaakt moet (inf. 03306) komt voor: n
gebr.: 1
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03306) komt voor: j
gebr.: 5
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03306) komt voor: j
gebr.: 5
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 03306) komt voor: n
gebr.: 1
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 03306) komt voor: n
gebr.: 1
162 (x07a) Maries auto is kapot (inf. 03306) vertaling: De auto van Marie is kapot
opm.: Prenominale possessieve genitief '-s': n.v.t.
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 03306) vertaling: Marie ziene auto is kepot
opm.: "Marie is vrouwelijk, maar we zeggen toch 'ziene' en niet (altijd) 'häöre'"
164 (x07c) Piets auto is kapot (inf. 03306) vertaling: De auto van Piet is kapot
opm.: prenominale possessieve genitief '-s': n.v.t.
165 (x07d) Piet z'n/se auto is kapot (inf. 03306) vertaling: Piet ziene auto is kapot
166 (x07e) Die mans auto is kapot (inf. 03306) vertaling: De auto van dae man is kapot
167 (x07f) Die man zijn/se auto is kapot (inf. 03306) vertaling: Dae man zienen auto is kapot
168 (x07g) Die auto is niet van mij maar van hem (inf. 03306) vertaling: Dae auto is neet van mich mer van häöm
169 (x07h) Gisterens krant ligt onder de TV (inf. 03306) vertaling: De gazèt van gistere ligt ónde de TV
170 (x07i) Jan is Karolien en Kristien se/hun broertje (inf. 03306) vertaling: Jan is karolien en kristien hun breurke
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 03306) vertaling: Die jónge hun fietse zin geklauwd
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 03306) vertaling: Die zustersj hun moder is op bezeuk
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 03306) vertaling: Dae auto is van Wim
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 03306) vertaling: Dae fiets is van mich
178 (x08a) Hij mag met niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03306) vertaling: Hae mag mèt nemes sjpraeke euver dit probleem
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 03306) vertaling: Ich wil nemes kwetse
180 (x08c) Het is jammer dat wij komen niet en mogen (inf. 03306) vertaling: 't Is jaomer dat veer nee maoge kómme
181 (x08d) Dat niet en ga ik doen (inf. 03306) vertaling: Dat gaon ich niet doon
182 (x08e) (Heb je hard gewerkt?) Niet heb ik gewerkt (inf. 03306) vertaling: Ich hob neet gewèrk
183 (x08f) Niet had hij het verteld of Marie begon te huilen (inf. 03306) vertaling: Nog mer sjuus houw hae 't vertèld, of Marie begós te hule
184 (x08g) Gaan haalt die bestelling nu maar op! (inf. 03306) vertaling: Gank dich die besjtèlling nou mer ophaole
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 03306) vertaling: Hae wèrk neet
186 (x08i) Je weet dat niemand hier binnen mag, dus ik verbied je nog een keer om hier niet te komen (inf. 03306) vertaling: Ich verbeej dich um hie te kómme
187 (x08j) Jan verhinderde dat we Marie niet belden (inf. 03306) vertaling: Jan verhingerde dat veer Marie belde
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03306) komt voor: j
fragment: (2)
opm.: Positie 2: niet ingevuld
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03306) komt voor: j
fragment: om (1)
opm.: Positie 2: niet ingevuld
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03306) komt voor: j
fragment: om (1)
opm.: Positie 2: niet ingevuld
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03306) komt voor: j
fragment: (2)
opm.: Positie 2: niet ingevuld
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03306) komt voor: j
fragment: om (1)
opm.: Positie 2: niet ingevuld
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03306) komt voor: j
fragment: (2)
opm.: Positie 2: niet ingevuld
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03306) komt voor: j
fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03306) komt voor: j
fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03306) komt voor: j
fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03306) komt voor: j
fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03306) komt voor: j
fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03306) komt voor: j
fragment: (2)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03306) komt voor: j
fragment: om te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03306) komt voor: j
fragment: om te (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03306) komt voor: j
fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03306) komt voor: j
fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03306) komt voor: j
fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03306) komt voor: j
fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03306) komt voor: j
fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03306) komt voor: j
fragment: als (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03306) komt voor: j
fragment: dat je (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03306) komt voor: j
fragment: dat je (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03306) komt voor: j
fragment: zult (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03306) komt voor: j
fragment: dat je (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03306) komt voor: j
fragment: zult (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03306) komt voor: j
fragment: zult (2)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03306) komt voor: j
fragment: als (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03306) komt voor: j
fragment: als (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03306) komt voor: j
fragment: dan (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03306) komt voor: j
fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03306) komt voor: j
fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03306) komt voor: j
fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03306) komt voor: j
fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03306) komt voor: j
fragment: dan (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03306) komt voor: j
fragment: als (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03306) komt voor: j
fragment: als (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03306) komt voor: j
fragment: te (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03306) komt voor: j
fragment: te (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 03306) fragment: (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 03306) komt voor: j
fragment: dat (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 03306) komt voor: j
fragment: dat (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 03306) komt voor: j
fragment: of (1)
opm.: dav? twijfel voegwoord na onderschikkend 'of'
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 03306) komt voor: j
fragment: of (1)
opm.: dav? twijfel voegwoord na onderschikkend 'of'
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03306) komt voor: j
fragment: of (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03306) komt voor: j
fragment: of (1)
204 (x10a) Ik weet dat jullie op niemand boos zijn (inf. 03306) vertaling: Ich weit dat geer op nemes kaod zeet
205 (x10b) Ik weet dat zij op niets trots is (inf. 03306) vertaling: Ich weit dat zie nörges gruètsj op is
206 (x10c) Els denkt dat 't niet gemakkelijk is (inf. 03306) vertaling: Els dink dat 't neet gemekkelek is
207 (x10d) Ik weet dat ik te laat ben en jij niet (inf. 03306) vertaling: Ich weit dat ich te laat bin en dich neet
207 (x10d) Ik weet dat ik te laat ben en jij niet (inf. 03306) vertaling: Ich weit dat ich te laat bin en dich neet
207 (x10d) Ik weet dat ik te laat ben en jij niet (inf. 03306) vertaling: Ich weit dat ich te laat bin en doe neet
207 (x10d) Ik weet dat ik te laat ben en jij niet (inf. 03306) vertaling: Ich weit dat ich te laat bin en doe neet
208 (x10e) Je weet toch dat jij moet werken en ik niet (inf. 03306) vertaling: Doe wèts toch dastoe wèrke mós en ich neet?
210 (x10g) Het is jammer dat hij komt en dat zij weggaat (inf. 03306) vertaling: 't Is jaomer dat hae kump en dat zie weg geit
211 (x10h) Ik denk dat Lisa ziek is (inf. 03306) vertaling: Ich dink dat Lisa krank is
213 (x10i) Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen (inf. 03306) vertaling: Ich dink dat Pieter en Lisa gaon trouwe
225 (y01(i)) A: Hij slaapt B:Hij/'t (en) doet (inf. 03306) vertaling: Dat deit hae
226 (y01(i)a) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij en doet (inf. 03306) komt voor: n
227 (y01(i)b) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij doet (inf. 03306) komt voor: n
228 (y01(i)c) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: 't Doet (inf. 03306) komt voor: n
229 (y01(ii)) A: Hij zal niet komen B: Hij/'t (en) doet (inf. 03306) vertaling: Dat zal hae doon
230 (y01(ii)a) A: Hij zal niet komen B: Hij en doet (inf. 03306) komt voor: n
231 (y01(ii)b) A: Hij zal niet komen B: Hij doet (inf. 03306) komt voor: n
232 (y01(ii)c) A: Hij zal niet komen B: 't doet (inf. 03306) komt voor: n
233 (y01(iii)) A: Slaapt hij? B: Ja/nee, hij/'t (en) doet/slaapt (niet) (inf. 03306) vertaling: Jae, dat deit hae
234 (y01(iii)a) A: Slaapt hij? B: Ja, hij doet (inf. 03306) komt voor: n
235 (y01(iii)b) A: Slaapt hij? B: Ja, dat doet hij (inf. 03306) komt voor: n
236 (y01(iii)c) A: Slaapt hij? B: Ja, hij en doet (inf. 03306) komt voor: n
237 (y01(iii)d) A: Slaapt hij? B: Ja, hij slaapt (inf. 03306) komt voor: j
238 (y01(iii)e) A: Slaapt hij? B: Nee, hij doet niet (inf. 03306) komt voor: n
239 (y01(iii)f) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet (inf. 03306) komt voor: n
240 (y01(iii)g) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet niet (inf. 03306) komt voor: n
241 (y01(iii)h) A: Slaapt hij? B: Nee, hij slaapt niet (inf. 03306) komt voor: j
242 (y01(iii)i) A: Slaapt hij? B: 't Doet (inf. 03306) komt voor: n
243 (y01(iii)j) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Ie doet (inf. 03306) komt voor: n
244 (y01(iii)k) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Toetoet (inf. 03306) komt voor: n
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 03306) vertaling: De lamp brent neet miè
komt voor: n
opm.: dav? (cf Y1opm)
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 03306) vertaling: De lamp brent neet miè
komt voor: n
opm.: dav? (cf Y1opm)
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 03306) vertaling: Dans Marie edere aovend
komt voor: n
opm.: dav? (cf Y1opm)
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 03306) vertaling: Dans Marie edere aovend
komt voor: n
opm.: dav? (cf Y1opm)
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 03306) vertaling: Sjnie 't broad ins eve
komt voor: n
opm.: dav (cf Y1opm)
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 03306) vertaling: Sjnie 't broad ins eve
komt voor: n
opm.: dav (cf Y1opm)
000 (y01opm) (inf. 03306) opm. inf.: "De vorm 'Doe 't brood eens snijden' (enz) komt voor, maar is toch wel erg ongewoon en fout"
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03306) komt voor: j
fragment: van wie de (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03306) komt voor: j
fragment: van wie de (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03306) komt voor: j
fragment: woa-op (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03306) komt voor: j
fragment: woa-op (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03306) komt voor: j
fragment: woa (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03306) komt voor: j
fragment: - (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03306) komt voor: j
fragment: woa (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03306) komt voor: j
fragment: - (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03306) komt voor: j
fragment: - (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03306) komt voor: j
fragment: woa (1)
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03306) komt voor: n
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03306) komt voor: j
fragment: woa 't (1)
opm.: dav
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03306) komt voor: j
fragment: woa 't (1)
opm.: dav
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03306) komt voor: j
fragment: dieje (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03306) komt voor: j
fragment: dieje (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03306) komt voor: j
fragment: waar (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03306) komt voor: j
fragment: waar (1)
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03306) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: Twijfelgeval D-woord of voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03306) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: Twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03306) komt voor: j
fragment: wat (1)
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03306) komt voor: j
fragment: wat (1)
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03306) komt voor: j
fragment: wat (1)
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03306) komt voor: j
fragment: wat (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03306) komt voor: j
fragment: wie (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03306) komt voor: j
fragment: wie (1)
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03306) vertaling: Wat dinkste wae ich in de sjtad höb gezeen
261 (y03b) Wat denken jullie hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03306) vertaling: Wie dinkt geer dat ze 't höbbe opgelos?
265 (y03c) Hoe denk je hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03306) vertaling: Wie dinkste dat ze 't höbbe opgelos?
263 (y03d) Magda weet niet wie dat wij willen bellen (inf. 03306) vertaling: Magda wèt neet wae veer wille opbelle
264 (y03e) Weet iemand wie of dat wij geroepen hebben? (inf. 03306) vertaling: Wèt emes wae veer gerope höbbe?
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03306) vertaling: Wae dinkste dat ich in de sjtad höb gezeen?
266 (y03g) Wie denk je die ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03306) vertaling: Wae dinkste wae ich in de sjtad höb gezeen?
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 03306) vertaling: Hae haet zich zien heng gewesje
opm.: reflexief: zich
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 03306) vertaling: Hae haet zich zien humme gewesje
opm.: reflexief: zich
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 03306) vertaling: Hae haet einen hood op de kop
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 03306) vertaling: Hae haet ein vlek op zien humme
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 03306) vertaling: Hae haet zich zien bein gebraoke
opm.: reflexief: zich
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 03306) vertaling: Zie haet zich pien gedaon
opm.: reflexief: zich
273 (y04g) Marie trok de deken naar zich toe (inf. 03306) opm.: blad ontbreekt
051 (y04h) Luc weet dat er foto's van hemzelf te koop zijn (inf. 03306) opm.: blad ontbreekt
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 03306) opm.: blad ontbreekt
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 03306) opm.: blad ontbreekt
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 03306) opm.: blad ontbreekt
283 (y04l) Wij herinneren ons wel dat al Jan zijn boeken gestolen waren, maar zij herinneren het zich niet (inf. 03306) opm.: blad ontbreekt
286 (y04m) Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt gezien hebben? (inf. 03306) opm.: blad ontbreekt
289 (y04n) Hij heeft zich een ongeluk gewerkt (inf. 03306) opm.: blad ontbreekt
290 (y04o) Hij voelde zich door het ijs zakken (inf. 03306) opm.: blad ontbreekt
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03306) vertaling: Zou hae dat hobbe gekind?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03306) vertaling: Zou hae dat hobbe gekind?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03306) vertaling: Zou hae dat gekind höbbe?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03306) vertaling: Zou hae dat gekind höbbe?
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 03306) fragment: (0)
opm.: blad ontbreekt
878 (y05(ii)) Hij heeft dat nooit gedaan (inf. 03306) fragment: (0)
opm.: blad ontbreekt
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 03306) komt voor: n
gebr.: 1
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 03306) komt voor: n
gebr.: 1
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 03306) komt voor: n
gebr.: 1
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 03306) komt voor: n
gebr.: 1
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 03306) komt voor: n
gebr.: 1
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 03306) komt voor: n
gebr.: 1
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 03306) komt voor: n
gebr.: 1
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 03306) komt voor: n
gebr.: 1
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 03306) komt voor: n
gebr.: 1
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 03306) komt voor: n
gebr.: 1
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 03306) komt voor: n
gebr.: 1
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 03306) komt voor: n
gebr.: 1
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 03306) komt voor: n
gebr.: 1
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 03306) komt voor: n
gebr.: 1
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 03306) komt voor: n
gebr.: 1
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 03306) komt voor: n
gebr.: 1
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 03306) komt voor: n
gebr.: 1
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 03306) komt voor: n
gebr.: 1
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 03306) komt voor: n
gebr.: 1
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 03306) komt voor: n
gebr.: 1
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 03306) komt voor: n
gebr.: 1
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 03306) komt voor: n
gebr.: 1
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 03306) komt voor: n
gebr.: 1
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 03306) komt voor: n
gebr.: 1
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 03306) komt voor: n
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 03306) komt voor: n
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 03306) vertaling: Ich dink dat hae weg is
komt voor: j
opm.: dav
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 03306) vertaling: Ich dink dat hae weg is
komt voor: j
opm.: dav
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 03306) komt voor: n
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 03306) komt voor: n
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 03306) komt voor: n
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 03306) komt voor: n
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 03306) komt voor: n
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 03306) vertaling: Kiès make weit ich niks van
komt voor: j
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 03306) vertaling: Kiès make weit ich niks van
komt voor: j
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 03306) komt voor: n
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 03306) komt voor: n
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 03306) komt voor: n
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 03306) vertaling: Zoo ein zou ich neet dörve opete
komt voor: j
opm.: dav
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 03306) vertaling: Zoo ein zou ich neet dörve opete
komt voor: j
opm.: dav
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 03306) komt voor: n
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 03306) komt voor: n
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 03306) vertaling: Loupentaere
komt voor: j
opm.: "Ik heb de indruk dat het gerundium op -entaere of -taere in Valkenburg nog volop leeft. loupentaere (lopend), zingentaere (zingend), hulentaere (huilend), enz."
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 03306) vertaling: Loupentaere
komt voor: j
opm.: "Ik heb de indruk dat het gerundium op -entaere of -taere in Valkenburg nog volop leeft. loupentaere (lopend), zingentaere (zingend), hulentaere (huilend), enz."
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 03306) komt voor: n
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 03306) komt voor: n
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 03306) komt voor: n
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 03306) komt voor: n
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 03306) komt voor: n
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 03306) vertaling: In dae tied laefde ich d'rop los
337 (y08b) Vroeger leefde hij als een beest (inf. 03306) vertaling: Vreuger laefde hae wie ein biès
338 (y08c) Daar leefden wij als god in Frankrijk (inf. 03306) vertaling: Dao laefde veer es God in Frankriek
339 (y08d) Niemand mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien (inf. 03306) vertaling: Nemes maog 't zeen, dus ich ving dastoe 't ouch neet maogs zeen
340 (y08e) Het gebeurde toen je wegging (inf. 03306) vertaling: 't Gebeurde wieste weggings
340 (y08e) Het gebeurde toen je wegging (inf. 03306) vertaling: 't Gebeurde wieste weggóngs
340 (y08e) Het gebeurde toen je wegging (inf. 03306) vertaling: 't Gebeurde wieste weggóngs
340 (y08e) Het gebeurde toen je wegging (inf. 03306) vertaling: 't Gebeurde wieste weggings
341 (y08f) Ik weet waar je geboren bent (inf. 03306) vertaling: Ich weit woastoe gebaore bis
342 (y08g) Nu je klaar bent, mag je gaan (inf. 03306) vertaling: Noeste klaor bis, maagste gaon
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 03306) vertaling: Doordat Marie gesjtorve is, haet häöre man Anna neet miè kinne helpe
000 (y08opm) (inf. 03306) opm. inf.: Zie voor d t/m g: De Chinezen van Nederland, 1988, pag 40-41
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 03306) vertaling: Ich weit dat hae is gaon zjwumme
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03306) komt voor: j
gebr.: 5
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03306) komt voor: j
gebr.: 5
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 03306) komt voor: n
gebr.: 1
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 03306) komt voor: n
gebr.: 1
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 03306) komt voor: n
gebr.: 1
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 03306) komt voor: n
gebr.: 1
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 03306) komt voor: j
gebr.: 5
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 03306) komt voor: j
gebr.: 5
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 03306) komt voor: n
gebr.: 1
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 03306) komt voor: n
gebr.: 1
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 03306) komt voor: n
gebr.: 1
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 03306) komt voor: n
gebr.: 1
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 03306) komt voor: n
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 03306) komt voor: n
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 03306) komt voor: n
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 03306) komt voor: n
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 03306) komt voor: n
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 03306) komt voor: n
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 03306) komt voor: n
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 03306) komt voor: n
365 (y11f) Hem is dood (inf. 03306) komt voor: n
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 03306) komt voor: n
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 03306) komt voor: n
367 (y11i) Is haar ziek? (inf. 03306) komt voor: n
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 03306) komt voor: n
369 (y11k) Met het te sneeuwen konden we de stad niet uit (inf. 03306) komt voor: n
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03306) komt voor: j
fragment: dae wat (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03306) komt voor: j
fragment: dae (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03306) komt voor: j
fragment: dae (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03306) komt voor: j
fragment: dae wat (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03306) komt voor: j
fragment: dae (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03306) komt voor: j
fragment: dae wat (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03306) komt voor: j
fragment: dae wat (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03306) komt voor: j
fragment: dae (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03306) komt voor: j
fragment: dae (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03306) komt voor: j
fragment: dae wat (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03306) komt voor: j
fragment: dae (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03306) komt voor: j
fragment: dae wat (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03306) komt voor: j
fragment: - (1)
opm.: dav
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03306) komt voor: j
fragment: dat hae (2)
opm.: dav
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03306) komt voor: j
fragment: woavan (1)
opm.: dav
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03306) komt voor: j
fragment: dat 'r (2)
opm.: dav
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03306) komt voor: j
fragment: - (1)
opm.: dav
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03306) komt voor: j
fragment: dat hae (2)
opm.: dav
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03306) komt voor: j
fragment: woavan (1)
opm.: dav
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03306) komt voor: j
fragment: dat 'r (2)
opm.: dav
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03306) komt voor: j
fragment: - (1)
opm.: dav
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03306) komt voor: j
fragment: dat hae (2)
opm.: dav
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03306) komt voor: j
fragment: woavan (1)
opm.: dav
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03306) komt voor: j
fragment: dat 'r (2)
opm.: dav
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03306) komt voor: j
fragment: - (1)
opm.: dav
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03306) komt voor: j
fragment: dat hae (2)
opm.: dav
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03306) komt voor: j
fragment: woavan (1)
opm.: dav
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03306) komt voor: j
fragment: dat 'r (2)
opm.: dav
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03306) komt voor: j
fragment: - (1)
opm.: dav
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03306) komt voor: j
fragment: dat hae (2)
opm.: dav
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03306) komt voor: j
fragment: woavan (1)
opm.: dav
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03306) komt voor: j
fragment: dat 'r (2)
opm.: dav
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03306) komt voor: j
fragment: dat (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03306) komt voor: j
fragment: woavan (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03306) komt voor: j
fragment: woavan (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03306) komt voor: j
fragment: dat (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03306) komt voor: j
fragment: woavan (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03306) komt voor: j
fragment: dat (2)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03306) komt voor: j
fragment: woa mèt (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03306) komt voor: j
fragment: woa mèt (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03306) komt voor: j
fragment: woamèt (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03306) komt voor: j
fragment: wae (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03306) komt voor: j
fragment: woamèt (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03306) komt voor: j
fragment: wae (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03306) komt voor: j
fragment: wae (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03306) komt voor: j
fragment: woamèt (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03306) komt voor: j
fragment: woa (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03306) komt voor: j
fragment: woa (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03306) komt voor: j
fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03306) komt voor: j
fragment: woa (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03306) komt voor: j
fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03306) komt voor: j
fragment: (2)
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03306) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03306) komt voor: j
fragment: wat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03306) komt voor: j
fragment: wat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03306) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03306) komt voor: j
fragment: wat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03306) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03306) komt voor: j
fragment: die (1)
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03306) komt voor: j
fragment: die (1)
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03306) komt voor: j
fragment: wat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03306) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03306) komt voor: j
fragment: wat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03306) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03306) komt voor: j
fragment: dat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03306) komt voor: j
fragment: wat (1)
opm.: twijfel D-woord of voegwoord
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03306) komt voor: j
fragment: wae (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03306) komt voor: j
fragment: wae (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03306) komt voor: j
fragment: woavan (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03306) komt voor: j
fragment: woavan (1)
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03306) vertaling: Piet dingk dat Jan en Marie op nemes neet koad zin
betekenis: negative concord
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03306) vertaling: Piet dingk dat Jan en Marie op nemes neet koad zin
betekenis: negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03306) vertaling: Wim dingk dat veer noats nemes eine pries geve
betekenis: negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03306) vertaling: Wim dingk dat veer noats nemes eine pries geve
betekenis: negative concord
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03306) vertaling: 't Is woar dat ze neet mèt Marie maoge praote
betekenis: negatie > modaal
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03306) vertaling: 't Is woar dat ze neet mèt Marie maoge praote
betekenis: negatie > modaal
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 03306) vertaling: nörges
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 03306) vertaling: nemes
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 03306) vertaling: noats
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 03306) vertaling: niks
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 03306) vertaling: allemaol
opm.: optie 1 is "het meest gehoord", optie 2 is "autentiek"
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 03306) vertaling: allemaol
opm.: optie 1 is "het meest gehoord", optie 2 is "autentiek"
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 03306) vertaling: allemej
opm.: optie 1 is "het meest gehoord", optie 2 is "autentiek"
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 03306) vertaling: allemej
opm.: optie 1 is "het meest gehoord", optie 2 is "autentiek"
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 03306) vertaling: Zègk häöm neet dat ich nao boete bin gewaes
opm.: twijfel stam als imperatief
393 (z04b) Niet vertellen dat je een cadeau voor hem hebt gekocht, hoor! (inf. 03306) vertaling: Neet vertèlle daste 'n kado veur häöm höbs gegolle, huèr!
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 03306) vertaling: Wètste neet dat hae gevalle is
000 (z04opm) (inf. 03306) opm. inf.: "Ik denk dat U hier "zoekt" naar de zogenaamde rode en groene volgorde. In onze dialecten is daar nog nooit onderzoek naar gedaan (bij mijn weten); Zie: NTg 93 (1990)-pag.385. Vooral 387-388.
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 03306) vertaling: Wendy probeerde um nemes pien te doon
397 (z05b) 't Schijnt dat ze niets mag eten (inf. 03306) vertaling: 't Sjient dat zie niks maag (a)ete
398 (z05c) Ze schijnt niets te mogen eten (inf. 03306) vertaling: Ze sjient niks te maoge (a)ete
399a (z05d) Ze proberen al de hele dag om elkaar op te bellen (inf. 03306) vertaling: Zie probere al de ganse daag um zich op te belle
400 (z05e) Het belooft weer een mooie dag te worden (inf. 03306) vertaling: 't Beloof weer eine sjoane daag te waere
401 (z05f) 't Is misschien beter om nog even te wachten (inf. 03306) vertaling: 't Is mesjiens baeter um nog eve te wachte
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 03306) vertaling: Veer houwe 't gelök um häöm direk truk te vinge
000 (z05opm) (inf. 03306) opm. inf.: "Ik hoop dat U mijn boek heeft: "De Chinezen van Nederland" 1988. Zie pagina 49 onderaan"
404 (z06a) Als de kippen een valk zien, zijn ze bang (inf. 03306) vertaling: Es de hinne eine valk zeen, zin ze bang
405 (z06b) Als we de aardappelen niet kunnen verkopen, zitten we in de problemen (inf. 03306) vertaling: Es veer de aerappele neet kinne verkoupe zitte veer in de probleme
406 (z06c) Als jullie hem niet meenemen word ik kwaad (inf. 03306) vertaling: Es geer häöm neet mèt numpt, waer ich giftig
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 03306) vertaling: Hae wis 't
408 (z06e) Op dit feest wordt er veel gedanst (inf. 03306) vertaling: Op dit fies weurt d'r väöl gedans
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 03306) vertaling: Noe wert d'r allein nog mer broad verkoch in dae winkel
410 (z06g) Als hij met de fiets komt, zal hij wel laat zijn (inf. 03306) vertaling: Es hae mèt de fiets kump, zal hae waal laat zin
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 03306) vertaling: Este tied höbs, kóm dan ins eine kièr langs
413a (z06i) Als ik rijk ben, koop ik een dure auto (inf. 03306) vertaling: Es ich riek bin, gel ich einen duren auto
881 (z07(i)) Ik weet dat (ge)(je) 't (gij)(jij) gedaan hebt (inf. 03306) komt voor: n
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 03306) komt voor: n
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 03306) komt voor: n
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 03306) komt voor: n
420 (z07(ii)d) Durfdeze gij uitnodigen? (inf. 03306) komt voor: n
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 03306) komt voor: n
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 03306) komt voor: n
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 03306) komt voor: n
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 03306) komt voor: n
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 03306) komt voor: n
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03306) vertaling: Marie haet gezag dastich e leedsje höbs geprobeerd te zinge
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03306) vertaling: Marie haet gezag dastich e leedsje höbs geprobeerd te zinge
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03306) vertaling: Marie haet gezag daste höbs geprobeerd e leedsje te zingen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03306) vertaling: Marie haet gezag daste höbs geprobeerd e leedsje te zingen
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 03306) vertaling: Marie haet gezag dastiech höbs geprobeerd häör ein book te gaeve
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 03306) komt voor: j
gebr.: 5
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 03306) komt voor: j
gebr.: 5
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 03306) komt voor: j
gebr.: 5
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 03306) komt voor: j
gebr.: 5
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 03306) komt voor: n
gebr.: 1
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 03306) komt voor: n
gebr.: 1
604a (z08d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen geprobeerd (inf. 03306) komt voor: n
gebr.: 1
604a (z08d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen geprobeerd (inf. 03306) komt voor: n
gebr.: 1
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 03306) komt voor: n
gebr.: 1
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 03306) komt voor: n
gebr.: 1
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 03306) komt voor: n
gebr.: 1
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 03306) komt voor: n
gebr.: 1
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03306) komt voor: j
gebr.: 5
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03306) komt voor: j
gebr.: 5
440 (z09a) Die van de stad, die hebben hier veel huizen gebouwd (inf. 03306) vertaling: Die oat de sjtad, die höbbe hie väöl hoezer geboewd
441 (z09b) Aan die nieuwe vaart, daar zie je geen mens meer (inf. 03306) vertaling: Aan die nuuj ...., dao zuuste gein miensj miè
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 03306) vertaling: Gistere is Jan hie gewaes
443 (z09d) De dag dat Jan belde, was ik niet thuis (inf. 03306) vertaling: Den daag dat Jan belde, waor ich neet heim
444 (z09e) Jef, die zou ik nooit uitnodigen (inf. 03306) vertaling: Jef, dae zou ich noats oetnuè
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 03306) vertaling: Marie, die zoa zoaget noats doon
446 (z09g) Bert, die drinkt wel eens een glas te veel (inf. 03306) vertaling: Bert, dae drink waal ins ein glaas te väöl
447 (z09h) Martha, die zou ik wel eens bij mij thuis willen uitnodigen (inf. 03306) vertaling: Martha, die zou ich waal ins bie mich heim wille oetnuè
449 (z09j) Dat huis, dat staat daar al vijftig jaar (inf. 03306) vertaling: Dat hoes, dat sjteit dao al vieftig jaor
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03306) komt voor: j
gebr.: 5
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03306) komt voor: j
gebr.: 5
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 03306) komt voor: n
453 (z10(i)c) Ze zijn/hebben geweest naar de markt (inf. 03306) komt voor: n
454 (z10(i)d) Ze hebben geweest naar de markt (inf. 03306) komt voor: n
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03306) komt voor: j
gebr.: 5
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03306) komt voor: j
gebr.: 5
457 (z10(ii)b) Hij heeft zijn kinderen gezet op de tractor (inf. 03306) komt voor: n
gebr.: 1
457 (z10(ii)b) Hij heeft zijn kinderen gezet op de tractor (inf. 03306) komt voor: n
gebr.: 1
458 (z10(ii)c) Hij heeft gezet zijn kinderen op de tractor (inf. 03306) komt voor: n
gebr.: 1
458 (z10(ii)c) Hij heeft gezet zijn kinderen op de tractor (inf. 03306) komt voor: n
gebr.: 1
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03306) komt voor: j
gebr.: 5
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03306) komt voor: j
gebr.: 5
462 (z10(iii)b) Hij heeft zijn voorgevel geschilderd helemaal wit (inf. 03306) komt voor: n
gebr.: 1
462 (z10(iii)b) Hij heeft zijn voorgevel geschilderd helemaal wit (inf. 03306) komt voor: n
gebr.: 1
464 (z10(iii)c) Hij heeft geschilderd zijn voorgevel helemaal wit (inf. 03306) komt voor: n
gebr.: 1
464 (z10(iii)c) Hij heeft geschilderd zijn voorgevel helemaal wit (inf. 03306) komt voor: n
gebr.: 1
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03306) komt voor: j
gebr.: 5
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03306) komt voor: j
gebr.: 5
467 (z10(iv)b) Mijn vrouw kan spreken dialect (inf. 03306) komt voor: n
gebr.: 1
467 (z10(iv)b) Mijn vrouw kan spreken dialect (inf. 03306) komt voor: n
gebr.: 1
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03306) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03306) komt voor: j
gebr.: 5
470 (z10(v)b) Gunther heeft Annemie gebracht naar huis (inf. 03306) komt voor: n
gebr.: 1
470 (z10(v)b) Gunther heeft Annemie gebracht naar huis (inf. 03306) komt voor: n
gebr.: 1
471 (z10(v)c) Gunther heeft gebracht Annemie naar huis (inf. 03306) komt voor: n
gebr.: 1
471 (z10(v)c) Gunther heeft gebracht Annemie naar huis (inf. 03306) komt voor: n
gebr.: 1
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 03306) vertaling: Haet Gunther gebeld?
473 (z11b) En pas op! (inf. 03306) vertaling: Pas op!
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 03306) vertaling: 't Waor mer sjuus good genóg
475 (z11d) Marjo heeft nu meer koeien dan ze vroeger en had (inf. 03306) vertaling: Marjo haet noe miè keu es ze vreuger houw
476 (z11e) Als Susanne en had kunnen komen dan had ze dat gedaan (inf. 03306) vertaling: Es Susanne houw kinne kómme, dan houw zie dat gedaon
477 (z11f) Zij is de beste dokter die ik en ken (inf. 03306) vertaling: Zie is de bèste dokter dae ich kin
478 (z11g) Voor je iets en weggooit, moet je even bellen (inf. 03306) vertaling: Veurdaste get wegsjmiets, móste aeve belle
479 (z11h) Hier is alles wat ik gekregen en heb (inf. 03306) vertaling: Hie is al(les) wat ich gekrege höb
480 (z11i) Jan en is te gierig om iets aan z'n kinderen te geven (inf. 03306) vertaling: Jan is te nej um get aan zien kinger te gaeve
481 (z11j) Alsof jij iets van voetballen en weet! (inf. 03306) vertaling: Sjuus esofsdoe get van voetballe aaf wèts
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 03306) vertaling: Dat book, lègk neer!
483 (z11l) Als je echt niet kunt wachten, dan kom maar (inf. 03306) vertaling: Este ech neet kins wachte, dan kóm mer
488 (z12a) Ik weet dat Jan de dokter had kunnen roepen (inf. 03306) vertaling: Ich weit dat Jan de dokter houw kinne rope
489 (z12b) Ik weet dat Jan de dokter kon geroepen hebben (inf. 03306) vertaling: Ich weit dat Jan de dokter gerope houw kinne höbbe
490 (z12c) Hij zei dat ik het had moeten doen (inf. 03306) vertaling: Hae zag dat ich 't houw mötte doon
491 (z12d) Hij zei dat ik het moest gedaan hebben (inf. 03306) vertaling: Hae zag dat ich 't mós gedaon höbbe
492 (z12e) Hij is vorige week door dokter Mertens geopereerd (inf. 03306) vertaling: Hae is vurrige waek door dokter Mertens ge-opereerd
493 (z12f) Hij wordt morgen door dokter Mertens geopereerd (inf. 03306) vertaling: Hae weurt mörge door dokter Mertens ge-opereerd
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03306) vertaling: Ich dink daste väöl zous mótte weg goaje
positie: 3
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03306) vertaling: Ich dink daste väöl zous mótte weg goaje
positie: 3
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03306) vertaling: Het ('t) is dóm um zoa ein duur dinger weg te goaje
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03306) vertaling: Het ('t) is dóm um zoa ein duur dinger weg te goaje
positie: 1
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03306) vertaling: Hae is alle kapotte dinger aan 't weg goaje
positie: 2
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03306) vertaling: Hae is alle kapotte dinger aan 't weg goaje
positie: 2
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03306) vertaling: Ich ving daste dèkser de gezèt zous mótte laeze
positie: 1
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03306) vertaling: Ich ving daste dèkser de gezèt zous mótte laeze
positie: 1
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03306) vertaling: 't Is dom um in d'n duuster de gezèt te laeze
positie: 1
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03306) vertaling: 't Is dom um in d'n duuster de gezèt te laeze
positie: 1
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03306) vertaling: Hae is de ganse daag de gezèt aan 't laeze
positie: 1
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03306) vertaling: Hae is de ganse daag de gezèt aan 't laeze
positie: 1
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 03306) fragment: door (1)
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 03306) komt voor: n
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 03306) komt voor: n
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 03306) komt voor: n
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 03306) komt voor: n
516 (z16a) Robert heeft één groene appel weggegeven, en nu heeft hij er nog twee rode (inf. 03306) vertaling: Robert haet eine greune appel weggegaeve en noe haet hae nog twiè roaje
412 (z16b) Er waren veel mensen op het feest (inf. 03306) vertaling: D'r waore väöl luuj op 't fiès
413 (z16c) Jammer dat ik gisteren niet kon komen. Waren er veel mensen op het feest? (inf. 03306) vertaling: Waore d'r väöl luuj op 't fiès?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03306) vertaling: Wat veur beuk höbste gekoch?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03306) vertaling: Wat höbste veur beuk gekoch?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03306) vertaling: Wat höbste veur beuk gekoch?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03306) vertaling: Wat veur beuk höbste gekoch?
521 (z16e) Hij woont bij Marietje (inf. 03306) vertaling: Hae woont bie Marieke
522 (z16f) Hij woont bij Wim (inf. 03306) vertaling: Hae woont bie Wim
523 (z16g) Loop even naar de bakker, Wim! (inf. 03306) vertaling: Loup aeve nao de bekker, Wim!
524 (z16h) Wie heb je gezien? (inf. 03306) vertaling: Wae höbste gezeen?
525 (z16i) Wie heeft jou gezien? (inf. 03306) vertaling: Wae haet dich gezeen
527 (z16j) Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan (inf. 03306) vertaling: Houw ich dat geweite, dan houw ich 't neet gedaon
opm.: "De aanvoegende wijs 'hej' sterft uit!"
527 (z16j) Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan (inf. 03306) vertaling: Houw ich dat geweite, dan houw ich 't neet gedaon
opm.: "De aanvoegende wijs 'hej' sterft uit!"
527 (z16j) Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan (inf. 03306) vertaling: Hej ich dat ...
opm.: "De aanvoegende wijs 'hej' sterft uit!"
527 (z16j) Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan (inf. 03306) vertaling: Hej ich dat ...
opm.: "De aanvoegende wijs 'hej' sterft uit!"
528 (z16k) 't Zou beter zijn om nog even te wachten (inf. 03306) vertaling: 't Zou baeter zin um nog eve te wachte
882 (z16l) Gelukkig had Jan de dokter gebeld en die was er al heel gauw (inf. 03306) vertaling: Gelökkig houw Jan d'n dokter gebeld en dae waor d'r al hièl gauw
883 (z16m) Loop nou toch door, vervelende jongens! (inf. 03306) vertaling: Lopt noe toch door, vervaelende jónges!
opm.: "Gebiedende wijs meervoud (optie 1) sterft uit. Dus hoort men: Loup noe toch ... (optie 2)"
883 (z16m) Loop nou toch door, vervelende jongens! (inf. 03306) vertaling: Lopt noe toch door, vervaelende jónges!
opm.: "Gebiedende wijs meervoud (optie 1) sterft uit. Dus hoort men: Loup noe toch ... (optie 2)"
883 (z16m) Loop nou toch door, vervelende jongens! (inf. 03306) vertaling: Loup noe toch door, vervaelende jónges!
opm.: "Gebiedende wijs meervoud (optie 1) sterft uit. Dus hoort men: Loup noe toch ... (optie 2)"
883 (z16m) Loop nou toch door, vervelende jongens! (inf. 03306) vertaling: Loup noe toch door, vervaelende jónges!
opm.: "Gebiedende wijs meervoud (optie 1) sterft uit. Dus hoort men: Loup noe toch ... (optie 2)"
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03306) komt voor: j
gebr.: 1
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03306) komt voor: j
gebr.: 1
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 03306) komt voor: n
gebr.: 5
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 03306) komt voor: n
gebr.: 5
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03306) komt voor: j
gebr.: 5
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03306) komt voor: j
gebr.: 5
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 03306) komt voor: n
gebr.: 1
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 03306) komt voor: n
gebr.: 1
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 03306) komt voor: n
gebr.: 1
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 03306) komt voor: n
gebr.: 1
605a (z17f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen proberen (inf. 03306) komt voor: n
gebr.: 1
605a (z17f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen proberen (inf. 03306) komt voor: n
gebr.: 1
548 (z17g) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen proberen hebt (inf. 03306) komt voor: n
gebr.: 1
548 (z17g) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen proberen hebt (inf. 03306) komt voor: n
gebr.: 1
542 (z17h) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt proberen (inf. 03306) komt voor: n
gebr.: 1
542 (z17h) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt proberen (inf. 03306) komt voor: n
gebr.: 1

interview mondelinge enquête

sprekertekstcommentaar 
geen interview gehouden in Valkenburg

data telefonische enquête

zinsnr.testzininstructieantwoorden
geen data telefonische enquête in Valkenburg