SAND-data Maastricht (Q095p)

schriftelijke enquête | mondelinge enquête | telefonische enquête

data schriftelijke enquête

zinsnr.testzinantwoorden
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 03304) vertaling: Sjeng herinnert zich dat verhaol wel
opm.: reflexief: zich
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 03304) vertaling: M en p zien zich veur de kerk
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 03304) vertaling: T was zich
opm.: reflexief: zich
038 (x01d) De timmerman heeft geen spijkers bij zich (inf. 03304) vertaling: de sjrienwerker heet gein negel bei zich
opm.: reflexief: zich
039 (x01e) Fons zag een slang naast ... (inf. 03304) vertaling: F zaog n slang neve zich
opm.: reflexief: zich
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 03304) vertaling: E leet mich veur häöm werreke
opm.: reflexief: hem
041 (x01g) Johanna liet zich meedrijven op de golven (inf. 03304) vertaling: J leet zich metdrieve op de golleve
opm.: reflexief: zich
042 (x01h) Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel (inf. 03304) vertaling: T beloerde zichzelf ns good in de spiegel
opm.: reflexief: zichzelf
043 (x01i) Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken (inf. 03304) vertaling: Jan heet in twie minute e glaas beer gedronke
044 (x01j) Deze schoenen lopen gemakkelijk (inf. 03304) vertaling: dees sjeun loupe gemekelik
045 (x01k) Eduard kent zichzelf goed (inf. 03304) vertaling: E kint zichzelf good
opm.: reflexief: zichzelf
046 (x01l) Ward heeft gehoord dat er foto's van zichzelf in de etalage staan (inf. 03304) vertaling: W heet gehuurd tef foto's van häöm in de ittelaasj staon
opm.: reflexief: hem
047 (x01m) Die aardappelen schillen niet gemakkelijk (inf. 03304) vertaling: die eerappele sjelle zich neet gemekelik
opm.: reflexief: zich
884 (x01n) Dit glas breekt als het op de grond valt (inf. 03304) vertaling: dit glaas brik es 't op de groond velt
052 (x02a) Dokter, leef ik wel gezond genoeg? (inf. 03304) vertaling: dokter, leef ich wel gezoond genog
054 (x02b) Al jaren leeft hij van de erfenis van zijn vader (inf. 03304) vertaling: al jaore leef hee vaan de erfenis vaan ziene pa
056 (x02c) Deze week leeft zij op water en brood (inf. 03304) vertaling: dees week leef zie op water en broed
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 03304) vertaling: leef 't nog?
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 03304) vertaling: wielang leef geer noe al vaan die erfenis
062 (x02f) In Bretagne leven ze vooral van de visvangst (inf. 03304) vertaling: in B leve ze veural vaan vesvangs
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 03304) vertaling: nao 't ete gaon ich slaope
065 (x02h) Zou ik dat wel kunnen doen? (inf. 03304) vertaling: zow ich dat wel kinne doen?
066 (x02i) Hij liet zijn huis afbreken (inf. 03304) vertaling: heer leet zien hoes aafbreke
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03304) vertaling: ich weit tot J hel moot kinne werreke
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03304) vertaling: ich weit tot J hel moot kinne werreke
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03304) vertaling: ich weit tot J hel moot kinne werreke
komt voor: j
gebr.: 5
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 03304) komt voor: n
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 03304) komt voor: n
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 03304) komt voor: n
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 03304) komt voor: n
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 03304) komt voor: n
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03304) komt voor: j
gebr.: 5
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03304) komt voor: j
gebr.: 5
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 03304) komt voor: j
gebr.: 5
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 03304) komt voor: j
gebr.: 5
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 03304) komt voor: j
gebr.: 1
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 03304) komt voor: j
gebr.: 1
089 (x04(iii)d) Ik weet dat Jan bouwen een nieuwe schuur moet (inf. 03304) komt voor: n
gebr.: 1
089 (x04(iii)d) Ik weet dat Jan bouwen een nieuwe schuur moet (inf. 03304) komt voor: n
gebr.: 1
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03304) komt voor: j
gebr.: 5
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03304) komt voor: j
gebr.: 5
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 03304) komt voor: j
gebr.: 4
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 03304) komt voor: j
gebr.: 4
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 03304) komt voor: j
gebr.: 3
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 03304) komt voor: j
gebr.: 3
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 03304) komt voor: n
gebr.: 1
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 03304) komt voor: n
gebr.: 1
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03304) gebr.: 5
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 03304) komt voor: j
gebr.: 2
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 03304) komt voor: j
gebr.: 2
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 03304) komt voor: j
gebr.: 2
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 03304) komt voor: j
gebr.: 2
098 (x04(ix)d) Jan zei dat Marie gaan naar een bakker moest (inf. 03304) komt voor: n
gebr.: 1
098 (x04(ix)d) Jan zei dat Marie gaan naar een bakker moest (inf. 03304) komt voor: n
gebr.: 1
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03304) komt voor: j
gebr.: 5
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03304) komt voor: j
gebr.: 5
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03304) komt voor: j
gebr.: 4
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03304) komt voor: j
gebr.: 4
102 (x04(v)c) Ik weet dat Jan moet jammer genoeg vertrekken (inf. 03304) komt voor: j
gebr.: 4
102 (x04(v)c) Ik weet dat Jan moet jammer genoeg vertrekken (inf. 03304) komt voor: j
gebr.: 4
103 (x04(v)d) Ik weet dat Jan vertrekken jammer genoeg moet (inf. 03304) komt voor: n
gebr.: 1
103 (x04(v)d) Ik weet dat Jan vertrekken jammer genoeg moet (inf. 03304) komt voor: n
gebr.: 1
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03304) komt voor: j
gebr.: 5
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03304) komt voor: j
gebr.: 5
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03304) komt voor: j
gebr.: 5
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03304) komt voor: j
gebr.: 5
107 (x04(vi)c) Ik weet dat Hans mag niet komen (inf. 03304) komt voor: j
gebr.: 2
107 (x04(vi)c) Ik weet dat Hans mag niet komen (inf. 03304) komt voor: j
gebr.: 2
110 (x04(vi)d) Ik weet dat Hans komen niet mag (inf. 03304) komt voor: n
gebr.: 1
110 (x04(vi)d) Ik weet dat Hans komen niet mag (inf. 03304) komt voor: n
gebr.: 1
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03304) komt voor: j
gebr.: 5
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03304) komt voor: j
gebr.: 5
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03304) komt voor: j
gebr.: 5
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03304) komt voor: j
gebr.: 5
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 03304) komt voor: j
gebr.: 2
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 03304) komt voor: j
gebr.: 2
115 (x04(vii)d) Ik weet dat Jan kopen varkens wil (inf. 03304) komt voor: n
gebr.: 1
115 (x04(vii)d) Ik weet dat Jan kopen varkens wil (inf. 03304) komt voor: n
gebr.: 1
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03304) komt voor: j
gebr.: 5
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03304) komt voor: j
gebr.: 5
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03304) komt voor: j
gebr.: 5
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03304) komt voor: j
gebr.: 5
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 03304) komt voor: j
gebr.: 3
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 03304) komt voor: j
gebr.: 3
121 (x04(viii)d) Ik weet dat Eddy eten brood wil (inf. 03304) komt voor: n
gebr.: 1
121 (x04(viii)d) Ik weet dat Eddy eten brood wil (inf. 03304) komt voor: n
gebr.: 1
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03304) komt voor: j
gebr.: 5
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03304) komt voor: j
gebr.: 5
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 03304) komt voor: n
gebr.: 2
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 03304) komt voor: n
gebr.: 2
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 03304) komt voor: j
gebr.: 2
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 03304) komt voor: j
gebr.: 2
126 (x04(x)d) Eddy moet opstaan vroeg kunnen (inf. 03304) komt voor: n
gebr.: 1
126 (x04(x)d) Eddy moet opstaan vroeg kunnen (inf. 03304) komt voor: n
gebr.: 1
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03304) komt voor: j
gebr.: 5
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03304) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03304) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03304) komt voor: j
gebr.: 5
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 03304) komt voor: n
gebr.: 1
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 03304) komt voor: n
gebr.: 1
131 (x04(xi)d) Ik zei dat Willy verkopen de auto moest (inf. 03304) komt voor: n
gebr.: 1
131 (x04(xi)d) Ik zei dat Willy verkopen de auto moest (inf. 03304) komt voor: n
gebr.: 1
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 03304) vertaling: J heet geinein book mie
134 (x05b) Jan en heeft geen boek meer (inf. 03304) vertaling: J heet gei book mie
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 03304) vertaling: beuk heet J neet
136 (x05d) Jan en heeft niet veel geld niet meer (inf. 03304) vertaling: J heet neet veel geld mie
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03304) vertaling: niemand maag spreke euver dit probleem
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03304) vertaling: niemand maag euver dit probleem spreke
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03304) vertaling: niemand maag euver dit probleem spreke
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03304) vertaling: niemand maag spreke euver dit probleem
138 (x05f) Er mag niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03304) vertaling: niemand maag euver dit probleem spreke
138 (x05f) Er mag niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03304) vertaling: niemand maag spreke euver dit probleem
138 (x05f) Er mag niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03304) vertaling: niemand maag spreke euver dit probleem
138 (x05f) Er mag niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03304) vertaling: niemand maag euver dit probleem spreke
139 (x05g) Niemand zegt dat hij komt niet (inf. 03304) vertaling: niemand zeet tot heer kump
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 03304) vertaling: zitte hej nörregens muis
141 (x05i) Ik geef niets aan een ander niet (inf. 03304) vertaling: ich geef niks aon nen aandere
142 (x05j) Niemand wil niet werken niet (inf. 03304) vertaling: niemand welt werreke
143 (x05k) Wij en wisten niet dat hij thuis was (inf. 03304) vertaling: veer wiste neet tot heer toes waar
144a (x05l) Ik wist het niet ook niet (inf. 03304) vertaling: ich wis 't ouch neet
145 (x05m) Hij mag met niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03304) vertaling: heer maag met niemand spreke euver dit probleem
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 03304) vertaling: J wet tot heer veur drei oor de wage gemaak moot höbbe
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03304) komt voor: j
gebr.: 5
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03304) komt voor: j
gebr.: 5
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 03304) komt voor: j
gebr.: 5
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 03304) komt voor: j
gebr.: 5
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 03304) komt voor: n
gebr.: 1
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 03304) komt voor: n
gebr.: 1
159 (x06d) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben gemaakt moet (inf. 03304) komt voor: n
gebr.: 1
159 (x06d) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben gemaakt moet (inf. 03304) komt voor: n
gebr.: 1
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03304) komt voor: j
gebr.: 5
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03304) komt voor: j
gebr.: 5
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 03304) komt voor: n
gebr.: 1
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 03304) komt voor: n
gebr.: 1
162 (x07a) Maries auto is kapot (inf. 03304) vertaling: Merie häören oto is kepot
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 03304) vertaling: Merie häören oto is kepot
164 (x07c) Piets auto is kapot (inf. 03304) vertaling: Pie zienen oto is kepot
165 (x07d) Piet z'n/se auto is kapot (inf. 03304) vertaling: Pie zienen oto is kepot
166 (x07e) Die mans auto is kapot (inf. 03304) vertaling: dee maan zienen oto is kepot
167 (x07f) Die man zijn/se auto is kapot (inf. 03304) vertaling: dee maan zienen oto is kepot
168 (x07g) Die auto is niet van mij maar van hem (inf. 03304) vertaling: deen oto is neet vaan mich mer vaan häöm
169 (x07h) Gisterens krant ligt onder de TV (inf. 03304) vertaling: de gezet vaan gistere ligk oonder d'n TV
170 (x07i) Jan is Karolien en Kristien se/hun broertje (inf. 03304) vertaling: J is K en K zie breurke
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 03304) vertaling: die jonges hun fietse zien gestole
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 03304) vertaling: die zusters hun ma is op bezeuk
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 03304) vertaling: deen oto is van wim
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 03304) vertaling: dee fiets is vaan mich
178 (x08a) Hij mag met niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03304) vertaling: heer maag met niemand spreke euver dit probleem
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 03304) vertaling: ich wil niemand kwetse
180 (x08c) Het is jammer dat wij komen niet en mogen (inf. 03304) vertaling: 't is jaamer tot veer neet moge koume
181 (x08d) Dat niet en ga ik doen (inf. 03304) vertaling: dat gaon ich neet doen
182 (x08e) (Heb je hard gewerkt?) Niet heb ik gewerkt (inf. 03304) vertaling: ich höb neet gewerrek
183 (x08f) Niet had hij het verteld of Marie begon te huilen (inf. 03304) vertaling: nog mer sjus had heer 't verteld of M begos te kriete
184 (x08g) Gaan haalt die bestelling nu maar op! (inf. 03304) vertaling: gaank die bestelling noe mer ophole
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 03304) vertaling: heer werrek neet
186 (x08i) Je weet dat niemand hier binnen mag, dus ik verbied je nog een keer om hier niet te komen (inf. 03304) vertaling: ich verbeej dich um hej te koume
187 (x08j) Jan verhinderde dat we Marie niet belden (inf. 03304) vertaling: J verhinderde tot veer M belde
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03304) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03304) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03304) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03304) fragment: te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03304) fragment: om (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03304) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03304) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03304) fragment: om (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03304) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03304) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03304) fragment: te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03304) fragment: om (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03304) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03304) fragment: te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03304) fragment: om (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03304) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03304) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03304) fragment: te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03304) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03304) fragment: te (2)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03304) fragment: om te (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03304) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03304) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03304) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03304) fragment: als (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03304) fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03304) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03304) fragment: om (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03304) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03304) fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03304) fragment: om (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03304) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03304) fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03304) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03304) fragment: om (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03304) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03304) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03304) fragment: om (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03304) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03304) fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03304) fragment: te (2)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03304) fragment: als (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03304) fragment: dan (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03304) fragment: dan (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03304) fragment: als (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03304) fragment: als (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03304) fragment: als (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03304) fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03304) fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03304) fragment: als (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03304) fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03304) fragment: als (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03304) fragment: als (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03304) fragment: dan (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03304) fragment: als (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03304) fragment: te (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 03304) fragment: te (1)
200 (x09m) Toen we aankwamen regende het (inf. 03304) fragment: (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 03304) fragment: dat (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 03304) fragment: (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03304) fragment: of (1)
204 (x10a) Ik weet dat jullie op niemand boos zijn (inf. 03304) vertaling: ich weit tot geer op niemand koed zeet
205 (x10b) Ik weet dat zij op niets trots is (inf. 03304) vertaling: ich weit tot zie op niks gruuts is
206 (x10c) Els denkt dat 't niet gemakkelijk is (inf. 03304) vertaling: E dink tot 't neet gemekelik is
207 (x10d) Ik weet dat ik te laat ben en jij niet (inf. 03304) vertaling: ich weit tot ich te laat bin en dich neet
208 (x10e) Je weet toch dat jij moet werken en ik niet (inf. 03304) vertaling: de wets toch totstich moos werreke en ich neet
209 (x10f) Iedereen denkt dat wij naar huis gaan en dat zij nog mogen blijven (inf. 03304) vertaling: ederein dink tot veer nao hoes gaon en tot zie nog moge blieve
210 (x10g) Het is jammer dat hij komt en dat zij weggaat (inf. 03304) vertaling: 't is spietig tot heer kump en tot zie weggeit
211 (x10h) Ik denk dat Lisa ziek is (inf. 03304) vertaling: ich dink tot L kraank is
213 (x10i) Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen (inf. 03304) vertaling: ich dink tot P en L gaon trouwe
226 (y01(i)a) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij en doet (inf. 03304) komt voor: n
227 (y01(i)b) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij doet (inf. 03304) komt voor: n
228 (y01(i)c) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: 't Doet (inf. 03304) komt voor: n
230 (y01(ii)a) A: Hij zal niet komen B: Hij en doet (inf. 03304) komt voor: n
231 (y01(ii)b) A: Hij zal niet komen B: Hij doet (inf. 03304) komt voor: n
232 (y01(ii)c) A: Hij zal niet komen B: 't doet (inf. 03304) komt voor: n
234 (y01(iii)a) A: Slaapt hij? B: Ja, hij doet (inf. 03304) komt voor: n
235 (y01(iii)b) A: Slaapt hij? B: Ja, dat doet hij (inf. 03304) komt voor: n
236 (y01(iii)c) A: Slaapt hij? B: Ja, hij en doet (inf. 03304) komt voor: n
237 (y01(iii)d) A: Slaapt hij? B: Ja, hij slaapt (inf. 03304) komt voor: j
238 (y01(iii)e) A: Slaapt hij? B: Nee, hij doet niet (inf. 03304) komt voor: n
239 (y01(iii)f) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet (inf. 03304) komt voor: n
240 (y01(iii)g) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet niet (inf. 03304) komt voor: n
241 (y01(iii)h) A: Slaapt hij? B: Nee, hij slaapt niet (inf. 03304) komt voor: j
242 (y01(iii)i) A: Slaapt hij? B: 't Doet (inf. 03304) komt voor: n
243 (y01(iii)j) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Ie doet (inf. 03304) komt voor: n
244 (y01(iii)k) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Toetoet (inf. 03304) komt voor: n
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 03304) komt voor: n
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 03304) komt voor: n
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 03304) komt voor: n
000 (y01opm) (inf. 03304) opm. inf.: 't gebruik van doet komt niet voor in het Maastrichts
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03304) fragment: dee zien (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03304) fragment: boe (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03304) fragment: boe (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03304) fragment: boe (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03304) fragment: - (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03304) fragment: - (2)
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03304) fragment: die (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03304) fragment: wat (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03304) fragment: dee (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03304) fragment: boe (1)
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03304) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03304) fragment: tot (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03304) fragment: tot (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03304) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03304) fragment: wat (1)
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03304) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03304) fragment: wee (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03304) fragment: wee (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03304) fragment: dee (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03304) fragment: dee (1)
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03304) vertaling: wee dinkste tot ich in de stad bin tegegekoume
261 (y03b) Wat denken jullie hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03304) vertaling: wie dink geer tot ze 't höbbe opgelos
265 (y03c) Hoe denk je hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03304) vertaling: wie dinkstich tot ze 't höbbe opgelos
263 (y03d) Magda weet niet wie dat wij willen bellen (inf. 03304) vertaling: M wet neet wee veer wille opbelle
264 (y03e) Weet iemand wie of dat wij geroepen hebben? (inf. 03304) vertaling: wet iemand of veer gerope höbbe
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03304) vertaling: wee dinkste tot ich in de stad bin tegegekoume
266 (y03g) Wie denk je die ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03304) vertaling: wee dinkste wee ich in de stad bin tegegekoume
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 03304) vertaling: heer heet zien han gewasse
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 03304) vertaling: heer heet zien humme gewasse
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 03304) vertaling: heer heet nen hoed op de kop
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 03304) vertaling: heer heet n vlek op zien humme
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 03304) vertaling: heer heet zie been gebroke
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 03304) vertaling: zie heet zich pien gedoon
opm.: reflexief: zich
273 (y04g) Marie trok de deken naar zich toe (inf. 03304) vertaling: M trok de deke nao zich toe
opm.: reflexief: zich
051 (y04h) Luc weet dat er foto's van hemzelf te koop zijn (inf. 03304) vertaling: L wet tot foto's vaan häömzellef te koup zien
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 03304) vertaling: de herinners tich toch wel tot ver toen door dat bos heen geloupe zeen
opm.: tich = dich reflexief: dich
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 03304) vertaling: ich herinner mich tot M häören oto kepot waar
opm.: reflexief: mich
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 03304) vertaling: zie herinnert zich tot heer wie e vereeke zaot te ete
opm.: reflexief: zich
283 (y04l) Wij herinneren ons wel dat al Jan zijn boeken gestolen waren, maar zij herinneren het zich niet (inf. 03304) vertaling: veer herinnere us wel tot al Jan zien beuk waore gestole mer zie herinnere 't zich neet
opm.: reflexief: ons reflexief: zich
286 (y04m) Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt gezien hebben? (inf. 03304) vertaling: herinnert ger uuch nog tot ver J op de merret höbbe gezien
opm.: reflexief: je of reflexief: jullie
289 (y04n) Hij heeft zich een ongeluk gewerkt (inf. 03304) vertaling: heer heet zich n ongelök gewerrek
opm.: reflexief: zich
290 (y04o) Hij voelde zich door het ijs zakken (inf. 03304) vertaling: heer voolt zich door t ies zakke
opm.: reflexief: zich
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03304) vertaling: zow heer dat kinne gedoon höbbe
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03304) vertaling: zow heer dat kinne gedoon höbbe
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03304) vertaling: zow heer dat gedoon kinne höbbe
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03304) vertaling: zow heer dat gedoon kinne höbbe
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 03304) fragment: gekint (1)
878 (y05(ii)) Hij heeft dat nooit gedaan (inf. 03304) fragment: gedoon (1)
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 03304) komt voor: n
gebr.: 1
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 03304) komt voor: n
gebr.: 1
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 03304) komt voor: n
gebr.: 1
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 03304) komt voor: n
gebr.: 1
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 03304) komt voor: n
gebr.: 1
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 03304) komt voor: n
gebr.: 1
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 03304) komt voor: n
gebr.: 1
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 03304) komt voor: n
gebr.: 1
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 03304) komt voor: n
gebr.: 1
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 03304) komt voor: n
gebr.: 1
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 03304) komt voor: n
gebr.: 1
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 03304) komt voor: n
gebr.: 1
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 03304) komt voor: n
gebr.: 1
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 03304) komt voor: n
gebr.: 1
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 03304) komt voor: n
gebr.: 1
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 03304) komt voor: n
gebr.: 1
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 03304) komt voor: n
gebr.: 1
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 03304) komt voor: n
gebr.: 1
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 03304) komt voor: n
gebr.: 1
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 03304) komt voor: n
gebr.: 1
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 03304) komt voor: n
gebr.: 1
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 03304) komt voor: n
gebr.: 1
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 03304) komt voor: n
gebr.: 1
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 03304) komt voor: n
gebr.: 1
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 03304) komt voor: n
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 03304) komt voor: n
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 03304) komt voor: n
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 03304) vertaling: ich dink heer is weg
komt voor: j
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 03304) vertaling: ich dink heer is weg
komt voor: j
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 03304) komt voor: n
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 03304) vertaling: ich weit heer is weg
komt voor: j
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 03304) vertaling: ich weit heer is weg
komt voor: j
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 03304) komt voor: n
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 03304) komt voor: n
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 03304) komt voor: n
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 03304) komt voor: n
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 03304) vertaling: ich höb al de iesrte drei somme gemaak. Wat veur ein hobstich gemaak?
komt voor: j
opm.: dav
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 03304) vertaling: ich höb al de iesrte drei somme gemaak. Wat veur ein hobstich gemaak?
komt voor: j
opm.: dav
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 03304) komt voor: n
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 03304) komt voor: n
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 03304) komt voor: n
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 03304) komt voor: n
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 03304) vertaling: loupentere kaom ich häöm tege
komt voor: j
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 03304) vertaling: loupentere kaom ich häöm tege
komt voor: j
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 03304) komt voor: n
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 03304) komt voor: n
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 03304) vertaling: heer deeg zich veur of heer sjus oet se bed kaom
komt voor: j
opm.: dav
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 03304) vertaling: heer deeg zich veur of heer sjus oet se bed kaom
komt voor: j
opm.: dav
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 03304) komt voor: n
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 03304) komt voor: n
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 03304) vertaling: in deen tied leefde ich trop los
337 (y08b) Vroeger leefde hij als een beest (inf. 03304) vertaling: vreuger leefde heer wie n bies
338 (y08c) Daar leefden wij als god in Frankrijk (inf. 03304) vertaling: dao leefde veer wie god in F
339 (y08d) Niemand mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien (inf. 03304) vertaling: niemand maag 't zien dus ich vin totstich oug neet maags zien
340 (y08e) Het gebeurde toen je wegging (inf. 03304) vertaling: 't gebäörde toentich weggings
341 (y08f) Ik weet waar je geboren bent (inf. 03304) vertaling: ich weit boestich gebore bis
342 (y08g) Nu je klaar bent, mag je gaan (inf. 03304) vertaling: noeste veerdig bis maagste gaon
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 03304) vertaling: doordat M euverleie waor heet häöre maan A neet mie kinne helpe
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 03304) vertaling: ich weit tot heer is gaon zwumme
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03304) komt voor: j
gebr.: 5
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03304) komt voor: j
gebr.: 5
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 03304) komt voor: n
gebr.: 1
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 03304) komt voor: n
gebr.: 1
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 03304) komt voor: n
gebr.: 1
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 03304) komt voor: n
gebr.: 1
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 03304) gebr.: 3
opm.: komt soms voor
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 03304) komt voor: n
gebr.: 1
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 03304) komt voor: n
gebr.: 1
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 03304) komt voor: n
gebr.: 1
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 03304) komt voor: n
gebr.: 1
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 03304) komt voor: n
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 03304) komt voor: n
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 03304) komt voor: n
356 (y10d) Is het huis te koop? Jaa't (inf. 03304) komt voor: n
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 03304) vertaling: wee dat
komt voor: j
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 03304) vertaling: wee dat
komt voor: j
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 03304) vertaling: mit zoe weer kinste neet väöl doen
komt voor: j
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 03304) vertaling: mit zoe weer kinste neet väöl doen
komt voor: j
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 03304) komt voor: n
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 03304) komt voor: n
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 03304) vertaling: ich wel häöm noets mie zien umtot heer mich bedroge heet
komt voor: j
opm.: dav
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 03304) vertaling: ich wel häöm noets mie zien umtot heer mich bedroge heet
komt voor: j
opm.: dav
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 03304) komt voor: n
365 (y11f) Hem is dood (inf. 03304) vertaling: häöm is doet
365 (y11f) Hem is dood (inf. 03304) vertaling: häöm is doet
365 (y11f) Hem is dood (inf. 03304) vertaling: heer is doet
365 (y11f) Hem is dood (inf. 03304) vertaling: heer is doet
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 03304) vertaling: is heer doet
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 03304) vertaling: is häöm doet
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 03304) vertaling: is häöm doet
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 03304) vertaling: is heer doet
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 03304) vertaling: häör is kraank
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 03304) vertaling: zie is kraank
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 03304) vertaling: zie is kraank
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 03304) vertaling: häör is kraank
367 (y11i) Is haar ziek? (inf. 03304) komt voor: n
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 03304) komt voor: n
369 (y11k) Met het te sneeuwen konden we de stad niet uit (inf. 03304) komt voor: n
000 (y11opm) (inf. 03304) opm. inf.: zinnen f, g, h: het eerste antwoord is een vorm in het dialect gesproken door een bepaalde klasse! Mag ik zeggen "lagere"?
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03304) fragment: die (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03304) fragment: die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03304) fragment: die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03304) fragment: dat (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03304) fragment: dat (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03304) fragment: die (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03304) fragment: die (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03304) fragment: die (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03304) fragment: dat (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03304) fragment: dat (2)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03304) fragment: waar (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03304) fragment: wie (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03304) fragment: die (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03304) fragment: die (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03304) fragment: wie (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03304) fragment: waar (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03304) fragment: waar (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03304) fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03304) fragment: (2)
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03304) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03304) fragment: die (1)
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03304) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03304) fragment: wie (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03304) fragment: wier (1)
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03304) vertaling: P dink tot J en M op niemand koed zien
betekenis: negative concord
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03304) vertaling: P dink tot J en M op niemand koed zien
betekenis: negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03304) vertaling: W dink tot veer altied iemand ne pries geve
betekenis: geen negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03304) vertaling: W dink tot veer altied iemand ne pries geve
betekenis: geen negative concord
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03304) vertaling: 't is waor tot 't neet is gepermiteerd um met M te praote
betekenis: negatie > modaal
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03304) vertaling: 't is waor tot 't neet is gepermiteerd um met M te praote
betekenis: negatie > modaal
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 03304) vertaling: nörregens
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 03304) vertaling: niemand
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 03304) vertaling: noets
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 03304) vertaling: niks
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 03304) vertaling: gein ein
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 03304) vertaling: zegk häöm neet tot ich boete bin gewees
393 (z04b) Niet vertellen dat je een cadeau voor hem hebt gekocht, hoor! (inf. 03304) vertaling: neet vertelle totste ne kedo veur häöm höbs gekoch, hé
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 03304) vertaling: wetste neet tot heer is gevallen
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 03304) vertaling: W probeerde um niemand pein te doen
397 (z05b) 't Schijnt dat ze niets mag eten (inf. 03304) vertaling: 't sjeint tot ze niks maag ete
398 (z05c) Ze schijnt niets te mogen eten (inf. 03304) vertaling: ze sjient niks te moge ete
399a (z05d) Ze proberen al de hele dag om elkaar op te bellen (inf. 03304) vertaling: ze probere zich al den gansen daag op te belle
400 (z05e) Het belooft weer een mooie dag te worden (inf. 03304) vertaling: 't belaof weer ne sjoenen daag te weure
401 (z05f) 't Is misschien beter om nog even te wachten (inf. 03304) vertaling: 't is mesjien beter um nog eve te wachte
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 03304) vertaling: veer hadde 't gelök um häöm direk trögk te vinde
404 (z06a) Als de kippen een valk zien, zijn ze bang (inf. 03304) vertaling: es de kippe ne vallek zien zien ze bang
405 (z06b) Als we de aardappelen niet kunnen verkopen, zitten we in de problemen (inf. 03304) vertaling: es ver de eerappele neet kinne verkoupe zitte ver in de probleme
406 (z06c) Als jullie hem niet meenemen word ik kwaad (inf. 03304) vertaling: es geer häöm neet metnump weur ich koed
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 03304) vertaling: heer wis't
408 (z06e) Op dit feest wordt er veel gedanst (inf. 03304) vertaling: op dit fies wuurt väöl gedans
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 03304) vertaling: noe wuurt allein nog mer broed verkoch in dee winkel
410 (z06g) Als hij met de fiets komt, zal hij wel laat zijn (inf. 03304) vertaling: es heer met de fiets kump zal heer wel laat zien
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 03304) vertaling: este tied höbs kom daan 'ns 'ne kier langs
413a (z06i) Als ik rijk ben, koop ik een dure auto (inf. 03304) vertaling: es ich riek bin koup ich nen deuren oto
881 (z07(i)) Ik weet dat (ge)(je) 't (gij)(jij) gedaan hebt (inf. 03304) komt voor: n
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 03304) komt voor: n
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 03304) komt voor: n
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 03304) komt voor: n
420 (z07(ii)d) Durfdeze gij uitnodigen? (inf. 03304) komt voor: n
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 03304) komt voor: n
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 03304) komt voor: n
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 03304) komt voor: n
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 03304) komt voor: n
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 03304) komt voor: n
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03304) vertaling: M heet gezag totstich höbs geprobeerd e leedsje te zinge
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 03304) vertaling: M heet gezag totstich höbs geprobeerd häör e book te geve
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 03304) komt voor: j
gebr.: 5
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 03304) komt voor: j
gebr.: 5
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 03304) komt voor: j
gebr.: 4
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 03304) komt voor: j
gebr.: 4
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 03304) komt voor: n
gebr.: 1
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 03304) komt voor: n
gebr.: 1
604a (z08d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen geprobeerd (inf. 03304) komt voor: n
gebr.: 1
604a (z08d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen geprobeerd (inf. 03304) komt voor: n
gebr.: 1
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 03304) komt voor: n
gebr.: 1
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 03304) komt voor: n
gebr.: 1
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 03304) komt voor: n
gebr.: 1
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 03304) komt voor: n
gebr.: 1
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03304) komt voor: j
gebr.: 5
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03304) komt voor: j
gebr.: 5
440 (z09a) Die van de stad, die hebben hier veel huizen gebouwd (inf. 03304) vertaling: die vaan de stad die höbbe hej väöl hoezer gebouwd
441 (z09b) Aan die nieuwe vaart, daar zie je geen mens meer (inf. 03304) vertaling: aon die nuj vaart dao zuuste geine mins mie
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 03304) vertaling: gistere is J hej gewees
443 (z09d) De dag dat Jan belde, was ik niet thuis (inf. 03304) vertaling: d'n daag tot J belde waor ich neet toes
444 (z09e) Jef, die zou ik nooit uitnodigen (inf. 03304) vertaling: Jef, dee zow ich noets imvietere
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 03304) vertaling: M die zow zoeget noets doen
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 03304) vertaling: M die zow noets zoeget doen
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 03304) vertaling: M die zow noets zoeget doen
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 03304) vertaling: M die zow zoeget noets doen
446 (z09g) Bert, die drinkt wel eens een glas te veel (inf. 03304) vertaling: B dee drink wel ins e glaas te väöl
447 (z09h) Martha, die zou ik wel eens bij mij thuis willen uitnodigen (inf. 03304) vertaling: M die zow ich wel ins bei mich toes welle imvitere
448 (z09i) Dat huis, dat zou ik nooit willen kopen (inf. 03304) vertaling: dat hoes dat zow ich noets welle koupe
449 (z09j) Dat huis, dat staat daar al vijftig jaar (inf. 03304) vertaling: dat hoes dat steit dao al vieftig jaor
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03304) komt voor: j
gebr.: 5
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03304) komt voor: j
gebr.: 5
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 03304) komt voor: n
gebr.: 1
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 03304) komt voor: n
gebr.: 1
453 (z10(i)c) Ze zijn/hebben geweest naar de markt (inf. 03304) komt voor: n
gebr.: 1
453 (z10(i)c) Ze zijn/hebben geweest naar de markt (inf. 03304) komt voor: n
gebr.: 1
454 (z10(i)d) Ze hebben geweest naar de markt (inf. 03304) komt voor: n
gebr.: 1
454 (z10(i)d) Ze hebben geweest naar de markt (inf. 03304) komt voor: n
gebr.: 1
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03304) komt voor: j
gebr.: 5
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03304) komt voor: j
gebr.: 5
457 (z10(ii)b) Hij heeft zijn kinderen gezet op de tractor (inf. 03304) komt voor: j
gebr.: 2
457 (z10(ii)b) Hij heeft zijn kinderen gezet op de tractor (inf. 03304) komt voor: j
gebr.: 2
458 (z10(ii)c) Hij heeft gezet zijn kinderen op de tractor (inf. 03304) komt voor: n
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03304) komt voor: j
gebr.: 5
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03304) komt voor: j
gebr.: 5
462 (z10(iii)b) Hij heeft zijn voorgevel geschilderd helemaal wit (inf. 03304) komt voor: n
gebr.: 1
462 (z10(iii)b) Hij heeft zijn voorgevel geschilderd helemaal wit (inf. 03304) komt voor: n
gebr.: 1
464 (z10(iii)c) Hij heeft geschilderd zijn voorgevel helemaal wit (inf. 03304) komt voor: n
gebr.: 1
464 (z10(iii)c) Hij heeft geschilderd zijn voorgevel helemaal wit (inf. 03304) komt voor: n
gebr.: 1
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03304) komt voor: j
gebr.: 5
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03304) komt voor: j
gebr.: 5
467 (z10(iv)b) Mijn vrouw kan spreken dialect (inf. 03304) komt voor: n
gebr.: 1
467 (z10(iv)b) Mijn vrouw kan spreken dialect (inf. 03304) komt voor: n
gebr.: 1
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03304) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03304) komt voor: j
gebr.: 5
470 (z10(v)b) Gunther heeft Annemie gebracht naar huis (inf. 03304) komt voor: n
gebr.: 1
470 (z10(v)b) Gunther heeft Annemie gebracht naar huis (inf. 03304) komt voor: n
gebr.: 1
471 (z10(v)c) Gunther heeft gebracht Annemie naar huis (inf. 03304) komt voor: n
gebr.: 1
471 (z10(v)c) Gunther heeft gebracht Annemie naar huis (inf. 03304) komt voor: n
gebr.: 1
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 03304) vertaling: heet G gebeld
473 (z11b) En pas op! (inf. 03304) vertaling: pasop
473 (z11b) En pas op! (inf. 03304) vertaling: pasop
473 (z11b) En pas op! (inf. 03304) vertaling: pastrop
473 (z11b) En pas op! (inf. 03304) vertaling: pastrop
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 03304) vertaling: t waar mer sjus good genog
475 (z11d) Marjo heeft nu meer koeien dan ze vroeger en had (inf. 03304) vertaling: M heet noe mie kuuj estot ze vreuger had
476 (z11e) Als Susanne en had kunnen komen dan had ze dat gedaan (inf. 03304) vertaling: es S had kinne koume daan had ze dat gedaon
477 (z11f) Zij is de beste dokter die ik en ken (inf. 03304) vertaling: zie is de besten dokter die ich kin
478 (z11g) Voor je iets en weggooit, moet je even bellen (inf. 03304) vertaling: veurstotste get weggoejs mooste eve belle
479 (z11h) Hier is alles wat ik gekregen en heb (inf. 03304) vertaling: hej is alles wat ich gekrege höb
479 (z11h) Hier is alles wat ik gekregen en heb (inf. 03304) vertaling: hej is alles wat ich gekrege höb
479 (z11h) Hier is alles wat ik gekregen en heb (inf. 03304) vertaling: hej is alles wat ich höb gekrege
479 (z11h) Hier is alles wat ik gekregen en heb (inf. 03304) vertaling: hej is alles wat ich höb gekrege
480 (z11i) Jan en is te gierig om iets aan z'n kinderen te geven (inf. 03304) vertaling: J is te gier um get aon zien kinder te geve
481 (z11j) Alsof jij iets van voetballen en weet! (inf. 03304) vertaling: es ofstich get vaan voetballe wets
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 03304) vertaling: legk dat book neer
483 (z11l) Als je echt niet kunt wachten, dan kom maar (inf. 03304) vertaling: este ech neet kins wachte daan kom mer
488 (z12a) Ik weet dat Jan de dokter had kunnen roepen (inf. 03304) vertaling: ich weit tot Jan d'n dokter had kinne rope
489 (z12b) Ik weet dat Jan de dokter kon geroepen hebben (inf. 03304) vertaling: ich weit tot Jan d'n dokter kos gerope höbbe
490 (z12c) Hij zei dat ik het had moeten doen (inf. 03304) vertaling: heer zag tot ich 't had mote doen
491 (z12d) Hij zei dat ik het moest gedaan hebben (inf. 03304) vertaling: heer zag tot ich 't moos gedoon höbbe
492 (z12e) Hij is vorige week door dokter Mertens geopereerd (inf. 03304) vertaling: heer is veurige week door dr M geopereerd
493 (z12f) Hij wordt morgen door dokter Mertens geopereerd (inf. 03304) vertaling: heer weurt mörrege geopereerd door dr M
493 (z12f) Hij wordt morgen door dokter Mertens geopereerd (inf. 03304) vertaling: heer weurt mörrege door dr M geopereerd
493 (z12f) Hij wordt morgen door dokter Mertens geopereerd (inf. 03304) vertaling: heer weurt mörrege door dr M geopereerd
493 (z12f) Hij wordt morgen door dokter Mertens geopereerd (inf. 03304) vertaling: heer weurt mörrege geopereerd door dr M
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03304) vertaling: ich dink totste väöl zows mote weggoeje
positie: 3
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03304) vertaling: ich dink totste väöl zows mote weggoeje
positie: 3
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03304) vertaling: 't is dom um zoe'n deur dinger weg te goeje
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03304) vertaling: 't is dom um zoe'n deur dinger weg te goeje
positie: 1
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03304) vertaling: heer is alle kepotte spulle aon't weggoeje
positie: 2
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03304) vertaling: heer is alle kepotte spulle aon't weggoeje
positie: 2
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03304) vertaling: ich vin totste dekser de gezet zows mote leze
positie: 1
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03304) vertaling: ich vin totste dekser de gezet zows mote leze
positie: 1
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03304) vertaling: 't is dom um in d'n duuster de gezet te leze
positie: 1
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03304) vertaling: 't is dom um in d'n duuster de gezet te leze
positie: 1
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03304) vertaling: heer is de gansen daag de gezet aon't leze
positie: 1
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03304) vertaling: heer is de gansen daag de gezet aon't leze
positie: 1
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 03304) fragment: door (1)
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 03304) komt voor: n
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 03304) komt voor: n
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 03304) komt voor: n
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 03304) komt voor: n
516 (z16a) Robert heeft één groene appel weggegeven, en nu heeft hij er nog twee rode (inf. 03304) vertaling: R heet eine greunen appel weggegeve en noe heet heer nog twie roeje
412 (z16b) Er waren veel mensen op het feest (inf. 03304) vertaling: dao waare väöl luj op t fies
413 (z16c) Jammer dat ik gisteren niet kon komen. Waren er veel mensen op het feest? (inf. 03304) vertaling: waore d'r väöl luj op t fies
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03304) vertaling: wat veur beuk höbste gekoch
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03304) vertaling: wat veur beuk höbste gekoch
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03304) vertaling: wat höbste veur beuk gekoch
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03304) vertaling: wat höbste veur beuk gekoch
521 (z16e) Hij woont bij Marietje (inf. 03304) vertaling: heer woent bei M
522 (z16f) Hij woont bij Wim (inf. 03304) vertaling: heer woent bei W
523 (z16g) Loop even naar de bakker, Wim! (inf. 03304) vertaling: loup eve nao de bekker W
524 (z16h) Wie heb je gezien? (inf. 03304) vertaling: wee höbste gezeen
525 (z16i) Wie heeft jou gezien? (inf. 03304) vertaling: wee heet dich gezeen
527 (z16j) Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan (inf. 03304) vertaling: had ich dat gewete daan had ich 't neet gedoon
528 (z16k) 't Zou beter zijn om nog even te wachten (inf. 03304) vertaling: 't zow beter zien um nog eve te wachte
882 (z16l) Gelukkig had Jan de dokter gebeld en die was er al heel gauw (inf. 03304) vertaling: gelökkig had J d'n dokter gebeld en dee waar d'r al hiel gau
883 (z16m) Loop nou toch door, vervelende jongens! (inf. 03304) vertaling: loup noe toch door vervelende jonges
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03304) komt voor: n
gebr.: 1
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03304) komt voor: n
gebr.: 1
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 03304) komt voor: n
gebr.: 1
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 03304) komt voor: n
gebr.: 1
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03304) komt voor: n
gebr.: 1
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03304) komt voor: n
gebr.: 1
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 03304) komt voor: n
gebr.: 1
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 03304) komt voor: n
gebr.: 1
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 03304) komt voor: n
gebr.: 1
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 03304) komt voor: n
gebr.: 1
605a (z17f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen proberen (inf. 03304) komt voor: n
gebr.: 1
605a (z17f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen proberen (inf. 03304) komt voor: n
gebr.: 1
548 (z17g) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen proberen hebt (inf. 03304) komt voor: n
gebr.: 1
548 (z17g) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen proberen hebt (inf. 03304) komt voor: n
gebr.: 1
542 (z17h) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt proberen (inf. 03304) komt voor: n
gebr.: 1
542 (z17h) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt proberen (inf. 03304) komt voor: n
gebr.: 1

interview mondelinge enquête

sprekertekstcommentaar 
geen interview gehouden in Maastricht

data telefonische enquête

zinsnr.testzininstructieantwoorden
geen data telefonische enquête in Maastricht