SAND-data Zonhoven (Q001p)

schriftelijke enquête | mondelinge enquête | telefonische enquête

data schriftelijke enquête

zinsnr.testzinantwoorden
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 03296) vertaling: Jan herinnerde zich da vertelselke
opm.: reflexief: zich
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 03296) vertaling: M en P zieën diendaner vur de kerk
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 03296) vertaling: Toon waast zich
opm.: reflexief: zich
038 (x01d) De timmerman heeft geen spijkers bij zich (inf. 03296) vertaling: de schrijnwerker hit gien naogels bet hem
opm.: reflexief: hem
039 (x01e) Fons zag een slang naast ... (inf. 03296) vertaling: F zooch en slang lengs hem
opm.: reflexief: hem
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 03296) vertaling: E liet mich veur hum weurken
opm.: reflexief: hem
041 (x01g) Johanna liet zich meedrijven op de golven (inf. 03296) vertaling: J liit zich drijven op de golven
opm.: reflexief: zich
042 (x01h) Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel (inf. 03296) vertaling: T bezoag zichzelf ens goet in de spiegel
opm.: reflexief: zichzelf
043 (x01i) Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken (inf. 03296) vertaling: Jan hit in twie menuten het bier oat
044 (x01j) Deze schoenen lopen gemakkelijk (inf. 03296) vertaling: dees schoeën loepen gemekkelijk
045 (x01k) Eduard kent zichzelf goed (inf. 03296) vertaling: Waar kenjt zen egen goed
opm.: reflexief: z'n eigen
065 (x02h) Zou ik dat wel kunnen doen? (inf. 03296) vertaling: zo ich da waal konne doeën
066 (x02i) Hij liet zijn huis afbreken (inf. 03296) vertaling: hej liet zen hoas aafbreken
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03296) komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03296) komt voor: j
gebr.: 5
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 03296) komt voor: n
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 03296) komt voor: n
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 03296) komt voor: n
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 03296) komt voor: n
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 03296) komt voor: n
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03296) komt voor: j
gebr.: 5
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03296) komt voor: j
gebr.: 5
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 03296) komt voor: n
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 03296) komt voor: n
089 (x04(iii)d) Ik weet dat Jan bouwen een nieuwe schuur moet (inf. 03296) komt voor: n
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03296) komt voor: j
gebr.: 5
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03296) komt voor: j
gebr.: 5
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 03296) komt voor: j
gebr.: 3
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 03296) komt voor: j
gebr.: 3
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 03296) komt voor: j
gebr.: 3
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 03296) komt voor: j
gebr.: 3
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 03296) komt voor: n
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03296) komt voor: j
gebr.: 5
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03296) komt voor: j
gebr.: 5
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 03296) komt voor: n
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 03296) komt voor: j
gebr.: 4
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 03296) komt voor: j
gebr.: 4
098 (x04(ix)d) Jan zei dat Marie gaan naar een bakker moest (inf. 03296) komt voor: n
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03296) komt voor: j
gebr.: 5
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03296) komt voor: j
gebr.: 5
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03296) komt voor: j
gebr.: 3
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03296) komt voor: j
gebr.: 3
102 (x04(v)c) Ik weet dat Jan moet jammer genoeg vertrekken (inf. 03296) komt voor: n
103 (x04(v)d) Ik weet dat Jan vertrekken jammer genoeg moet (inf. 03296) komt voor: n
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03296) komt voor: j
gebr.: 5
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03296) komt voor: j
gebr.: 5
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03296) komt voor: j
gebr.: 4
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03296) komt voor: j
gebr.: 4
107 (x04(vi)c) Ik weet dat Hans mag niet komen (inf. 03296) komt voor: n
110 (x04(vi)d) Ik weet dat Hans komen niet mag (inf. 03296) komt voor: n
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03296) komt voor: j
gebr.: 5
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03296) komt voor: j
gebr.: 5
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03296) komt voor: j
gebr.: 4
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03296) komt voor: j
gebr.: 4
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 03296) komt voor: n
115 (x04(vii)d) Ik weet dat Jan kopen varkens wil (inf. 03296) komt voor: n
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03296) komt voor: j
gebr.: 5
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03296) komt voor: j
gebr.: 5
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03296) komt voor: j
gebr.: 4
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03296) komt voor: j
gebr.: 4
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 03296) komt voor: n
121 (x04(viii)d) Ik weet dat Eddy eten brood wil (inf. 03296) komt voor: n
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03296) komt voor: j
gebr.: 5
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03296) komt voor: j
gebr.: 5
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 03296) komt voor: n
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 03296) komt voor: n
126 (x04(x)d) Eddy moet opstaan vroeg kunnen (inf. 03296) komt voor: n
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03296) komt voor: j
gebr.: 5
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03296) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03296) komt voor: j
gebr.: 3
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03296) komt voor: j
gebr.: 3
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 03296) komt voor: n
131 (x04(xi)d) Ik zei dat Willy verkopen de auto moest (inf. 03296) komt voor: n
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 03296) vertaling: Jan hit gien enkel book nemie
134 (x05b) Jan en heeft geen boek meer (inf. 03296) vertaling: Jan hit gien enkel book nemie
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 03296) vertaling: buk het Jan nemie
136 (x05d) Jan en heeft niet veel geld niet meer (inf. 03296) vertaling: Janhit gie geld nemie
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03296) vertaling: doa moog niemand kallen euver da probleem
138 (x05f) Er mag niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03296) vertaling: doa moog niemand iet zeggen euver da probleem
139 (x05g) Niemand zegt dat hij komt niet (inf. 03296) vertaling: niemand zit datter keumt
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 03296) vertaling: zitten hie ergens muis
141 (x05i) Ik geef niets aan een ander niet (inf. 03296) vertaling: ik giëf niks aon iemand anders
142 (x05j) Niemand wil niet werken niet (inf. 03296) vertaling: niemand wil werrken
143 (x05k) Wij en wisten niet dat hij thuis was (inf. 03296) vertaling: vië wisten nie datter thoas waas
144a (x05l) Ik wist het niet ook niet (inf. 03296) vertaling: ich wiest 't o nie
145 (x05m) Hij mag met niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03296) vertaling: hej moog be niemand kallen euver dit probleem
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 03296) vertaling: Jan wieët dat hej vur drej oeren den oto mot gemaokt hibben
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03296) komt voor: j
gebr.: 2
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03296) komt voor: j
gebr.: 2
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 03296) komt voor: j
gebr.: 5
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 03296) komt voor: j
gebr.: 5
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 03296) komt voor: n
159 (x06d) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben gemaakt moet (inf. 03296) komt voor: n
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03296) komt voor: j
gebr.: 3
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03296) komt voor: j
gebr.: 3
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 03296) komt voor: n
178 (x08a) Hij mag met niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03296) vertaling: hej moog be niemand kallen euver dit probleem
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 03296) vertaling: ich wil niemand pijn doeën
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03296) fragment: die (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03296) fragment: komen (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03296) fragment: komen (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03296) fragment: die (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03296) fragment: om (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03296) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03296) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03296) fragment: te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03296) fragment: om (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03296) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03296) fragment: te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03296) fragment: om (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03296) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03296) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03296) fragment: te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03296) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03296) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03296) fragment: te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03296) fragment: om (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03296) fragment: (2)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03296) fragment: om (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03296) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03296) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03296) fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03296) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03296) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03296) fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03296) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03296) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03296) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03296) fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03296) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03296) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03296) fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03296) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03296) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03296) fragment: als (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03296) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03296) fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03296) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03296) fragment: om (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03296) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03296) fragment: om (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03296) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03296) fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03296) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03296) fragment: om (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03296) fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03296) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03296) fragment: om (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03296) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03296) fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03296) fragment: te (2)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03296) fragment: als (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03296) fragment: als (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03296) fragment: als (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03296) fragment: dan (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03296) fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03296) fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03296) fragment: dan (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03296) fragment: als (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03296) fragment: te (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 03296) fragment: (1)
200 (x09m) Toen we aankwamen regende het (inf. 03296) fragment: (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 03296) fragment: dat (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 03296) fragment: (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03296) fragment: of (1)
226 (y01(i)a) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij en doet (inf. 03296) komt voor: n
227 (y01(i)b) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij doet (inf. 03296) komt voor: n
228 (y01(i)c) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: 't Doet (inf. 03296) komt voor: n
237 (y01(iii)d) A: Slaapt hij? B: Ja, hij slaapt (inf. 03296) komt voor: j
238 (y01(iii)e) A: Slaapt hij? B: Nee, hij doet niet (inf. 03296) komt voor: n
239 (y01(iii)f) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet (inf. 03296) komt voor: n
240 (y01(iii)g) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet niet (inf. 03296) komt voor: n
241 (y01(iii)h) A: Slaapt hij? B: Nee, hij slaapt niet (inf. 03296) komt voor: j
242 (y01(iii)i) A: Slaapt hij? B: 't Doet (inf. 03296) komt voor: n
243 (y01(iii)j) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Ie doet (inf. 03296) komt voor: n
244 (y01(iii)k) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Toetoet (inf. 03296) komt voor: n
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 03296) komt voor: n
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 03296) komt voor: n
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 03296) komt voor: n
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03296) fragment: waarvan de (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03296) fragment: waar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03296) fragment: (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03296) fragment: waar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03296) fragment: waar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03296) fragment: (2)
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03296) komt voor: n
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03296) fragment: iets wat (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03296) fragment: die (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03296) fragment: waar (1)
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03296) fragment: toen (1)
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03296) fragment: wat (1)
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03296) fragment: wat (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03296) fragment: wie (1)
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 03296) vertaling: hej hit zen haan gewassen
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 03296) vertaling: hej hit zen humt gewassen
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 03296) vertaling: hej hit nen hoeëd op zene kop
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 03296) vertaling: hej hit ze bien gebroken
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 03296) vertaling: ze hit zich pen gedoan
opm.: reflexief: zich
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03296) vertaling: zo hej da gekund hebben
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 03296) fragment: gekunt (1)
878 (y05(ii)) Hij heeft dat nooit gedaan (inf. 03296) fragment: gedaan (1)
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 03296) komt voor: n
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 03296) komt voor: n
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 03296) komt voor: n
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 03296) komt voor: n
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 03296) komt voor: n
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 03296) komt voor: n
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 03296) komt voor: n
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 03296) komt voor: n
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 03296) komt voor: n
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 03296) komt voor: n
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 03296) komt voor: n
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 03296) komt voor: n
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 03296) komt voor: n
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 03296) komt voor: n
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 03296) komt voor: n
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 03296) komt voor: n
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 03296) komt voor: n
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 03296) vertaling: ich wieët datter weg es
opm.: DAV
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 03296) komt voor: n
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 03296) vertaling: deië zo ich nie doaren opeiten
komt voor: j
opm.: dav?
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 03296) vertaling: deië zo ich nie doaren opeiten
komt voor: j
opm.: dav?
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 03296) komt voor: n
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 03296) vertaling: loepentierend kwaom ich hem tegen
komt voor: j
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 03296) vertaling: loepentierend kwaom ich hem tegen
komt voor: j
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 03296) vertaling: ich heb hielwa geloepen
komt voor: j
opm.: DAV
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 03296) vertaling: ich heb hielwa geloepen
komt voor: j
opm.: DAV
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 03296) vertaling: ich waijr muug, dus haach ich mer op
komt voor: j
opm.: DAV
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 03296) vertaling: ich waijr muug, dus haach ich mer op
komt voor: j
opm.: DAV
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 03296) vertaling: hej deu just offer oat zej bed kwaom
komt voor: j
opm.: DAV
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 03296) vertaling: hej deu just offer oat zej bed kwaom
komt voor: j
opm.: DAV
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 03296) vertaling: de verver es heij kome verven
komt voor: j
opm.: DAV
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 03296) vertaling: de verver es heij kome verven
komt voor: j
opm.: DAV
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 03296) vertaling: denkder dadder thoas goat
338 (y08c) Daar leefden wij als god in Frankrijk (inf. 03296) vertaling: doa leifde vej as god in frankrek
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 03296) opm.: IPP: n.v.t.
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 03296) vertaling: ich wieët datter es goa zwemmen
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03296) komt voor: j
gebr.: 5
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03296) komt voor: j
gebr.: 5
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 03296) komt voor: n
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 03296) komt voor: n
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 03296) komt voor: j
gebr.: 5
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 03296) komt voor: j
gebr.: 5
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 03296) komt voor: n
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 03296) komt voor: n
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 03296) komt voor: j
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 03296) komt voor: j
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 03296) komt voor: j
356 (y10d) Is het huis te koop? Jaa't (inf. 03296) komt voor: j
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 03296) komt voor: j
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 03296) vertaling: be zoe e weier konder nie veul doeën
komt voor: j
opm.: DAV
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 03296) vertaling: be zoe e weier konder nie veul doeën
komt voor: j
opm.: DAV
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 03296) komt voor: n
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 03296) komt voor: n
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 03296) komt voor: n
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 03296) komt voor: n
365 (y11f) Hem is dood (inf. 03296) komt voor: n
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 03296) vertaling: esser doet
komt voor: j
opm.: DAV
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 03296) vertaling: esser doet
komt voor: j
opm.: DAV
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 03296) komt voor: n
367 (y11i) Is haar ziek? (inf. 03296) komt voor: n
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 03296) komt voor: n
369 (y11k) Met het te sneeuwen konden we de stad niet uit (inf. 03296) komt voor: n
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03296) fragment: die (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03296) fragment: die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03296) fragment: waarvan (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03296) fragment: dat hij (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03296) fragment: dat hij (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03296) fragment: waarvan (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03296) fragment: die (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03296) fragment: waarvan (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03296) fragment: waarvan (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03296) fragment: die (2)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03296) fragment: waarmee (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03296) fragment: wie (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03296) fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03296) fragment: waar (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03296) fragment: waar (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03296) fragment: (2)
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03296) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03296) fragment: die (1)
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03296) fragment: dat (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03296) fragment: wie (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03296) fragment: die (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03296) fragment: die (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03296) fragment: wie (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03296) fragment: waarvan de (1)
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 03296) vertaling: neurgens
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 03296) vertaling: weet ich nie
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 03296) vertaling: noetsnie
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 03296) vertaling: niks
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 03296) vertaling: gien
881 (z07(i)) Ik weet dat (ge)(je) 't (gij)(jij) gedaan hebt (inf. 03296) komt voor: j
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03296) komt voor: j
gebr.: 5
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03296) komt voor: j
gebr.: 5
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 03296) komt voor: n
453 (z10(i)c) Ze zijn/hebben geweest naar de markt (inf. 03296) komt voor: n
454 (z10(i)d) Ze hebben geweest naar de markt (inf. 03296) komt voor: n
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03296) komt voor: j
gebr.: 5
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03296) komt voor: j
gebr.: 5
457 (z10(ii)b) Hij heeft zijn kinderen gezet op de tractor (inf. 03296) komt voor: n
458 (z10(ii)c) Hij heeft gezet zijn kinderen op de tractor (inf. 03296) komt voor: n
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03296) komt voor: j
gebr.: 5
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03296) komt voor: j
gebr.: 5
462 (z10(iii)b) Hij heeft zijn voorgevel geschilderd helemaal wit (inf. 03296) komt voor: n
464 (z10(iii)c) Hij heeft geschilderd zijn voorgevel helemaal wit (inf. 03296) komt voor: n
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03296) komt voor: j
gebr.: 5
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03296) komt voor: j
gebr.: 5
467 (z10(iv)b) Mijn vrouw kan spreken dialect (inf. 03296) komt voor: n
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03296) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03296) komt voor: j
gebr.: 5
470 (z10(v)b) Gunther heeft Annemie gebracht naar huis (inf. 03296) komt voor: n
471 (z10(v)c) Gunther heeft gebracht Annemie naar huis (inf. 03296) komt voor: n
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03296) positie: 3
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03296) positie: 1
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03296) positie: 2
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03296) positie: 1
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03296) positie: 1
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03296) positie: 1
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 03296) fragment: over (1)
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 03296) komt voor: n
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 03296) komt voor: n
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 03296) komt voor: n
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 03296) komt voor: n
412 (z16b) Er waren veel mensen op het feest (inf. 03296) vertaling: doa waoren veul minsen op t fiest
413 (z16c) Jammer dat ik gisteren niet kon komen. Waren er veel mensen op het feest? (inf. 03296) vertaling: waoren er veul minsen op t fiest
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03296) komt voor: j
gebr.: 3
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03296) komt voor: j
gebr.: 3
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 03296) komt voor: n
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03296) komt voor: j
gebr.: 4
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03296) komt voor: j
gebr.: 4
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 03296) komt voor: n
gebr.: 4
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 03296) komt voor: n
gebr.: 4
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 03296) komt voor: n
605a (z17f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen proberen (inf. 03296) komt voor: n
548 (z17g) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen proberen hebt (inf. 03296) komt voor: n
542 (z17h) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt proberen (inf. 03296) komt voor: n

interview mondelinge enquête

sprekertekstcommentaar 
geen interview gehouden in Zonhoven

data telefonische enquête

zinsnr.testzininstructieantwoorden
geen data telefonische enquête in Zonhoven