SAND-data Scherpenheuvel (P035a)

schriftelijke enquête | mondelinge enquête | telefonische enquête

data schriftelijke enquête

zinsnr.testzinantwoorden
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 03328) vertaling: Ja herinnert da verhoal wel
opm.: reflexief: geen
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 03328) vertaling: Marie en Piet zimekandere veu de kerrek
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 03328) vertaling: Toon wastem
opm.: reflexief: hem
038 (x01d) De timmerman heeft geen spijkers bij zich (inf. 03328) vertaling: de schrainweireker hei gen noagel bei em
opm.: reflexief: hem
039 (x01e) Fons zag een slang naast ... (inf. 03328) vertaling: Fons zag en slang neffen em
opm.: reflexief: hem reflexief: z'n eigen
039 (x01e) Fons zag een slang naast ... (inf. 03328) vertaling: Fons zag en slang neffen em
opm.: reflexief: hem reflexief: z'n eigen
039 (x01e) Fons zag een slang naast ... (inf. 03328) vertaling: Fons zag en slang neffeze naiege
opm.: reflexief: hem reflexief: z'n eigen
039 (x01e) Fons zag een slang naast ... (inf. 03328) vertaling: Fons zag en slang neffeze naiege
opm.: reflexief: hem reflexief: z'n eigen
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 03328) vertaling: Erik liet me veu heum weireke
opm.: reflexief: hem
041 (x01g) Johanna liet zich meedrijven op de golven (inf. 03328) vertaling: J. liet heur oep de golleve meedraieve
opm.: reflexief: haar
042 (x01h) Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel (inf. 03328) vertaling: Toon bekeek zen aige es goed in de spiegel
opm.: reflexief: z'n eigen
043 (x01i) Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken (inf. 03328) vertaling: J heid in 2 minute e birke gedroenke
044 (x01j) Deze schoenen lopen gemakkelijk (inf. 03328) vertaling: dees schoene loepe gemakkelek
045 (x01k) Eduard kent zichzelf goed (inf. 03328) vertaling: Edwaar kent zen aige goet
opm.: reflexief: z'n eigen
046 (x01l) Ward heeft gehoord dat er foto's van zichzelf in de etalage staan (inf. 03328) vertaling: Waar hei gehuet datter foto's van eum veu de vesnter ligge
opm.: reflexief: hem
047 (x01m) Die aardappelen schillen niet gemakkelijk (inf. 03328) vertaling: die petate schelle nie gemakkelek
884 (x01n) Dit glas breekt als het op de grond valt (inf. 03328) vertaling: dee glas brekt as't oep de gront falt
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03328) vertaling: ek weet da Jan het moet keune weireke
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03328) vertaling: ek weet da Jan het moet keune weireke
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03328) vertaling: ek weet da Jan het moet keune weireke
komt voor: j
gebr.: 5
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 03328) komt voor: n
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 03328) komt voor: n
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 03328) komt voor: n
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 03328) komt voor: n
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 03328) komt voor: n
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03328) komt voor: j
gebr.: 5
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03328) komt voor: j
gebr.: 5
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 03328) komt voor: n
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 03328) komt voor: j
gebr.: 2
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 03328) komt voor: j
gebr.: 2
089 (x04(iii)d) Ik weet dat Jan bouwen een nieuwe schuur moet (inf. 03328) komt voor: n
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03328) komt voor: j
gebr.: 5
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03328) komt voor: j
gebr.: 5
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 03328) komt voor: n
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 03328) komt voor: j
gebr.: 2
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 03328) komt voor: j
gebr.: 2
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 03328) komt voor: n
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03328) komt voor: j
gebr.: 5
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03328) komt voor: j
gebr.: 5
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 03328) komt voor: j
gebr.: 1
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 03328) komt voor: j
gebr.: 1
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 03328) komt voor: j
gebr.: 2
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 03328) komt voor: j
gebr.: 2
098 (x04(ix)d) Jan zei dat Marie gaan naar een bakker moest (inf. 03328) komt voor: n
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03328) komt voor: j
gebr.: 5
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03328) komt voor: j
gebr.: 5
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03328) komt voor: n
102 (x04(v)c) Ik weet dat Jan moet jammer genoeg vertrekken (inf. 03328) komt voor: j
gebr.: 1
102 (x04(v)c) Ik weet dat Jan moet jammer genoeg vertrekken (inf. 03328) komt voor: j
gebr.: 1
103 (x04(v)d) Ik weet dat Jan vertrekken jammer genoeg moet (inf. 03328) komt voor: n
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03328) komt voor: j
gebr.: 5
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03328) komt voor: j
gebr.: 5
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03328) komt voor: j
gebr.: 1
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03328) komt voor: j
gebr.: 1
107 (x04(vi)c) Ik weet dat Hans mag niet komen (inf. 03328) komt voor: n
110 (x04(vi)d) Ik weet dat Hans komen niet mag (inf. 03328) komt voor: n
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03328) komt voor: j
gebr.: 5
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03328) komt voor: j
gebr.: 5
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03328) komt voor: j
gebr.: 2
opm.: met nadruk op varkens
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03328) komt voor: j
gebr.: 2
opm.: met nadruk op varkens
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 03328) komt voor: j
gebr.: 4
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 03328) komt voor: j
gebr.: 4
115 (x04(vii)d) Ik weet dat Jan kopen varkens wil (inf. 03328) komt voor: n
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03328) komt voor: j
gebr.: 5
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03328) komt voor: j
gebr.: 5
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03328) komt voor: j
gebr.: 2
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03328) komt voor: j
gebr.: 2
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 03328) komt voor: j
gebr.: 5
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 03328) komt voor: j
gebr.: 5
121 (x04(viii)d) Ik weet dat Eddy eten brood wil (inf. 03328) komt voor: n
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03328) komt voor: j
gebr.: 5
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03328) komt voor: j
gebr.: 5
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 03328) komt voor: j
gebr.: 1
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 03328) komt voor: j
gebr.: 1
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 03328) komt voor: j
gebr.: 5
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 03328) komt voor: j
gebr.: 5
126 (x04(x)d) Eddy moet opstaan vroeg kunnen (inf. 03328) komt voor: n
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03328) komt voor: j
gebr.: 5
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03328) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03328) komt voor: j
gebr.: 1
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03328) komt voor: j
gebr.: 1
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 03328) komt voor: j
gebr.: 1
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 03328) komt voor: j
gebr.: 1
131 (x04(xi)d) Ik zei dat Willy verkopen de auto moest (inf. 03328) komt voor: n
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 03328) vertaling: Jan hei gene boek nemie
134 (x05b) Jan en heeft geen boek meer (inf. 03328) vertaling: Jan hei gene boek nemie
134 (x05b) Jan en heeft geen boek meer (inf. 03328) vertaling: Jan en hei gene boek nemie
134 (x05b) Jan en heeft geen boek meer (inf. 03328) vertaling: Jan en hei gene boek nemie
134 (x05b) Jan en heeft geen boek meer (inf. 03328) vertaling: Jan hei gene boek nemie
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 03328) vertaling: boek hei Jan nie
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 03328) vertaling: boek hei Jan nie
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 03328) vertaling: boek hei Jan gen
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 03328) vertaling: boek hei Jan gen
136 (x05d) Jan en heeft niet veel geld niet meer (inf. 03328) vertaling: Jan hei nie veul geld nemie
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03328) vertaling: doa mag niemand nie over da probleem spreke
138 (x05f) Er mag niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03328) vertaling: doa mag niemand over da prebleem spreke
139 (x05g) Niemand zegt dat hij komt niet (inf. 03328) vertaling: niemand zeit dat em komt
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 03328) vertaling: zitten er hie nieverans gen muize
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 03328) vertaling: zitten er hie nieverans gen muize
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 03328) vertaling: zitten er hie ieverans muize
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 03328) vertaling: zitten er hie ieverans muize
141 (x05i) Ik geef niets aan een ander niet (inf. 03328) vertaling: ik geef niks oan enander
142 (x05j) Niemand wil niet werken niet (inf. 03328) vertaling: niemant wilter weireke
143 (x05k) Wij en wisten niet dat hij thuis was (inf. 03328) vertaling: waile en wiste nie dattem thuis was
opm.: beide gebruikelijk
143 (x05k) Wij en wisten niet dat hij thuis was (inf. 03328) vertaling: waile en wiste nie dattem thuis was
opm.: beide gebruikelijk
143 (x05k) Wij en wisten niet dat hij thuis was (inf. 03328) vertaling: waile wiste nie dattem thuis was
opm.: beide gebruikelijk
143 (x05k) Wij en wisten niet dat hij thuis was (inf. 03328) vertaling: waile wiste nie dattem thuis was
opm.: beide gebruikelijk
144a (x05l) Ik wist het niet ook niet (inf. 03328) vertaling: ek wisted oek nie
145 (x05m) Hij mag met niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03328) vertaling: ai mag mee niemant over da prebleem spreke
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 03328) vertaling: Jan weet dattem veur drei ure den otto moet gemakt hemme
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 03328) vertaling: Jan weet dattem veur drei ure den otto moet gemakt hemme
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 03328) vertaling: Jan wet dattem den otto veu drei ure moet gemakt hemme
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 03328) vertaling: Jan wet dattem den otto veu drei ure moet gemakt hemme
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03328) komt voor: n
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 03328) komt voor: j
gebr.: 5
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 03328) komt voor: j
gebr.: 5
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 03328) komt voor: n
159 (x06d) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben gemaakt moet (inf. 03328) komt voor: n
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03328) komt voor: j
gebr.: 3
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03328) komt voor: j
gebr.: 3
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 03328) komt voor: n
162 (x07a) Maries auto is kapot (inf. 03328) vertaling: Merie heuren otto es kapot
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 03328) vertaling: den otto van Merie...
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 03328) vertaling: Merie heuren otto es kapot
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 03328) vertaling: Merie heuren otto es kapot
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 03328) vertaling: den otto van Merie...
164 (x07c) Piets auto is kapot (inf. 03328) vertaling: Piet zeunen otto es kapot
165 (x07d) Piet z'n/se auto is kapot (inf. 03328) vertaling: Piet zeunen otto es kapot
166 (x07e) Die mans auto is kapot (inf. 03328) vertaling: diee vent zeunen otto es kapot
167 (x07f) Die man zijn/se auto is kapot (inf. 03328) vertaling: diee vent zeunen otto es kapot
168 (x07g) Die auto is niet van mij maar van hem (inf. 03328) vertaling: dieen otto is nie van mai moa van heum
169 (x07h) Gisterens krant ligt onder de TV (inf. 03328) vertaling: de gazet van gistere leid onder den TV
170 (x07i) Jan is Karolien en Kristien se/hun broertje (inf. 03328) vertaling: Jan est breurke van K en Kristin
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 03328) vertaling: de joenges heunne vlo es gestole
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 03328) vertaling: de joenges heunne vlo es gestole
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 03328) vertaling: de vlos van de joenges zen gestole
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 03328) vertaling: de vlos van de joenges zen gestole
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 03328) vertaling: de zusters van heun moeder es oep bezuuk
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 03328) vertaling: des Wim zennen otto
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 03328) vertaling: diee vloo es van mai
178 (x08a) Hij mag met niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03328) vertaling: hai mag mee niemand over da prebleem spreke
178 (x08a) Hij mag met niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03328) vertaling: hai mag nie spreke mee niemant over...
178 (x08a) Hij mag met niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03328) vertaling: hai mag mee niemand over da prebleem spreke
178 (x08a) Hij mag met niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03328) vertaling: hai mag nie spreke mee niemant over...
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 03328) vertaling: ik wil niemand nie zier doen
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 03328) vertaling: ik wil niemand nie kwetse
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 03328) vertaling: ik wil niemand nie kwetse
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 03328) vertaling: ik wil niemand nie zier doen
180 (x08c) Het is jammer dat wij komen niet en mogen (inf. 03328) vertaling: tes spaiteg damme nie meuge kome
181 (x08d) Dat niet en ga ik doen (inf. 03328) vertaling: da genek nietoen
182 (x08e) (Heb je hard gewerkt?) Niet heb ik gewerkt (inf. 03328) vertaling: kem nie geweirekt
183 (x08f) Niet had hij het verteld of Marie begon te huilen (inf. 03328) vertaling: hai haat nog moa jeust gezeit of M begost te bleite
184 (x08g) Gaan haalt die bestelling nu maar op! (inf. 03328) vertaling: goatie bestelling no moa (oep)hoale
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 03328) vertaling: hai weirekt nie
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 03328) vertaling: hai weirekt nie
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 03328) vertaling: hai en weirekt nie
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 03328) vertaling: hai en weirekt nie
186 (x08i) Je weet dat niemand hier binnen mag, dus ik verbied je nog een keer om hier niet te komen (inf. 03328) vertaling: ek verbiejoe van hie te kome
opm.: antwoord 1 geldt voor te komen en ook niet
186 (x08i) Je weet dat niemand hier binnen mag, dus ik verbied je nog een keer om hier niet te komen (inf. 03328) vertaling: ek verbiejoe hie niet te kome
opm.: antwoord 1 geldt voor te komen en ook niet
186 (x08i) Je weet dat niemand hier binnen mag, dus ik verbied je nog een keer om hier niet te komen (inf. 03328) vertaling: ek verbiejoe hie niet te kome
opm.: antwoord 1 geldt voor te komen en ook niet
186 (x08i) Je weet dat niemand hier binnen mag, dus ik verbied je nog een keer om hier niet te komen (inf. 03328) vertaling: ek verbiejoe van hie te kome
opm.: antwoord 1 geldt voor te komen en ook niet
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03328) fragment: veu (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03328) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03328) fragment: oem (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03328) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03328) fragment: veu (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03328) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03328) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03328) fragment: veu (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03328) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03328) fragment: oem (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03328) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03328) fragment: oem (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03328) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03328) fragment: veu (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03328) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03328) fragment: oem (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03328) fragment: oem te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03328) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03328) fragment: oem te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03328) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03328) fragment: veu te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03328) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03328) fragment: oem te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03328) fragment: veu te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03328) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03328) fragment: oem te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03328) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03328) fragment: veu te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03328) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03328) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03328) fragment: veu te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03328) fragment: (2)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03328) fragment: veu te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03328) fragment: oem te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03328) fragment: oem te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03328) fragment: veu te (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03328) fragment: as (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03328) fragment: as (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03328) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03328) fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03328) fragment: veu (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03328) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03328) fragment: veu (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03328) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03328) fragment: veu (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03328) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03328) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03328) fragment: oem (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03328) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03328) fragment: oem (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03328) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03328) fragment: oem (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03328) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03328) fragment: oem (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03328) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03328) fragment: oem (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03328) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03328) fragment: oem (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03328) fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03328) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03328) fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03328) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03328) fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03328) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03328) fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03328) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03328) fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03328) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03328) fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03328) fragment: veu (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03328) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03328) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03328) fragment: veu (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03328) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03328) fragment: veu (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03328) fragment: te (2)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03328) fragment: as (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03328) fragment: as (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03328) fragment: as (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03328) fragment: as (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03328) fragment: as (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03328) fragment: te (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 03328) fragment: (1)
200 (x09m) Toen we aankwamen regende het (inf. 03328) fragment: as (1)
200 (x09m) Toen we aankwamen regende het (inf. 03328) fragment: as (1)
200 (x09m) Toen we aankwamen regende het (inf. 03328) fragment: (1)
200 (x09m) Toen we aankwamen regende het (inf. 03328) fragment: (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 03328) fragment: dattem (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 03328) komt voor: n
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03328) fragment: dattem komt (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03328) fragment: offem komt (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03328) fragment: offem komt (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03328) fragment: dattem komt (1)
204 (x10a) Ik weet dat jullie op niemand boos zijn (inf. 03328) vertaling: ek weet da gaile oep niemant koa zaiet
205 (x10b) Ik weet dat zij op niets trots is (inf. 03328) vertaling: ek weet dasoep niks hoeveideg es
206 (x10c) Els denkt dat 't niet gemakkelijk is (inf. 03328) vertaling: Els paast dat nie gemakkelek es
207 (x10d) Ik weet dat ik te laat ben en jij niet (inf. 03328) vertaling: ek weet dak te loat zen en gai nie
208 (x10e) Je weet toch dat jij moet werken en ik niet (inf. 03328) vertaling: ge wet toch dage moet weireke en ik nie
209 (x10f) Iedereen denkt dat wij naar huis gaan en dat zij nog mogen blijven (inf. 03328) vertaling: iederien paast da waile noa huis gen en da zaile meuge blaive
210 (x10g) Het is jammer dat hij komt en dat zij weggaat (inf. 03328) vertaling: tes spaiteg dat hai komt en da zai weggoa
211 (x10h) Ik denk dat Lisa ziek is (inf. 03328) vertaling: ik paas da L ziek es
213 (x10i) Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen (inf. 03328) vertaling: ek paas da pieje en liske gen traave
226 (y01(i)a) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij en doet (inf. 03328) komt voor: n
227 (y01(i)b) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij doet (inf. 03328) komt voor: n
228 (y01(i)c) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: 't Doet (inf. 03328) komt voor: n
230 (y01(ii)a) A: Hij zal niet komen B: Hij en doet (inf. 03328) komt voor: n
231 (y01(ii)b) A: Hij zal niet komen B: Hij doet (inf. 03328) komt voor: n
232 (y01(ii)c) A: Hij zal niet komen B: 't doet (inf. 03328) komt voor: n
234 (y01(iii)a) A: Slaapt hij? B: Ja, hij doet (inf. 03328) komt voor: n
235 (y01(iii)b) A: Slaapt hij? B: Ja, dat doet hij (inf. 03328) komt voor: n
236 (y01(iii)c) A: Slaapt hij? B: Ja, hij en doet (inf. 03328) komt voor: n
237 (y01(iii)d) A: Slaapt hij? B: Ja, hij slaapt (inf. 03328) komt voor: j
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 03328) komt voor: n
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 03328) komt voor: n
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03328) fragment: woavan de (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03328) fragment: woa (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03328) komt voor: n
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03328) komt voor: n
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03328) komt voor: n
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03328) fragment: diee (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03328) fragment: woa (1)
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03328) fragment: da (1)
opm.: Twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03328) fragment: da (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03328) komt voor: n
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03328) fragment: wie (1)
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03328) vertaling: wie paasde dak in t stad gezien hem
261 (y03b) Wat denken jullie hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03328) vertaling: hoes paasde ge daset oepgelost hemme
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging na 'hoe'
265 (y03c) Hoe denk je hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03328) vertaling: oes paasde dazet oepgelost hemme
263 (y03d) Magda weet niet wie dat wij willen bellen (inf. 03328) vertaling: Magda weet nie wie weile oepgebeld hemme
264 (y03e) Weet iemand wie of dat wij geroepen hebben? (inf. 03328) vertaling: wet er iemant wie da weile geroepe hemme
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03328) vertaling: wie paasde dak in t stad gezien hem
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 03328) vertaling: hai hei zen hanne gewasse
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 03328) vertaling: hai hei zen hum gewasse
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 03328) vertaling: hai hei nen oet oep zenne kop
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 03328) vertaling: hai heiden smeir oep zen hum
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 03328) vertaling: hai hei ze bien gebroke
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 03328) vertaling: hai heitem zier gedoan
opm.: mannelijk i.p.v. vrouwelijk reflexief: hem
273 (y04g) Marie trok de deken naar zich toe (inf. 03328) vertaling: Meriek trok et deksel noa heur toe
opm.: reflexief: haar
051 (y04h) Luc weet dat er foto's van hemzelf te koop zijn (inf. 03328) vertaling: Luk wet datter petrette van heum te koep zen
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 03328) vertaling: gai herinnerdeoe toch wel da we toen deu da bos geloepe zen
opm.: reflexief: je
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 03328) vertaling: ek herinner mai datten otto van Merie kepot was
opm.: reflexief: me
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 03328) vertaling: ze erinnert heur dattem lak e veireke zatte ete
opm.: reflexief: haar
283 (y04l) Wij herinneren ons wel dat al Jan zijn boeken gestolen waren, maar zij herinneren het zich niet (inf. 03328) vertaling: waile herinneren ons da Jan al zen boeke gestole weire, moa zaile herinnere het heun nie
opm.: reflexief: ons reflexief: hun
286 (y04m) Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt gezien hebben? (inf. 03328) vertaling: herinnerde gaile ale damme Jan oep de met gezien hemme
opm.: reflexief: je of reflexief: jullie
289 (y04n) Hij heeft zich een ongeluk gewerkt (inf. 03328) vertaling: hai heit em en ongeluk geweirekt
opm.: reflexief: hem
290 (y04o) Hij voelde zich door het ijs zakken (inf. 03328) vertaling: hai voeldetem deut ais zakke
opm.: reflexief: hem
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03328) vertaling: oe zaatem da keune doen hemme
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 03328) fragment: gekeune (1)
opm. inf.: de c zinnen zijn mogelijk met beklemtoning van "moest", bijvoorbeeld in XI
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 03328) fragment: gekeune (1)
opm. inf.: de c zinnen zijn mogelijk met beklemtoning van "moest", bijvoorbeeld in XI
878 (y05(ii)) Hij heeft dat nooit gedaan (inf. 03328) fragment: gedoan (1)
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 03328) komt voor: n
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 03328) komt voor: n
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 03328) komt voor: n
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 03328) komt voor: n
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 03328) komt voor: n
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 03328) komt voor: n
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 03328) komt voor: n
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 03328) komt voor: n
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 03328) komt voor: n
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 03328) komt voor: n
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 03328) komt voor: n
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 03328) komt voor: n
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 03328) komt voor: n
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 03328) komt voor: n
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 03328) komt voor: n
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 03328) komt voor: n
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 03328) vertaling: ek paas dattem weg es
komt voor: j
opm.: dav
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 03328) vertaling: ek paas dattem weg es
komt voor: j
opm.: dav
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 03328) komt voor: n
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 03328) komt voor: n
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 03328) vertaling: Merie al heur koeie zen verdroenke bai de overstroming
komt voor: j
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 03328) vertaling: Merie al heur koeie zen verdroenke bai de overstroming
komt voor: j
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 03328) komt voor: n
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 03328) komt voor: n
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 03328) komt voor: n
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 03328) vertaling: waffere hedde gai al weggedroage
komt voor: j
opm.: dav
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 03328) vertaling: waffere hedde gai al weggedroage
komt voor: j
opm.: dav
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 03328) vertaling: zoene zaak nie deire oepete
komt voor: j
opm.: dav
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 03328) vertaling: zoene zaak nie deire oepete
komt voor: j
opm.: dav
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 03328) vertaling: diee ...
komt voor: j
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 03328) vertaling: diee ...
komt voor: j
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 03328) komt voor: n
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 03328) komt voor: n
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 03328) komt voor: n
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 03328) vertaling: hai dee dattem jeust uiet bet kwam
komt voor: j
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 03328) vertaling: hai dee dattem jeust uiet bet kwam
komt voor: j
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 03328) komt voor: n
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 03328) komt voor: n
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 03328) vertaling: in dieen tait leifdeker oep los
337 (y08b) Vroeger leefde hij als een beest (inf. 03328) vertaling: vruger leefdenem as en best
338 (y08c) Daar leefden wij als god in Frankrijk (inf. 03328) vertaling: doa leifde waile lakkas G in F
339 (y08d) Niemand mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien (inf. 03328) vertaling: n. magget zien, doavei paasek dagaiedoek nie meugt zien
340 (y08e) Het gebeurde toen je wegging (inf. 03328) vertaling: t gebeurde as gai e weg gingt
341 (y08f) Ik weet waar je geboren bent (inf. 03328) vertaling: ek weet woa da gai gebore zait
opm.: waar dat - ja
342 (y08g) Nu je klaar bent, mag je gaan (inf. 03328) vertaling: na da ge kleir zait meugde goan
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 03328) vertaling: oemda M doet es heit eure vent anna nemie keune heulepe
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 03328) vertaling: ik weet datem goan zwumme es
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03328) komt voor: n
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 03328) komt voor: n
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 03328) komt voor: n
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 03328) komt voor: j
gebr.: 5
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 03328) komt voor: j
gebr.: 5
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 03328) komt voor: n
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 03328) komt voor: j
gebr.: 1
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 03328) komt voor: j
gebr.: 1
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 03328) komt voor: n
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 03328) komt voor: n
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 03328) komt voor: n
356 (y10d) Is het huis te koop? Jaa't (inf. 03328) komt voor: n
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 03328) vertaling: wie datte
komt voor: j
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 03328) vertaling: wie datte
komt voor: j
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 03328) vertaling: me zoe e weir keunde nie veul doen
komt voor: j
opm.: dav
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 03328) vertaling: me zoe e weir keunde nie veul doen
komt voor: j
opm.: dav
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 03328) komt voor: n
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 03328) komt voor: n
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 03328) vertaling: ek wilem nemie zien oemdatem mai bedroge hei
komt voor: j
opm.: dav
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 03328) vertaling: ek wilem nemie zien oemdatem mai bedroge hei
komt voor: j
opm.: dav
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 03328) komt voor: n
365 (y11f) Hem is dood (inf. 03328) komt voor: n
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 03328) vertaling: esem doet
komt voor: j
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 03328) vertaling: esem doet
komt voor: j
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 03328) komt voor: n
367 (y11i) Is haar ziek? (inf. 03328) komt voor: n
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 03328) komt voor: n
369 (y11k) Met het te sneeuwen konden we de stad niet uit (inf. 03328) vertaling: met snieve kostemme de stad niet uit
komt voor: j
opm.: dav
369 (y11k) Met het te sneeuwen konden we de stad niet uit (inf. 03328) vertaling: met snieve kostemme de stad niet uit
komt voor: j
opm.: dav
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03328) fragment: die (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03328) fragment: die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03328) komt voor: n
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03328) fragment: da (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03328) fragment: da (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03328) fragment: da (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03328) fragment: da (2)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03328) fragment: woa (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03328) fragment: wie (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03328) komt voor: n
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03328) fragment: da (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03328) fragment: die (1)
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03328) fragment: da (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03328) fragment: die (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03328) fragment: woavan de (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03328) fragment: woavan de (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03328) fragment: heure (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03328) fragment: heure (1)
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03328) vertaling: Piet paast da Jan en Merie oep niemand nie koa zen
betekenis: negative concord
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03328) vertaling: Piet paast da Jan en Merie oep niemand nie koa zen
betekenis: negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03328) vertaling: Wim paast da we noet niemant ne prais geve
betekenis: negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03328) vertaling: Wim paast da we noet niemant ne prais geve
betekenis: negative concord
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03328) vertaling: tes woa da se mee Merie nie meuge spreke
betekenis: negatie > modaal
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03328) vertaling: tes woa da se mee Merie nie meuge spreke
betekenis: negatie > modaal
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 03328) vertaling: nieverans
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 03328) vertaling: niemant
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 03328) vertaling: noet
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 03328) vertaling: niks
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 03328) vertaling: gen
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 03328) vertaling: zegtem noe dak buite gewest zen
393 (z04b) Niet vertellen dat je een cadeau voor hem hebt gekocht, hoor! (inf. 03328) vertaling: nie zegge dache ne kado veu hem gekocht hed
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 03328) vertaling: wette nie dsattem gevallenes
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 03328) vertaling: Wendy prebeerde oem niemand sier te doen
397 (z05b) 't Schijnt dat ze niets mag eten (inf. 03328) vertaling: et schaint dasse niks mag ete
398 (z05c) Ze schijnt niets te mogen eten (inf. 03328) vertaling: ze schent niks te meugen ete
399a (z05d) Ze proberen al de hele dag om elkaar op te bellen (inf. 03328) vertaling: ze prebeerd al den ielen dag die andere oep te belle
400 (z05e) Het belooft weer een mooie dag te worden (inf. 03328) vertaling: t belooft wee ne sckoene dach te weude
401 (z05f) 't Is misschien beter om nog even te wachten (inf. 03328) vertaling: tes meschin beiter nen dach te wachte
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 03328) vertaling: we haat geluk em drekt trug te vinge
404 (z06a) Als de kippen een valk zien, zijn ze bang (inf. 03328) vertaling: as de hinne ne valk zin, hemme ze schrik
405 (z06b) Als we de aardappelen niet kunnen verkopen, zitten we in de problemen (inf. 03328) vertaling: as me de petate nie keune verkoepe hemme me probleme
406 (z06c) Als jullie hem niet meenemen word ik kwaad (inf. 03328) vertaling: as getem nie meenemt weudek koa
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 03328) vertaling: em wistet
408 (z06e) Op dit feest wordt er veel gedanst (inf. 03328) vertaling: oep da fest weuter veul gedanst
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 03328) vertaling: naa weuter noch moar ellien broet verkocht
410 (z06g) Als hij met de fiets komt, zal hij wel laat zijn (inf. 03328) vertaling: assem mette vlo komt zalt wel loat zein
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 03328) vertaling: as che tait het, komt dan es
413a (z06i) Als ik rijk ben, koop ik een dure auto (inf. 03328) vertaling: asek raik zen, koepekik nen dieren otto
opm.: subjectdubbeling
881 (z07(i)) Ik weet dat (ge)(je) 't (gij)(jij) gedaan hebt (inf. 03328) komt voor: n
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 03328) komt voor: n
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 03328) komt voor: n
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 03328) komt voor: n
420 (z07(ii)d) Durfdeze gij uitnodigen? (inf. 03328) komt voor: n
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 03328) komt voor: n
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 03328) komt voor: n
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 03328) komt voor: n
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 03328) komt voor: n
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 03328) vertaling: ze leift zai oep woater en broet dees weik
komt voor: j
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 03328) vertaling: ze leift oep woater en broet dees weik
komt voor: j
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 03328) vertaling: ze leift zai oep woater en broet dees weik
komt voor: j
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 03328) vertaling: ze leift oep woater en broet dees weik
komt voor: j
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 03328) vertaling: ze leift oep woater en broet dees weik
komt voor: j
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 03328) vertaling: ze leift zai oep woater en broet dees weik
komt voor: j
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03328) vertaling: Merie hei gezei dachai e lieke te probere zinge et
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03328) vertaling: Merie hei gezeit dachai geprebeert et e lieke te zinge
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03328) vertaling: Merie hei gezeit dachai geprebeert et e lieke te zinge
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03328) vertaling: Merie hei gezei dachai te probere e leike te zinge et
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03328) vertaling: Merie hei gezei dachai e lieke te probere zinge et
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03328) vertaling: Merie hei gezei dachai e lieke te probere zinge et
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03328) vertaling: Merie hei gezeit dachai geprebeert et e lieke te zinge
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03328) vertaling: Merie hei gezei dachai te probere e leike te zinge et
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03328) vertaling: Merie hei gezei dachai te probere e leike te zinge et
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 03328) vertaling: Merie hei gezeit da gai geprebeert hed heur nen boek te geve
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 03328) komt voor: n
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 03328) komt voor: n
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 03328) komt voor: n
604a (z08d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen geprobeerd (inf. 03328) komt voor: n
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 03328) komt voor: n
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 03328) komt voor: n
440 (z09a) Die van de stad, die hebben hier veel huizen gebouwd (inf. 03328) vertaling: die van t stad tie hemme hie veul haize gebaat
441 (z09b) Aan die nieuwe vaart, daar zie je geen mens meer (inf. 03328) vertaling: oan die nief voat doa ziede ge mens nemie
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 03328) vertaling: gistere es Jan hie geweest
443 (z09d) De dag dat Jan belde, was ik niet thuis (inf. 03328) vertaling: den dag da Jan belde wasek niet tuis
444 (z09e) Jef, die zou ik nooit uitnodigen (inf. 03328) vertaling: Jef, diee zaak noet uietnoedege
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 03328) vertaling: Merie die zaa zoe wiet noet nie toen
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 03328) vertaling: Merie zaa zoe wiet noet nie toen
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 03328) vertaling: Merie zaa zoe wiet noet nie toen
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 03328) vertaling: Merie die zaa zoe wiet noet nie toen
446 (z09g) Bert, die drinkt wel eens een glas te veel (inf. 03328) vertaling: Bert diee drinkt wel es e glas
447 (z09h) Martha, die zou ik wel eens bij mij thuis willen uitnodigen (inf. 03328) vertaling: Martha die zaak tuus wel es willen uietnoedege
448 (z09i) Dat huis, dat zou ik nooit willen kopen (inf. 03328) vertaling: datuis da zaak noet wille koepe
449 (z09j) Dat huis, dat staat daar al vijftig jaar (inf. 03328) vertaling: datuis stoataral vefteg joar
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03328) komt voor: j
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03328) komt voor: j
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03328) komt voor: j
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03328) komt voor: j
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03328) komt voor: j
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 03328) vertaling: hei Gunther gebeld
473 (z11b) En pas op! (inf. 03328) vertaling: pasoep
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 03328) vertaling: t was moa jeust goe genoeg
475 (z11d) Marjo heeft nu meer koeien dan ze vroeger en had (inf. 03328) vertaling: Marjo hei naa mieer koeje as vruger
476 (z11e) Als Susanne en had kunnen komen dan had ze dat gedaan (inf. 03328) vertaling: As Susan ha keune kome, danaset gedoan
477 (z11f) Zij is de beste dokter die ik en ken (inf. 03328) vertaling: zes de besten doktoor die ek ken
478 (z11g) Voor je iets en weggooit, moet je even bellen (inf. 03328) vertaling: veudachiet wegsmait moetes belle
479 (z11h) Hier is alles wat ik gekregen en heb (inf. 03328) vertaling: hie es alles wak gekregenem
480 (z11i) Jan en is te gierig om iets aan z'n kinderen te geven (inf. 03328) vertaling: Jan es te giereg oem iet oan z'n kindere te geve
481 (z11j) Alsof jij iets van voetballen en weet! (inf. 03328) vertaling: presies of da gai iet van voetbal kent
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 03328) vertaling: lech da boek nee
483 (z11l) Als je echt niet kunt wachten, dan kom maar (inf. 03328) vertaling: asgecht nie keunt wachte komtta moa
488 (z12a) Ik weet dat Jan de dokter had kunnen roepen (inf. 03328) vertaling: kweet da Jan den dontoor ha keune roepe
489 (z12b) Ik weet dat Jan de dokter kon geroepen hebben (inf. 03328) vertaling: kweet da Jan den doktoor keune roepe ha
490 (z12c) Hij zei dat ik het had moeten doen (inf. 03328) vertaling: hai zee daket haa keune wete
491 (z12d) Hij zei dat ik het moest gedaan hebben (inf. 03328) vertaling: hai zee dakik eut moest gedoan emme
492 (z12e) Hij is vorige week door dokter Mertens geopereerd (inf. 03328) vertaling: hais ferleie weik deu doktoor Mertens goppereert
493 (z12f) Hij wordt morgen door dokter Mertens geopereerd (inf. 03328) vertaling: hai weut meirege deu doktoor Mertens goppereert
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03328) vertaling: kpaas dache veul zod moete wegsmaite
positie: 3
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03328) vertaling: kpaas dache veul zod moete wegsmaite
positie: 3
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03328) vertaling: tes stoem oem zoeen dier dinge weg te smaite
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03328) vertaling: tes stoem oem zoeen dier dinge weg te smaite
positie: 1
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03328) vertaling: hais alle kapotte dinges aand wegsmaite
positie: 2
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03328) vertaling: hais alle kapotte dinges aand wegsmaite
positie: 2
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03328) vertaling: euk paas dache dekker de gazet zaa moete leze
positie: 1
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03328) vertaling: euk paas dache dekker de gazet zaa moete leze
positie: 1
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03328) vertaling: tes stoem oem in den doenker de gazet te leze
positie: 1
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03328) vertaling: tes stoem oem in den doenker de gazet te leze
positie: 1
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03328) vertaling: hais den ielen dag de gazet oan't leze
positie: 1
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03328) vertaling: hais den ielen dag de gazet oan't leze
positie: 1
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 03328) fragment: deur (1)
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 03328) komt voor: n
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 03328) komt voor: n
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 03328) komt voor: n
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 03328) komt voor: n
516 (z16a) Robert heeft één groene appel weggegeven, en nu heeft hij er nog twee rode (inf. 03328) vertaling: Robeir hei nen grunen appel weggeve naa heitemer noch twie
412 (z16b) Er waren veel mensen op het feest (inf. 03328) vertaling: doa woare veul mense op't fest
413 (z16c) Jammer dat ik gisteren niet kon komen. Waren er veel mensen op het feest? (inf. 03328) vertaling: woaren er veul mense oept fest
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03328) vertaling: waffer boeke hedde gekocht
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03328) vertaling: watedde veur boeke gekocht
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03328) vertaling: watedde veur boeke gekocht
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03328) vertaling: waffer boeke hedde gekocht
521 (z16e) Hij woont bij Marietje (inf. 03328) vertaling: hai weunt bai Marietteke
522 (z16f) Hij woont bij Wim (inf. 03328) vertaling: hai weunt bai Wim
523 (z16g) Loop even naar de bakker, Wim! (inf. 03328) vertaling: leuptes noa de bakker Wim
524 (z16h) Wie heb je gezien? (inf. 03328) vertaling: watedde gezien
525 (z16i) Wie heeft jou gezien? (inf. 03328) vertaling: wie hateraa gezien
527 (z16j) Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan (inf. 03328) vertaling: haddek da gewete dan haket nie gedoan
527 (z16j) Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan (inf. 03328) vertaling: assek da gewete haa, dan haak et nie gedoan
527 (z16j) Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan (inf. 03328) vertaling: assek da gewete haa, dan haak et nie gedoan
527 (z16j) Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan (inf. 03328) vertaling: haddek da gewete dan haket nie gedoan
528 (z16k) 't Zou beter zijn om nog even te wachten (inf. 03328) vertaling: t zaa beiter zain nog effes te wachte
882 (z16l) Gelukkig had Jan de dokter gebeld en die was er al heel gauw (inf. 03328) vertaling: gelukkech ha Jan den doktoor gebelt en diee was er hiel gaa
883 (z16m) Loop nou toch door, vervelende jongens! (inf. 03328) vertaling: leupt naa toch voets ambetante joeng
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03328) komt voor: j
gebr.: 5
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03328) komt voor: j
gebr.: 5
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 03328) komt voor: j
gebr.: 1
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 03328) komt voor: j
gebr.: 1
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03328) komt voor: j
gebr.: 2
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03328) komt voor: j
gebr.: 2
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 03328) komt voor: n
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 03328) komt voor: j
gebr.: 1
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 03328) komt voor: j
gebr.: 1
605a (z17f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen proberen (inf. 03328) komt voor: n
548 (z17g) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen proberen hebt (inf. 03328) komt voor: n
542 (z17h) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt proberen (inf. 03328) komt voor: n

interview mondelinge enquête

sprekertekstcommentaar 
geen interview gehouden in Scherpenheuvel

data telefonische enquête

zinsnr.testzininstructieantwoorden
geen data telefonische enquête in Scherpenheuvel