SAND-data Nieuwenrode (P001p)

schriftelijke enquête | mondelinge enquête | telefonische enquête

data schriftelijke enquête

zinsnr.testzinantwoorden
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 03289) vertaling: J herinnert zich da verhaal wel
opm.: reflexief: zich
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 03289) vertaling: M en P zin elkaar veu de kerk
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 03289) vertaling: T wast zich
opm.: reflexief: zich reflexief: hem
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 03289) vertaling: T wast zich
opm.: reflexief: zich reflexief: hem
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 03289) vertaling: T wast hem
opm.: reflexief: zich reflexief: hem
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 03289) vertaling: T wast hem
opm.: reflexief: zich reflexief: hem
038 (x01d) De timmerman heeft geen spijkers bij zich (inf. 03289) vertaling: den timmerman y gien nagels bije
opm.: reflexief: geen
039 (x01e) Fons zag een slang naast ... (inf. 03289) vertaling: F zag en slang neffen hem
opm.: reflexief: hem
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 03289) vertaling: E liet mije veu hem werke
opm.: reflexief: hem
041 (x01g) Johanna liet zich meedrijven op de golven (inf. 03289) vertaling: J liet heur meedraive oep de golve
opm.: reflexief: haar
042 (x01h) Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel (inf. 03289) vertaling: T bekeek hem es goe in de spiegel
opm.: reflexief: hem
043 (x01i) Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken (inf. 03289) vertaling: Jan ij in twieë menuten en bierke gedroenke
044 (x01j) Deze schoenen lopen gemakkelijk (inf. 03289) vertaling: dij schoene z'n gemakkelek
045 (x01k) Eduard kent zichzelf goed (inf. 03289) vertaling: Waar kent hemzelf goe
opm.: reflexief: hemzelf
046 (x01l) Ward heeft gehoord dat er foto's van zichzelf in de etalage staan (inf. 03289) vertaling: Waar ij goord dat er fotto's van hem in de vitrine staen
opm.: reflexief: hem
047 (x01m) Die aardappelen schillen niet gemakkelijk (inf. 03289) vertaling: die petatte schellen nie gemakkelek
884 (x01n) Dit glas breekt als het op de grond valt (inf. 03289) vertaling: da glas brekt as't oep de grond valt
052 (x02a) Dokter, leef ik wel gezond genoeg? (inf. 03289) vertaling: menier doktoor lijve kik wel gezond genoeg
054 (x02b) Al jaren leeft hij van de erfenis van zijn vader (inf. 03289) vertaling: al jaeren lijft 'm van de erfenis va zei vader
056 (x02c) Deze week leeft zij op water en brood (inf. 03289) vertaling: van de wijk lijft ze oep waeter en brood
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 03289) vertaling: lijft het nog?
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 03289) vertaling: oelank lijfde gijle na van dij erfenis
062 (x02f) In Bretagne leven ze vooral van de visvangst (inf. 03289) vertaling: in bretagne lijven ze vooral van 't vissen
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 03289) vertaling: na 't eten goin ik slaope
065 (x02h) Zou ik dat wel kunnen doen? (inf. 03289) vertaling: zaa'k da wel kunne doen
066 (x02i) Hij liet zijn huis afbreken (inf. 03289) vertaling: ij liet z'n huis afbreke
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03289) vertaling: 'k weet da J et moe kunne werke
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03289) vertaling: 'k weet da J et moe kunne werke
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03289) vertaling: 'k weet da J et moe kunne werke
komt voor: j
gebr.: 5
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 03289) komt voor: n
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 03289) komt voor: n
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 03289) komt voor: j
gebr.: 1
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 03289) komt voor: j
gebr.: 1
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 03289) komt voor: n
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 03289) komt voor: j
gebr.: 1
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 03289) komt voor: j
gebr.: 1
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03289) komt voor: j
gebr.: 5
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03289) komt voor: j
gebr.: 5
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 03289) komt voor: j
gebr.: 3
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 03289) komt voor: j
gebr.: 3
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 03289) komt voor: n
089 (x04(iii)d) Ik weet dat Jan bouwen een nieuwe schuur moet (inf. 03289) komt voor: n
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03289) komt voor: j
gebr.: 5
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03289) komt voor: j
gebr.: 5
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 03289) komt voor: j
gebr.: 3
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 03289) komt voor: j
gebr.: 3
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 03289) komt voor: j
gebr.: 1
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 03289) komt voor: j
gebr.: 1
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 03289) komt voor: n
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03289) komt voor: j
gebr.: 5
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03289) komt voor: j
gebr.: 5
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 03289) komt voor: j
gebr.: 3
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 03289) komt voor: j
gebr.: 3
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 03289) gebr.: 1
098 (x04(ix)d) Jan zei dat Marie gaan naar een bakker moest (inf. 03289) komt voor: n
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03289) komt voor: j
gebr.: 5
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03289) komt voor: j
gebr.: 5
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03289) komt voor: j
gebr.: 3
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03289) komt voor: j
gebr.: 3
102 (x04(v)c) Ik weet dat Jan moet jammer genoeg vertrekken (inf. 03289) gebr.: 1
103 (x04(v)d) Ik weet dat Jan vertrekken jammer genoeg moet (inf. 03289) komt voor: n
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03289) komt voor: j
gebr.: 5
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03289) komt voor: j
gebr.: 5
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03289) komt voor: j
gebr.: 3
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03289) komt voor: j
gebr.: 3
107 (x04(vi)c) Ik weet dat Hans mag niet komen (inf. 03289) gebr.: 1
110 (x04(vi)d) Ik weet dat Hans komen niet mag (inf. 03289) komt voor: n
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03289) komt voor: j
gebr.: 5
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03289) komt voor: j
gebr.: 5
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03289) komt voor: j
gebr.: 3
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03289) komt voor: j
gebr.: 3
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 03289) komt voor: j
gebr.: 3
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 03289) komt voor: j
gebr.: 3
115 (x04(vii)d) Ik weet dat Jan kopen varkens wil (inf. 03289) komt voor: n
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03289) komt voor: j
gebr.: 5
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03289) komt voor: j
gebr.: 5
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03289) komt voor: j
gebr.: 3
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03289) komt voor: j
gebr.: 3
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 03289) komt voor: j
gebr.: 3
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 03289) komt voor: j
gebr.: 3
121 (x04(viii)d) Ik weet dat Eddy eten brood wil (inf. 03289) komt voor: n
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03289) komt voor: j
gebr.: 5
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03289) komt voor: j
gebr.: 5
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 03289) gebr.: 1
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 03289) komt voor: j
gebr.: 3
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 03289) komt voor: j
gebr.: 3
126 (x04(x)d) Eddy moet opstaan vroeg kunnen (inf. 03289) komt voor: n
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03289) komt voor: j
gebr.: 5
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03289) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03289) komt voor: j
gebr.: 3
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03289) komt voor: j
gebr.: 3
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 03289) gebr.: 1
131 (x04(xi)d) Ik zei dat Willy verkopen de auto moest (inf. 03289) komt voor: n
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 03289) vertaling: Jan ij gienen boek ne mieë
134 (x05b) Jan en heeft geen boek meer (inf. 03289) vertaling: Jan 'n ij gienen boek ne mieë
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 03289) vertaling: Jan ij gien boeke
136 (x05d) Jan en heeft niet veel geld niet meer (inf. 03289) vertaling: Jan n'ij ni veul geld nemieë
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03289) vertaling: er mag niemand ni spreke over da probleem
138 (x05f) Er mag niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03289) vertaling: er mag niemand over da probleem spreke
139 (x05g) Niemand zegt dat hij komt niet (inf. 03289) vertaling: niemand zijt dat'n komt
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 03289) vertaling: zitten ie nergens gien muize
141 (x05i) Ik geef niets aan een ander niet (inf. 03289) vertaling: ik geef niks aen 'n ander
141 (x05i) Ik geef niets aan een ander niet (inf. 03289) vertaling: ik geef niks aen 'n ander
141 (x05i) Ik geef niets aan een ander niet (inf. 03289) vertaling: 'k 'n geef niks aen 'n ander
141 (x05i) Ik geef niets aan een ander niet (inf. 03289) vertaling: 'k 'n geef niks aen 'n ander
142 (x05j) Niemand wil niet werken niet (inf. 03289) vertaling: niemand wilt er werke
143 (x05k) Wij en wisten niet dat hij thuis was (inf. 03289) vertaling: wijlen 'n wiste ni dat'n thuis was
144a (x05l) Ik wist het niet ook niet (inf. 03289) vertaling: ik 'n wist het ook ni
145 (x05m) Hij mag met niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03289) vertaling: ij mag mais niemand ni spreke over da probleem
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 03289) vertaling: Jan wet dat'n veu drije ure de waege moe gemokt emme
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 03289) vertaling: Jan wet dat'n veu drije ure de waege gemokt moet emme
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 03289) vertaling: Jan wet dat'n veu drije ure de waege gemokt moet emme
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 03289) vertaling: Jan wet dat'n veu drije ure de waege moe gemokt emme
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03289) komt voor: j
gebr.: 2
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03289) komt voor: j
gebr.: 2
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 03289) komt voor: j
gebr.: 5
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 03289) komt voor: j
gebr.: 5
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 03289) komt voor: n
159 (x06d) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben gemaakt moet (inf. 03289) komt voor: n
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03289) komt voor: j
gebr.: 5
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03289) komt voor: j
gebr.: 5
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 03289) komt voor: n
162 (x07a) Maries auto is kapot (inf. 03289) vertaling: den otoo va M es kapot
opm.: Prenominale possessieve genitief '-s': n.v.t.
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 03289) vertaling: Marja heuren otoo es kapot
164 (x07c) Piets auto is kapot (inf. 03289) vertaling: den otoo van Pieë es kapot
opm.: prenominale possessieve genitief '-s': n.v.t.
165 (x07d) Piet z'n/se auto is kapot (inf. 03289) vertaling: Pieë zijnen otoo es kapot
166 (x07e) Die mans auto is kapot (inf. 03289) vertaling: dieë man zijnen otoo es kapot
167 (x07f) Die man zijn/se auto is kapot (inf. 03289) vertaling: dieë man zijnen otoo es kapot
168 (x07g) Die auto is niet van mij maar van hem (inf. 03289) vertaling: danen otoo es ni va mije maa van hem
169 (x07h) Gisterens krant ligt onder de TV (inf. 03289) vertaling: de gazet va gistere lijt onder den TV
170 (x07i) Jan is Karolien en Kristien se/hun broertje (inf. 03289) vertaling: Jan es t bruurtje van K en K
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 03289) vertaling: die jonges heule vloos zen gestole
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 03289) vertaling: de moeder van de zussen es oep bezuuk
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 03289) vertaling: da's Wim zijnen otoo
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 03289) vertaling: die otoo is va Wim
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 03289) vertaling: die otoo is va Wim
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 03289) vertaling: da's Wim zijnen otoo
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 03289) vertaling: dieë vlo es va mije
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 03289) vertaling: dieë vlo es va mije
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 03289) vertaling: das mijne vlo
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 03289) vertaling: das mijne vlo
178 (x08a) Hij mag met niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03289) vertaling: ij mag mais niemand ni spreke over da probleem
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 03289) vertaling: ik 'n wil niemand ni kwetse
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 03289) vertaling: ik wil niemand ni kwetse
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 03289) vertaling: ik wil niemand ni kwetse
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 03289) vertaling: ik 'n wil niemand ni kwetse
180 (x08c) Het is jammer dat wij komen niet en mogen (inf. 03289) vertaling: 't es spijteg da we ni meuge kome
181 (x08d) Dat niet en ga ik doen (inf. 03289) vertaling: da goin'k ni doen
181 (x08d) Dat niet en ga ik doen (inf. 03289) vertaling: da't'n gai ik ni doen
181 (x08d) Dat niet en ga ik doen (inf. 03289) vertaling: da't'n gai ik ni doen
181 (x08d) Dat niet en ga ik doen (inf. 03289) vertaling: da goin'k ni doen
182 (x08e) (Heb je hard gewerkt?) Niet heb ik gewerkt (inf. 03289) vertaling: 'k 'em ni gewerkt
182 (x08e) (Heb je hard gewerkt?) Niet heb ik gewerkt (inf. 03289) vertaling: ik 'n em ni gewerkt
182 (x08e) (Heb je hard gewerkt?) Niet heb ik gewerkt (inf. 03289) vertaling: ik 'n em ni gewerkt
182 (x08e) (Heb je hard gewerkt?) Niet heb ik gewerkt (inf. 03289) vertaling: 'k 'em ni gewerkt
183 (x08f) Niet had hij het verteld of Marie begon te huilen (inf. 03289) vertaling: ij haa't mae zust verteld of Marja begon t'huile
184 (x08g) Gaan haalt die bestelling nu maar op! (inf. 03289) vertaling: gaet de bestelling na mae oepale
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 03289) vertaling: y werkt ni
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 03289) vertaling: ij n werkt ni
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 03289) vertaling: ij n werkt ni
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 03289) vertaling: y werkt ni
186 (x08i) Je weet dat niemand hier binnen mag, dus ik verbied je nog een keer om hier niet te komen (inf. 03289) vertaling: 'k verbie a ie ni te komme
187 (x08j) Jan verhinderde dat we Marie niet belden (inf. 03289) vertaling: Jan verhinderde da we Magda ni belden
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03289) fragment: die (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03289) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03289) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03289) fragment: (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03289) fragment: die (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03289) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03289) fragment: (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03289) fragment: die (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03289) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03289) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03289) fragment: (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03289) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03289) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03289) fragment: (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03289) fragment: die (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03289) fragment: te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03289) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03289) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03289) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03289) fragment: te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03289) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03289) fragment: te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03289) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03289) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03289) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03289) fragment: te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03289) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03289) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03289) fragment: te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03289) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03289) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03289) fragment: (2)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03289) fragment: om te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03289) fragment: om te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03289) fragment: om te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03289) fragment: om (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03289) fragment: om (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03289) fragment: om (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03289) fragment: te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03289) fragment: te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03289) fragment: te (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03289) fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03289) fragment: zo (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03289) fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03289) fragment: indien (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03289) fragment: zo (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03289) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03289) fragment: indien (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03289) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03289) fragment: indien (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03289) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03289) fragment: indien (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03289) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03289) fragment: indien (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03289) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03289) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03289) fragment: indien (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03289) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03289) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03289) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03289) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03289) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03289) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03289) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03289) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03289) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03289) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03289) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03289) fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03289) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03289) fragment: zo (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03289) fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03289) fragment: zo (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03289) fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03289) fragment: zo (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03289) fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03289) fragment: zo (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03289) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03289) fragment: nog (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03289) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03289) fragment: nog (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03289) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03289) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03289) fragment: dat we (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03289) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03289) fragment: dat we (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03289) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03289) fragment: dat we (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03289) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03289) fragment: dat we (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03289) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03289) fragment: dat we (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03289) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03289) fragment: dat we (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03289) fragment: misschien (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03289) fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03289) fragment: misschien (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03289) fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03289) fragment: misschien (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03289) fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03289) fragment: misschien (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03289) fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03289) fragment: misschien (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03289) fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03289) fragment: misschien (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03289) fragment: nog (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03289) fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03289) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03289) fragment: nog (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03289) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03289) fragment: nog (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03289) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03289) fragment: nog (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03289) fragment: als (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03289) fragment: als dat (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03289) fragment: als dat (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03289) fragment: als (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03289) fragment: dan (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03289) fragment: dan (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03289) fragment: als (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03289) fragment: als (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03289) fragment: als (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03289) fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03289) fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03289) fragment: als (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03289) fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03289) fragment: als (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03289) fragment: als (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03289) fragment: dan (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03289) fragment: als (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03289) fragment: te (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 03289) komt voor: n
200 (x09m) Toen we aankwamen regende het (inf. 03289) komt voor: n
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 03289) fragment: dat (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 03289) komt voor: n
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03289) fragment: van waar (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03289) fragment: van waar (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03289) fragment: van waar (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03289) fragment: waar (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03289) fragment: waar (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03289) fragment: waar (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03289) fragment: of (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03289) fragment: of (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03289) fragment: of (1)
204 (x10a) Ik weet dat jullie op niemand boos zijn (inf. 03289) vertaling: 'k weet da gijle oep niemand boos zijt
205 (x10b) Ik weet dat zij op niets trots is (inf. 03289) vertaling: 'k weet da ze oep niks trots is
206 (x10c) Els denkt dat 't niet gemakkelijk is (inf. 03289) vertaling: Els denkt da't ni gemakkelek es
207 (x10d) Ik weet dat ik te laat ben en jij niet (inf. 03289) vertaling: 'k weet da kik te laatz'n en gije ni
208 (x10e) Je weet toch dat jij moet werken en ik niet (inf. 03289) vertaling: ge wet toch da gije moe werke en ik nie
opm.: twijfelgeval subjectdubbeling 2.ev. in contrast, in bijzin
209 (x10f) Iedereen denkt dat wij naar huis gaan en dat zij nog mogen blijven (inf. 03289) vertaling: iedereen denkt da wijle naar huis goin en da zije mag blijve
210 (x10g) Het is jammer dat hij komt en dat zij weggaat (inf. 03289) vertaling: 't is jammer dat ij komt en da zije weggaat
211 (x10h) Ik denk dat Lisa ziek is (inf. 03289) vertaling: 'k denk da Liza ziek is
213 (x10i) Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen (inf. 03289) vertaling: 'k denk da P en L goin trave
226 (y01(i)a) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij en doet (inf. 03289) komt voor: n
227 (y01(i)b) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij doet (inf. 03289) komt voor: n
228 (y01(i)c) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: 't Doet (inf. 03289) komt voor: n
230 (y01(ii)a) A: Hij zal niet komen B: Hij en doet (inf. 03289) komt voor: n
231 (y01(ii)b) A: Hij zal niet komen B: Hij doet (inf. 03289) komt voor: n
232 (y01(ii)c) A: Hij zal niet komen B: 't doet (inf. 03289) komt voor: n
234 (y01(iii)a) A: Slaapt hij? B: Ja, hij doet (inf. 03289) komt voor: n
235 (y01(iii)b) A: Slaapt hij? B: Ja, dat doet hij (inf. 03289) komt voor: n
236 (y01(iii)c) A: Slaapt hij? B: Ja, hij en doet (inf. 03289) komt voor: n
237 (y01(iii)d) A: Slaapt hij? B: Ja, hij slaapt (inf. 03289) komt voor: n
238 (y01(iii)e) A: Slaapt hij? B: Nee, hij doet niet (inf. 03289) komt voor: n
239 (y01(iii)f) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet (inf. 03289) komt voor: n
240 (y01(iii)g) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet niet (inf. 03289) komt voor: n
241 (y01(iii)h) A: Slaapt hij? B: Nee, hij slaapt niet (inf. 03289) komt voor: n
242 (y01(iii)i) A: Slaapt hij? B: 't Doet (inf. 03289) komt voor: n
243 (y01(iii)j) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Ie doet (inf. 03289) komt voor: n
244 (y01(iii)k) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Toetoet (inf. 03289) komt voor: n
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03289) fragment: waarvan (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03289) fragment: waar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03289) fragment: waar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03289) fragment: waar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03289) fragment: - (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03289) fragment: - (2)
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03289) komt voor: n
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03289) fragment: waar het (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03289) fragment: omdat het (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03289) fragment: omdat het (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03289) fragment: waar het (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03289) fragment: die (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03289) fragment: die (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03289) fragment: welke (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03289) fragment: welke (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03289) fragment: waar (1)
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03289) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03289) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03289) fragment: toen (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03289) fragment: toen (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03289) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03289) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03289) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03289) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03289) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03289) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03289) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03289) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03289) fragment: wie (1)
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03289) vertaling: wie denkte gij dak in de stad ontmoet em
261 (y03b) Wat denken jullie hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03289) vertaling: oe paasde gijle da zet ebbe oepgelost
265 (y03c) Hoe denk je hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03289) vertaling: oe paasde gij da zet ebbe oepgelost
263 (y03d) Magda weet niet wie dat wij willen bellen (inf. 03289) vertaling: Magda wet ni wie da we wille oepbelle
264 (y03e) Weet iemand wie of dat wij geroepen hebben? (inf. 03289) vertaling: wet iemand wie da we geroepe emme
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03289) vertaling: wie paasde dak in de stad tegegekomme zen
266 (y03g) Wie denk je die ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03289) vertaling: wie paasde gije dak in de stad ontmoet em
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 03289) vertaling: ij ei zain hanne gewasse
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 03289) vertaling: ij ei zain um gewasse
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 03289) vertaling: ij ei nen oed oep zaine kop
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 03289) vertaling: ij eit n plek oep zaine kop
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 03289) vertaling: ij ei zain bien gebroke
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 03289) vertaling: ij eit em zier gedaen
opm.: mannelijk i.p.v. vrouwelijk reflexief: zich reflexief: hem
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 03289) vertaling: ij ei zich zier gedaen
opm.: mannelijk i.p.v. vrouwelijk reflexief: zich reflexief: hem
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 03289) vertaling: ij ei zich zier gedaen
opm.: mannelijk i.p.v. vrouwelijk reflexief: zich reflexief: hem
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 03289) vertaling: ij eit em zier gedaen
opm.: mannelijk i.p.v. vrouwelijk reflexief: zich reflexief: hem
273 (y04g) Marie trok de deken naar zich toe (inf. 03289) vertaling: Marja trok 't deksel na heur toe
opm.: reflexief: haar
051 (y04h) Luc weet dat er foto's van hemzelf te koop zijn (inf. 03289) vertaling: Luc wet datter fotos van hemzelf te koop zen
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 03289) vertaling: gije herinnert aa toch wel da we toen deu danen bos zen gelope
opm.: reflexief: je
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 03289) vertaling: 'k herinner mij daten otoo van Marja kapot was
opm.: reflexief: me
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 03289) vertaling: z'erinnert zich dat ij as e verke zat t ete
opm.: reflexief: zich
283 (y04l) Wij herinneren ons wel dat al Jan zijn boeken gestolen waren, maar zij herinneren het zich niet (inf. 03289) vertaling: wijle herinneren ons wel da Jan al z'n boeke gestole waere, mar zijle herinneren t zich ne mieë
opm.: reflexief: ons reflexief: zich
286 (y04m) Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt gezien hebben? (inf. 03289) vertaling: herinnerde gijle olle nog da wijle Jan oep de met gezien emme
opm.: reflexief: je of reflexief: jullie
289 (y04n) Hij heeft zich een ongeluk gewerkt (inf. 03289) vertaling: ij eit hem n oengeluk gewerkt
opm.: reflexief: hem
290 (y04o) Hij voelde zich door het ijs zakken (inf. 03289) vertaling: ij voelde hem deu 't ijs zakke
opm.: reflexief: hem
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03289) vertaling: zou ij da gedaen emme
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03289) vertaling: zou ij da gedaen emme
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03289) vertaling: zou ij da gedaen emme
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03289) vertaling: zou ij da gekost emme
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03289) vertaling: zou ij da gekost emme
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03289) vertaling: zou ij da gekost emme
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03289) vertaling: zae ij da kunne gedaen emme
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03289) vertaling: zae ij da kunne gedaen emme
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03289) vertaling: zae ij da kunne gedaen emme
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 03289) fragment: gekost (1)
878 (y05(ii)) Hij heeft dat nooit gedaan (inf. 03289) fragment: gedaen (1)
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 03289) komt voor: n
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 03289) komt voor: n
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 03289) komt voor: n
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 03289) komt voor: n
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 03289) komt voor: n
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 03289) komt voor: n
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 03289) komt voor: n
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 03289) komt voor: n
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 03289) komt voor: n
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 03289) komt voor: n
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 03289) komt voor: n
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 03289) komt voor: n
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 03289) komt voor: n
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 03289) komt voor: n
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 03289) komt voor: n
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 03289) komt voor: n
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 03289) komt voor: n
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 03289) komt voor: n
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 03289) komt voor: n
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 03289) vertaling: Marja al eur koeie zen verdroenke bai d'overstroming
komt voor: j
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 03289) vertaling: Marja al eur koeie zen verdroenke bai d'overstroming
komt voor: j
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 03289) vertaling: va kaas maeke weetek niks
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 03289) komt voor: n
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 03289) vertaling: 'k em al dieste draië soemme gemokt, welke edde gaië gemokt?
komt voor: j
opm.: dav
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 03289) vertaling: 'k em al dieste draië soemme gemokt, welke edde gaië gemokt?
komt voor: j
opm.: dav
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 03289) komt voor: n
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 03289) vertaling: zekke zaak ni terve oepete
komt voor: j
opm.: dav
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 03289) vertaling: zekke zaak ni terve oepete
komt voor: j
opm.: dav
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 03289) vertaling: de dijë zaak ni terve oepete
komt voor: j
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 03289) vertaling: de dijë zaak ni terve oepete
komt voor: j
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 03289) vertaling: 'k weet da Jan na de met gewest es
komt voor: j
opm.: dav
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 03289) vertaling: 'k weet da Jan na de met gewest es
komt voor: j
opm.: dav
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 03289) komt voor: n
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 03289) komt voor: n
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 03289) komt voor: n
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 03289) komt voor: n
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 03289) komt voor: n
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 03289) komt voor: n
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 03289) vertaling: in daenen taed lijfde ik eroep los
337 (y08b) Vroeger leefde hij als een beest (inf. 03289) vertaling: vruger lijfde ij as een biest
338 (y08c) Daar leefden wij als god in Frankrijk (inf. 03289) vertaling: dae lijfde wijle as God in Frankrijk
339 (y08d) Niemand mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien (inf. 03289) vertaling: niemand mag 't zien, dus ik vind da gije 't ook ni mag sien
340 (y08e) Het gebeurde toen je wegging (inf. 03289) vertaling: 't gebeurde toen da ge wegging
341 (y08f) Ik weet waar je geboren bent (inf. 03289) vertaling: 'k weet wae da ge gebore zet
opm.: waar dat - ja
342 (y08g) Nu je klaar bent, mag je gaan (inf. 03289) vertaling: na da ge kleir zet, meugde gaen
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 03289) vertaling: deurda Marja overlei was ijt aar man Anna ne mie kunne helpe
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 03289) vertaling: 'k weet datten gae zwemmen es
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03289) komt voor: j
gebr.: 3
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03289) komt voor: j
gebr.: 3
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 03289) komt voor: n
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 03289) komt voor: n
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 03289) komt voor: j
gebr.: 5
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 03289) komt voor: j
gebr.: 5
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 03289) komt voor: n
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 03289) komt voor: j
gebr.: 1
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 03289) komt voor: j
gebr.: 1
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 03289) vertaling: ja'k
komt voor: j
opm.: zeer sporadisch
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 03289) vertaling: ja'k
komt voor: j
opm.: zeer sporadisch
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 03289) vertaling: ja za
komt voor: j
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 03289) vertaling: jaet
komt voor: j
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 03289) vertaling: ja za
komt voor: j
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 03289) vertaling: jaet
komt voor: j
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 03289) vertaling: jaet
komt voor: j
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 03289) vertaling: ja za
komt voor: j
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 03289) vertaling: ja za
komt voor: j
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 03289) vertaling: ja za
komt voor: j
356 (y10d) Is het huis te koop? Jaa't (inf. 03289) vertaling: jaet
komt voor: j
356 (y10d) Is het huis te koop? Jaa't (inf. 03289) vertaling: jaet
komt voor: j
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 03289) vertaling: wie da
komt voor: j
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 03289) vertaling: wie da
komt voor: j
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 03289) komt voor: n
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 03289) komt voor: n
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 03289) komt voor: n
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 03289) komt voor: n
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 03289) komt voor: n
365 (y11f) Hem is dood (inf. 03289) komt voor: n
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 03289) komt voor: n
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 03289) komt voor: n
367 (y11i) Is haar ziek? (inf. 03289) komt voor: n
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 03289) komt voor: n
369 (y11k) Met het te sneeuwen konden we de stad niet uit (inf. 03289) komt voor: n
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03289) fragment: welke (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03289) fragment: welke (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03289) fragment: welke (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03289) fragment: die (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03289) fragment: die (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03289) fragment: die (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03289) fragment: wie (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03289) fragment: wie (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03289) fragment: wie (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03289) fragment: wie (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03289) fragment: welke (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03289) fragment: welke (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03289) fragment: welke (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03289) fragment: die (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03289) fragment: die (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03289) fragment: die (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03289) fragment: wie (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03289) fragment: wie (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03289) fragment: die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03289) fragment: dat hij (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03289) fragment: die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03289) fragment: dat hij (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03289) fragment: die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03289) fragment: dat hij (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03289) fragment: die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03289) fragment: dat (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03289) fragment: dat hij (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03289) fragment: van wie (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03289) fragment: dat (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03289) fragment: van wie (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03289) fragment: dat (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03289) fragment: van wie (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03289) fragment: dat (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03289) fragment: van wie (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03289) fragment: dat (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03289) fragment: van wie (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03289) fragment: dat (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03289) fragment: waarvan (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03289) fragment: van wie (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03289) fragment: dat hij (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03289) fragment: waarvan (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03289) fragment: dat hij (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03289) fragment: waarvan (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03289) fragment: dat hij (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03289) fragment: waarvan (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03289) fragment: dat hij (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03289) fragment: waarvan (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03289) fragment: dat hij (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03289) fragment: die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03289) fragment: waarvan (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03289) fragment: dat hij (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03289) fragment: dat hij (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03289) fragment: die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03289) fragment: dat hij (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03289) fragment: van wie (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03289) fragment: dat ze hem (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03289) fragment: van wie (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03289) fragment: dat ze hem (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03289) fragment: van wie (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03289) fragment: dat ze hem (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03289) fragment: van wie (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03289) fragment: dat ze hem (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03289) fragment: van wie (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03289) fragment: die (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03289) fragment: dat ze hem (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03289) fragment: dat ze hem (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03289) fragment: die (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03289) fragment: dat ze hem (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03289) fragment: die (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03289) fragment: dat ze hem (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03289) fragment: die (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03289) fragment: dat ze hem (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03289) fragment: die (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03289) fragment: dat ze hem (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03289) fragment: die (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03289) fragment: dat ze hem (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03289) fragment: dat (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03289) fragment: over wie (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03289) fragment: dat (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03289) fragment: over wie (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03289) fragment: dat (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03289) fragment: over wie (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03289) fragment: dat (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03289) fragment: over wie (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03289) fragment: dat (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03289) fragment: over wie (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03289) fragment: dat (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03289) fragment: over wie (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03289) fragment: van wie (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03289) fragment: dat ze hem (2)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03289) fragment: waar (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03289) fragment: wie (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03289) fragment: waar (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03289) fragment: waar (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03289) fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03289) fragment: (2)
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03289) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03289) fragment: die (1)
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03289) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03289) fragment: die (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03289) fragment: wie (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03289) fragment: wie (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03289) fragment: die (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03289) fragment: wiens (1)
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03289) vertaling: Pieë denkt da J en M oep niemand ni boos zen
betekenis: negative concord
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03289) vertaling: Pieë denkt da J en M oep niemand ni boos zen
betekenis: negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03289) vertaling: Wim denkt da we nooit niemand ne prijs geve
betekenis: negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03289) vertaling: Wim denkt da we nooit niemand ne prijs geve
betekenis: negative concord
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03289) vertaling: 't es waa da ze ni mais M meuge prate
betekenis: negatie > modaal
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03289) vertaling: 't es waa da ze ni mais M meuge prate
betekenis: negatie > modaal
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 03289) vertaling: nerges
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 03289) vertaling: niemand
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 03289) vertaling: nooit
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 03289) vertaling: niks
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 03289) vertaling: gien
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 03289) vertaling: zeg em ni da'k na buite gewest zen
393 (z04b) Niet vertellen dat je een cadeau voor hem hebt gekocht, hoor! (inf. 03289) vertaling: ni vertelle da ge ne cado veu em gekocht het, oor
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 03289) vertaling: wette gije ni dat'n gevallen es
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 03289) vertaling: Wendy probeerde om niemand zier te doen
397 (z05b) 't Schijnt dat ze niets mag eten (inf. 03289) vertaling: 't schaint da ze niks mag ete
398 (z05c) Ze schijnt niets te mogen eten (inf. 03289) vertaling: ze schaint niks te meuge ete
399a (z05d) Ze proberen al de hele dag om elkaar op te bellen (inf. 03289) vertaling: ze proberen al den hielen dag om mekaar oep te belle
400 (z05e) Het belooft weer een mooie dag te worden (inf. 03289) vertaling: 't belooft wee ne mooien dag te werre
401 (z05f) 't Is misschien beter om nog even te wachten (inf. 03289) vertaling: 't es misschien bijter om nog effen te wachte
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 03289) vertaling: w'adde t geluk oem em derect trug te vinne
404 (z06a) Als de kippen een valk zien, zijn ze bang (inf. 03289) vertaling: as de kiekeren ne valk zien zen ze bang
405 (z06b) Als we de aardappelen niet kunnen verkopen, zitten we in de problemen (inf. 03289) vertaling: as we de petatte ni kunne verkope, zitte w'in de problemen
406 (z06c) Als jullie hem niet meenemen word ik kwaad (inf. 03289) vertaling: as gijle emni meepakke, werrek kwaa
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 03289) vertaling: ij wist et
408 (z06e) Op dit feest wordt er veel gedanst (inf. 03289) vertaling: oep di feest weter veul gedanst
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 03289) vertaling: na wet er alleen nog maa brood verkocht in daene winkel
410 (z06g) Als hij met de fiets komt, zal hij wel laat zijn (inf. 03289) vertaling: as m mais de fiets komt, zal'm wel laat zijn
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 03289) vertaling: as ge tijd hebt, komt dan es ne kieë langs
413a (z06i) Als ik rijk ben, koop ik een dure auto (inf. 03289) vertaling: as 'k rijk z'n, koop 'k nen duren otoo
881 (z07(i)) Ik weet dat (ge)(je) 't (gij)(jij) gedaan hebt (inf. 03289) komt voor: j
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 03289) vertaling: messchien ga'k 'et ik wel krijge
komt voor: j
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 03289) vertaling: messchien ga'k 'et ik wel krijge
komt voor: j
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 03289) vertaling: durfder gij oep dijve
komt voor: j
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 03289) vertaling: durfder gij oep dijve
komt voor: j
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 03289) vertaling: derfde gij em nuën
komt voor: j
opm.: dav
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 03289) vertaling: derfde gij em nuën
komt voor: j
opm.: dav
420 (z07(ii)d) Durfdeze gij uitnodigen? (inf. 03289) vertaling: derfde gij ze nuën
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 03289) komt voor: n
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 03289) komt voor: n
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 03289) komt voor: n
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 03289) komt voor: n
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 03289) vertaling: ze lijft zij oep waeter en brood van de wijk
komt voor: j
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 03289) vertaling: ze lijft zij oep waeter en brood van de wijk
komt voor: j
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03289) vertaling: Marja ij gezei da ge ebt geprobeerd een liedje te zingen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03289) vertaling: Marja ij gezeid da gije geprobeerd et e lieke te zinge
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03289) vertaling: Marja ij gezeid da gije geprobeerd et e lieke te zinge
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03289) vertaling: Marja ij gezei da ge ebt geprobeerd een liedje te zingen
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 03289) vertaling: Marja ij gezei dat g'aar e geprobeerd n boek te geve
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 03289) gebr.: 2
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 03289) komt voor: j
gebr.: 4
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 03289) komt voor: j
gebr.: 4
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 03289) komt voor: n
604a (z08d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen geprobeerd (inf. 03289) komt voor: n
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 03289) komt voor: n
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 03289) komt voor: n
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03289) komt voor: j
gebr.: 5
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03289) komt voor: j
gebr.: 5
440 (z09a) Die van de stad, die hebben hier veel huizen gebouwd (inf. 03289) vertaling: dije van de stad, dij emme ie veul huize gebaad
441 (z09b) Aan die nieuwe vaart, daar zie je geen mens meer (inf. 03289) vertaling: aen dane nuve vaet, dae ziede giene mens ne mie
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 03289) vertaling: gisteren es Jan ie gewest
443 (z09d) De dag dat Jan belde, was ik niet thuis (inf. 03289) vertaling: den dag da Jan belde, was'k ni thuis
444 (z09e) Jef, die zou ik nooit uitnodigen (inf. 03289) vertaling: Jef, dane zaak nooit nuën
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 03289) vertaling: Marja, dije zae zoiet noot doen
446 (z09g) Bert, die drinkt wel eens een glas te veel (inf. 03289) vertaling: Bert, dane drinkt wel es e glas te veul
447 (z09h) Martha, die zou ik wel eens bij mij thuis willen uitnodigen (inf. 03289) vertaling: Martha, dije zaak wel es bije mij thuis willen nuen
448 (z09i) Dat huis, dat zou ik nooit willen kopen (inf. 03289) vertaling: daduis, da zaak woot wille kope
449 (z09j) Dat huis, dat staat daar al vijftig jaar (inf. 03289) vertaling: daduis, da staet dae al feftig jaer
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03289) komt voor: j
gebr.: 5
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03289) komt voor: j
gebr.: 5
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 03289) komt voor: j
gebr.: 2,3
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 03289) komt voor: j
gebr.: 2,3
453 (z10(i)c) Ze zijn/hebben geweest naar de markt (inf. 03289) gebr.: 1
454 (z10(i)d) Ze hebben geweest naar de markt (inf. 03289) gebr.: 1
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03289) komt voor: j
gebr.: 5
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03289) komt voor: j
gebr.: 5
457 (z10(ii)b) Hij heeft zijn kinderen gezet op de tractor (inf. 03289) gebr.: 1
458 (z10(ii)c) Hij heeft gezet zijn kinderen op de tractor (inf. 03289) gebr.: 1
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03289) komt voor: j
gebr.: 5
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03289) komt voor: j
gebr.: 5
462 (z10(iii)b) Hij heeft zijn voorgevel geschilderd helemaal wit (inf. 03289) gebr.: 2
464 (z10(iii)c) Hij heeft geschilderd zijn voorgevel helemaal wit (inf. 03289) gebr.: 1
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03289) komt voor: j
gebr.: 5
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03289) komt voor: j
gebr.: 5
467 (z10(iv)b) Mijn vrouw kan spreken dialect (inf. 03289) gebr.: 2
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03289) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03289) komt voor: j
gebr.: 5
470 (z10(v)b) Gunther heeft Annemie gebracht naar huis (inf. 03289) gebr.: 2
471 (z10(v)c) Gunther heeft gebracht Annemie naar huis (inf. 03289) gebr.: 1
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 03289) vertaling: ij Gunther gebeld
473 (z11b) En pas op! (inf. 03289) vertaling: pazoep
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 03289) vertaling: 't en was mae zust genoeg
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 03289) vertaling: 't en was mae zust genoeg
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 03289) vertaling: 't was mae zust genoeg
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 03289) vertaling: 't was mae zust genoeg
475 (z11d) Marjo heeft nu meer koeien dan ze vroeger en had (inf. 03289) vertaling: Marjo ij na mier koie dan ze vroeger hae
476 (z11e) Als Susanne en had kunnen komen dan had ze dat gedaan (inf. 03289) vertaling: as S hae kunne komme, dan hae ze da gedaen
477 (z11f) Zij is de beste dokter die ik en ken (inf. 03289) vertaling: z'es den besten doktoor dak ken
478 (z11g) Voor je iets en weggooit, moet je even bellen (inf. 03289) vertaling: veu da ge iet weggooit moete efkens belle
479 (z11h) Hier is alles wat ik gekregen en heb (inf. 03289) vertaling: ie es alles wat dak gekregen em
479 (z11h) Hier is alles wat ik gekregen en heb (inf. 03289) vertaling: ie es alles wak gekregen em
479 (z11h) Hier is alles wat ik gekregen en heb (inf. 03289) vertaling: ie es alles wak gekregen em
479 (z11h) Hier is alles wat ik gekregen en heb (inf. 03289) vertaling: ie es alles wat dak gekregen em
480 (z11i) Jan en is te gierig om iets aan z'n kinderen te geven (inf. 03289) vertaling: Jan es te gierig om iet aen z'n kinnere te geve
481 (z11j) Alsof jij iets van voetballen en weet! (inf. 03289) vertaling: alsoef da gije iets va voetballe wet
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 03289) vertaling: lag danen boek nee
483 (z11l) Als je echt niet kunt wachten, dan kom maar (inf. 03289) vertaling: as ge echt ni kunt wachte, kom dan mae
488 (z12a) Ik weet dat Jan de dokter had kunnen roepen (inf. 03289) vertaling: 'k weet da Jan den doktoor hae kunne roepe
489 (z12b) Ik weet dat Jan de dokter kon geroepen hebben (inf. 03289) vertaling: 'k weet da Jan den doktoor kon geroepe emme
490 (z12c) Hij zei dat ik het had moeten doen (inf. 03289) vertaling: ij zae dakik 't ae moeten doen
491 (z12d) Hij zei dat ik het moest gedaan hebben (inf. 03289) vertaling: ij zae dakik 't moest gedaen emme
492 (z12e) Hij is vorige week door dokter Mertens geopereerd (inf. 03289) vertaling: ij es de vorige week deu doktoor Mertens geopereerd
493 (z12f) Hij wordt morgen door dokter Mertens geopereerd (inf. 03289) vertaling: ij wet merge deu doktoor Mertens geopereerd
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03289) vertaling: 'k denk da ge veul zae moete weggooien
positie: 1,2,3
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03289) vertaling: 'k denk da ge veul zae moete weggooien
positie: 1,2,3
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03289) vertaling: 't es stom oem zekke dinge weg te gooien
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03289) vertaling: 't es stom oem zekke dinge weg te gooien
positie: 1
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03289) vertaling: ij es alle kapotte spulle aen't weggooien
positie: 2
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03289) vertaling: ij es alle kapotte spulle aen't weggooien
positie: 2
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03289) vertaling: 'k vind da ge vaker de krant zou moeten lezen
positie: 1,3
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03289) vertaling: 'k vind da ge vaker de krant zou moeten lezen
positie: 1,3
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03289) vertaling: 't es stoem oem in t doenker de krant te lezen
positie: 1
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03289) vertaling: 't es stoem oem in t doenker de krant te lezen
positie: 1
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03289) vertaling: ij es den hielen dag de krant aen't leze
positie: 1
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03289) vertaling: ij es den hielen dag de krant aen't leze
positie: 1
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 03289) fragment: door (1)
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 03289) komt voor: n
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 03289) komt voor: n
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 03289) komt voor: n
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 03289) komt voor: n
516 (z16a) Robert heeft één groene appel weggegeven, en nu heeft hij er nog twee rode (inf. 03289) vertaling: Robijr ijt iene grunen appel weggegeven en na ijt rr ij nog twieë ro
412 (z16b) Er waren veel mensen op het feest (inf. 03289) vertaling: er waeren veul mense oep t fiest
413 (z16c) Jammer dat ik gisteren niet kon komen. Waren er veel mensen op het feest? (inf. 03289) vertaling: waeren er veul mense oep t fiest
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03289) vertaling: wa feuen boeke edde gekocht
521 (z16e) Hij woont bij Marietje (inf. 03289) vertaling: ij woent baie Marieke
522 (z16f) Hij woont bij Wim (inf. 03289) vertaling: ij woent baie Wim
523 (z16g) Loop even naar de bakker, Wim! (inf. 03289) vertaling: lupt effe na den bakker, Wim
524 (z16h) Wie heb je gezien? (inf. 03289) vertaling: wie erre gezien
525 (z16i) Wie heeft jou gezien? (inf. 03289) vertaling: wie ijt aa gezien
527 (z16j) Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan (inf. 03289) vertaling: aak da gewete den aak et ni gedaen
528 (z16k) 't Zou beter zijn om nog even te wachten (inf. 03289) vertaling: 't zaa bijter zain oem nog wa te wachten
882 (z16l) Gelukkig had Jan de dokter gebeld en die was er al heel gauw (inf. 03289) vertaling: chance da Jan den doktoor a gebeld en dane was er hiel ga
883 (z16m) Loop nou toch door, vervelende jongens! (inf. 03289) vertaling: lupt na toch deu, vervelende joengens
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03289) komt voor: j
gebr.: 5
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03289) komt voor: j
gebr.: 5
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 03289) gebr.: 1
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03289) komt voor: j
gebr.: 4,5
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03289) komt voor: j
gebr.: 4,5
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 03289) komt voor: n
gebr.: 1
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 03289) komt voor: n
gebr.: 1
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 03289) komt voor: j
gebr.: 5
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 03289) komt voor: j
gebr.: 5
605a (z17f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen proberen (inf. 03289) komt voor: n
gebr.: 1
605a (z17f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen proberen (inf. 03289) komt voor: n
gebr.: 1
548 (z17g) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen proberen hebt (inf. 03289) komt voor: n
gebr.: 1
548 (z17g) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen proberen hebt (inf. 03289) komt voor: n
gebr.: 1
542 (z17h) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt proberen (inf. 03289) komt voor: n
gebr.: 1
542 (z17h) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt proberen (inf. 03289) komt voor: n
gebr.: 1

interview mondelinge enquête

sprekertekstcommentaar 
geen interview gehouden in Nieuwenrode

data telefonische enquête

zinsnr.testzininstructieantwoorden
geen data telefonische enquête in Nieuwenrode