SAND-data Pamel (O158p)

schriftelijke enquête | mondelinge enquête | telefonische enquête

data schriftelijke enquête

zinsnr.testzinantwoorden
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 03286) vertaling: Jan erinnert em da veraul wel
opm.: reflexief: hem
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 03286) vertaling: M en P zien makanderen vei de kerk
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 03286) vertaling: Toon wast em
opm.: reflexief: hem
038 (x01d) De timmerman heeft geen spijkers bij zich (inf. 03286) vertaling: de skraanwerker e giën naugels baa
039 (x01e) Fons zag een slang naast ... (inf. 03286) vertaling: F zag een slang nevest em
opm.: reflexief: hem
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 03286) vertaling: E liet maa vee em werken
opm.: reflexief: hem
041 (x01g) Johanna liet zich meedrijven op de golven (inf. 03286) vertaling: J liet ee meedraaven op de golven
opm.: reflexief: haar
042 (x01h) Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel (inf. 03286) vertaling: T beloenkte ze'n aaige ne kië goed in de spiegel
opm.: reflexief: z'n eigen
043 (x01i) Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken (inf. 03286) vertaling: J e in twië menietn een pintje uitgedrungken
044 (x01j) Deze schoenen lopen gemakkelijk (inf. 03286) vertaling: de skoenen zittn gemakkelek
045 (x01k) Eduard kent zichzelf goed (inf. 03286) vertaling: E ka zen aaige goed
opm.: reflexief: z'n eigen
046 (x01l) Ward heeft gehoord dat er foto's van zichzelf in de etalage staan (inf. 03286) vertaling: W e choërt dat er fottos van em in d'eetalozje staun
opm.: reflexief: em reflexief: z'n aaige
046 (x01l) Ward heeft gehoord dat er foto's van zichzelf in de etalage staan (inf. 03286) vertaling: W e choërt dat er fottos van z'n aaige in d'eetalozje staun
opm.: reflexief: em reflexief: z'n aaige
046 (x01l) Ward heeft gehoord dat er foto's van zichzelf in de etalage staan (inf. 03286) vertaling: W e choërt dat er fottos van z'n aaige in d'eetalozje staun
opm.: reflexief: em reflexief: z'n aaige
046 (x01l) Ward heeft gehoord dat er foto's van zichzelf in de etalage staan (inf. 03286) vertaling: W e choërt dat er fottos van em in d'eetalozje staun
opm.: reflexief: em reflexief: z'n aaige
047 (x01m) Die aardappelen schillen niet gemakkelijk (inf. 03286) vertaling: de petatn skelle ni chemakkelek
884 (x01n) Dit glas breekt als het op de grond valt (inf. 03286) vertaling: da chlas brekt as t'op de gront falt
052 (x02a) Dokter, leef ik wel gezond genoeg? (inf. 03286) vertaling: meniërn doktoor, leve kik wel gezond genoech
054 (x02b) Al jaren leeft hij van de erfenis van zijn vader (inf. 03286) vertaling: al jaurn leefn van derfenis va ze vader
056 (x02c) Deze week leeft zij op water en brood (inf. 03286) vertaling: van de week leef zop wauter en broët
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 03286) vertaling: levet nog
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 03286) vertaling: oelank levde goaln na al van de erfenis
062 (x02f) In Bretagne leven ze vooral van de visvangst (inf. 03286) vertaling: in bretanj leve 'tmiëst van de visvangst
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 03286) vertaling: nau teetn gounek sloupen
065 (x02h) Zou ik dat wel kunnen doen? (inf. 03286) vertaling: zou kik da wel kinn doen
066 (x02i) Hij liet zijn huis afbreken (inf. 03286) vertaling: a liet zen ois afbreken
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03286) vertaling: Ik weet dat Jan moet kunnen hart werken
komt voor: j
gebr.: 5
opm.: komt soms ook voor
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03286) vertaling: ik weet dat Jan et moe kinne werken
komt voor: j
gebr.: 5
opm.: komt soms ook voor
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03286) vertaling: Ik weet dat Jan moet kunnen hart werken
komt voor: j
gebr.: 5
opm.: komt soms ook voor
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03286) vertaling: ik weet dat Jan et moe kinne werken
komt voor: j
gebr.: 5
opm.: komt soms ook voor
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03286) vertaling: ik weet dat Jan et moe kinne werken
komt voor: j
gebr.: 5
opm.: komt soms ook voor
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03286) vertaling: ik weet dat Jan et moe kinne werken
komt voor: j
gebr.: 5
opm.: komt soms ook voor
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03286) vertaling: Ik weet dat Jan moet kunnen hart werken
komt voor: j
gebr.: 5
opm.: komt soms ook voor
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03286) vertaling: Ik weet dat Jan moet kunnen hart werken
komt voor: j
gebr.: 5
opm.: komt soms ook voor
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 03286) komt voor: n
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 03286) komt voor: n
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 03286) komt voor: n
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 03286) komt voor: n
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 03286) komt voor: n
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03286) komt voor: j
gebr.: 5
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03286) komt voor: j
gebr.: 5
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 03286) komt voor: n
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 03286) komt voor: n
089 (x04(iii)d) Ik weet dat Jan bouwen een nieuwe schuur moet (inf. 03286) komt voor: n
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03286) komt voor: j
gebr.: 5
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03286) komt voor: j
gebr.: 5
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 03286) komt voor: n
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 03286) komt voor: n
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 03286) komt voor: n
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03286) komt voor: j
gebr.: 5
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03286) komt voor: j
gebr.: 5
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 03286) komt voor: n
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 03286) komt voor: n
098 (x04(ix)d) Jan zei dat Marie gaan naar een bakker moest (inf. 03286) komt voor: n
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03286) komt voor: j
gebr.: 5
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03286) komt voor: j
gebr.: 5
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03286) komt voor: n
102 (x04(v)c) Ik weet dat Jan moet jammer genoeg vertrekken (inf. 03286) komt voor: n
103 (x04(v)d) Ik weet dat Jan vertrekken jammer genoeg moet (inf. 03286) komt voor: n
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03286) komt voor: j
gebr.: 5
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03286) komt voor: j
gebr.: 5
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03286) komt voor: n
107 (x04(vi)c) Ik weet dat Hans mag niet komen (inf. 03286) komt voor: n
110 (x04(vi)d) Ik weet dat Hans komen niet mag (inf. 03286) komt voor: n
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03286) komt voor: j
gebr.: 5
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03286) komt voor: j
gebr.: 5
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03286) komt voor: n
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 03286) komt voor: n
115 (x04(vii)d) Ik weet dat Jan kopen varkens wil (inf. 03286) komt voor: n
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03286) komt voor: j
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03286) komt voor: n
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 03286) komt voor: n
121 (x04(viii)d) Ik weet dat Eddy eten brood wil (inf. 03286) komt voor: n
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03286) komt voor: j
gebr.: 5
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03286) komt voor: j
gebr.: 5
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 03286) komt voor: n
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 03286) komt voor: n
126 (x04(x)d) Eddy moet opstaan vroeg kunnen (inf. 03286) komt voor: n
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03286) komt voor: j
gebr.: 5
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03286) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03286) komt voor: n
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 03286) komt voor: n
131 (x04(xi)d) Ik zei dat Willy verkopen de auto moest (inf. 03286) komt voor: n
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 03286) vertaling: jan e giënem boek nemië
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 03286) vertaling: jan e geniënem boek nemië
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 03286) vertaling: jan e geniënem boek nemië
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 03286) vertaling: jan e giënem boek nemië
134 (x05b) Jan en heeft geen boek meer (inf. 03286) vertaling: jan e giënem boek nemië
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 03286) vertaling: boeken e Jan nie
136 (x05d) Jan en heeft niet veel geld niet meer (inf. 03286) vertaling: Jan en e ni feel geljt ne mië
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03286) vertaling: Ter mag nimmant niet over de zauk klappen
opm.: tweede antwoord komt minder vaak voor
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03286) vertaling: Ter mag nimmant over de zauk klappen
opm.: tweede antwoord komt minder vaak voor
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03286) vertaling: Ter mag nimmant over de zauk klappen
opm.: tweede antwoord komt minder vaak voor
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03286) vertaling: Ter mag nimmant niet over de zauk klappen
opm.: tweede antwoord komt minder vaak voor
138 (x05f) Er mag niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03286) vertaling: Ter mag nimmant over de zauk klappen
opm.: tweede antwoord komt minder vaak voor
138 (x05f) Er mag niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03286) vertaling: Ter mag nimmant niet over de zauk klappen
opm.: tweede antwoord komt minder vaak voor
138 (x05f) Er mag niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03286) vertaling: Ter mag nimmant niet over de zauk klappen
opm.: tweede antwoord komt minder vaak voor
138 (x05f) Er mag niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03286) vertaling: Ter mag nimmant over de zauk klappen
opm.: tweede antwoord komt minder vaak voor
139 (x05g) Niemand zegt dat hij komt niet (inf. 03286) vertaling: nimmant zet tatn komt
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 03286) vertaling: zitn ie niveranst giën muize
141 (x05i) Ik geef niets aan een ander niet (inf. 03286) vertaling: ik geef niks on eenander
142 (x05j) Niemand wil niet werken niet (inf. 03286) vertaling: nimmant wil werken
143 (x05k) Wij en wisten niet dat hij thuis was (inf. 03286) vertaling: we wisnt niet tatn tois was
144a (x05l) Ik wist het niet ook niet (inf. 03286) vertaling: ik wisnt t'oek niet
145 (x05m) Hij mag met niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03286) vertaling: a mag me nimmant over da probleem klappen
000 (x05opm) (inf. 03286) opm.: indien niemand gevolgd wordt door niet dan is dat omdat men de ontkenning nog krachtiger wil maken
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 03286) vertaling: Jan weet datn vee n draen de wauge moe gemokt emmen
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03286) komt voor: n
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 03286) komt voor: j
gebr.: 5
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 03286) komt voor: j
gebr.: 5
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 03286) komt voor: n
159 (x06d) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben gemaakt moet (inf. 03286) komt voor: n
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03286) komt voor: n
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 03286) komt voor: n
162 (x07a) Maries auto is kapot (inf. 03286) vertaling: M ejen otto es kapot
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 03286) vertaling: M ejen otto es kapot
164 (x07c) Piets auto is kapot (inf. 03286) vertaling: Piet zeun otto es kapot
165 (x07d) Piet z'n/se auto is kapot (inf. 03286) vertaling: Piet zeun otto es kapot
166 (x07e) Die mans auto is kapot (inf. 03286) vertaling: dene man zenn otto es kapot
167 (x07f) Die man zijn/se auto is kapot (inf. 03286) vertaling: dene man zenn otto es kapot
168 (x07g) Die auto is niet van mij maar van hem (inf. 03286) vertaling: denn otto es ni va mae mo van em
169 (x07h) Gisterens krant ligt onder de TV (inf. 03286) vertaling: de gazet va gistere lag onder den TV
170 (x07i) Jan is Karolien en Kristien se/hun broertje (inf. 03286) vertaling: Jan es 't brurken van Karlien en Kristin
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 03286) vertaling: de joenges ele velous ze gepikt
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 03286) vertaling: de gezisters ele moeder es op beziek
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 03286) vertaling: denn otto es va Wim
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 03286) vertaling: dene velou es va mae
178 (x08a) Hij mag met niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03286) vertaling: a mag me niemant over de zauk klappen
opm.: met nie ontkenning krachtiger
178 (x08a) Hij mag met niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03286) vertaling: a mag me niemant nie over de zauk klappen
opm.: met nie ontkenning krachtiger
178 (x08a) Hij mag met niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03286) vertaling: a mag me niemant nie over de zauk klappen
opm.: met nie ontkenning krachtiger
178 (x08a) Hij mag met niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03286) vertaling: a mag me niemant over de zauk klappen
opm.: met nie ontkenning krachtiger
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 03286) vertaling: ik wil nimmant ni kwesjn
opm.: met nie ontkenning krachtiger
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 03286) vertaling: ik wil nimmant kwesjn
opm.: met nie ontkenning krachtiger
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 03286) vertaling: ik wil nimmant kwesjn
opm.: met nie ontkenning krachtiger
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 03286) vertaling: ik wil nimmant ni kwesjn
opm.: met nie ontkenning krachtiger
180 (x08c) Het is jammer dat wij komen niet en mogen (inf. 03286) vertaling: tes spaaiteg damme waaelen nie mege kommen
opm.: subjectdubbeling
181 (x08d) Dat niet en ga ik doen (inf. 03286) vertaling: da gonne kik nie toen
182 (x08e) (Heb je hard gewerkt?) Niet heb ik gewerkt (inf. 03286) vertaling: ik em nie gewerkt
183 (x08f) Niet had hij het verteld of Marie begon te huilen (inf. 03286) vertaling: a aent nog mo zjust verteljt of Marie begost te skriëven
184 (x08g) Gaan haalt die bestelling nu maar op! (inf. 03286) vertaling: gojt de bestellink na mar avaulen
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 03286) vertaling: a werkt niet
186 (x08i) Je weet dat niemand hier binnen mag, dus ik verbied je nog een keer om hier niet te komen (inf. 03286) vertaling: ik verbieja om ie te kommen
187 (x08j) Jan verhinderde dat we Marie niet belden (inf. 03286) vertaling: We mochte va Jan nie no M bellen
opm.: pleonastische negatie bij negatief werkwoord: n.v.t.
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03286) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03286) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03286) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03286) fragment: te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03286) fragment: om (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03286) fragment: te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03286) fragment: te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03286) fragment: om (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03286) fragment: voor te (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03286) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03286) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03286) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03286) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03286) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03286) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03286) fragment: aske (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03286) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03286) fragment: aske (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03286) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03286) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03286) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03286) fragment: aske (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03286) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03286) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03286) fragment: aske (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03286) fragment: vee (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03286) fragment: vee (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03286) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03286) fragment: te (2)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03286) fragment: as (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03286) fragment: as (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03286) fragment: as (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03286) fragment: as (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03286) fragment: as (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03286) fragment: te (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 03286) fragment: te (1)
opm.: men zal eerder zeggen: a kan nogal zaugen
200 (x09m) Toen we aankwamen regende het (inf. 03286) fragment: as (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 03286) fragment: datn (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 03286) fragment: datn (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 03286) fragment: dat (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 03286) fragment: dat (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 03286) fragment: dat (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 03286) fragment: datn (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 03286) fragment: datn (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 03286) fragment: dat (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03286) fragment: of datn (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03286) fragment: of dat (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03286) fragment: of dat (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03286) fragment: of datn (1)
204 (x10a) Ik weet dat jullie op niemand boos zijn (inf. 03286) vertaling: ik weet dache gaele op nimmant vies zejt
opm.: negative concord
204 (x10a) Ik weet dat jullie op niemand boos zijn (inf. 03286) vertaling: ik weet dache gaele op nimmant vies zejt
opm.: negative concord
204 (x10a) Ik weet dat jullie op niemand boos zijn (inf. 03286) vertaling: ik weet dache gaele op nimmant nie vies zejt
opm.: negative concord
204 (x10a) Ik weet dat jullie op niemand boos zijn (inf. 03286) vertaling: ik weet dache gaele op nimmant nie vies zejt
opm.: negative concord
205 (x10b) Ik weet dat zij op niets trots is (inf. 03286) vertaling: ik weet dasse zae op niks fijer es
206 (x10c) Els denkt dat 't niet gemakkelijk is (inf. 03286) vertaling: Els paast dat tnie gemakkelek es
207 (x10d) Ik weet dat ik te laat ben en jij niet (inf. 03286) vertaling: ik weet da kik te laut ben en gae niet
208 (x10e) Je weet toch dat jij moet werken en ik niet (inf. 03286) vertaling: ge wejt toch dache gae moejt werken en ik niet
209 (x10f) Iedereen denkt dat wij naar huis gaan en dat zij nog mogen blijven (inf. 03286) vertaling: iederiën paast damme waelen nor ois gon en da zaelen nog megen blaeven
210 (x10g) Het is jammer dat hij komt en dat zij weggaat (inf. 03286) vertaling: tes spaaiteg datn a komt en dasse zae weggaut
211 (x10h) Ik denk dat Lisa ziek is (inf. 03286) vertaling: ik paas da Liza ziek es
213 (x10i) Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen (inf. 03286) vertaling: ik paas da Pierre en Liza gon trauen
226 (y01(i)a) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij en doet (inf. 03286) vertaling: ann doet
komt voor: j
betekenis: ontkennend
226 (y01(i)a) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij en doet (inf. 03286) vertaling: ann doet
komt voor: j
betekenis: ontkennend
226 (y01(i)a) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij en doet (inf. 03286) vertaling: ann doet
komt voor: j
betekenis: ontkennend
227 (y01(i)b) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij doet (inf. 03286) komt voor: n
228 (y01(i)c) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: 't Doet (inf. 03286) komt voor: n
230 (y01(ii)a) A: Hij zal niet komen B: Hij en doet (inf. 03286) komt voor: n
231 (y01(ii)b) A: Hij zal niet komen B: Hij doet (inf. 03286) komt voor: j
betekenis: bevestigend
231 (y01(ii)b) A: Hij zal niet komen B: Hij doet (inf. 03286) komt voor: j
betekenis: bevestigend
232 (y01(ii)c) A: Hij zal niet komen B: 't doet (inf. 03286) komt voor: n
233 (y01(iii)) A: Slaapt hij? B: Ja/nee, hij/'t (en) doet/slaapt (niet) (inf. 03286) opm.: om "hij slaapt niet" te ontkennen kan volgen: hij slaapt wel, ie doet, toetoet
234 (y01(iii)a) A: Slaapt hij? B: Ja, hij doet (inf. 03286) komt voor: n
235 (y01(iii)b) A: Slaapt hij? B: Ja, dat doet hij (inf. 03286) komt voor: n
236 (y01(iii)c) A: Slaapt hij? B: Ja, hij en doet (inf. 03286) komt voor: n
237 (y01(iii)d) A: Slaapt hij? B: Ja, hij slaapt (inf. 03286) komt voor: j
238 (y01(iii)e) A: Slaapt hij? B: Nee, hij doet niet (inf. 03286) komt voor: n
239 (y01(iii)f) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet (inf. 03286) komt voor: n
240 (y01(iii)g) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet niet (inf. 03286) komt voor: n
241 (y01(iii)h) A: Slaapt hij? B: Nee, hij slaapt niet (inf. 03286) komt voor: j
242 (y01(iii)i) A: Slaapt hij? B: 't Doet (inf. 03286) komt voor: n
243 (y01(iii)j) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Ie doet (inf. 03286) komt voor: n
244 (y01(iii)k) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Toetoet (inf. 03286) komt voor: n
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 03286) komt voor: n
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 03286) komt voor: n
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 03286) komt voor: n
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03286) fragment: van wie de (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03286) fragment: da ze (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03286) fragment: da ze (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03286) fragment: van wie de (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03286) fragment: waar dat (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03286) fragment: en dat was (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03286) fragment: en dat was (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03286) fragment: hetgeen dat hel leuk was (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03286) fragment: hetgeen dat hel leuk was (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03286) fragment: dache (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03286) fragment: wou dak (1)
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03286) fragment: damen (1)
opm.: Twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03286) fragment: dak (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03286) fragment: dad (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03286) fragment: wie (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03286) fragment: wie (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03286) fragment: wie da (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03286) fragment: wie da (1)
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03286) vertaling: wie paasde gae na dak in tstat tegengekomen ben
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03286) vertaling: wie paasde gae na dak in tstat tegengekomen ben
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03286) vertaling: zoje kinne pasen wie dak in tstat tegengekomen ben
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03286) vertaling: zoje kinne pasen wie dak in tstat tegengekomen ben
261 (y03b) Wat denken jullie hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03286) vertaling: zoje gaele kinne pazen oe ze dat opgelost emmen
265 (y03c) Hoe denk je hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03286) vertaling: zoje gaele kinne pazen oe ze dat opgelost emmen
263 (y03d) Magda weet niet wie dat wij willen bellen (inf. 03286) vertaling: M wejt nie wie damme waele willen beln
264 (y03e) Weet iemand wie of dat wij geroepen hebben? (inf. 03286) vertaling: wejt immant wie damme waele geroepen emmen
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03286) vertaling: wie paasde gae na dak in tstat tegengekomen ben
266 (y03g) Wie denk je die ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03286) vertaling: wie paasde gae na dak in tstat tegengekomen ben
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 03286) vertaling: a e zen anne gewasken
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 03286) vertaling: a e zen im gewasken
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 03286) vertaling: a e nen oet op
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 03286) vertaling: a e nen oet op zene kop
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 03286) vertaling: a e nen oet op zene kop
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 03286) vertaling: a e nen oet op
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 03286) vertaling: a ed en plek op zen im
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 03286) vertaling: a e zen biën gebroken
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 03286) vertaling: a e dem pain gedaun
opm.: reflexief: hem
273 (y04g) Marie trok de deken naar zich toe (inf. 03286) vertaling: Marie trok de sozje nor ee toe
opm.: reflexief: haar
051 (y04h) Luc weet dat er foto's van hemzelf te koop zijn (inf. 03286) vertaling: Luc wejt datter fottoos van em te koëp zen
051 (y04h) Luc weet dat er foto's van hemzelf te koop zijn (inf. 03286) vertaling: Luc wejt datter fottoos van em te koëp zen
051 (y04h) Luc weet dat er foto's van hemzelf te koop zijn (inf. 03286) vertaling: Luc wejt datter fottoos van zen aaign te koëp zen
051 (y04h) Luc weet dat er foto's van hemzelf te koop zijn (inf. 03286) vertaling: Luc wejt datter fottoos van zen aaign te koëp zen
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 03286) vertaling: gerinnerd a toch wel dammen toin deu denem bos geloëpe zen
opm.: reflexief: je
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 03286) vertaling: ik erinner me datn otto va Marie kapot was
opm.: reflexief: me
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 03286) vertaling: ik erinner me da Marie ejen otto kapot was
opm.: reflexief: me
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 03286) vertaling: ik erinner me da Marie ejen otto kapot was
opm.: reflexief: me
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 03286) vertaling: ik erinner me datn otto va Marie kapot was
opm.: reflexief: me
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 03286) vertaling: zerinnert ee datn aze verken zat teetn
opm.: reflexief: haar
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 03286) vertaling: zerinnert ee datn aze verken zat teetn
opm.: reflexief: haar
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 03286) vertaling: zerinnert ee datn aze verken on tete was
opm.: reflexief: haar
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 03286) vertaling: zerinnert ee datn aze verken on tete was
opm.: reflexief: haar
283 (y04l) Wij herinneren ons wel dat al Jan zijn boeken gestolen waren, maar zij herinneren het zich niet (inf. 03286) vertaling: waelen erinnern ons wel da Jan al zen boeken gepikt waurn, mo zaelen erinnern eelen da nie
opm.: reflexief: ons reflexief: hun
286 (y04m) Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt gezien hebben? (inf. 03286) vertaling: erinnerde gaelen aalen nog da we Jan op de met gezien emmen
opm.: reflexief: je
289 (y04n) Hij heeft zich een ongeluk gewerkt (inf. 03286) vertaling: a ee dem e maleer gewerkt
opm.: reflexief: hem
290 (y04o) Hij voelde zich door het ijs zakken (inf. 03286) vertaling: a wir gewaur datn dee tais gink zakken
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03286) vertaling: da kinne gedaun emmen
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03286) vertaling: da kinne gedaun emmen
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03286) vertaling: kunnen doen hebben
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03286) vertaling: kunnen doen hebben
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 03286) fragment: gekost (1)
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 03286) fragment: gekoest (1)
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 03286) fragment: gekoest (1)
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 03286) fragment: gekost (1)
878 (y05(ii)) Hij heeft dat nooit gedaan (inf. 03286) fragment: gedaun (1)
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 03286) komt voor: n
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 03286) komt voor: n
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 03286) komt voor: n
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 03286) komt voor: n
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 03286) komt voor: n
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 03286) komt voor: n
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 03286) komt voor: n
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 03286) komt voor: n
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 03286) komt voor: n
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 03286) komt voor: n
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 03286) komt voor: n
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 03286) komt voor: n
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 03286) komt voor: n
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 03286) komt voor: n
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 03286) komt voor: n
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 03286) komt voor: n
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 03286) komt voor: n
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 03286) komt voor: n
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 03286) komt voor: n
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 03286) komt voor: n
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 03286) komt voor: n
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 03286) komt voor: n
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 03286) komt voor: n
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 03286) komt voor: n
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 03286) komt voor: n
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 03286) komt voor: n
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 03286) vertaling: ik weet da Jan no de met geweesd es
komt voor: j
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 03286) vertaling: ik weet da Jan no de met geweesd et
komt voor: j
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 03286) vertaling: ik weet da Jan no de met geweesd et
komt voor: j
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 03286) vertaling: ik weet da Jan no de met geweesd es
komt voor: j
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 03286) vertaling: ik weet da Jan no de met geweesd et
komt voor: j
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 03286) vertaling: ik weet da Jan no de met geweesd es
komt voor: j
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 03286) komt voor: n
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 03286) komt voor: n
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 03286) komt voor: n
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 03286) komt voor: n
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 03286) komt voor: n
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 03286) komt voor: n
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 03286) vertaling: in daen taet leivdeken derop los
337 (y08b) Vroeger leefde hij als een beest (inf. 03286) vertaling: vrigger levn ae az em biëst
338 (y08c) Daar leefden wij als god in Frankrijk (inf. 03286) vertaling: dau levn waelen as got in vrangkrik
339 (y08d) Niemand mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien (inf. 03286) vertaling: nimmant mag da zien, en domee venek da gegij dadoek ni meeg zien
340 (y08e) Het gebeurde toen je wegging (inf. 03286) vertaling: tes gebeurt aske wegginkt
341 (y08f) Ik weet waar je geboren bent (inf. 03286) vertaling: ik weet wau dache gebore zejt
opm.: waar dat - ja
342 (y08g) Nu je klaar bent, mag je gaan (inf. 03286) vertaling: na dache geriët zejt meegde aungaun
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 03286) vertaling: omda M doët was, edeje man Anna ni mië kinn elpen
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 03286) vertaling: ik weet datn ae go zwemmen es
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03286) komt voor: n
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 03286) komt voor: n
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 03286) komt voor: n
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 03286) komt voor: j
gebr.: 5
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 03286) komt voor: j
gebr.: 5
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 03286) komt voor: n
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 03286) komt voor: n
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 03286) vertaling: jauk
komt voor: j
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 03286) vertaling: jauk
komt voor: j
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 03286) vertaling: jaus
komt voor: j
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 03286) vertaling: jaus
komt voor: j
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 03286) vertaling: jaus
356 (y10d) Is het huis te koop? Jaa't (inf. 03286) vertaling: jaut
komt voor: j
356 (y10d) Is het huis te koop? Jaa't (inf. 03286) vertaling: jaut
komt voor: j
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 03286) vertaling: wie dadde
komt voor: j
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 03286) vertaling: wie dadde
komt voor: j
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 03286) komt voor: n
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 03286) komt voor: n
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 03286) komt voor: n
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 03286) komt voor: n
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 03286) komt voor: n
365 (y11f) Hem is dood (inf. 03286) komt voor: n
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 03286) komt voor: n
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 03286) komt voor: n
367 (y11i) Is haar ziek? (inf. 03286) komt voor: n
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 03286) vertaling: me ae te werken moest zae giëln dag tois blijven
369 (y11k) Met het te sneeuwen konden we de stad niet uit (inf. 03286) komt voor: n
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03286) fragment: da (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03286) fragment: da (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03286) fragment: dak (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03286) fragment: da (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03286) fragment: va wie dak (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03286) fragment: dak (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03286) fragment: da (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03286) fragment: va wie dak (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03286) fragment: da (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03286) fragment: dak (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03286) fragment: da (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03286) fragment: da (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03286) fragment: dak (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03286) fragment: da (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03286) fragment: va wie dak (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03286) fragment: da (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03286) fragment: va wie dak (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03286) fragment: da (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03286) fragment: da (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03286) fragment: dak (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03286) fragment: dak (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03286) fragment: da (2)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03286) fragment: dak (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03286) fragment: met wie (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03286) fragment: met wie (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03286) fragment: dak (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03286) fragment: wie dak (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03286) fragment: wie dak (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03286) fragment: (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03286) fragment: (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03286) fragment: wie dak (2)
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03286) fragment: dak (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03286) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03286) fragment: dak (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03286) fragment: wie (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03286) fragment: wie da (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03286) fragment: wie da (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03286) fragment: wie (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03286) fragment: van wie dat de (1)
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03286) vertaling: Piet paast da J en M op nimmant nie vies zen
betekenis: negative concord
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03286) vertaling: Piet paast da J en M op nimmant vies zen
betekenis: negative concord
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03286) vertaling: Piet paast da J en M op nimmant vies zen
betekenis: negative concord
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03286) vertaling: Piet paast da J en M op nimmant nie vies zen
betekenis: negative concord
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03286) vertaling: Piet paast da J en M op nimmant vies zen
betekenis: negative concord
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03286) vertaling: Piet paast da J en M op nimmant nie vies zen
betekenis: negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03286) vertaling: W paast da we noët nimmant ne praes geven
betekenis: negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03286) vertaling: W paast da we noët nimmant ne praes geven
betekenis: negative concord
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03286) vertaling: tes wau dasse me M nie mege klappen
betekenis: negatie > modaal
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03286) vertaling: tes wau dasse me M nie mege klappen
betekenis: negatie > modaal
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 03286) vertaling: niveranst
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 03286) vertaling: nimmant
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 03286) vertaling: noët
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 03286) vertaling: niks
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 03286) vertaling: nksken
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 03286) vertaling: nksken
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 03286) vertaling: niks
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 03286) vertaling: giën
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 03286) vertaling: zeg dem nie dak buete gewees ben
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 03286) vertaling: zeg dem nie dak buete gewees dem
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 03286) vertaling: zeg dem nie dak buete gewees dem
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 03286) vertaling: zeg dem nie dak buete gewees ben
393 (z04b) Niet vertellen dat je een cadeau voor hem hebt gekocht, hoor! (inf. 03286) vertaling: em nie verteln dage ne kadoo vee em gekocht etjt
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 03286) vertaling: wetjte nie datn gevaln es
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 03286) vertaling: W probeerdn om nimmant zië te doen
397 (z05b) 't Schijnt dat ze niets mag eten (inf. 03286) vertaling: tskanjt dasse niks mag eetn
398 (z05c) Ze schijnt niets te mogen eten (inf. 03286) vertaling: ze skanjt niks te megen eetn
399a (z05d) Ze proberen al de hele dag om elkaar op te bellen (inf. 03286) vertaling: ze probeern al ne giëlen dag om makanderen op te beln
400 (z05e) Het belooft weer een mooie dag te worden (inf. 03286) vertaling: t beloof wee ne skoënen dag te wern
401 (z05f) 't Is misschien beter om nog even te wachten (inf. 03286) vertaling: tes meskien beter om nog ne moment te wachten
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 03286) vertaling: waelen aen tgelik van em direkt weer te vinn
404 (z06a) Als de kippen een valk zien, zijn ze bang (inf. 03286) vertaling: as de kiekens ne valk zien emme ze skrik
405 (z06b) Als we de aardappelen niet kunnen verkopen, zitten we in de problemen (inf. 03286) vertaling: azemen de petaten nie kinne verkoëpen zittemen in de petatn
405 (z06b) Als we de aardappelen niet kunnen verkopen, zitten we in de problemen (inf. 03286) vertaling: azemen de petaten nie kinne verkoëpen zittemen in de pit
405 (z06b) Als we de aardappelen niet kunnen verkopen, zitten we in de problemen (inf. 03286) vertaling: azemen de petaten nie kinne verkoëpen zittemen in de pit
405 (z06b) Als we de aardappelen niet kunnen verkopen, zitten we in de problemen (inf. 03286) vertaling: azemen de petaten nie kinne verkoëpen zittemen in de petatn
406 (z06c) Als jullie hem niet meenemen word ik kwaad (inf. 03286) vertaling: aske gaelen em nie meepakt werrek kwaut
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 03286) vertaling: a wisnt
408 (z06e) Op dit feest wordt er veel gedanst (inf. 03286) vertaling: op da fiëst werter veel gedanst
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 03286) vertaling: na werter aliën nog mo broët verkocht in dene winkel
410 (z06g) Als hij met de fiets komt, zal hij wel laat zijn (inf. 03286) vertaling: asn per velaeu komt zaln wel laut zen
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 03286) vertaling: aske taet etjt kom tan ne kië binn
413a (z06i) Als ik rijk ben, koop ik een dure auto (inf. 03286) vertaling: asek raek ben koëpek me nen diern otto
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 03286) vertaling: meskien gonne ketik wel kraegen
komt voor: j
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 03286) vertaling: meskien gonne ketik wel kraegen
komt voor: j
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 03286) vertaling: terfder gae op deiven
komt voor: j
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 03286) vertaling: terfder gae op deiven
komt voor: j
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 03286) komt voor: n
420 (z07(ii)d) Durfdeze gij uitnodigen? (inf. 03286) komt voor: n
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 03286) komt voor: n
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 03286) komt voor: n
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 03286) komt voor: n
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 03286) komt voor: n
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 03286) komt voor: n
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03286) vertaling: M e gezeit dagegij geprobeerd ejt van e lieken te zingen
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 03286) vertaling: Marie ee gezeit dagegij geprobeerd etjt van ee nen boek te geven
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 03286) komt voor: n
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 03286) komt voor: n
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 03286) komt voor: n
604a (z08d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen geprobeerd (inf. 03286) komt voor: n
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 03286) komt voor: n
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 03286) komt voor: n
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03286) komt voor: n
440 (z09a) Die van de stad, die hebben hier veel huizen gebouwd (inf. 03286) vertaling: dei van tstat dei emmen ie veel oize gebaat
441 (z09b) Aan die nieuwe vaart, daar zie je geen mens meer (inf. 03286) vertaling: on de nie vaut dau ziede giëne mensj ne mië
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 03286) vertaling: gistern e Jan ie geweest
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 03286) vertaling: gistern es Jan ie geweest
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 03286) vertaling: gistern es Jan ie geweest
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 03286) vertaling: gistern e Jan ie geweest
443 (z09d) De dag dat Jan belde, was ik niet thuis (inf. 03286) vertaling: den dag da Jan beljn wasekik nie tois
444 (z09e) Jef, die zou ik nooit uitnodigen (inf. 03286) vertaling: Jef, daen zou kik noët vraugen
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 03286) vertaling: Marie dei zo zoeiet nie toen
446 (z09g) Bert, die drinkt wel eens een glas te veel (inf. 03286) vertaling: Beir, dein drinkt wl ne kië e glas te veel
447 (z09h) Martha, die zou ik wel eens bij mij thuis willen uitnodigen (inf. 03286) vertaling: Martha, dei zok wel ne kië be mae tois wiln inviteren
448 (z09i) Dat huis, dat zou ik nooit willen kopen (inf. 03286) vertaling: da dois da zok noët wille koëpe
448 (z09i) Dat huis, dat zou ik nooit willen kopen (inf. 03286) vertaling: da dois da stau zok noët ni wille koëpe
448 (z09i) Dat huis, dat zou ik nooit willen kopen (inf. 03286) vertaling: da dois da stau zok noët ni wille koëpe
448 (z09i) Dat huis, dat zou ik nooit willen kopen (inf. 03286) vertaling: da dois da zok noët wille koëpe
449 (z09j) Dat huis, dat staat daar al vijftig jaar (inf. 03286) vertaling: da dois da stau tau al feftig jaur
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03286) komt voor: j
gebr.: 3
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03286) komt voor: j
gebr.: 3
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 03286) komt voor: j
gebr.: 5
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 03286) komt voor: j
gebr.: 5
453 (z10(i)c) Ze zijn/hebben geweest naar de markt (inf. 03286) komt voor: n
454 (z10(i)d) Ze hebben geweest naar de markt (inf. 03286) komt voor: n
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03286) komt voor: j
gebr.: 5
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03286) komt voor: j
gebr.: 5
457 (z10(ii)b) Hij heeft zijn kinderen gezet op de tractor (inf. 03286) komt voor: n
458 (z10(ii)c) Hij heeft gezet zijn kinderen op de tractor (inf. 03286) komt voor: n
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03286) komt voor: j
gebr.: 5
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03286) komt voor: j
gebr.: 5
462 (z10(iii)b) Hij heeft zijn voorgevel geschilderd helemaal wit (inf. 03286) komt voor: n
464 (z10(iii)c) Hij heeft geschilderd zijn voorgevel helemaal wit (inf. 03286) komt voor: n
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03286) komt voor: j
gebr.: 5
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03286) komt voor: j
gebr.: 5
467 (z10(iv)b) Mijn vrouw kan spreken dialect (inf. 03286) komt voor: n
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03286) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03286) komt voor: j
gebr.: 5
470 (z10(v)b) Gunther heeft Annemie gebracht naar huis (inf. 03286) komt voor: n
471 (z10(v)c) Gunther heeft gebracht Annemie naar huis (inf. 03286) komt voor: n
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 03286) vertaling: e Gunther gebeljt
473 (z11b) En pas op! (inf. 03286) vertaling: pazop
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 03286) vertaling: twas mo jist goe genoeg
475 (z11d) Marjo heeft nu meer koeien dan ze vroeger en had (inf. 03286) vertaling: M e na miër koeien as vrigger
476 (z11e) Als Susanne en had kunnen komen dan had ze dat gedaan (inf. 03286) vertaling: a S kinne kommen tein aze da gedaun
477 (z11f) Zij is de beste dokter die ik en ken (inf. 03286) vertaling: zae es den bestn doktoor dak kan
478 (z11g) Voor je iets en weggooit, moet je even bellen (inf. 03286) vertaling: ië dachiet wegsmajt moeje ne kië beln
479 (z11h) Hier is alles wat ik gekregen en heb (inf. 03286) vertaling: ie es alles wa dak gekregen em
480 (z11i) Jan en is te gierig om iets aan z'n kinderen te geven (inf. 03286) vertaling: J es te giereg om iet o zen kinere te geven
481 (z11j) Alsof jij iets van voetballen en weet! (inf. 03286) vertaling: pecies of dagegij iet va voetballn afwetjt
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 03286) vertaling: leg tenen boek nee
483 (z11l) Als je echt niet kunt wachten, dan kom maar (inf. 03286) vertaling: as kecht nie kinjt wachtn kom tei mau
488 (z12a) Ik weet dat Jan de dokter had kunnen roepen (inf. 03286) vertaling: ik weet da Jan den doktoor a kinne roepen
489 (z12b) Ik weet dat Jan de dokter kon geroepen hebben (inf. 03286) vertaling: ik weet da Jan den doktoor kost groepen emme,
490 (z12c) Hij zei dat ik het had moeten doen (inf. 03286) vertaling: a zae dakik da aa moetn doen
490 (z12c) Hij zei dat ik het had moeten doen (inf. 03286) vertaling: a zae dakik da zo moetn doen emmen
490 (z12c) Hij zei dat ik het had moeten doen (inf. 03286) vertaling: a zae dakik da zo moetn doen emmen
490 (z12c) Hij zei dat ik het had moeten doen (inf. 03286) vertaling: a zae dakik da aa moetn doen
491 (z12d) Hij zei dat ik het moest gedaan hebben (inf. 03286) vertaling: a zae dakik da moest gedaun emmen
492 (z12e) Hij is vorige week door dokter Mertens geopereerd (inf. 03286) vertaling: a es gepasseerde wek dee doktoor M geoppereerd
493 (z12f) Hij wordt morgen door dokter Mertens geopereerd (inf. 03286) vertaling: a wer mergen dee doktoor M geoppereerd
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03286) vertaling: ik paas dache veel zojt moete wegsmijten
positie: 3
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03286) vertaling: ik paas dache veel zojt moete wegsmijten
positie: 3
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03286) vertaling: tes doem om zoën dier dinges weg te smijten
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03286) vertaling: tes doem om zoën dier dinges weg te smijten
positie: 1
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03286) vertaling: a es alles wa ta kapot es ont wegsmijten
positie: 2
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03286) vertaling: a es alles wa ta kapot es ont wegsmijten
positie: 2
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03286) vertaling: ik ven dage miër de gazet zojt moete lezen
positie: 1
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03286) vertaling: ik ven dage miër de gazet zojt moete lezen
positie: 1
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03286) vertaling: tes doem om in den doengkern de gazet te lezen
positie: 1
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03286) vertaling: tes doem om in den doengkern de gazet te lezen
positie: 1
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03286) vertaling: a es ne gielen dag de gazet ont lezen
positie: 1
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03286) vertaling: a es ne gielen dag de gazet ont lezen
positie: 1
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 03286) fragment: dee (1)
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 03286) komt voor: n
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 03286) komt voor: n
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 03286) komt voor: n
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 03286) komt voor: n
516 (z16a) Robert heeft één groene appel weggegeven, en nu heeft hij er nog twee rode (inf. 03286) vertaling: R e ne grieune appel weggeven en na etern nog twië roë
412 (z16b) Er waren veel mensen op het feest (inf. 03286) vertaling: ter waure veel mensjken op da fiëst
413 (z16c) Jammer dat ik gisteren niet kon komen. Waren er veel mensen op het feest? (inf. 03286) vertaling: waurn der veel mensjken op da fiëst
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03286) vertaling: wa fee boeken eje gekocht
521 (z16e) Hij woont bij Marietje (inf. 03286) vertaling: a woejt be Marieke
522 (z16f) Hij woont bij Wim (inf. 03286) vertaling: a woenjt be Wim
523 (z16g) Loop even naar de bakker, Wim! (inf. 03286) vertaling: gojd aga ne kië be den bakker
524 (z16h) Wie heb je gezien? (inf. 03286) vertaling: wie eje gezien
525 (z16i) Wie heeft jou gezien? (inf. 03286) vertaling: wie e ta gezien
527 (z16j) Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan (inf. 03286) vertaling: aek da geweetn, tein aek da nie gedaun
528 (z16k) 't Zou beter zijn om nog even te wachten (inf. 03286) vertaling: tzou beter zen om nog en betjn te wachten
882 (z16l) Gelukkig had Jan de dokter gebeld en die was er al heel gauw (inf. 03286) vertaling: gelukkig aa Jan den doktoor gebelt en daena was ie rap
882 (z16l) Gelukkig had Jan de dokter gebeld en die was er al heel gauw (inf. 03286) vertaling: nog een sjans da Jan den doktoor gebelt aa en daena was ie rap
882 (z16l) Gelukkig had Jan de dokter gebeld en die was er al heel gauw (inf. 03286) vertaling: nog een sjans da Jan den doktoor gebelt aa en daena was ie rap
882 (z16l) Gelukkig had Jan de dokter gebeld en die was er al heel gauw (inf. 03286) vertaling: gelukkig aa Jan den doktoor gebelt en daena was ie rap
883 (z16m) Loop nou toch door, vervelende jongens! (inf. 03286) vertaling: gojtoch neke voetj embetanterikken
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03286) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: meestal van tussen hebt en een liedje
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03286) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: meestal van tussen hebt en een liedje
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 03286) komt voor: n
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03286) komt voor: n
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 03286) komt voor: n
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 03286) komt voor: j
gebr.: 3
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 03286) komt voor: j
gebr.: 3
605a (z17f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen proberen (inf. 03286) komt voor: n
548 (z17g) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen proberen hebt (inf. 03286) komt voor: n
542 (z17h) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt proberen (inf. 03286) komt voor: n

interview mondelinge enquête

sprekertekstcommentaar 
geen interview gehouden in Pamel

data telefonische enquête

zinsnr.testzininstructieantwoorden
geen data telefonische enquête in Pamel